70 jaar Vrede vzw
Lucien Bollaert, foto: Kristel Cuveliers

70 jaar Vrede vzw

Op 7 december 2019 vierde Vrede vzw zijn 70ste verjaardag. Voor er gedronken en gedanst werd, luisterden we naar 4 internationale activistes. De avond werd ingeleid door ex-voorzitter van Vrede vzw en hoogleraar Lucien Bollaert, die de geschiedenis van de organisatie uitgebreid uit de doeken deed.

Beste vredesvrienden en vredesmilitanten,

Beste internationalistische activisten en solidairen met de ontwikkelingssamenwerking,

Dames en heren,

Dear guests and attendants,
 

70 jaar Vrede samenvatten in 15 minuten is meer dan een uitdaging. Dat zou betekenen dat aan elk jaar ongeveer 13 seconden kan gespendeerd worden. Een onmogelijke opgave dus. Ik zou me er ook gemakkelijk kunnen van afmaken door die 70 jaar samen te vatten als 40 jaar gevaarlijke Koude Oorlog en 30 jaar neoliberale globalisering. Maar ook dat is waarschijnlijk te kort door de bocht.

Dit is het verhaal van de oorspronkelijke Belgische Unie Voor de Verdediging van de Vrede, kortweg BUVV, opgericht in 1949 en in 1972 omgedoopt tot Vrede vzw. Ik heb er voor gekozen om de rijke 70-jarige geschiedenis van Vrede vzw in periodes van 10 jaar te knippen en van elk decennium kort het internationaal klimaat te schetsen, aangevuld met hoe de organisatie zich daartoe verhield. Deze decennia komen trouwens verrassend overeen met de politieke cesuren die zich in deze periode voordeden. Denken we bijvoorbeeld maar aan 1989 met de historische val van de Berlijnse muur.

1949 en de jaren 1950

De naoorlogse jaren waren van cruciaal belang en kregen hun eerste culminatiepunt in 1949. Het was de periode waarin de confrontatie tussen West en Oost de wereld en de internationale relaties veranderden met betrekking tot maatstaven van geweld of de dreiging met geweld door de twee machtsblokken. De wapenwedloop, zeker ook de nucleaire, werd hierdoor tot ongeziene hoogten aangezwengeld. Met het droppen van de VS-kernbommen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki -waarvan de noodzaak nog steeds een twistpunt is onder historici en polemologen- en met de ontwikkeling van een vergelijkbaar kernarsenaal in het Oostblok, kreeg de economische wedijver en kolonisatie, zo typisch voor de Koude Oorlog, een verlengstuk in een aartsgevaarlijke dreiging met massavernietiging.

De eerste waterstofbom, met als codenaam Ivy Mike, werd door de Amerikanen op 1 november 1952 op het atol Eniwetok van de Marshalleilanden tot ontploffing gebracht. Deze had een kracht van 10 tot 12 megaton TNT, dat is krachtiger dan alle geallieerde bommen van de Tweede Wereldoorlog samen. Ivy Mike werd gevolgd door een Amerikaanse thermonucleaire ontploffing van 15 megaton TNT op de Bikini-atol in de Stille Oceaan. Tsar Bomba, met maar liefst 50 megaton TNT de krachtigste waterstofbom ooit, verwoestte in 1961 in het Russische Nova Zembla alle gebouwen tot op een afstand van 55 km en verpulverde alle vensterruiten tot op 900 km. Dat is over een oppervlakte van België en Nederland samen.

Deze opklimmende dreiging met steeds krachtigere massavernietigende kernwapens was ook de hoeksteen van de veiligheidsdoctrine van de op 4 april 1949 opgerichte Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Toen in 1955 het Warschaupact opgericht werd als reactie op de toetreding -tegen de naoorlogse afspraken in- van West-Duitsland tot de NAVO, kwam de Koude Oorlog op volle toeren. De wereld werd verdeeld in twee op alle vlakken concurrerende delen. Enkel in de Verenigde Naties en haar organisaties werd moeizaam samengezeten.

Terzelfdertijd eisten meer en meer koloniën hun terechte onafhankelijkheid op, mede als tegenprestatie voor hun aandeel in de Tweede Wereldoorlog, waar ze vooral als slachtvee dienden.

Te midden van de oplopende dreiging vond in augustus 1948 in het Poolse Wroclaw het Wereldcongres van Intellectuelen voor de Vrede plaats, met 600 vertegenwoordigers uit 46 landen. Onder de participanten waren veel wetenschappers, waaronder Julian Huxley (toenmalig UNESCO directeur), en kunstenaars, waaronder Pablo Picasso (die de vredesduif als logo tekende), Fernand Léger, Pablo Neruda en Paul Eluard. Het werd een bewogen samenkomst die zich uitsprak tegen de kernwapenwedloop. De Russische delegatie verwierp eenzijdig de Amerikaanse nucleaire opbouw.

Het permanent comité gevestigd in Parijs dat daaruit voortkwam, noemde zich vanaf 1950 de Wereldvredesraad met als eerste voorzitter de Franse atoomgeleerde en Nobelprijswinnaar Frédéric Joliot-Curie. De drie actielijnen waren toen kernwapenontmanteling, dekolonisatie en vreedzame co-existentie.

In maart 1949 werd de Belgische Unie voor de Verdediging van de Vrede (BUVV) opgericht. De nieuwe vredesorganisatie sloot zich aan bij de Wereldvredesraad en nam diens 3 actielijnen over. In de jaren 1950 mobiliseerde de BUVV sterk voor de zogenaamde oproep van Stockholm. Dit appel ging uit van de Wereldvredesraad 2 weken na het begin van de Koreaanse oorlog in de zomer van 1950. De oproep van Stockholm eiste een absoluut verbod op kernwapens. Wereldwijd tekenden 273.470.566 personen de petitie, waaronder opnieuw talrijke prominente publieke figuren, kunstenaars en intellectuelen zoals Thomas Mann, Henri Matisse, Marc Chagall, Yves Montand, Simonne Signoret, Jean-Paul Sartre, Leonard Bernstein en zelfs de jonge Jacques Chirac.

De BUVV bestond in het begin vooral uit mensen die bij het Onafhankelijkheidsfront actief waren geweest in het verzet tegen nazi-Duitsland. Ze hadden er dus veel voor over om te militeren tegen elke nieuwe wereldoorlog en/of bezetting. En er waren inderdaad veel communisten in die begindagen. Toch kenmerkte de BUVV zich als een pluralistische organisatie waar ook progressieve socialisten en linkse flaminganten tot zelfs enkele liberale witte raven zich thuis voelden. Die waren trouwens ook aanwezig in het Onafhankelijkheidsfront van het verzet. Allen verenigden ze zich na Wereldoorlog I achter de slogan: Nooit meer oorlog! Zij lieten op die manier de erfenis van die gruwelijke oorlog niet enkel over aan de Vlaamse rechterzijde.

Meteen is duidelijk dat de BUVV, en later Vrede vzw, een beweging was en is, en geen politieke partij. De BUVV had verschillende lokale afdelingen, die tal van acties organiseerden, waarbij de nationale en lokale betogingen georganiseerd door brede overlegplatformen het meest in het oog sprongen. Maar er waren ook fakkeltochten, petitiecampagnes, inzamelacties (zowel van geld als oude kleren), partnerschappen met vredesorganisaties in andere landen en vele infoavonden waarop de analyses van de organisatie gebracht werden aan een geïnteresseerd publiek. Precies om die eigen inzichten en opinies te communiceren gaf de BUVV vanaf 1953 een eigen tijdschrift uit met als titel 'Vrede', eerst een occasioneel gestencild blad, later een 2-maandelijks en vanaf 1956 een maandelijks gedrukt tijdschrift.

De jaren 1960

In de woelige jaren 1960 kreeg de oproep tot kernontwapening een verlengstuk in de bekende anti-atoommarsen, de voorlopers van de grote anti-kernwapenbetogingen in Europa van de jaren 1980. De toenmalige BUVV zette zich daar volop voor in en slaagder erin een breed front uit te bouwen met andere vredesorganisaties, zoals Pax Christi, sociale organisaties en verschillende politieke partijen. De zogenaamde Cubacrisis maakte in oktober 1962 immers in alle scherpte duidelijk hoe gevaarlijk het nucleaire opbod tussen West en Oost wel was tijdens de Koude Oorlog. Als antwoord op de plaatsing van Amerikaanse Jupiterraketten in Italië en Turkije werd begonnen met het vervoer en de plaatsing van Russische raketten op Cuba. Slechts jaren later werd duidelijk hoe bangelijk dicht we op 27 oktober 1962 wel bij een kernoorlog waren. Militair was de noodtoestand reeds afgekondigd, maar gelukkig wilden de Amerikaanse president Kennedy en zijn Russische ambtgenoot Chroestjov die massavernietiging niet op hun geweten hebben en besloten ze, mede onder druk van de internationale vredesbeweging, tot de wederzijdse terugtrekking van nucleaire raketten en de erkenning van de territoriale integriteit van Cuba.

De Cubacrisis is misschien het bekendste incident, maar meerdere andere historische voorvallen tonen aan hoe precair de situatie was -en is- in een tot de tanden gewapende wereld. Zo verscheen in 1983 op een scherm in het Russische militair hoofdkwartier een vals alarm dat aangaf dat 5 Amerikaanse intercontinentale Minuteman-kernraketten gelanceerd waren. Had officier Stanislav Petrov toen niet getwijfeld aan de juistheid van het alarm, dan was er 3 minuten later een wereldwijde, vernietigende kernoorlog uitgebroken.

Internationaal werden de jaren 1960 ook gekenmerkt door oplopende koloniale en neo-koloniale of imperialistische brandhaarden. Zo was er de stijgende VS-aanwezigheid in Vietnam na de Franse terugtrekking – vanuit de Amerikaanse dominotheorie dat ex-kolonies voor het communisme zouden vallen. Er ontstond een internationale solidariteitsbeweging tegen de Vietnamoorlog. Meteen wordt ook duidelijk dat de BUVV of Vrede vzw nooit een naïef pacifistische vredesbeweging is geweest. Ze koos en kiest weliswaar resoluut voor oplossingen zonder wapengekletter, dus via politieke verdragen en internationaal overleg, maar daar waar oorlogsstokers de wapens hanteren om de onafhankelijkheid, de democratie en/of de sociale strijd onmogelijk te maken, heeft de BUVV ook steeds begrip getoond voor en solidair geweest met het gewapend verzet. De organisatie betuigde zich solidair met de Vietnamese bevolking, de Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsbeweging, de Latijns-Amerikaanse bevrijdingsbewegingen, de Palestijnse strijd, de Koerdische strijd, enz.

De BUVV nam in de Vietnamese onafhankelijkheidsstrijd vlug stelling en wist daarrond ook de nieuwe anti-establishmentjongeren te verenigen achter een ruim pluralistisch platform. Aansluiting vinden bij de jongerenprotesten van eind de jaren 1960 verliep niet altijd gemakkelijk door de verschillende stijl van de oudere oorlogslachtoffers en verzetstrijders enerzijds en van de nieuwe, revolterende generatie anderzijds. Maar dankzij de raakvlakken tussen de anti-kapitalistische zoektocht van de jongeren en de maatschappelijke analyse van Vrede -die in de internationale verhoudingen en spanningen steeds de economische onderbouw onderkende samengebald in de macht van het militair-industrieel complex- werden vlug bruggen geslagen.

In die jaren kwam de legendarische André De Smet in dienst als nieuwe secretaris van de BUVV, een man die ondanks zijn streng uiterlijk en zijn communistische overtuiging bekend werd als een ruimdenkende, correcte strever naar pluralistische samenwerkingsverbanden. Het secretariaat wist hij uit te bouwen tot een goed draaiend team, mede door de inschakeling van jonge gewetensbezwaarden en stagiairs.

Op het einde van die woelige jaren 1960 boekte de wereldwijde vredesbeweging een eerste succes met de ondertekening van het Non-proliferatieverdrag (NPT) dat de verdere verspreiding van kernwapens verbood. Het verdrag stipuleerde ook dat de 5 toenmalige kernwapenstaten (de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de Sovjetunie en China - niet toevallig de 5 permanente leden van de VN-Veiligheidsraad) geen nucleaire technologieën mochten verspreiden, dat ze geen kernwapens mochten inzetten indien ze niet eerst met kernwapens werden aangevallen (de zogenaamde 'no-first-use'-clausule) en dat ze hun eigen nucleaire arsenalen zouden reduceren. Om op de bepalingen van het NPT toe te zien werd het Internationaal Atoomenergieagentschap opgericht. Vijftig jaar later blijkt in hoeverre dit Verdrag dode letter is gebleven.

De jaren 1970

De BUVV tuimelde de jaren 1970 in met een nieuw team en met de eerste verhuizing van de zetel in Gent van Onderbergen naar de Knokkestraat bij het St-Pieterstation, zodat de vertegenwoordigers van lokale afdelingen en andere bewegingen gemakkelijker de talrijke vergaderingen konden bijwonen. Om tegemoet te komen aan de nieuwe progressieve bewegingen werd in 1972 de naam van de organisatie veranderd in die van het succesrijke maandblad Vrede. Het blad kreeg in die jaren ook medewerking van een aantal jonge professoren uit de nieuwe richtingen Politieke en Sociale Wetenschappen en vooral de Polemologie, of de wetenschap van oorlog en vrede. Het was in de jaren 1970 dat de bubbel van de economische groei door de eerste crisissen en de jeugdwerkloosheid doorprikt werd. Tevens werden de eerste stenen gelegd van een toenemende verrechtsing tegen de zogenaamde “beroepsagitatoren” en van een ontluikend neoliberaal denken.

De jaren 1970 kenden voor de vredesbeweging hun toppunt in de mobilisatie tegen de steeds maar toenemende bewapeningsuitgaven – in België geconcretiseerd in de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen ter waarde van 30 miljard toenmalige Belgische frank. Deze beruchte F-16’s zijn nog steeds actief o.a. in het Midden-Oosten, en worden in de nabije toekomst vervangen door peperdure F-35's. Er werd ook geageerd tegen de invoering van het beroepsleger en ondertussen bleef het protest tegen de steeds gruwelijkere oorlog in Vietnam toenemen. De grote internationale beweging tegen deze oorlog hielp in 1975 zijn einde bewerkstelligen, met de roemloze vlucht van de Amerikanen als een dief in de nacht.

In de jaren 1970 werden door Vrede vzw hulpacties georganiseerd tegen het dodelijke apartheidsregime in Zuid-Afrika, tegen de dictaturen in Chili en andere Latijns-Amerikaanse landen en ten voordele van de Palestijnen tegen de voortdurende zionistische agressie.

Met haar niet aflatende anti-atoombetogingen kende de vredesbeweging ook een succes in de vorm van de SALT-gesprekken ('Strategic Arms Limitation Talks') die van 1969 t.e.m. 1972 in Helsinki, Wenen, Moskou en Washington doorgingen. Op 26 mei 1972 ondertekenden de respectievelijke VS en Sovjet-presidenten, Nixon en Brezjnev, het eerste SALT-Verdrag, dat een wederzijdse beperking inhield van de antiballistische raketsystemen, en een interim-verdrag over de beperking van strategische aanvalswapens. Op 18 juni 1979 ondertekenden de presidenten Brezjnev en Carter het SALT II Verdrag dat het aantal nucleaire wapens moest beperken, maar de inval van de Sovjetunie in Afghanistan 6 maanden later hield de ratificatie tegen. De moeizame ontspanningspogingen tussen de Koude Oorlogsmachten kwamen toen tot een abrupt einde. Toch werd daarvoor nog het Verdrag Biologische Wapens gesloten (1975), dat een wereldwijd verbod oplegde om bacteriologische (biologische) en toxinewapens te ontwikkelen. Voor het verbod op Chemische Wapens was het wachten tot in 1997.

De jaren 1980

De vredesbeweging kende een culminatiepunt in de jaren 1980 met de grootste betoging ooit in België. Er kwamen massaal mensen op straat tegen de plaatsing van de Amerikaanse kruisraketten in Europa en voor een gezamenlijke kernontwapening tussen West en Oost. De nieuwe technologieën en de blijvende verspreiding van kernwapens gingen in tegen het Non-proliferatieverdrag en ondermijnden het ‘no-first-use’-principe (de belofte geen kernwapens in te zetten als oorlogsmiddel, tenzij eerst aangevallen door een tegenstander die kernwapens gebruikt), wat de kans op een vernietigende kernoorlog gevaarlijk dichterbij bracht. Op 23 oktober 1983 kleurden 400.000 anti-rakettenbetogers de straten van Brussel. Op 20 maart 1985 toen de Kamer toch voor de plaatsing ervan stemde waren ze zelfs reeds ingevlogen. De breedste beweging tegen de gevaarlijke doctrine van de Koude Oorlog botste op een establishment dat geen oren had naar de wil van de meerderheid.

Vrede vzw viel toen niet enkel op als een van de belangrijkste en actiefste initiatiefnemers van het Vlaams Actiecomité tegen Atoomwapens (VAKA), maar ook voor zijn volgehouden analyse als antwoord op de campagne voor nucleaire bewapening. Vrede was ook pleitbezorger van een volksreferendum hierover, lang voor het ontstaan van de burgerbewegingen en de soepelere mogelijkheden tot referenda van vandaag.

De internationale tegenstellingen namen in die jaren 1980 steeds meer toe, vooral ook op economisch vlak, omdat het neokolonialisme evolueerde naar een agressief imperialisme op zoek naar de laagste lonen en de goedkoopste grondstoffen. Het was het decennium van VS-president Reagan en het Thatcherisme (het beleid onder de Britse premier Thatcher dat o.a. gekenmerkt werd door een verwerping van de verzorgingsstaat, van de genationaliseerde industrie en van de strikte regulering van de economie), van de privatiseringen van de sociale economie en van het ultieme geloof in de kracht van de privéwinst op steeds kortere termijn. Daarmee kwam de band tussen vrede, sociale rechtvaardigheid en basisdemocratie nu ook veel meer op de voorgrond bij Vrede. Er werd nog meer aansluiting gezocht bij de sociale bewegingen en in het maandblad kwam deze thematiek meer dan ooit aan bod.

Dankzij de massabetogingen van de jaren 1980 voelde Ronald Reagan zich in mei 1982 verplicht gesprekken aan te vatten met Sovjet-leider Michail Gorbatsjov, die ondertussen verklaard had akkoord te gaan met zelfs een eenzijdige stopzetting van de kernwapenwedloop. De zogenaamde START-gesprekken (‘Strategic Arms Reduction Treaty’)hadden de beperking van het aantal Amerikaanse en Sovjet-Russische strategische nucleaire wapens als onderwerp. Ondertussen was de nucleaire strategie van de VS echter fundamenteel gewijzigd met de installatie van kernwapens in Europa en Reagans idee-fixe van een ruimteschild over de VS (Star Wars). Desondanks vonden beide kampen elkaar op het einde van de Koude Oorlog uiteindelijk toch nog. Het START-verdrag werd ondertekend op 31 juli 1991 door Reagans opvolger Bush senior en door Gorbatsjov, en trad in werking op 5 december 1994. START I verbood de ondertekenaars meer dan 6000 kernkoppen te plaatsen op in totaal 1600 intercontinentale ballistische raketten (ICBM's) en bommenwerpers. De uiteindelijke uitvoering ervan resulteerde in 2001 in de verwijdering van ongeveer 80% van alle toen bestaande strategische kernwapens.

Michail Gorbatsjov was op het moment dat START I ondertekend werd president van een verzwakte Sovjet-Unie. Vanaf eind jaren 1980 won de middelpuntvliedende kracht richting onafhankelijke staten aan intensiteit. Vijf maanden later zou de Sovjet-Unie imploderen. Sommige onderzoekers wijzen trouwens op de dure en gevaarlijke bewapeningswedloop tijdens de Koude Oorlog als een van de oorzaken van het economische en democratische failliet van de Sovjet-Unie.

De jaren 1990

Net zoals het overzicht van de jaren 1950 in 1949 begon, begint ook het relaas van de jaren 1990 in 1989. Op 9 november van dat jaar viel immers in de grootste verwarring de Berlijnse Muur. Het was het beginpunt van een aantal snelle veranderingen in Oost-Europa die het einde betekenden van de zogenaamde Koude Oorlog.

Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie veranderde de wereld ingrijpend. In de meeste onafhankelijk geworden ex-Sovjetrepublieken voltrok zich van de ene dag op de andere een economische heroriëntering naar een oligarchisch diefstalkapitalisme. In de plaats van een bipolaire wereld van twee economische en tot de tanden gewapende supermachten komt het kapitalistisch neoliberalisme als enige overwinnaar uit de economische en ideologische strijd. Het zal agressiever dan ooit de leugen van het aards paradijs door middel van steeds groeiende winst wereldwijd uitdragen.

Het zijn de jaren waarin het imperialisme overgaat in een economische globalisering o.a. gekenmerkt door een race naar de laagste lonen. Het zijn ook de jaren waarin de ene economische crisis na de andere zich opstapelt en waarin vele regionale en interne gewapende conflicten een internationaal verlengstuk krijgen. En het zijn ten slotte de jaren waarin via geopolitieke spelletjes zonder enige scrupules de weg gezocht werd naar de beste winstvrienden. Zo veranderde de Amerikaanse hulp plots van kant in de meeste vroegere Sovjetrepublieken en in het Nabije en Midden-Oosten, van Afghanistan tot Jemen – met als opmerkelijke uitzondering eeuwige bondgenoot Israël. Tot op de dag van vandaag heeft dit gevolgen, van aanslepende conflicten tot het ontstaan van terroristische groeperingen die nu bestreden worden.

Midden 1991 hield het militair bondgenootschap van communistische landen, het Warschaupact, op te bestaan. De westerse militaire tegenhanger, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), was gereduceerd tot een erfenis van de Koude Oorlog zonder bestaansreden. De militaire alliantie besloot zichzelf echter heruit te vinden. Hoewel de eerste NAVO-top na de implosie van het socialistisch blok het einde van de Koude Oorlog officieel bevestigde, werd onmiddellijk werk gemaakt van het ontwikkelen van een zogenaamd Nieuw Strategisch Concept en de actieve uitbreiding van de alliantie met een aantal ex-communistische Oost-Europese staten. Dat de NAVO eigenlijk altijd de militaire poot van een agressieve economische alliantie geweest is, werd nu overduidelijk. Onder meer de uitbouw van snelle interventie-eenheden om zogenaamde ‘vredesmissies’ op poten te kunnen zetten tot ver buiten de NAVO-grenzen bevestigden dit. Vrede moest opnieuw haar oude slogan -’België uit de NAVO, de NAVO uit België’- bovenhalen en wees op de overbodigheid en het blijvend gevaar van een kostelijke militaire alliantie in deze nieuwe situatie. Maar de Europese landen nestelden zich stevig onder de NAVO-paraplu -België als thuisland van het NAVO-hoofdkwartier op kop, o.a. met de voortdurende inzet van de dure Belgische F-16’s.

Het leek in de nieuwe mondiale context bijna een mirakel dat de Zuid-Afrikaanse antikoloniale en anti-apartheidsstrijder Nelson Mandela op 11 februari 1990 vrijgelaten werd uit de gevangenis. Het apartheidsregime werd definitief ten grave gedragen. Dit gebeurde dankzij een niet-aflatende strijd voor democratie gekoppeld aan een onhoudbare economische situatie. Zo was er onder meer de steeds succesrijkere internationale boycotcampagne die uitgedragen werd door vele solidariteitsbewegingen in de wereld, waaronder ook Vrede vzw.

De huidige realiteit in Zuid-Afrika leert ons echter dat het vreedzaam samenleven van verschillende etnisch-culturele groepen enkel verwezenlijkt kan worden via een politiek-democratische bevrijding, maar ook een sociaaleconomische en culturele strijd is.

Voor de organisatie Vrede betekenden de jaren 1990 een periode van heroriëntering. In 1990 namen we afscheid van de legendarische André De Smet en werd de fakkel overgenomen door Georges Spriet, die tot 2000 coördinator bleef. In 1993 werd binnen het bestuur en de kernredactie een nieuwe basistekst voorbereid, die op een Algemene Vergadering in de Vooruit door een 70-tal militanten goedgekeurd werd.

In deze basistekst worden het vredesthema en de ontwapening niet enkel in verband gebracht met de veranderde sociaaleconomische internationale tegenstellingen, maar voor het eerst ook met milieu en migratie. Vrede hanteert vandaag nog altijd dezelfde basistekst. De inhoud werd in de loop der jaren alleen maar bevestigd door de doorgedreven globalisering en blijkt nog steeds zeer actueel. Al zijn de factoren milieu en migratie met de dreigende klimaatsverandering en de grotere migratie- en vluchtelingengolven zwaarder gaan doorwegen.

Midden de jaren 1990 werd een opmerkelijke verjonging doorgevoerd met de komst Ludo De Brabander, die ondertussen alom bekend staat als de woordvoerder van Vrede vzw.

De jaren 2000

En zo zijn we in de jaren 2000 aanbeland. Op organisatorisch vlak ging de coördinator van Vrede vzw Georges Spriet in 2010 op pensioen. Hij werd opgevolgd door de jonge Pieter Teirlinck. Het zijn de jaren waarin Vrede nog maar eens verhuisde, eerst naar de Filips van Arteveldestraat en daarna uiteindelijk naar de gerenoveerde oude ACEC-site op Dok Noord.

Internationaal verscherpten de gebeurtenissen in de jaren 2000 het ontstaan van een multipolaire globalisering, het transformationele karakter van de technologische en digitale evoluties, en de toegenomen mondiale spanningen.

Het nieuwe millennium werd ingezet met de historische terroristische aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten. De beelden van de instortende WTC-torens in New York, nadat er zich twee vliegtuigen hadden ingeboord, staan bij velen op het netvlies gebrand. De Amerikaanse president George W. Bush antwoordde door de oorlog te verklaren aan het mondiale terrorisme en kondigde aan dat er geen onderscheid zou gemaakt worden tussen terroristen en de landen die hen herbergen. Een tijdperk van geïnternationaliseerde vergeldingsoorlogen werd ingezet. Afghanistan was het eerste doelwit. Nachtelijke VS-bombardementen op Bagdad in maart 2003 luidden de Irakoorlog in. Voor de vredesbeweging was het duidelijk dat die oorlog eigenlijk om de rijke olievelden ging en niet om Saddam Hoesseins vermeende massavernietigingswapens die achteraf imaginair bleken te zijn. De invasie en bezetting van Irak -ondanks massaal wereldwijd protest in de aanloop ervan- leidde tot een onstabiele conflictsituatie die tot op de dag van vandaag voor gevaarlijke spanningen in de hele regio zorgt. De talrijke oorlogen tegen het terrorisme, in het Midden-Oosten, Afrika en elders, blijken nooit enkel te herleiden tot (al dan niet) fundamentalistische religieuze conflicten. Het geopolitieke schaakbord in een multipolaire wereld maken ze ook steeds internationaler. De NAVO schakelde zich volledig in in de westerse machtspolitiek. Ook België droeg zijn steentje bij. Van de 59 Belgische F-16’s met als thuisbasissen Kleine Brogel en Florennes worden er 48 uitbesteed aan de NAVO.

De maskers van het politioneel misleidend geblaat over internationale vredesmissies en humanitaire interventies door de NAVO vielen geleidelijk af. Er werd duidelijk geopteerd voor kortetermijnwinst door het veroveren van invloedszones die economische afzetgebieden en lageloonlanden omvatten, alsook door de controle over grondstoffen te verwerven, niet enkel van olie maar ook van bijvoorbeeld kobalt, nikkel en diamant. Opkomende economische machten zoals China en Rusland begonnen stilaan beschouwd te worden als de nieuwe rivalen. De bipolaire ideologische tegenstellingen van Oost versus West, geraakten vervangen door een groeiende kloof tussen de internationale zeer rijke bovenlagen enerzijds en de gewone en verarmende bevolking anderzijds. Met de wereldwijde financiële en economische crisis van 2008 vielen de maskers volledig af. Wie op het einde van de maand zijn rekening consulteert, weet welke realiteit er achter de economische ongelijkheidsgrafieken van Thomas Piketty, Branco Milanovic (van de beroemde olifantcurve) en Joseph Stiglitz leeft. Dat was ook voor Vrede duidelijk.

Vrede beschouwt het agressief militair-industrieel complex, met als beste afnemer de NAVO, als een belangrijke medeoorzaak van een veelvoud aan aanslepende regionale conflicten. De wereldwijde militaire uitgaven bleven stijgen tijdens de jaren 2000 en de NAVO werd alsmaar gevaarlijker en duurder. Het beste antwoord op de voor Europa oplopende kostenverschuiving is kort en duidelijk voor Vrede: een ontbinding van de NAVO. Het valt te betreuren, maar het is anderzijds veelbetekenend, dat zowel Vrede als de NAVO hun 70-jarig bestaan moeten vieren in hetzelfde jaar.

Volgens de vredesbeweging bestaat de enige uitweg erin zich enerzijds te verzetten tegen de oplopende bewapeningsuitgaven en anderzijds op te komen voor een algemene gecontroleerde ontwapening van massavernietigingswapens. De meerderheid van de landen, de zogenaamde ontwikkelingslanden in de eerste plaats, werden leeggeroofd en meegesleurd in de harde economische en technologische concurrentiestrijd om de opeenstapelende crisissen tevergeefs het hoofd te bieden. De solidariteit met de ontvoogding van die landen bleef daarom een vaste actielijn voor Vrede.

Jongste decennium

Dertig jaar na de val van de Berlijnse Muur worden er opnieuw muren gebouwd, zowel in de VS en Europa -continenten die zichzelf al lang en nog steeds voordoen als de meest beschaafde- als in het Midden-Oosten. En dan hebben we het nog niet over de muren die duistere figuren bewust en succesvoller dan we denken, in onze hoofden bouwen via xenofobie, indoctrinatie en bangmakerij.

Dertig jaar na de invoering van het Non-proliferatieverdrag worden bij alle wapenbeheersings- en dito ontwapeningsverdragen publiekelijk vraagtekens gesteld en trekken rechtse leiders zoals de huidige VS-president Trump en zijn Turkse collega Erdoğan hun landen zelfs terug uit dergelijke akkoorden. Voor deze en andere populistische leiders, die op de sociale media scoren met onwetenschappelijke toogpraat, zijn alle internationale akkoorden, in deze tijd van doorgeslagen internationaal winstbejag, als vodjes papier – of het nu vredesakkoorden, non-proliferatie- of wapenbeheersingsverdragen, handelsakkoorden of internationale VN-resoluties betreft, om maar te zwijgen over klimaatakkoorden. De recente verklaring van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Pompeo, dat de Israëlische nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever niet in strijd zouden zijn met het internationaal recht, fungeert hier als klap op de vuurpijl. Het zou me niet verwonderen als Trump zich straks volledig terugtrekt uit de Verenigde Naties, een intergouvernementele organisatie die hij trouwens samen met zijn autocratische trawanten aan het droogleggen is. Meteen wordt nogmaals de band duidelijk tussen oorlogen en conflicten, hun economische onderbouw en de klimaatverandering.

De bewapeningswedloop raasde de afgelopen jaren aan volle snelheid door. Defensiebudgetten worden groter en militaire uitgaven stijgen. Getuige daarvan de Belgische aankoop van F-35’s, de nieuwe gevechtsvliegtuigen die de verouderde F-16 vloot moeten vervangen en de capaciteit hebben om gemoderniseerde kernwapens af te leveren, aan de waanzinnige prijs van 4 miljard euro –bijna 6 keer meer dan de 30 miljard Belgische frank voor de F-16’s waartegen in de jaren 1970 zo massaal gedemonstreerd werd. (Officieel is de volledige kostprijs voor aankoop, onderhoud en inzet geraamd op 12,5 miljard euro voor de volledige levensduur van de gevechtsvliegtuigen. De uiteindelijke kostprijs zou nog een pak hoger kunnen uitdraaien.) Kernwapenarsenalen worden ondertussen overal ter wereld gretig geüpdatet. Volgens de huidige plannen zal de VS de komende 30 jaar bijvoorbeeld 100.000 dollar per minuut uitgeven om zijn nucleair arsenaal te vernieuwen! Kernwapens worden met behulp van hoogtechnologische ontwikkelingen compacter, doeltreffender en inzetbaarder. Daarnaast is er de ontwikkeling van autonome wapens of ‘killer robots’, die met de hulp van artificiële intelligentie beslissen over leven en dood zonder enige menselijke interventie. En dan hebben we het nog niet over de ontwikkeling van hypersonische (5 x sneller dan het geluid) wapensystemen, de cyberoorlogsvoering en de militarisering van de ruimte die inalle stilte voorgezet wordt.

Gelukkig is er nog altijd de internationale vredesbeweging. Die heeft al lang ingezien dat de enige stap vooruit inzake kernwapens een algeheel verbod is. Dankzij de inspanningen van de internationale campagneorganisatie ‘International Campaign to Abolish Nuclear Weapons’ (ICAN), waar ook Vrede lid van is, werd op 7 juli 2017 eindelijk een dergelijk verdrag gerealiseerd. Het Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens werd op die datum in de VN goedgekeurd door 122 landen. ICAN mocht het jaar daarop de Nobelprijs voor de Vrede ontvangen. Inmiddels hebben 70 landen het verdrag officieel ondertekend en 23 van die landen hebben het ook al geratificeerd. Het verbod treedt in werking op het moment dat 50 landen het geratificeerd hebben. (Op 13 juni 2020 hebben al 38 landen het kernverbod geratificeerd). Steden als Washington D.C., Berlijn, Parijs en Sydney hebben de ‘Cities Appeal’van ICAN ondertekend, een campagne waarin steden hun regeringen oproepen om zich aan te sluiten bij het kernverbod. De NAVO-lidstaten, waaronder België, weigeren dit vooralsnog. In de 4 Europese NAVO-lidstaten die Amerikaanse kernwapens op hun bodem herbergen -België, Nederland, Duitsland en Italië- blijkt uit onderzoek nochtans dat een grote meerderheid van de bevolking tegen deze kernwapens is en voor een aansluiting bij het kernwapenverbod.

Slot

De vredesbeweging staat vandaag voor veel nieuwe uitdagingen. De algemene vergadering van Vrede vzw besloot om de organisatie vanaf 2020 om te vormen naar een ledenbeweging en in de zomer van 2020 te stoppen met de publicatie van het gedrukte tijdschrift Vrede, na een indrukwekkende 62 jaargangen en meer dan 450 nummers. Er zal dan meer ingezet kunnen worden op digitale informatie, o.a. via de sociale media, en er worden ook opnieuw gedrukte boeken en dossiers beloofd.

Dat zal ongetwijfeld geen gemakkelijke operatie zijn. Het is te hopen dat deze modernisering niet enkel een verjonging en een stijging van het aantal vredesmilitanten oplevert, maar ook bredere coalities in de acties én een beter inzicht in de internationale sociaal-economische en politieke achtergronden van vrede en oorlog, bewapening en defensie, nationale onafhankelijke zelfbeschikking, de sociale strijd voor gelijkheid van alle mensen, inclusief álle vluchtelingen, en last but not least milieu en klimaat – samengevat een beweging voor vrede en leven op de planeet Aarde én in de ruimte. De tijd is er rijp voor. Allerlei bewegingen staan klaar. Daarin mag Vrede vzw zijn eigen stem en inzicht niet verwaarlozen. Het is daarom wellicht noodzakelijk om een nieuwe basistekst te schrijven waarin zowel de oude als nieuwe leden, militanten en vrijwilligers zich kunnen terugvinden. We mogen immers fier zijn op 70 jaar Vrede en hebben alle redenen om dit vanavond te vieren. Omdat niets belangrijker is dan Vrede.

Dank u wel!

 

 

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by