Artikel
Soetkin Van Muylem
Printvriendelijke versie
Azerbeidzjan, het dictatoriale vriendje van Europa
Foto: Abbaszade656

Azerbeidzjan, het dictatoriale vriendje van Europa

Op 9 oktober 2013 waren er verkiezingen in de ex-Sovjetstaat Azerbeidzjan. Iedereen wist dat de sinds 2003 zittende president Ilham Aliyev met de overwinning zou gaan lopen, alleen was het even afwachten met welke verpletterende score. Uiteindelijk werd aangekondigd dat Aliyev 84,5% van de uitgebrachte stemmen had gekregen. De eeuwige oppositiekandidaat Jamil Hasanli moest het met 5,5% van de stemmen doen. De verkiezingen werden ontsierd door onregelmatigheden en electorale fraude, dus de resultaten waren niet verrassend. Wel verrassend was de totale afwezigheid van kritiek vanwege de EU.  

De OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) bekritiseerde het  verkiezingsproces in Azerbeidzjan wel. Een observatiemissie concludeerde dat de verkiezingen “ondermijnd werden door het gebrek aan vrijheid van meningsuiting, van vergadering en van vereniging”. De voorzitter van de OVSE-missie stelde dat de leden getuige waren van intimidatie en zelfs fysieke aanvallen op lokale journalisten in de aanloop naar de verkiezingen. De media in Azerbeidzjan zijn bijna volledig in handen van de president en in de maanden die aan de verkiezingen voorafgingen werd de repressie tegen activisten en kritische journalisten extra opgedreven. Volgens een rapport van Human Rights Watch (HRW), uitgegeven begin september 2013, hadden de Azerbeidzjaanse autoriteiten in de 18 maanden voordien tientallen mensen gearresteerd op basis van gefabriceerde beschuldigingen. Anti-regeringsdemonstraties werden met geweld uiteen gedreven en er werden nog strengere wetten aangenomen om de vrijheid van meningsuiting in te perken. Dissidenten werden systematisch vervolgd. "De autoriteiten gebruiken een waaier aan verzonnen beschuldigingen, waaronder drugsmisdrijven, het bezit van wapens, hooliganisme, aanstokerij en landverraad om critici op te sluiten”, aldus HRW. In de maand voor de verkiezingen zaten er meer dan 50 politieke gevangenen opgesloten, waaronder 7 journalisten en de presidentskandidaat van de oppositiebeweging Republikeins Alternatief (ReAl), Ilqar Mammadov. In de periode die het HRW-rapport onderzocht, werden de boetes voor niet-toegestane protestacties 100 maal duurder en werd de maximum gevangenisstraf voor het verstoren van de openbare orde opgetrokken van 15 jaar naar 60 jaar. In juni werd 'laster verspreiden via het internet' een criminele misdaad, strafbaar met opsluiting. Volgens HRW proberen de autoriteiten op die manier de jongere generatie activisten te viseren die actief is op de sociale netwerk sites en blogs. Het bestrijden van deze online-activisten is niet nieuw. De afgelopen 5 jaar zijn er al verschillende rechtszaken geweest tegen mensen die zich online kritisch uitlieten over het Aliyev-regime. Ze werden meestal aangeklaagd wegens hooliganisme of een andere misdaad. Met de nieuwe wetgeving zullen er geen dekmantelverhaaltjes meer nodig zijn, vermits online-activisme nu gewoon zelf strafbaar is. 

Stijgende repressie

De oppositie het zwijgen opleggen en straffen is zeker geen nieuwigheid in Azerbeidzjan. In de maanden voorafgaand aan de verkiezingen steeg het aantal arrestaties echter zienderogen. Maar de trend van het alsmaar strenger aanpakken van eender welke oppositie werd eigenlijk al ingezet na het Eurovisiesongfestival, dat doorging in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe in mei 2012. De Azerbeidzjaanse activisten profiteerden toen, net als de internationale mensenrechtenorganisaties, van de enorme media-aandacht voor dit evenement om een aantal van hun grieven te delen met de rest van de wereld. Deze tactiek was tot op zekere hoogte doeltreffend want voor een zeer korte periode waren alle grote mediakanalen opeens intens geïnteresseerd in alles wat met Azerbeidzjan te maken had. Buitenlandse journalisten verbonden aan nieuwszenders zoals CNN en BBC of grote Europese kranten zoals Der Spiegel en The Independent, stonden opeens aan te schuiven om mensen te interviewen die in Azerbeidzjan actief zijn rond mensen- en burgerrechten. Maar deze overwinning van de democratische oppositie was van korte duur en kwam ze duur te staan. Toen alle internationale camera's weer uit Bakoe weggetrokken waren, volgde de wraak van het regime. President Ilham Aliyev en zijn hooggeplaatste medestanders bestempelden de activisten die zich in het kader van het Eurovisiesongfestival kritisch hadden uitgelaten over het beleid, als “anti-nationale krachten” en “verraders”. Een adviseur van de president riep de bevolking zelfs op om deze verraders “te onderwerpen aan publieke haat”. De mensenrechtenadvocaat Bakhtiyar Mammadov, die de families vertegenwoordigde die met geweld verdreven waren van de locatie waar de nieuwe Eurovisiesongfestival-zaal nu staat, werd veroordeeld tot 8 jaar gevangenis. Officieel luidde de aanklacht 'afpersing', maar het lijdt geen twijfel dat dit een politiek gemotiveerd proces was. Vanaf de zomer van 2012 werd elke vorm van oppositie extra hard aangepakt. In oktober 2012 werden 200 moslims die voor het Ministerie van Onderwijs protesteerden tegen het hoofddoekenverbod op middelbare scholen, hardhandig aangepakt. 72 van de demonstranten werden opgepakt en 6 maanden later zaten ze nog altijd opgesloten. In januari 2013 ramde de dronken zoon van de minister van Arbeid met zijn SUV een taxi in de stad Ismayilli, ten westen van Bakoe. Hij stapte vervolgens uit en sloeg de taxi-chauffeur in elkaar. De plaatselijke bevolking reageerde door zijn truck in brand te steken, samen met nog een aantal andere wagens en hotels die tot dezelfde familie behoren. Salvo's traangas vulden de straten terwijl de gemilitariseerde politie binnen marcheerde. De noodtoestand werd uitgeroepen in de stad en de omringende regio's. Cafés werden gesloten en het internet werd gecensureerd. De troepen bleven meer dan een maand ter plaatse bij wijze van machtsvertoon. Het regime, dat als de dood is voor verandering, grijpt alsmaar meer terug naar geweld.

Electorale fraude?

In zo'n gecontroleerd politiek en maatschappelijk systeem stond het al lang op voorhand vast dat de 51-jarige Aliyev voor de derde opeenvolgende keer verkozen zou worden tot president. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen werd het zekere voor het onzekere genomen en zouden er met de verkiezingen zelf ook geknoeid zijn. Zo werden de officiële verkiezingsresultaten via een mobiele telefoon-app al vrijgegeven door de Centrale Verkiezingscommissie van de regering, een dag voor de stembussen effectief opengingen. De zittende president Aliyev had het volgens deze 'resultaten' gehaald met 72,38% van de stemmen. De uitslag werd kort daarna weer ingetrokken met de officiële uitleg dat de ontwikkelaars van de app hun programma uitgetest hadden met de verkiezingsresultaten van 2008 en die per ongeluk online gezet hadden. Een zeer merkwaardige uitleg want de gegevens kwamen niet eens overeen met de stempercentages van 2008. Bovendien werd er verwezen naar de namen van de verkiezingskandidaten van 2013, niet die van 2008. Maar zelfs dit opvallend incident kon de EU geen officiële kritiek op het verloop van de afgelopen Azerbeidzjaanse verkiezingen ontlokken. Integendeel, een delegatie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa liet zelfs het volgende optekenen: “over het algemeen hebben we op de dag van de verkiezingen een vrij, eerlijk en transparant electoraal proces kunnen observeren”. Aliyev's regering staat volgens Transparency International nochtans genoteerd als een van de meest corrupte staten ter wereld. Maar hoe komt het nu dat de EU -dat doorgaans op de eerste rij staat om het democratisch deficit van andere landen aan te wijzen- zich gehuld heeft in stilzwijgen over de Azerbeidzjaanse presidentsverkiezingen?

Europese hoop

Het antwoord hoeft men niet te ver te zoeken? Het heeft alles te maken met Azerbeidzjans geostrategisch belang en vooral met zijn cruciale energievoorraden. Het land aan de Kaspische Zee wordt volop het hof gemaakt door Europa omdat het een alternatief vormt voor Rusland bij het bevoorraden van de Europese landen van olie en gas. Aliyev gebruikt zijn gegeerde fossiele brandstoffen dus om Europa's stilzwijgen af te dwingen. Het Shah Deniz gasveld is het grootste aargdasreserve voor de Azerbeidzjaanse kust. Het is ongeveer 860 km² en wordt geëxploiteerd door de olie- en gasmultinational BP, die er volop boort naar gasbronnen. Bedrijven en beleidsmakers in Londen en Brussel lonken begerig naar deze bronnen en zijn momenteel bezig met het verzamelen van de akkoorden en de financiën die nodig zijn voor de constructie van een pijpleiding-netwerk van de Kaspische Zee tot in Centraal-Europa. Het voorgestelde pijplijn-traject zou het in Shaz Deniz ontginde gas eerst vanuit de BP-terminal in Sangachal (45 km ten zuiden van Bakoe) in westelijke richting sturen, Azerbeidzjan en Georgië doorkruisend. Dit is mogelijk via een capaciteitsuitbreiding van de reeds bestaande Zuid-Kaukasus pijpleiding. Daarna zou het gas via de geplande Trans-Anatolische pijpleiding over de hele lengte van Turkije gepompt moeten worden naar de grens met Griekenland. Van daaruit zou de geplande Trans-Adriatische Pijplijn -het finale deel van het traject- het gas via Griekenland en Albanië tot in Italië moeten brengen. Terwijl elk segment van dit traject een andere naam heeft, vormen ze samen in werkelijkheid één mega-pijpleiding. Het hele project maakt deel uit van het 'Southern Gas Corridor'-initiatief van de Europese Commissie, een initiatief dat de energieveiligheid moet vergroten en de gasaanvoer diversifiëren in verschillende Europese landen. Geen wonder dat de Europese instituties tot veel bereid zijn om dit project te laten doorgaan – zo ook het door de vingers zien van mensen- en burgerrechtenschendingen en electorale fraude. Europa is bereid zijn gewicht in de schaal te werpen om het mega-pijpleiding-project ook te doen uitbreiden naar Turkmenistan, Irak en Iran, waardoor gasvelden in Centraal-Azië en het Midden-Oosten rechtstreeks aangesloten zouden worden op het Europese net. 

Contract van de eeuw

Het geplande pijpleidingennet zoals het nu op tafel ligt, zou vernietigende gevolgen hebben voor het milieu. Tegen 2048 zou het 1100 miljoen ton extra CO2 in de atmosfeer pompen – dat is het equivalent van de totale uitstoot gedurende 2,5 jaar van 5 landen die de megapijpleiding zou doorkruisen: Azerbeidzjan, Georgië, Turkije, Griekenland en Albanië. Bovendien ondermijnt het hele project rechtstreeks alle inspanningen van de Azerbeidzjaanse oppositie om de oliedictator Ilham Aliyev omver te werpen. Want waar zou hij staan zonder al het geld van BP en de andere olie- en gasbedrijven? Ilham Aliyev behoort tot de tweede generatie van een familie die zich de afgelopen 2 decennia aan de macht heeft vastgeklampt via een combinatie van frauduleuze verkiezingen, het arresteren van oppositiekandidaten, het afranselen van demonstranten en het beknotten van de mediavrijheid. Ilham’s vader, Heydar Aliyev, werd president in 1993 na een militaire staatsgreep. Voordien stond hij van 1969 tot 1982 aan het hoofd van de Sovjet-republiek Azerbeidzjan. In 1982 werd hij gepromoveerd tot lid van het Politbureau (uitvoerend orgaan van de Communistische Partij) in Moskou -de hoogste positie ooit bereikt door iemand afkomstig van een moslimnatie in de Sovjetunie. Maar in 1987, toen Michael Gorbachev de nieuwe Sovjet-president werd, viel Heydar Ayilev in ongenade. Hij werd gedwongen om zijn ontslag in te dienen wegens frauduleuze praktijken. Terwijl hij zijn tijd afwachtte, bleef hij echter een grote politieke invloed uitoefenen in Azerbeidzjan. Nadat hij in 1993 opnieuw opgedoken was op het nationale politieke toneel als 3de president van het onafhankelijke Azerbeidzjan, werd zijn heerschappij gefaciliteerd door de ondertekening van 'het contract van de eeuw' in 1994. Het contract bracht 11 grote bedrijven -waaronder het Britse BP, Het Amerikaanse Amoco, het Russische Lukoil en het staatsoliebedrijf van de Azerbeidzjaanse republiek- samen in een consortium dat olie zou extraheren uit de Kaspische Zee. Het geld dat hiermee verdiend werd, leverde deze bedrijven niet alleen gigantische winsten op, maar bezorgde ook een enorme rijkdom en belangrijke overzeese bondgenoten aan de Aliyev-familie. Heydar Aliyev zag zich in 2003 verplicht om zich terug te trekken als presidentskandidaat omwille van gezondheidsproblemen. Zijn zoon nam echter zijn plaats in en won. Deze verkiezingen werden algemeen als frauduleus erkend. 

Olie is macht

De Aliyev-familie is rijk geworden dankzij bedrijven zoals BP, en het resultaat is veel macht. De olie-inkomsten van het land zorgen er voor dat het Aliyev-regime niet afhankelijk is van belastingen van de bevolking. Er is dus maar weinig stimulans om aandacht te schenken aan de belangen en de stemmen van de burgers. Eigenlijk is het de bedoeling dat het geld afkomstig van de olie-industrie gecontroleerd wordt door het Staatsoliefonds van Azerbeidzjan (SOFAZ). Deze staatsinstelling werd in 1999 opgericht om de Azerbeidzjaanse economie net minder afhankelijk te maken van olie-inkomsten, en om er voor te zorgen dat de olie-rijkdom herverdeeld geraakt over de bevolking en intact blijft voor de volgende generaties. In werkelijkheid werd een groot deel van de inkomsten in constructie gepompt. Arriveer 's nachts in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe en het lijkt wel een van de meest weelderige plaatsen in de wereld. Op de weg van de Internationale Luchthaven Heydar Aliyev, passeer je een waas van licht en kleuren. Een wandelingetje overdag onthult een heel ander beeld van de stad. De rijkdom is nog altijd duidelijk zichtbaar. Zo zijn er futuristische wolkenkrabbers en exclusieve winkelstraten gevuld met ontelbare designer winkels, maar als je een zijstraatje inslaat is het alsof je in de backstage van een filmset beland bent. Stof en brokstukken zijn overal aanwezig: volledige gebouwen worden afgebroken en de overschotten liggen verspreid over de straten. Bakoe is een stad waar permanent gebouwd wordt. Een aantal Azerbeidzjaanse journalisten achterhaalden wie deze permanente bouwwerf precies ten goede komt. Onderzoeksjournaliste Khadija Ismayilova kon heel wat van de constructieprojecten rechtstreeks linken aan de president en zijn familie. De Ayilev's streken bijvoorbeeld een grote som geld op bij de constructie van de 'Baku Crystal Hall' (de enorme zaal waarin het Eurovisiesongfestival van 2012 plaats vond) en bij de aanleg van het nabijgelegen Staatsvlagplein, dat 38 miljoen dollar kostte en waarop zich een vlaggenstok van 162 meter hoog bevindt. Tweederde van de kosten van het plein kwam van het reservefonds van het staatshoofd en de rest van het staatsbudget van 2011, maar het waren bedrijven gelieerd aan Ilham Aliyev die de winsten opstreken. De lijst van bedrijven en ondernemingen die banden hebben met de familie Aliyev is indrukwekkend. Ze bevat onder meer telecombedrijven, goudmijnen en een energie-infrastructuurbedrijf. Volgens de Washington Post bezitten de 2 dochters van Aliyev samen een vastgoedportefeuille van ongeveer 60 miljoen euro met o.a. eigendommen in Dubai, Parijs en Londen. Het is in Azerbeidzjan blijkbaar heel gebruikelijk dat grote infrastructuurprojecten, gefinancierd met overheidsgeld van olie-inkomsten, verdeeld worden onder bedrijven die toebehoren tot hooggeplaatste staatsfunctionarissen, waaronder de president zelf. Naar aanleiding van Ismayilova's onderzoek werden in juni 2012 nieuwe wetten ingevoerd die er voor zorgen dat de namen van eigenaars en aandeelhouders van bedrijven voortaan geheim blijven. Bezittingen worden bovendien sowieso vaak in het buitenland geregistreerd. Het afleggen van publieke verantwoording is dus ondenkbaar en onmogelijk gemaakt.   

Ismayilova

Journaliste Khadija Ismayilova’s aandeel in het blootleggen van de persoonlijke winsten gemaakt door Aliyev's familie, heeft ertoe geleid dat ze bedreigd werd. In maart 2012, middenin haar onderzoek, werden snapshots van een tape naar haar opgestuurd waarop te zien was hoe ze seks had met haar partner. De camera moet verborgen geweest zijn in haar eigen appartement. In de begeleidende brief werd er mee gedreigd de tape openbaar te maken als ze haar onderzoek niet staakte. Ze weigerde zich te laten chanteren en de tape werd vervolgens op het internet gezet. Daarop volgde een zwartmaakcampagne en werd ze regelmatig geïntimideerd door overheidsambtenaren op publieke evenementen. Er werd wel een officieel onderzoek geopend naar de chantage, maar ondertussen werd een andere tape met gelijkaardige beelden van Khadija en haar partner gepubliceerd op een andere website (26 juli 2013). Deze keer werd de tape begeleid van commentaar van de dissidente schrijver Emin Milli die zogezegd stelde dat de video's van Khadija Ismayilova ernstige schade toegebracht hadden aan de democratische beweging. Emin Milli ontkende echter met klem dat hij deze verklaring had afgelegd. Terwijl de autoriteiten haar probeerden te bestempelen als een 'losse vrouw' -omdat ze seks heeft zonder getrouwd te zijn- had deze lastercampagne een averechtse uitwerking. “De maatschappij bleek liberaler te zijn dan de regering en ik kreeg heel wat steunbetuigingen, niet alleen vanuit de liberale segmenten van de maatschappij, maar ook van de islamitische partijen, omdat zij eveneens in een strijd verwikkeld zijn met de overheid. Ze maanden me dus aan om door te zetten”, stelt Khadija Ismayilova zelf. Haar verhaal is alleen maar uitzonderlijk omdat ze niet in de gevangenis, het hospitaal of zelfs het mortuarium belandde. Eynulla Fatullayev, o.a. hoofdredacteur van een wekelijkse onafhankelijke publicatie waarin hij zich kritisch uitliet over Aliyev's beleid, werd bijvoorbeeld 4 jaar achter de tralies gezet (2007-2011). En de oprichter en redacteur van het wekelijkse kritische nieuwsmagazine Monitor, Elmar Huseynov, werd in 2005 simpelweg neergekogeld in zijn appartementsgebouw. Hij had bedreigingen ontvangen omwille van zijn opiniestukken en veel mensen in Azerbeidzjan geloven dat hij daarom vermoord is.  

Verzet

Ondanks alle repressie krijgt het regime niet alle verzetshaarden geblust. Veel Azerbeidzjanen zijn woedend omdat ze vinden dat het geld van de olie-inkomsten verspild wordt. Het centrum van Bakoe mag dan protserig zijn, de meeste burgers van het land moeten grote sommen betalen om basisdiensten zoals gezondheidszorg te verkrijgen. Een groot deel van de Azerbeidzjaanse basisinfrastructuur moet dringend opgelapt worden. Er heerst ongenoegen bij grote delen van de bevolking. Tegelijkertijd is de stemming in Bakoe er één van verwachting. De mensen daar hebben het over 'wanneer' Aliyev weg zal zijn, in plaats van 'indien'. De Aliyev-familie van de macht verdrijven zal echter een aartsmoeilijk proces zijn. Een strijd die nog moeilijker gemaakt wordt door de acties van de bondgenoten van Azerbeidzjan in het Westen. Tijdens een recente trip naar Brussel, beloofde Aliyev 2 biljoen m³ Azerbeidzjaans gas aan Europa. De voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso verklaarde over hetzelfde bezoek dat hij “een zeer goed gesprek” had met president Aliyev. Verder prees hij Azerbeidzjan voor de vooruitgang die het geboekt heeft wat de democratie en de mensenrechten betreft. Het ziet er naar uit dat het vooruitzicht op olie- en gas met succes gebruikt wordt om Europa de mond te snoeren.  

 

Dit artikel verscheen in ons tijdschrift 'VREDE - Tijdschrift voor internationale politiek' Blijf op de hoogte en abonneer u hier!

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by