Kris Berwouts
Printvriendelijke versie

Barst de spiegel in Rwanda?

Sinds het einde van de genocide in juli 1994 heeft de Rwandese president Paul Kagame zijn land en de regio grondig veranderd. Kagame werd als militaire leider van het zegevierend rebellenleger van het RPF (het Rwandees Patriottisch Front dat ontstaan was in de vluchtelingenkampen van Rwandese Tutsi op Ugandese bodem en in 1990 met de steun van Museveni Rwanda was binnengevallen) onmiddellijk de sterke man van het land, ook al werd de Hutu Pasteur Bizimungu tot president benoemd en bleef Kagame relatief op de achtergrond als minister van Defensie. Pas in 2000 werd Bizimungu opzij geschoven en opgevolgd door Kagame. Ondertussen waren de nieuwe bewindslieden er in verbazend korte tijd in geslaagd de staat te herstellen. Met massale steun van de internationale partners, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk voorop, ging de rehabilitatie van Rwanda snel vooruit.

Dubbel prijskaartje

Daar hing een dubbel prijskaartje aan. Ten eerste ging dit herstel gepaard met een ijzeren greep van het nieuwe regime op de samenleving. Op efficiënte wijze werd elke ruimte voor dissidente of zelfs maar alternatieve visies gesloten. Rwanda evolueerde snel naar een de facto eenpartijstaat. Enkele onbetekenende satellietpartijtjes clusterden samen rond het RPF om de schijn van een meerpartijenstelsel op te houden, maar echte oppositie werd niet gedoogd. Pers en civiele maatschappij werden kort aan de lijn gehouden en gingen zich snel verfijnen in de nobele kunst van de zelfcensuur. Rwanda werd uiteindelijk een autoritaire staat met een controle-obsessie waar men erg ver in ging. 

Het tweede prijskaartje werd betaald door het toenmalige Zaïre. Rwanda ging zijn problemen exporteren. In 1996 wilden Rwanda en Uganda de gewapende oppositie die van op Zaïrese bodem actief was, ontmantelen. Daarbij brachten ze een dynamiek op gang die het uitgeholde imperium van de Zaïrese president Mobutu van de kaart veegde. Hiervoor hadden Kagame en de Ugandese president Museveni, Laurent-Désiré Kabila uit de coulissen gehaald. Deze vroegere medestander van de Congolese revolutionairen Lumumba en Mulele was nooit verslagen en hij moest de militaire campagne vanuit de buurlanden een Congolees gezicht geven. In mei 1997 volgde hij Mobutu op en gaf Congo zijn naam terug. Toen hij minder manipuleerbaar bleek dan gehoopt, wilden Uganda en Rwanda de oefening nog eens dunnetjes overdoen, naar Kinshasa oprukken en iemand anders op de troon zetten. Kabila slaagde er echter in om zijn bondgenoten te mobiliseren, vooral Zimbabwe en Angola, en wat nadien volgde staat geboekstaafd als de Eerste Afrikaanse Wereldoorlog. Congo werd een lappendeken waarbij de regering de controle over grote delen van het land moest afstaan aan door Rwanda en Uganda gesteunde rebellengroepen. De gevolgen waren zeer zwaar, vooral voor het oosten van het land. De cultuur van geweld evolueerde naar een toestand van totale straffeloosheid en de informele economie werd helemaal gemilitariseerd. De parallelle ontginning van de grondstoffen die door Mobutu was georganiseerd ter verrijking van zichzelf en zijn directe omgeving, werd afgeleid naar Kigali en Kampala. De controle over mijnen en de handelsroutes werd al gauw de inzet van extreem geweld tussen de verschillende gewapende partijen op het terrein. Sinds het uitbreken van de oorlog in 1998 wordt het aantal Congolezen dat direct of indirect aan de gevolgen van de oorlog stierf, geschat op meer dan zes miljoen.

Singapore in the Heart of Darkness

Dit alles verhinderde niet dat Rwanda ondertussen erg goed scoorde bij een deel van de internationale publieke opinie. Sommige bilaterale partners en multilaterale instellingen als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds gingen het land beschouwen als de beste leerling van het Afrikaanse klasje. Het bleef belangrijke sommen ontwikkelingsgeld aantrekken, en boekte daar ook zichtbare vooruitgang mee. Kagame werd de incarnatie van een nieuw Afrikaans leiderschap, een rolmodel, een imago dat eerder al werd toegedicht aan mensen als Mugabe in Zimbabwe en Museveni in Uganda. Rwanda zou wel eens de economische tijger van de regio kunnen worden, een soort Singapore in Centraal-Afrika.

In 2003 sloot Rwanda de transitieperiode af: het RPF had de oorlog gewonnen en de staat hersteld. Men wilde dit met heuse verkiezingen consolideren. Met de ijzeren schroef van het regime op pers en samenleving reed men een foutloze rit. De verkiezingen werden glansrijk gewonnen door het regime en consolideerden de RPF-staat. Ook de satellietpartijtjes waarvan eerder sprake behielden hun bescheiden rol en bleven deel uitmaken van het establishment.

Gerechtigheid

De rechtspraak begon in diezelfde jaren erg belangrijk te worden. Na de genocide van 1994 waren zo’n 120.000 mensen voor misdaden tegen de menselijkheid en/of genocide opgesloten. Velen waren willekeurig opgepakt, hadden nooit en rechter gezien of een formele aanklacht gehoord. Gezien de traagheid van de klassieke rechtbank kon slechts een vijfde van de gevangenen hopen ooit bij leven en welzijn berecht te worden, en door de precaire omstandigheden in de gevangenissen stelde er zich een immens humanitair probleem.

Men zocht en vond een alternatieve oplossing in het reactiveren van 'gacaca', de traditionele vorm van rechtspraak zoals die functioneerde in de prekoloniale samenleving, waarbij de gemeenschap met veel overleg haar problemen oploste onder leiding van door iedereen erkende wijzen. Door gacaca nieuw leven in te blazen hoopte men niet alleen het probleem van de gerechtelijke achterstand op te lossen, het hele proces zou ook een helende impact hebben op de verscheurde en getraumatiseerde samenleving, vergelijkbaar met de Waarheids- en Verzoeningscommissie in andere landen (bv. in post-apartheid Zuid-Afrika). Maar die doelstelling heeft gacaca nooit bereikt. Ten eerste haalt geen enkele Waarheidscommissie iets uit in een omgeving waar de ruimte voor vrije meningsuiting aan het krimpen is. Ten tweede behandelde gacaca enkel genocidemisdaden van Hutu tegen Tutsi. Natuurlijk moeten die bestraft worden, maar op de misdaden van het RPF tegen Hutu’s rust een zwaar taboe: daar mag zelfs niet naar verwezen worden. Zo kunnen de scheuren en de wonden in de maatschappij niet helen. Ze worden hooguit onder de mat geschoven, en dat lukt maar zolang het repressie- en controleapparaat sterk genoeg is.

Verkiezingsjaar 2010

Al sinds januari zat Rwanda in een verkiezingsklimaat, ook al waren de presidentsverkiezingen pas voor augustus gepland. Zetelend president en gedoodverfd winnaar Paul Kagame reisde het land door om zijn verdiensten toe te lichten, en vooral om te benadrukken dat er eigenlijk geen alternatief is. Dat is ook zo: de drie bescheiden oppositiepartijtjes die de ambitie hadden een tegenkandidaat naar voren te schuiven, werd het werken op allerlei manieren onmogelijk gemaakt. Het regime gebruikte haar greep op de media om de tegenstanders in een uiterst negatief daglicht te stellen. Victoire Ingabire, die zeventien jaar als ballinge in Nederland had geleefd, “genoot” de meeste negatieve aandacht. Leiders, kaderleden en militanten van de oppositie stonden bloot aan verbaal en fysiek geweld, en werden beschuldigd van divisionisme en het verspreiden van genocidaire ideologie. Deze weinig tastbare begrippen worden in Rwanda vooral uit de kast gehaald om critici van het regime juridisch kwetsbaar te maken. Geen van hen slaagde er ook maar in zich als kandidaat te registreren. Kagame is uiteindelijk, net als in 2003, verkozen geworden zonder echte tegenstanders. De wél geregistreerde kandidaten behoren tot diezelfde satellietpartijtjes die sinds 1994 rond zijn Rwandees Patriottisch Front (RPF) cirkelen om de indruk te wekken dat Rwanda een meerpartijenstelsel kent.

Naarmate de maanden verstreken in de aanloop naar de verkiezingen, liepen de spanningen in Rwanda hoger op, maar merkwaardig genoeg hadden die niet direct te maken met de verkiezingen. De spanningen kristalliseerden zich rond generaal Faustin Kayumba Nyamwasa, een spilfiguur binnen de harde kern van het regime, die de laatste jaren in onmin was geraakt met Kagame. De president had Kayumba op afstand gehouden door hem ambassadeur te maken in New Dehli, maar de generaal maakte in februari 2010 van een kort verblijf in Rwanda gebruik om naar Zuid-Afrika te vluchten. Daar voegde hij zich bij Patrick Karegeya, die niet alleen de Rwandese inlichtingendienst heeft geleid, maar ook de Congo Desk, het officieuze orgaan waarmee de Rwandese legertop tijdens de oorlog de plundering van de Congolese grondstoffen had gecoördineerd. Zowel Kayumba als Karegeya behoorden lang tot die top en de kring van vertrouwelingen van de macht. Op 3 maart 2010 beschuldigde Kagame hen ervan het land te willen destabiliseren.

Barsten in de spiegel

De vlucht van Kayumba heeft het politiek klimaat grondig veranderd. Sindsdien kijken we niet langer naar een regering die zich alleen verdedigt tegen haar tegenstanders. Plots gaat het over een regime dat vecht tegen haar eigen desintegratie. Nog meer sleutelfiguren verlieten het land of werden gearresteerd. Het leger, dat altijd de ruggengraat van Kagame’s bewind was, blijkt nu zijn achillespees.
De laatste twee maanden voor de verkiezingen waren bijzonder gewelddadig. Het begon met het neerschieten van Kayumba in de straten van Johannesburg, op 19 juni. Enkele dagen daarna was het de beurt aan Jean-Léonard Rugambare. Deze journalist van het onafhankelijk weekblad 'Umuvugizi' had geschreven dat de overheid achter de aanslag op Kayumba zat. In tegenstelling tot Kayumba overleefde Rugambare de aanslag niet. André Kagwa Rwisireka, de vicevoorzitter van de enige oppositiepartij (Green Party) die haar leden vooral in Tutsi kringen mobiliseert, overleefde de aanloop naar de verkiezingen evenmin. Hij werd op 14 juli met overgesneden keel gevonden langs de kant van de weg. In die periode waren er ook opmerkelijk veel arrestaties, verdwijningen en zelfs moorden op Congolese Tutsi in Rwanda. De spiegel die het regime zichzelf en de wereld voorhield leek te barsten. Niet alleen kende het land een zwaar democratisch deficit, de smalle cirkel van vertrouwelingen van de macht verbrokkelde.

Baobab

Kagame is al twintig jaar de onbetwiste leider van het FPR en sinds 1994 de sterke man van het land. Het is het verhaal van een rebellenleider die aan de macht komt maar vervreemdt van zijn omgeving. Na twee decennia schiet er niet veel over van de groep mensen met wie hij in 1990 de gewapende strijd begon, en nu lijkt Kagame niet meer te weten op wie hij kan rekenen. Het geweld dat hij gebruikt is buitensporig en laat vermoeden hoe nerveus hij is en hoe onvoorspelbaar hij dreigt te worden.

De spanningen binnen het regime draaien niet om verschillende maatschappij-visies of strategische verschilpunten. Het gaat om macht. Een generatie vindt dat haar beurt gekomen is en ziet Kagame vooral als de baobab die zo veel licht wegneemt dat eronder niets nog kan groeien. Daarnaast is er een groep mensen die zich via de mineralen in Congo steenrijk hebben gemaakt en bijna een staat binnen de staat zijn gaan vormen. Zij hebben geen zin hun bastion te laten ontmantelen onder het mom van de strijd tegen corruptie. De internationale aanhoudingsmandaten van Spaanse en Franse rechters hangen als een slagschaduw over het regime. Daarin wordt een groot deel van de RPF-top beschuldigd van misdaden tegen de mensheid en zelfs het uitlokken van de genocide. Dit alles ondermijnt de cohesie van het regime. Deze spanningsvelden zijn niet nieuw maar ze zijn de laatste maanden helemaal aan de oppervlakte gekomen. 

Regionale impact

Er zijn belangrijke aanwijzingen dat Kayumba vanuit Zuid-Afrika met de steun van Museveni een brede coalitie probeert te smeden tussen verschillende gewapende partijen in Oost-Congo, gericht tegen Kagame. Tot deze coalitie zouden onder meer kunnen toetreden: een deel van het FDLR (Forces démocratiques de libération du Rwanda, een extremistische Hutu-rebellengroep), de Mai Mai (een brede waaier aan lokale Oost-Congolese milities) en het FRF. Dit FRF is het deel van de CNDP (Congrès national pour la défense du peuple), de militie van de dissidente Congolese generaal Laurent Nkunda, dat hem trouw bleef nadat hij gearresteerd werd in Rwanda op 22 januari 2010. Ook het Burundese FNL (Forces nationales de libération) zou zich bij de coalitie van Kayumba kunnen voegen. Het FNL had als de laatste actieve Burundese Hutu-rebellenbeweging de wapens neergelegd, maar hun presidentskandidaat Agathon Rwasa verliet in juni 2010, midden in de verkiezingsperiode,  plotseling de Burundese hoofdstad Bujumbura. Het vermoeden is dat hij in Congo een nieuwe rebellie voorbereidt. Het feit dat Kabila’s Derde Republiek moeite heeft om zich te consolideren, de verzwakking van Kagame en de gevolgen van de vaandelvlucht van de Burundese oppositie, creëren samen een precair moment in de regio. In elk van de drie landen zou het politiek en militair landschap wel eens verder kunnen uit elkaar vallen, wat een schier eindeloos aantal potentiële allianties toelaat. De man aan zet lijkt Museveni, die in maart 2011 zelf wil herverkozen worden. Maar eerst is er in januari nog het referendum voor de onafhankelijkheid in Zuid-Soedan, dat ook een brandhaard is met regionale dimensies. 

Internationale gemeenschap afwezig

Dit alles speelt zich af terwijl de EU veel energie moet steken in het concreet maken van het Verdrag van Lissabon. Het Verenigd Koninkrijk, een belangrijke partner in Centraal-Afrika, zit zelf in een regimewissel, Nederland en België hebben een regering van lopende zaken. De publieke opinie in het voordeel van Kagame in de Verenigde Staten lijkt wat te kantelen, ook omdat hij het heeft aangedurfd om de Amerikaanse advocaat van Victoire Ingabire, Peter Erlinder, een tijdje op te sluiten. Maar of dit gaat leiden tot een meer kritische houding tegenover Rwanda kunnen we vooralsnog alleen maar hopen…

Kris Berwouts is directeur van het 'European Network for Central Africa' (EurAc)

steun ons

© 2021 vrede vzw - website by