Georges Spriet
Printvriendelijke versie
Tags 

Betalen om olie in de grond te houden

Een land denkt eraan in naam van het klimaat en uit respect voor de leefwereld en leefomgeving van de inheemse bevolking, geen olie te ontginnen in een bepaald gebied. Niet voor de hand liggend. Een droom van naïeve ecologisten? Een grap van de stichter van de steungroep inheemse volkeren? Toch niet, zo'n land bestaat echt. Het heet Ecuador en heeft sedert 2008 een grondwet die een ware breuk inhoudt met ons westers denken over staat en samenleving. Om de olie in de grond te laten, vraagt het wel een compensatie aan de internationale gemeenschap: met name een steun die de helft bedraagt van wat de ontginning van het olieveld had kunnen opbrengen in een tijdspanne van 10 jaar.

Op 2 augustus 2010 tekende de Ecuadoraanse president Correa een akkoord met het VN Ontwikkelingsprogamma (UNDP) over de oprichting van een beheerfonds voor het Yasuní-ITT Initiatief. Het voorstel wil in concreto de kwetsbare ecologische evenwichten van het Ishpingo-Tiputini-Tambococha (ITT) gebied van het Yasuní Nationaal Park beschermen: behoud van bio-diversiteit, vermindering van de CO2-uitstoot, en respect voor de rechten en de leefwijze van de inheemse bevolking zijn de doelstellingen. De olievelden onder de grond zouden in dit gebied een voorraad van zo'n 846 miljoen vaten bevatten. De procedure van de grote deal met het UNDP is betrekkelijk eenvoudig: de Ecuadoraanse overheid zal obligaties uitschrijven voor de olie die in de grond zit, met een dubbel engagement van haar kant om de olie nooit te ontginnen en om het Nationaal Park te blijven beschermen.

Grondwet

In de nieuwe grondwet van Ecuador wordt gesteld dat elke economische activiteit in functie moet staan van de bescherming van al het leven. Ze erkent en beschermt de rechten van de natuur en van de inheemse cultuur. Het concept van 'sumak kawsay' (een goed leven) vormt de basis van de grondwet: water, voeding, een gezond leefmilieu, onderwijs, gezondheid en democratische participatie. De 'staat' moet deze rechten garanderen en bewaken. Het concept 'staat' krijgt een radicaal andere invulling en vorm. De politieke ideologie van de huidige leiders van het land staat ook volledig haaks op het neoliberalisme. Er komt een uitbreiding van de democratische vrijheden, meer kansen en een beter gebruik van het potentieel van mensen, waarvoor de overheid beter moet kunnen beheren, plannen, reguleren en herverdelen. Het doel is de verbetering van de kwaliteit van het bestaan. Het veronderstelt een rechtvaardig, democratisch, productief, solidair en duurzaam economisch systeem, op basis van een gelijkmatige verdeling van de productiemiddelen en het creëren van waardig en stabiel werk. Het Nationaal Ontwikkelingsplan voegt daaraan toe dat groei niet wordt afgewezen, maar dat er juist om groei te kunnen verwezenlijken een ambitieuze definitie van ontwikkeling nodig is. Al te vaak worden doel en middelen van ontwikkeling immers verward. “Ontwikkeling”, zo staat er, “is het bereiken van ‘een goed leven’ voor iedereen, in vrede en in harmonie met de natuur en met het onbepaald voortbestaan van de menselijke cultuur”. Samenlevingen en individuen moeten het leven kunnen leiden dat ze wensen. Het impliceert een algemene wederzijdse erkenning, begrip en waardering, gericht op ontplooiing en het bereiken van een gedeelde toekomst. (1)

Natuur versus mijnbouw

Dit klinkt mooi, maar een groot probleem tekent zich af voor de sector van de olie-ontginning en de mijnbouw. Inheemsen wijzen op de onverenigbaarheid van ‘rechten voor de natuur’, ‘zelfbeschikking’ en ‘olie-ontginning’. Hoe zal deze contradictie kunnen worden opgelost? Uiteraard zal elke mijnbouw en elke ontginning met de grootste milieuzorg moeten gebeuren, maar zonder problemen kan het gewoon niet. Zonder mijnbouw of olieontginning kan het land met zijn dollareconomie niet overleven, kan er geen sociale bescherming worden uitgebouwd en kunnen er geen overheidsdiensten zoals onderwijs en gezondheidszorg ontwikkeld worden. Laat staan dat de buitenlandse schuldenlast zou kunnen afbetaald worden of dat er nog zou kunnen geïmporteerd worden. De Ecuadoraanse president heeft een punt tegenover bepaalde ecologische criticasters wanneer hij stelt: “We kunnen toch niet zitten bedelen van op een grote zak goud.” Hij wijst erop dat Ecuador met de nieuwe grondwet enkel plaats heeft voor ‘verantwoorde mijnbouw’ en dat de veehouderij van de inheemse gemeenschappen heel wat meer milieuschade veroorzaakt dan sommige mijnen. Geen gemakkelijke evenwichtsoefening, zoveel is zeker. (1) De discussie woedde een hele tijd. Olie is bijzonder belangrijk voor Ecuador. Alberto Acosta, die een carrière als marketeer voor de staatspetroleummaatschappij achter de rug had toen hij minister van Energie en Mijnbouw werd onder Correa, is de bedenker van de originele oplossing: de olie in de grond laten zitten in ruil voor financiële compensatie van de internationale gemeenschap.

Ecuador produceerde sedert de jaren 1950 zo'n 4,5 miljard vaten olie voor een waarde van 130 miljard dollar. Het land zit nu op de top van zijn ontginningscurve: de helft van de olievoorraden zijn opgebruikt. Met dat geld werd de infrastructuur verbeterd, maar men kan niet zeggen dat Ecuador zich ten volle heeft kunnen ontwikkelen of dat het land volop heeft kunnen genieten van de olieopbrengsten. Het is duidelijk, de olie heeft in het verleden de problemen van Ecuador niet opgelost. Ze bracht integendeel immense vervuiling, milieu-afbraak en ontbossing. (2) De ontdekking van een nieuwe olievoorraad van 850 miljoen vaten in een deel van het Yasuní Nationaal Park, verhoogt de voorraden met 20% en vertegenwoordigt zelf een waarde van 7,5 miljard dollar. Het Nationaal Park is gelegen in het oosten van het Ecuadoraans Amazonegebied en is het grootste natuurpark van Ecuador. Het strekt zich uit over een oppervlakte van 982.000 hectaren en beschikt over een uitzonderlijke biodiversiteit. Bijzonder aan dit natuurpark is dat het verschillende diersoorten en plantenvariëteiten herbergt die nergens anders in het Amazonewoud voorkomen. Bepaalde wetenschappers verklaren dit door de specifieke ligging, waardoor het park een betere bescherming bood tijdens de ijstijden en bepaalde soorten enkel daar overleefden. Acosta die zich al langer afvroeg of het land niet arm was precies omwille van zijn (olie-)rijkdommen, begon een ander denkspoor te ontwikkelen: als de rijke landen de helft van de geschatte opbrengst betalen, houdt Ecuador de olie in de grond. Daardoor komt zo'n 400 miljoen kubieke meter CO2 niet vrij, dat is zowat de hoeveelheid die Frankrijk jaarlijks produceert. Het uitgekeerde geld kan het land investeren in infrastructuur, hernieuwbare energie en de bescherming van het nationaal park. “In plaats van te rekenen op olie kunnen we mikken op wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld voor de farmaceutische industrie. Het zou fantastisch zijn van het Yasuní Park een heiligdom voor de mens en de natuur te maken”, aldus Acosta. Een 'derdewereldland' dat voor 60% afhankelijk is van olie voor de nationale inkomsten, probeert dus de 'grondstoffen-vloek' te overwinnen door zijn economie naar een post-petroleum niveau te verschuiven, naar “een economie van bio-kennis”, zoals de minister van Erfgoed en Cultuur, Maria Fernanda Espinosa, het uitdrukte. (3)

Respect voor cultuur en natuur

Alberto Acosta kon zijn regering overtuigen om de schade die de olie-exploitatie reeds aanrichtte aan het tropisch woud niet te negeren. De chemische producten die petroleummaatschappijen gebruiken bij het oppompen van aardolie vernielen het broze evenwicht in het Amazonegebied. Een groot deel van het sterk bevuilde opgepompte grondwater komt bijvoorbeeld gewoon in de rivieren terecht. Maar misschien wel een belangrijkere oorzaak van schade aan het Amazonegebied is het indirecte effect van wegenbouw. Via wegen voor exploratie en transport naar de petroleumvelden dringen houtkappers en kolonisten tot diep in het woud binnen. In het noordelijk deel van het Ecuadoraans Amazonegebied, waar in de jaren 1970 veel petroleum ontgonnen werd, zijn op die manier honderdduizenden hectaren bos gekapt en ingenomen door graasland en gewassen. En de exploratie naar en ontginning van petroleum breidt zich steeds verder uit naar het zuidelijk en oostelijk deel van het Ecuadoraans Amazonegebied. Zelfs erkende natuurgebieden en reservaten voor inheemse volkeren blijven niet gespaard van de honger naar het zwarte goud. In het Yasuni-gebied wonen voornamelijk Waorani-indianen en ook twee stammen die in een zelfgekozen isolement van de buitenwereld leven (Tagaeri- en Taromenane-indianen). Om hun traditionele levenswijze te beschermen werd in 1999 een speciale zone afgebakend: het Nationaal Park Yasuní. In zo'n speciaal beschermd gebied mogen vanwege de uitzonderlijke biologische en culturele waarde geen extractieve of industriële activiteiten plaatsvinden. Naast het Yasuní-park ligt het Territorium Huaorani. Dit gebied moet bescherming bieden aan de Huaorani-indianen, de grootste inheemse groep in het Ecuadoraans Amazonegebied. In het Territorium is de exploitatie van petroleum, mijnbouw en hout wel toegestaan en behoudt de staat het recht om daarover te beslissen. De UNESCO erkende beide gebieden samen als mondiaal biosfeer-reservaat, waar men strikt toekijkt op het behoud van het ecosysteem. De gebieden vallen dus onder het beheer van verschillende instanties. Daardoor is het planmatig beheer van het biosfeer-reservaat een bijna onontwarbaar kluwen. Het maakt de discussie en de besluitvorming over het gebruik van de natuurlijke rijkdommen en de rechten van de inheemse bevolking tot moeilijke en tijdrovende processen. (4)

Sponsors

De Ecuadoraanse minister van Energie verklaart dat heel wat landen interesse betonen in een contract van financiële compensatie om de olie niet te ontginnen. Duitsland reageerde eerst bijzonder enthousiast maar de nieuwe minister van Ontwikkelingssamenwerking, Dirk Niedel van de liberale FDP, blijkt nu wel heel wat technische reserves te hebben en vooral geen vaste garantie te zien dat Ecuador in latere tijden toch niet zou overgaan tot exploitatie van de olie. Ecuador is nochtans van plan om zogenaamde Yasuní Garantie Certificaten (CGYs) uit te schrijven aan wie intekent op de Yasuní-obligaties, waarbij het land zich engageert tot een volledige 'geld-terug-waarborg' mocht een toekomstige Ecuadoraanse regering de huidige afspraken over boord gooien. De Duitse minister wil het ook bij meer 'klassieke' manieren houden om ontbossing tegen te gaan, zoals het REDD-mechanisme (zie verder). Hij vreest eveneens dat de Ecuadoraanse regeling een precedent zou kunnen scheppen, waardoor ook op andere plaatsen (andere landen) de olie-exploitatie verboden zou kunnen worden.
‘Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation' of REDD (de vermindering van uitstoot ten gevolge van ontbossing en bosdegradatie) is een systeem dat marktmechanismen gebruikt om de reductie van CO2 te bekomen. Het komt erop neer dat vervuilers in rijkere landen (de staat zelf of ondernemingen) bepaalde projecten voor bosbehoud en -beheer ondersteunen in bosrijke gebieden elders in de wereld. De CO2 die door deze inspanningen niet vrijkomt, wordt dan vertaald in koolstofkredieten. Met deze kredieten kunnen de vervuilers hun eigen CO2-uitstoot als het ware vergoeden. Door elders de uitstoot te helpen verminderen, kunnen vervuilers zich dus permitteren om  zelf ongestoord te blijven vervuilen. Het probleem met REDD, aldus de 'Confederación de Nacionalidades Indígenas del Ecuador' (CONAIE) en een hele reeks andere organisaties die rond de bescherming van het regenwoud werken, is dat dit systeem van koolstofhandel geen echte waarborgen biedt, omdat het uiteindelijk van de natuur handelswaar maakt. Die handel leidt niet naar minder milieuvervuiling of minder klimaatverandering, maar dient enkel om het 'recht' af te kopen om verder te vervuilen. (5) De Boliviaanse president, Evo Morales, viel het REDD-mechanisme aan in een recente open brief aan de inheemse volkeren. “De wouden krijgen een prijs aangemeten voor de hoeveelheid CO2 die ze kunnen absorberen. De 'koolstofcertificaten' die deze absorptiecapaciteit bepalen worden wereldwijd gekocht en verkocht zoals eender welk handelswaar. Om de eigendom van deze REDD-certificaten veilig te stellen, worden een aantal restricties uitgewerkt die uiteindelijk het soevereine recht van de landen en de inheemse volkeren over hun wouden zal beïnvloeden. Dat wordt een nieuwe stap naar een nooit geziene privatisering van de natuur die dan kan worden uitgebreid naar water, bio-diversiteit, en naar de zogenaamde “milieudiensten”. (6)  De Ecuadoraanse president, Rafael Correa, zelf heeft zich iets minder frontaal gekant tegen REDD. Hij meent dat het geen zin heeft de markt te proberen afschaffen, maar dat het van belang is om de markt te controleren en te gebruiken voor sociale doelstellingen. (7) De voormalige Ecuadoraanse minister van Energie Acosta meent dat REDD de doelstellingen van het Yasuní-initiatief niet kan waarmaken: vrijwaring van de bio-diversiteit, stappen om de klimaatsverandering tegen te gaan, én het respecteren van de rechten van de inheemse volkeren.
Er zijn verschillende positieve internationale reacties op het voorstel van Ecuador.(8) Chili was het eerste land om zich officieel te engageren en tekent in voor 100.000 dollar. Noorwegen wil officieel in de deal stappen; Italië zou z'n schuldeisen tegen Ecuador laten vallen in dit kader; Spanje zegt veel belang te hechten aan het slagen van dit voorstel en draagt in een eerste schijf 1 miljoen dollar bij. De ambtenaren van de Chinese ambassade in Quito hebben 20.000 dollar gestort. Er is positieve interesse bij Canada en Portugal. De Belgische regering belooft een symbolische bijdrage eenmaal bepaalde technische aspecten zijn uitgeklaard. De Waalse minister van Milieu, Philippe Henry (Ecolo), heeft op 8 december 2010, tijdens de klimaattop van Cancun, een verklaring op eer getekend dat de Waalse regering 300.000 euro zal storten. (9) Als Ecuador er in slaagt om tegen oktober 2011, 100 miljoen dollar binnen te halen voor dit unieke project, zal de olie in de grond blijven, zegt Quito.

Fonds

Praktisch gezien, wordt er een 'ITT Trust Fund' opgericht om de bijdragen te ontvangen. Het wordt beheerd door het Multi-donor Trust Fund Office van het VN Ontwikkelingsprogramma. De werking wordt gecontroleerd door een Stuurgroep van zes mensen: drie regeringsvertegenwoordigers van Ecuador, twee vertegenwoordigers van de sponsorende landen en een vertegenwoordiger van de Ecuadoraanse civiele maatschappij. De bijdragen zullen een 'Capital Fund Window' financieren, dat in geselecteerde projecten voor hernieuwbare energie zal investeren, met name hydro-, geothermische, zonne-, wind-, biomassa- en getijdenenergie. Daarnaast is er ook een ‘Revenue Fund Window’ voor de financiering van activiteiten van conservering, herbebossing, energie-efficiëntie, bos-landbouwbeer (hout en niet-hout-producten uit het bos) door kleine en middelgrote landeigenaars, sociale programma's, wetenschappelijk onderzoek en bio-kennis. Iedereen zal kunnen bijdragen: regeringen, privé- en publieke entiteiten, NGO's en individuen. Dit initiatief staat voor een nieuw samenwerkingsmodel tussen de 'ontwikkelde' en de 'ontwikkelende' wereld. Het gaat om een engagement voor een gemeenschappelijk belang. Het gaat om de bescherming van wat de 'global commons' of mondiale gemeenschappelijke goederen -zoals grondstoffen, bossen, water en land, maar ook bio-diversiteit of de oceanen, de atmosfeer, Antarctica,... - wordt genoemd en waarbij alle actoren verantwoordelijkheid dragen. Het wijzigt ook de verhouding donor-ontvanger van de klassieke ontwikkelingssamenwerking. President Correa verzette zich altijd tegen de term 'donor', de teksten spreken nu over 'contributor'. Tegen eind 2011 zullen we weten of de wereld klaar is voor een dergelijk nieuw partnerschap, dan moet er minstens 100 miljoen dollar in het Trust Fund zitten.

Noten:

(1) Francine Mestrum, Ecuador, het 'goede leven' in een post-liberaal tijdperk http://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=2515

(2) John Vidal, Andean voices http://www.guardian.co.uk/environment/2010/dec/02/andean-voices-alberto-acosta

(3) Liane Schalatek, Yasuni, its worth the trust http://climatequity.org/2010/09/30/Yasuní-itt-its-worth-the-trust/

(4) Koen Warmenbol, Honger naar het zwarte goud http://www.11.be/11/index.php?option=com_content&task=view&id=103201&Itemid=287

(5) Carmelo Ruiz Marrero, Iniciativa Yasuní enfranta dificultades http://alainet.org/active/41899

(6) Evo Morales, La naturaleza, los bosques y los pueblos indígenas no estamos en venta" http://cedla.org/obie/content/12441

 (7) Amy Goodman http://www.democracynow.org/2010/12/9/ecuadoran_president_rafael_correa_on_the

(8) http://Yasuní-itt.gob.ec/blog/2010/12/03/mas-instituciones-se-unen-a-la-iniciativa-Yasuní-itt/

(9) http://henry.wallonie.be/une-contribution-wallonne-bonne-pour-la-planete

 

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by