Dossier
Ludo De Brabander
Printvriendelijke versie
De goede relaties tussen de EU en Israël
Foto: Manfred Neidel via Pixabay

De goede relaties tussen de EU en Israël

De geschiedenis zorgde voor een bijzondere band tussen Europa en Israël. Na het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk leidde de expansiedrift van Frankrijk en Groot-Brittannië het Midden-Oosten het koloniale tijdperk in. Veel van de regionale territoriale en politiek geschillen van vandaag zijn een direct of indirect gevolg van de belangenpolitiek van deze toenmalige grootmachten.

De creatie van Israël op het Brits historisch mandaatgebied Palestina was niet mogelijk zonder de steun van de Europese koloniale machten en later de VS. Israël is het product van een zionistisch project dat van het interbellum tot in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog voor een enorme immigratiestroom zorgde van joden uit Europa. Veel joodse Israëli's voelen zich daarom historisch, cultureel, politiek, economisch en zelfs religieus verwant met het oude continent. In Europa is er dan weer het effect van de Nazi-genocide op het joodse volk. Daaruit vloeide een historisch schuldbewustzijn voort dat nog steeds zijn repercussies heeft in de Europese politiek. Vandaag behoort de Israël tot de meest geprivilegieerde partner van de EU ondanks zijn slechte reputatie op vlak van respect voor de mensenrechten en internationaal recht.

Israël als goede buur

Van bij de start van de economische en politieke integratie van Europa ontwikkelden zich de relaties met Israël. De politieke relaties van de EU dateren van 1959 toen Israël een diplomatieke vertegenwoordiging vestigde voor de EEG, gevolgd door een eerste handelsakkoord in 1964. Een samenwerkingsakkoord creëerde in 1975 een vrijhandelszone tussen beide, dat in 1995 - in volle 'Oslo' euforie - vervangen werd door een Associatieakkoord. Dat trad op 1 juni 2000 officieel in werking en vormt vandaag de primaire basis voor de relaties tussen Israël en de Europese Unie. Het gaat om een breed akkoord over zaken als economische samenwerking, vrij kapitaalverkeer, liberalisering van diensten, politieke dialoog, samenwerking op sociaal vlak met verder ook nog een cultureel luik. Hoewel de mislukking van het Osloproces en het uitbreken van de tweede Palestijnse intifada even een domper plaatsten op de goede verstandhouding tussen de EU en Israël, kwam het in april 2005 tot een hoogtepunt in de goede betrekkingen met het akkoord voor een Actieplan in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid (ENB). Dat zorgde voor de effectieve verwezenlijking van de Essen Verklaring uit 1994, toen de Europese Raad stelde dat Israël van een speciale status zou moeten genieten in zijn relatie met de EU.iHet Actieplan opent als volgt: “De EU en Israël zijn nu dichter bij elkaar als ooit tevoren en zullen als nabije buren hun politieke en economische wederzijdse afhankelijkheid versterken.”ii

Mensenrechten en internationaal recht

Die goede verstandhouding tussen de EU en Israël is opmerkelijk in het licht van de kritische politieke verklaringen die de diverse Europese instellingen geregeld uiten. Officieel hecht de EU een groot belang aan een rechtvaardige oplossing van het Arabisch-Israëlisch conflict en heeft het tal van instrumenten in stelling gebracht die het 'vredesproces' moeten ondersteunen. De EU beschikt zelfs over een 'Speciale Vertegenwoordiger voor het Vredesproces in het Midden-Oosten' in de persoon van Marc Otte. In zijn missieverklaring zegt Otte: “Onze doelstelling voor het Midden-Oosten is duidelijk en goed weergegeven: een twee-staten-oplossing, waarbij Israël en een democratische, levensvatbare, vreedzame en soevereine Palestijnse staat naast elkaar leven binnen veilige en erkende grenzen”.iii In het Actieplan verbinden de EU en de Israël zich ertoe om zich in te zetten “voor een nauwere politieke samenwerking en dialoog gebaseerd op hun gemeenschappelijke waarden: respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, democratie, goed beleid het internationaal humanitair recht.” De EU houdt ook vast aan de belangrijke resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (res 242, 338, 478,....) die een stopzetting van de bezetting vragen en Israëlische territoriale annexaties of wijzigingen niet erkennen. In het jaarverslag 2009 van de Hoge vertegenwoordiger aan het Europees Parlement staat: “De EU zal geen andere wijzigingen van de grenzen van vóór 1967 erkennen, ook niet met betrekking tot Jeruzalem, dan die welke door beide partijen in onderling overleg zijn vastgesteld.”iv

In het vooruitgangsrapport van april 2009 over de uitvoering van het Europees Nabuurschapsbeleid (ENB) liet de Europese Commissie zich behoorlijk kritisch uit over het gebrekkige Israëlische respect voor de basisprincipes van de Europese houding in het conflict. De Commissie sprak over de negatieve impact van de uitbreiding van de joodse nederzettingen voor het vredesproces en de Palestijnse economie, de onbevredigende promotie van de bescherming van de Arabische minderheid, de inperking van de persvrijheid, het geweld en de reisbeperkingen tegen mensenrechtenactivisten, het verhinderen van de Europese hulp aan Gaza, de hervatting van de vernietiging van Palestijnse huizen, de gebrekkige aanpak van het kolonistengeweld tegen Palestijnse burgers, enz.v Bij monde van de Europese ministers heeft de EU ook al meermaals haar ongenoegen geuit over de Israëlische kolonisatiepolitiek die de oprichting van een Palestijnse staat verhindert. De Raad van de Europese Unie stelde eind 2009 dat “de nederzettingen, de scheidingsmuur daar waar die gebouwd is in bezet gebied, de sloop van woningen en de ontruimingen illegaal zijn volgens het internationaal recht” en dat ze “een obstakel voor de vrede vormen die een twee-staten-oplossing onmogelijk dreigt te maken.”iDe Raad vervolgde dat ze er bij de regering van Israël op aandringt om “onmiddellijk een einde te maken aan alle nederzettingenactiviteiten, in Oost-Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van natuurlijke groei, en de buitenposten ontmantelt, gebouwd sinds maart 2001.”

Deze zomer was de Hoge Vertegenwoordigster van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, Catherine Ashton, vrij scherp voor de blokkade tegen Gaza die ze 'onaanvaardbaar' en 'contraproductief' noemde. Ze uitte ook haar 'diepe bezorgdheid' over de recente nederzettingenactiviteiten in Oost-Jeruzalem.vii

Hoewel de EU op de bloedige militaire operatie Cast Lead in de winter van 2008-2009 eerder lauw reageerde stelde het toen Tsjechische voorzitterschap dat het recht van Israël om zich te verdedigen geenszins betekent dat het burgers in Gaza mag viseren.viii Het toonde zich ook 'diep verstoord' over de burgerslachtoffers in de school van Jabalya.ix Het Europees Parlement (EP) was explicieter. Tijdens de plenaire vergadering van 16-17 maart 2009 veroordeelde het EP het viseren van de burgerbevolking in Gaza en Israël en de schendingen van het internationaal humanitair recht waaraan zowel Hamas als het Israëlische leger zich schuldig maakten. Een jaar later vroeg het Europees Parlement in een resolutie de uitvoering van “de aanbevelingen (van het Goldstone Rapport) en een verantwoording voor alle schendingen van het internationaal recht, met inbegrip van vermeende oorlogsmisdaden?” Het Goldstone-rapport stelde vast dat Israëlische militairen zich schuldig maakten aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen het internationaal humanitair recht.xHet ging volgens deze VN-Commissie onder meer om 'zware inbreuken' op de Vierde Conventie van Genève die de bescherming van de burgerbevolking in oorlogstijd regelt. De Commissie Goldstone stelde dat de militaire planners een ware doctrine van disproportioneel geweld hanteerden met het oog op het beschadigen van burgerlijke infrastructuur en ook de burgerbevolking doelbewust viseerden. De VN-commissie suggereerde tenslotte dat Israël ter verantwoording moet worden geroepen en een onafhankelijk onderzoek moet instellen op straffe van sancties.

  'Positieve' diplomatie en verdieping van de relaties

Hoewel de Europese Unie heel wat kritische standpunten heeft ontwikkeld, vertaalt zich dat in het concrete Israël-beleid niet in politieke druk of sanctionerend beleid. In de verklaringen, conclusies en bepaalde rapporten van de Raad van de Europese Unie is er zelden sprake van een veroordeling van Israëlische militaire acties, hoewel deze door onafhankelijke mensenrechtenorganisaties of VN-instanties geregeld worden beoordeeld als mensenrechtenschendingen of manifeste inbreuken op het internationaal humanitair recht. Zo heeft de EU het Israëlisch optreden tijdens de Gaza-oorlogsoperatie Cast Lead, op een specifiek incident na, nooit veroordeeld.xiDe toenmalige Hoge vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid, Javier Solana, had het hooguit over een 'onaanvaardbare tol' van burgerslachtoffers. De raketbeschietingen vanuit de Gazastrook daarentegen konden wel geregeld op veroordelingen rekenen.

De Europese beleidsmakers lijken te opteren voor een 'positieve' diplomatie die ondanks de kritiek in de loop der jaren is uitgemond in geprivilegieerde relaties. Het argument dat wordt gebruikt is dat het beter is de deur open te houden met een stimulerend beleid dan ze met een sanctionerend beleid te sluiten. Artikel 3 van het Associatieakkoord (zie verder) tussen Israël en de EU drukt dat geloof uit: “Er zal een geregelde politieke dialoog worden gehouden tussen de partijen. Het zal hun relaties versterken, bijdragen tot de ontwikkeling van een duurzaam partnerschap en het wederzijds begrip en solidariteit versterken.” Toen de EU-Israël Associatieraad principieel de beslissing nam om de relaties op te waarderen (zie verder) werd het argument ingeroepen dat de verdere ontwikkeling van het partnerschap met Israël een bijdrage betekent tot het brede objectief om stabiliteit, samenwerking en welvaart te verwezenlijken. “Een dergelijk partnerschap impliceert een sterkere betrokkenheid van de Europese Unie in het vredesproces en in het opvolgen van de situatie op het terrein”.xii

Op de afkondiging van het Actieplan volgde een hele reeks van initiatieven die de relaties met Israël zowel in de diepte als de breedte versterken. Het doel van het Actieplan is naar eigen zeggen de geleidelijke integratie van Israël in de Europese programma’s. Sindsdien gaat het in sneltreinvaart. De EU noemt Israël een ‘front runner’ en stelt dat het ENP “duidelijk een katalyserende rol heeft gespeeld in het bevorderen van de EU-Israëlische relaties”.xiiiDie relaties verlopen via tal van programma’s en projecten. Israël is het eerste land dat participeert in het ‘Competitiveness and Innovation Framework Programme’ (CIP) dat de vernieuwing, het ondernemerschap en de groei van kleine en middelgrote ondernemingen promoot. In 2007 kwam er een ‘business-to-business’ dialoog om de bilaterale relaties te verbeteren. Israëlische onderzoekers participeren in honderden projecten in het kader van het ‘Zevende Raamakkoord voor Onderzoek en Ontwikkeling’ (zie verder). Israëlische studenten kunnen gebruik maken van het uitwisselingsprogramma ‘Erasmus Mundus’ terwijl Israëlische universiteiten deel uitmaken van het ‘TEMPUS IV programma’, een moderniseringsprogramma voor het hoger onderwijs. In december 2008 kwam het tot een luchtvaartakkoord. Sinds maart 2004 neemt Israël ook deel aan het ‘Galileo’ programma voor satellietnavigatie. De Europese Commissaris voor Transport, Barrot, heeft inmiddels toegegeven dat Galileo ook voor militaire doeleinden zal worden gebruikt. Volgens gespecialiseerde bronnen zal Galileo zelfs een sleutelfactor spelen binnen de Europese militaire politiek.xivIn de periode 2007 – 2010 zou Israël jaarlijks 2 miljoen Euro hulp ontvangen om de activiteiten in het kader van het ENP te ondersteunen.

De EU maakt geen politiek gebruik van haar economisch gewicht

Israël is een van de grootste handelspartners van de Europese Unie in de Euro-Mediterrane zone goed voor een totale handelsbalans van 25,3 miljard Euro in 2008.xv In totaal vertegenwoordigt Israël slechts 1 procent van de totale handel met de EU, wat het economisch belang van Israël voor de EU dan weer relativeert.

Voor Israël daarentegen is de EU de belangrijkste markt voor export met een waarde van 11,2 miljard Euro.viDe import van goederen vanuit de EU bedroeg 14,1 miljard Euro in 2008. Het handelsdeficit loopt in de orde van 3 miljard Euro. In totaal was de EU goed voor meer dan een derde van de Israëlische handel met de wereld. Dat geeft de Europese Unie potentieel een belangrijk instrument om Israël politiek te laten conformeren aan de officiële politieke standpunten van de Europese Unie en de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dat de EU amper gebruik maakt van haar economisch gewicht kan op verschillende gronden worden verklaard.

Er is eerst en vooral de aanwezigheid van een sterke politieke pro-Israëllobby met belangrijke bondgenoten in verschillende rechtse en centrum(linkse) Europese partijen. Het historisch schuldgevoel over het Europees antisemitisme met een gruwelijk dieptepunt tijdens de Tweede Wereldoorlog speelt zeker en vast ook een rol. Opeenvolgende Israëlische regeringen maakte daar volgens de joods-Amerikaanse auteur Norman Finkelstein handig gebruik van om – indien nodig - kritiek op de Israëlische bezettings- en repressiepolitiek te discrediteren als antisemitisme.xvii

Toch stelt een discussietekst van het Centre for European studies, een denktank van de centrumrechtse christelijke Europese Volkspartij (EVP), dat het verhoogde partnerschap van Israël met de EU niet zozeer als functie heeft om het politieke gedrag van Israël te beïnvloeden – wat het officiële standpunt is – maar dat er ook economisch eigenbelang achter schuilt. Hoewel het handelsvolume met Israël slechts een kleine fractie vertegenwoordigt van de EU-wereldhandel gaat het over niet onaanzienlijke bedragen en daar zitten uiteraard altijd economische belangen met politieke verlengstukken aan vast. Denken we in eigen land maar aan de diamantsector in het Antwerpse. Maar als Israël al een economisch belang vertegenwoordigt voor de EU dan is dat op vlak van (toegepast) wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling. Israël is het belangrijkste niet-EU land in het Zevende Kaderprogramma voor onderzoek (2007 – 2013, zie verder), dat de concurrentiepositie van Europese bedrijven moet verhogen. Israël is daarin gegeerd omdat het over een erg ontwikkelde hightech industrie beschikt in sectoren als biotechnologie, communicatietechnologie en militaire industrie.

Tenslotte is er de klassieke Europese verdeeldheid met als resultaat dat verklaringen doorspekt zijn van voorzichtige concensusformuleringen. De verdeeldheid werd bijvoorbeeld duidelijk tijdens de tweede fase van de operatie Cast Lead, naar aanleiding van de ontplooiing van Israëlische grondtroepen. Landen als Tsjechië en Nederland legden de nadruk op het defensieve karakter van de Israëlische oorlog in Gaza, hoewel sommige andere landen harde taal gebruikten of zelfs veroordelingen uitspraken. Op een gegeven moment moest het Tsjechisch voorzitterschap zich verontschuldigen omdat ze te weinig rekening hield met de andere standpunten.viiiToen op 18 januari zes Europese leiders (van Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Spanje en de Tsjechische Republiek) in Jeruzalem waren nam geen van hen de moeite om zelfs de voorzichtige Europese kritiek ook ter plaatse te formuleren.ixToen het Zweeds voorzitterschap een voorstel op tafel legde om Oost-Jeruzalem als hoofdstad van een Palestijnse staat te erkennen, werd dat standpunt onder druk van Israël en een aantal Europese landen afgezwakt met de toevoeging dat over de details moet onderhandeld worden. Frankrijk en Groot-Brittannië steunden het Zweedse voorstel, terwijl Duitsland, Italië en Spanje de Israëlische positie steunden.xx

De Europese verdeeldheid in buitenlandse dossiers is een algemeen gegeven. Hoewel sinds het Verdrag van Maastricht een groeiende integratie merkbaar is van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de EU blijven zeker de klassieke Europese grootmachten nog altijd vasthouden aan hun eigen traditionele buitenlandpolitiek. Er speelt daarbij ook het verschil in gewicht. Toen Tsjechië het voorzitterschap overnam van Frankrijk in de winter van 2008-2009, bleef de Franse president Sarkozy verder diplomatiek actief rond Gaza.

Associatieakkoord

Het grote contrast tussen politieke principes en beleidsverklaringen enerzijds en de Europese beleidspraktijk anderzijds is heel duidelijk te zien bij de ontwikkelingen rond het Associatieakkoord, dat de basis vormt voor de relaties tussen Israël en de EU.

In de preambule van het akkoord wordt het belang benadrukt van het VN Handvest. De mensenrechten en democratische principes vormen “de allereerste basis van de Associatie”. Artikel 2 van het akkoord bepaalt verder dat de relaties tussen de EU en Israël gebaseerd zijn op het respect voor de mensenrechten en de democratische principes als een “essentieel element van dit akkoord”.xiVN-instanties en mensenrechtenorganisaties oefenen geregeld kritiek uit op Israël omwille van mensenrechtenschendingen. In 2008 stelde de Speciale VN-Rapporteur voor de Situatie van de Mensenrechten in de Palestijnse gebieden: “Israël handhaaft en breidt de instrumenten uit die het ernstigst de mensenrechten schenden zoals militaire invallen, nederzettingen, de scheidingsmuur, beperkingen op de bewegingsvrijheid, de Judaïsering van Jeruzalem en de huizenvernietiging.”xxii Dat is ook het Europees Parlement niet ontgaan die in een resolutie de toepassing vroeg van de mensenrechtenclausule zoals verwoord in artikel 2 van het Associatieakkoord en de Commissie en de Raad verzocht om het akkoord op te schorten, wat zonder gevolg bleef.xxiii

Producten uit de nederzettingen

Er is nog een ander probleem. Het duurde vijf jaar vooraleer het Associatieakkoord effectief in werking trad, omdat ook de territorialiteitsclausule en het protocol van de oorsprongsregels niet werden gerespecteerd. Israël beschouwt in weerwil van het internationaal recht de Palestijnse gebieden hooguit als ‘betwiste’ gebieden en de daarin gelegen nederzettingen als Israëlisch grondgebied. Producten uit deze illegale nederzettingen genieten bijgevolg ten onrechte van voordelige Europese invoertarieven. Al in mei 1998 – nog voor de officiële inwerkingtreding van het associatieakkoord - stuurde de Europese Commissie een mededeling aan de Europese Raad en het Europees Parlement met de boodschap dat Israël zich niet aan de bepalingen van het Associatieakkoord houdt. Wegens de herhaalde inbreuken, zag de Commissie zich verplicht om een nota te publiceren met de mededeling dat producten uit de nederzettingen niet kunnen genieten van het voorkeurstarief. De enige maatregel die de Commissie vervolgens nam was de verplichting dat elk Israëlisch product voortaan de herkomst van het product (stad, dorp of zone) moet vermelden. Maar dat is allesbehalve een waterdicht systeem. Een product kan grotendeels geassembleerd worden in een nederzetting en vervolgens afgewerkt in Israël zelf, dus dat wordt dan ‘made in Israel’. In 2009 vroeg een Duitse rechtbank naar het advies van het Europees Gerechtshof in Luxemburg in de zogenaamde Brita-zaak. De Duitse douane-autoriteiten weigerden de toepassing van het Associatieakkoord voor de import van producten gemaakt in joodse nederzettingen in Palestijns gebied zoals gevraagd door het drinkwaterbedrijf Brita. Het Europees Hof bevestigde dat goederen uit de nederzettingen niet kunnen genieten van de voorkeursbehandeling onder het Associatieakkoord.xxiv

Opwaardering

Mensenrechtenschendingen noch overtredingen van het associatieakkoord voor wat betreft de producten uit nederzettingen, verhinderden dat de Europese ministers van Buitenlandse Zaken in december 2008 unaniem beslisten om de bestaande relaties tussen de EU en Israël op te waarderen.xvNochtans valt een opwaardering duidelijk niet te rijmen met de politieke positie van de Europese Unie. Tijdens dezelfde Europese Raad stelden de ministers dat de “opwaardering gebaseerd moet zijn op de gemeenschappelijke waarden van beide partijen, en met name op de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden, goed bestuur en het internationaal humanitair recht.” Het Europees Parlement greep dan ook in. Een parlementaire meerderheid zorgde er voor dat de stemming over een aanbeveling om een protocol af te sluiten en aan te hechten bij het EU-Israël-Associatieakkoord met daarin de opwaardering, werd uitgesteld. Het Parlement gaf daarmee het signaal dat normale relaties met Israël maar kunnen als de mensenrechten en het internationaal recht worden gerespecteerd. De Europese ministers van Buitenlandse Zaken konden dan ook niet anders dan het standpunt van het EP te volgen.xviDat neemt niet weg dat er verschillende initiatieven en beslissingen werden genomen om de opwaardering sluipend toch door te drukken. In november 2009 tekenden de EU en Israël een nieuwe overeenkomst inzake de handel in landbouwproducten, wat werd gepresenteerd als "een belangrijke stap vooruit in de integratie van de markten van de EU en de Israël".xxvii Even tevoren trok het VN-bureau voor Humanitaire Zaken aan de alarmbel omwille van de Israëlische belemmeringen op de Palestijnse visserij in de Gazaxxviii In maart 2010 lekte een vertrouwelijk document dat geschreven was door functionarissen onder het Spaans voorzitterschap waarin veel belang werd gehecht aan een spoedige uitvoering van de opwaardering.xxix

In zijn relaties met de EU neemt Israël een positie in die in nog weinig verschilt van effectief lidmaatschap van de EU. Tijdens zijn bezoek aan Israël in het najaar van 2009 liet Javier Solana, toenmalig Hoog Vertegenwoordiger van het Europese Buitenlandse beleid zich letterlijk in die zin uit: "Israël is, staat u mij toe om dat te zeggen, lid van de Europese Unie, zonder lid te zijn van de instellingen (...) Het is een lid van alle programma's." En hij vervolgde: "Geen enkel land buiten het continent heeft het soort van betrekkingen zoals Israël die heeft met de Europese Unie". Solana verwees nadrukkelijk naar de deelname van Israël aan de EU-programma's voor onderzoek en technologie. Israël is het enige niet-Europese land dat van een volledige toegang geniet tot het Zevende Kaderprogramma voor onderzoek.

Zevende kaderprogramma en veiligheidsonderzoek

Het Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling loopt van 2007 tot en met 2013 met een budget van meer dan 50 miljard Euro. Het programma moet bijdragen aan de Europese Lissabonstrategie om van de EU de “meest dynamische en concurrerende kenniseconomie ter wereld” te maken.xxxIsraël nam vanaf 1996 deel aan de Kaderprogramma's en is inmiddels uitgegroeid tot belangrijkste niet-EU partner.xxxiIn totaal participeerden meer dan 700 Israëlische bedrijven en instellingen aan projecten goed voor een totale waarde van 3,5 miljard Euro. In het vorige programma (van 2002 tot 2006) ontvingen ze daarbij samen 203 miljoen Euro aan Europese onderzoekssubsidies. Voor Israëlische universiteiten is het Kaderprogramma de tweede belangrijkste bron geworden van onderzoeksbudgetten na het Israëlische wetenschapsfonds. In de woorden van Marcel Shaton, de Directeur-Generaal van het Israël-Europa Onderzoeks- en Ontwikkelingsdirectoraat (ISERD) is het Kaderprogramma een nuttig instrument om toegang te verkrijgen tot het Europese integratieproces. Volgens Eliyahu Yishai, de toenmalige minister van Industrie, Handel en Arbeid maakt de deelname van de Israëlische industrie en academische instellingen het mogelijk dat de Israëlische industrie uit de lokale markt kan breken. Het Kaderprogramma is met andere woorden een belangrijke hefboom voor de ontwikkeling van de Israëlische economie.

Onder het voorwendsel van de strijd tegen het terrorisme heeft de EU beslist om het veiligheidsonderzoek van het programma ook open te stellen voor wapenbedrijven waarvoor in totaal 1,4 miljard Euro is uitgetrokken. Israëlische bedrijven en academische instellingen participeren er in 10 van de 45 lopende projecten. In vier gevallen is dat als leider van een project.xxxii

Via de projecten steunt de EU niet alleen Israëlische militaire industrie, maar draagt het ook bij tot de technologische ontwikkeling van het bezettingssysteem. Motorola Israël bijvoorbeeld neemt deel aan 'iDetect 4all', een waarschuwingssysteem voor verdachte praktijken op “plaatsen van hoge economische waarde”. Motorola maakt onderdelen (smeltzekeringen) voor vliegtuigbommen die gedropt werden door de Israëlische luchtmacht bij de aanval op Gaza. Het perverse is dat 'iDetect 4all' wellicht gebruik kan maken van de ervaringen met waarschuwingssystemen in de Palestijnse gebieden. In de laatste 5 jaar is een Motorola radarsyteem ter waarde van 158 miljoen dollar in gebruik in 47 illegale Israëlische nederzettingen op de Palestijnse Westelijke Jordaanoever. Israel Aircraft Industries (IAI) is een wapenbedrijf dat in het vorige 6e programma deelnam aan maar liefst 21 projecten.xxxiii Het bedrijf had er de leiding over het SPEED-project, een geïntegreerd mobiel systeem voor communicatie voor o.m. 'veiligheidsoperaties'. Andere projecten met IAI-deelname zoals SANDERA, G-MOSAIC en de ontwikkeling van een 'Europees Veiligheids- en Defensieforum' houden rechtstreeks verband met het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid van de EU. IAI produceert oorlogstuig dat zowel in Libanon als Gaza is ingezet. Ook andere Israëlische wapen- of defensiegerelateerde bedrijven zoals Elbit Systems en Orbit Communications zitten in Europese onderzoeksprojecten.

Wapenhandel

Ook op vlak van wapenhandel zet de EU haar zelfverklaarde principes voor een vredesproces opzij. Israël kan zonder veel problemen op grote schaal wapens op de Europese markt kopen of verkopen. Nochtans geldt in de Europese Unie sinds eind 2008 een bindende Gemeenschappelijke Positie voor wapenhandel met daarin 8 criteria voor de export van wapens. Criterium 2 gaat over de eerbiediging van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht. Criterium 3 stelt: “De lidstaten weigeren een uitvoervergunning voor militaire goederen of technologie waardoor gewapende conflicten worden uitgelokt of verlengd”. Volgens het vierde criterium moeten lidstaten een uitvoervergunning weigeren “indien er een duidelijk risico bestaat dat het beoogde ontvangende land de uit te voeren militaire goederen of technologie voor agressie jegens een ander land gebruikt of er kracht mee wil bijzetten aan territoriale aanspraken”. Criterium 6 gaat dan onder andere over de eerbiediging van het internationaal recht.

De bindende Europese afspraken op vlak van wapenhandel beletten niet dat nagenoeg alle Europese landen toestemming geven om wapens te verkopen aan Israël. In 2008 ging het over vergunningen ter waarde van 162 miljoen Euro.

Conclusies

De Europese Unie schaart zich officieel achter het internationaal recht en de uitvoering van de resoluties van de Veiligheidsraad van de VN. Maar in de toepassing van die principes hanteert de EU op zijn zachtst gezegd een zeer voorzichtige aanpak. Israëlische mensenrechtenschendingen en uitvoerig gedocumenteerde inbreuken op het internationaal humanitair recht worden zelden veroordeeld, laat staan gesanctioneerd. De EU probeert weliswaar een diplomatieke actor te zijn in het kader van een politieke oplossing van het conflict en onderhoudt intensieve contacten met zowel de Israëlische regering als de Palestijnse Autoriteit, maar op vlak van beleidsdaden – zeker in de economische sfeer – haalt de EU de banden aan en laat ze na haar positie te gebruiken om Israël onder de druk te zetten om een einde te maken aan de bezettingspolitiek. In verschillende gevallen overtreedt de EU haar eigen regels. Dat is het geval in het niet naleven van de mensenrechtenclausule en de toepassing van de oorsprongsregels van het Associatieakkoord. Ook op vlak van wapenexport handelen de Europese lidstaten manifest in strijd met de criteria van de Gedragscode op wapenhandel die sinds kort een (bindende) gemeenschappelijke positie is geworden. Zoals dat met 15 andere landen het geval is, zijn er gegronde redenen te vinden die maken dat Israël eveneens op de EU-wapenembargo lijst komt te staan.

Door haar lakse en zelfs onverantwoorde houding werkt de EU de door haar zelf verdedigde politieke oplossing van het conflict tegen en steunt het defacto een bezettingsmacht die al jaren weigert de resoluties van de VN-Veiligheidsraad uit te voeren.

Noten:

iEuropean Council. Meeting on 9 and 10 december 1994 in Essen. Presidency Conclusions (zie: http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ec/00300-1.EN4.htm)
ivRaad van de Europese Unie. Jaarverslag van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid aan het Europees Parlement over de voornaamste aspecten en de fundamentele keuzen van het GBVB. Brussel, juni 2010 (zie: http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/librairie/PDF/NL_PESC%202009_web.pdf)
vCommission of the European Communities - SEC(2009) 516/2 – Progress Report Israel, Brussel, 23 april 2009 (zie: http://ec.europa.eu/world/enp/pdf/progress2009/sec09_516_en.pdf)
viCouncil of the European Union. Council conclusions on the Middle East Peace Process. 2985th Foreign Affairs Council meeting Brussels, 8 December 2009
viiEuropean Union. Remarks made by High Representative Catherine Ashton after meeting with Israeli Foreign Minister Avigdor Lieberman - A 143/10 - Brussel, 18 juli 2010 (zie: http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/EN/foraff/115856.pdf)
viiiEU Presidency Statement Concerning the Launching of Land Operations by the Israeli Forces in the Gaza Strip, 4 januari 2009 (zie:http://www.eu2009.cz/en/news-and-documents/cfsp-statements/january.htm)
xHuman Rights in Palestine and other Occupied Arab Territories. Report of the United Nations Fact Finding Mission on the Gaza Conflict, 15 september 2009 (zie: http://www2.ohchr.org/english/bodies/hrcouncil/specialsession/9/docs/UNFFMGC_Report.pdf)
xiOp 15 januari 2009 veroordeelde het Tsjechische voorzitterschap een Israëlische artillerieaanval op gebouwen van de VN-vluchtelingenorganisatie UNWRA
xiiEU-Israel Association Council. Eight meeting. Statement of the European Union. Luxemburg, 16 juni 2008
xiiiEuropean Neighbourhood Policy – Israël. Memo 08/208, 3 april 2008 (zie : http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=MEMO/08/208&format=HTML&aged=0&language=EN&guiLanguage=en )
xviIn 2009 liggen de cijfers heel wat lager als gevolg van de economische crisis met respectievelijk 6,6 miljard Euro voor de export naar de EU en 11,5 miljard Euro voor de import uit de EU. Wellicht is dat een tijdelijk vertekend beeld (zie: http://trade.ec.europa.eu/doclib/html/111672.htm)
xviiNorman Finkelstein publiceerde twee boeken rond dit thema: The Holocaust Industry. Reflections on the exploitation of jewish suffering. Verso, 2003 en Beyond Chutzpah: On the Misuse of Anti-Semitism and the Abuse of History, University of California Press, 2005
xixOded Eran. A Reversal in Israel-EU relations? Strategic Assessment, Vol. 12, nr 1, juni 2009
xxBarak Ravid. Livni to Sweden: ditch EU-plan on dividing Jerusalem. In: Haaretz, 1 december 2009 (zie: http://www.haaretz.com/print-edition/news/livni-to-sweden-ditch-eu-plan-on-dividing-jerusalem-1.3077) – Howard Schneider. EU moderates stance on Jerusalem. In: The Washington Post, 9 december 2009 (zie: http://www.washingtonpost.com/wp-dyn/content/article/2009/12/08/AR2009120802864.html)
xxiEuro-Mediterranean Agreement establishing an association between the European Communities and their member states, of the one part, and the state of Israel, of the other part. Official Journal of the European Communities, 21 juni 2000 (zie: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2000:147:0003:0156:EN:PDF)
xxiiJohn Dugard. Human Rights Situation in Palestine and other Occupied Arab Territories. Report of the Special Rapporteur on the situation of human rights in the Palestinian territories occupied since 1967, Human Rights Council, Seventh Session, 21 januari 2008, p. 13
xxiiiEuropean Parliament Resolution on the Middle East, P5_TA(2002)0173
xxivJudgment in Case C-386/08 Brita GmbH v Hauptzollamt Hamburg-Hafen. Court of Justice of the European Union Press release No 14/10 Luxemburg, 25 februari 2010 (zie: http://curia.europa.eu/jcms/upload/docs/application/pdf/2010-02/cp100014en.pdf)
xxvCouncil of the European Union. Council Conclusions. Strengthening of the European Union's bilateral relations with its Mediterranean partners 2915th External Relations Council meeting, Brussel, 8 and 9 December 2008 (zie: http://www.eu2008.fr/webdav/site/PFUE/shared/import/1208_CAGRE/Council_conclusions_strengthening_EU_relations_with_Mediterranean_partners_EN.pdf)
xxviEU postpones upgrading ties with Israel. Haaretz, 15 juni 2009 (zie: http://www.haaretz.com/news/eu-postpones-upgrading-ties-with-israel-1.278113)
xxviiAgreement in the form of an exchange of letters between the European Community and the State of Israel concerning reciprocal liberalisation measures on agricultural products, processed agricultural products and fish and fishery products, the replacement of protocols 1 and 2 and their annexes and amendments to the Euro-Mediterranean agreement establishing an association between the European Communities and their member states, of the one part, and the State of Israel, of the other part. 19 november 2009 (zie: http://www.moital.gov.il/NR/rdonlyres/2306E058-1063-4386-975D-03448D6AC980/0/ELcopy_IL_signatureFINAL.pdf)
xxviiiGaza Fishing : an Industry in Danger, OCHA Special Focus, april 2007 – zie http://www.ochaopt.org/documents/OCHA_Special_report_gaza_fisheries_April2007.pdf
xxixDavid Cronin. EU boosts ties with Israel, ignores settlements and occupation. IPS, 22 maart 2010 (zie: http://www.ipsnews.net/news.asp?idnews=50743)
xxxiISERD. Israel and the European Framework Programme for Research and Development. November 2006 (zie: http://www.cogeril.de/dateien/Israel-EU_FP.pdf)
xxxiiSecurity Research. Towards a more secure society and increased industrial competitiveness. Security Research Projects under the 7th Framework Programme for Research, mei 2009 (zie: ftp://ftp.cordis.europa.eu/pub/fp7/security/docs/towards-a-more-secure_en.pdf)
xxxiiiGedetailleerde informatie over alle projecten van het zesde programma is te vinden via http://cordis.europa.eu/fp6/projects.htm

 

steun ons

© 2021 vrede vzw - website by