De Koerden in Turkije in tijden van COVID-19
De politie blokkeert de toegang tot het stadhuis van Diyarbakır nadat het ministerie van Binnenlandse Zaken de democratisch gekozen HDP-burgemeester heeft vervangen door een beheerder, aug. 2019 © Mezopotamya Agency (MA)

De Koerden in Turkije in tijden van COVID-19

Zoals wel meerdere autocratische leiders probeert de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan gebruik te maken van de corona-crisis om zijn macht uit te breiden.

Vorige maand voerde de Turkse regering een wet in die zeker 45.000 gedetineerden vrijlaat in een poging om het risico op een uitbraak van COVID-19 in de overbevolkte gevangenissen te beperken. De vele duizenden politieke gevangenen blijven echter stevig achter slot en grendel. Zo ook Selahattin Demirtas de voormalige presidentiële kandidaat van de pro-Koerdische Volksdemocratische Partij (HDP), samen met tal van andere dissidenten, zowel Koerden als Turken.

Erdoğan en zijn regering beschuldigen de HDP ervan banden te hebben met de militante Koerdische Arbeiderspartij (PKK), wat de afgelopen jaren geleid heeft tot de vervolging van duizenden HDP-partijleden en -leiders op basis van terrorismebeschuldigingen. De regering dreef haar optreden tegen pro-Koerdische politici in Turkije op vanaf oktober vorig jaar, toen ze een militair offensief lanceerde tegen de door Koerden bestuurde territoria in Noord-Syrië. Tegen deze achtergrond van Koerdische onderdrukking heeft de Turkse president nog redenen om de HDP te viseren. De partij slaagde er kortstondig in om Erdoğan van zijn parlementaire meerderheid te beroven in de verkiezingen van 2015. En door de krachten te bundelen met andere oppositiepartijen zorgde de HDP er tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2019 mee voor dat Erdoğans Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) het burgemeesterschap in Istanboel verloor.

Op 11 maart bevestigde Turkije zijn eerste coronabesmetting. Amper twee weken later, op 23 maart, werden de verkozen HDP-burgemeesters van 5 gemeenten gearresteerd. Samen met 3 andere HDP-burgemeesters die uit hun ambt gezet werden, verving de regering ze door “beheerders”, d.w.z. zorgvuldig uitgekozen vertrouwelingen van Erdoğan.

Sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 31 maart 2019 heeft Ankara aangeduide curatoren aan het hoofd gezet van meer dan 40 van de 65 lokale besturen die democratisch gewonnen werden door de HDP. Volgens een HDP-woordvoerder werden ook al meer dan 21 co-burgemeesters formeel aangeklaagd wegens terrorisme. (De HDP stelt per gemeente 1 man en 1 vrouw aan als burgemeestersduo om gendergelijkheid te bevorderen. De partij spreekt van co-burgemeesters, hoewel er maar 1 wordt erkend door de centrale overheid.)

De ondemocratisch geïnstalleerde beheerders hebben verschillende eerder genomen stappen in de richting van het erkennen van een Koerdische identiteit teruggeschroefd. Zo werden bijvoorbeeld organisaties opgedoekt die de Koerdische taal en cultuur wilden promoten, werden Koerdische straat- en parknamen verwijderd, en Koerdische culturele monumenten vernietigd. In de stad Batman, waar de meerderheid van de inwoners Koerdisch is, was een van de eerste maatregelen van de zopas door de Turkse overheid aangeduide beheerder, het verwijderen van alle Koerdischtalige content van de gemeentelijke website. Het is duidelijk dat Erdoğan niet van plan is om zijn campagne om Turkije’s 15 miljoen Koerden van hun constitutionele rechten te ontdoen, te laten verstoren door de huidige pandemie.

Strikte mediacontrole

De Turkse president lijkt inderdaad meer bezorgd over het beschermen van zijn politieke belangen dan over het indijken van de pandemie. Sinds de mislukte staatsgreep van juli 2016 heeft de regering al meer dan 150.000 ‘dissidente’ overheidswerknemers, waaronder ook 15.000 zorgverleners, de laan uitgestuurd. Zelfs de grootste virusexpert van het land, Mustafa Ulasli, moet onverrichter zake toekijken hoe het coronavirus lelijk huishoudt omdat hij ervan verdacht wordt linken te hebben met de in Turkije verboden Gülen-beweging. Volgens Erdoğan heeft deze sociaal-politieke islamitische beweging, geïnspireerd door de geestelijke Fethullah Gülen (een voormalige bondgenoot van de president), de poging tot staatsgreep van 2016 georkestreerd.

Erdoğan controleert bovendien al het coronanieuws nauwlettend. De officiële informatie over de verspreiding van het virus is zeer partieel in Turkije. Alleen de minister van Volksgezondheid mag statistieken en cijfers vrijgeven. De regering probeert de verslaggeving zorgvuldig te stroomlijnen om kritiek of informatie die ze als schadelijk voor de openbare orde beschouwt, te vermijden. Tegen 25 maart waren er al 410 mensen opgepakt voor het plaatsen van “provocatieve posts” over corona op de sociale media en voor “pogingen tot het stoken van onrust”.

Er werden ook al verschillende journalisten gearresteerd voor “het aanzetten tot paniek” bij de burgers. Vooral lokale journalisten worden aangeklaagd voor corona-gerelateerde berichtgeving. Het gaat vaak nochtans simpelweg over het kenbaar maken van ziektegevallen in hun respectievelijke regio’s. Sinds het uitbreken van de pandemie werden al zeker 10 plaatselijke verslaggevers vervolgd uit verschillende provincies.

Nadat de bekroonde Koerdische activiste en journaliste Nurcan Baysal geschreven had over het grote risico op de verspreiding van COVID-19 in de overvolle gevangenissen van de provincie Dyarbakir, werd ze op 30 maart opgepakt en ondervraagd door Turkse aanklagers. De volgende dag startten de Turkse autoriteiten ook een onderzoek op tegen Ruşen Takva, een Koerdische journalist die werkt in de provincie Van aan de Iraanse grens. Hij werd beschuldigd van “het creëren van angst en paniek bij het publiek” met zijn berichtgeving over de pandemie.

Volgens Erol Onderoglu van Reporters zonder Grenzen (RSF) behoren “de lokale media tot de belangrijkste collaterale slachtoffers van het coronavirus in Turkije”. Hij voegt daaraan toe: “De autoriteiten intimideerden al uitgesproken mediakanalen. Nu worden lokale journalisten, de belangrijkste getuigen van de openbare gezondheidscrisis in het veld, ook ondermijnd, in een tijd waarin het recht van het publiek op informatie cruciaal is”. (Erdoğans aanhoudende heksenjacht tegen zijn critici in de media kreeg een hoogtepunt na de mislukte staatsgreep van juli 2016. Turkije staat momenteel 154ste op 180 landen in de Wereld Persvrijheidsindex van RSF.)

Geen respijt

Begin april werd een strafrechtelijke procedure opgestart tegen Fatih Portakal, een reporter van de Turkse dochteronderneming van Fox TV, voor “het verspreiden van leugens en het manipuleren van het publiek op de sociale media”. Portakal had gesuggereerd dat de regering van de burgers zou kunnen verlangen om in hun buidels te tasten om de gevolgen van de pandemie te bestrijden. Op zich niet zo’n bij de haren getrokken bewering, gezien de weinig rooskleurige financiële en economische staat waarin het land zich bevindt. De lege Turkse schatkist noopte de regering om op 18 maart een financieel stimulus-pakket van ‘slechts’ 13,9 miljard euro aan te kondigen, het equivalent van 1,5% van het bruto binnenlands product (BBP). Ter vergelijking: de bedragen die in eerste instantie uitgetrokken werden in andere landen om de economische gevolgen van de coronacrisis op te vangen komen op 11% van het BBP in de VS, 4,9% in Duitsland en 3,5% in Brazilië. Eind maart lanceerde Erdoğan ook een campagne waarin hij de burgers aanspoort om te doneren om “de wielen” van de economie “draaiende te houden”. Zelf beloofde hij alvast 7 maanden loon af te staan.

Op 18 maart werd het eerste corona-overlijden in het land gemeld. Op vrijdagavond 15 mei stond de teller volgens de Turkse autoriteiten op 146.457 gevallen van COVID-19 en 4055 doden. Experts, Turkse doktersorganisaties, oppositionele politici, en nationale en internationale journalisten trekken de officiële cijfers al van in het begin in twijfel.

De statistieken van het Turks ministerie van Volksgezondheid lijken bijvoorbeeld aan te tonen dat de provincies met een Koerdische meerderheid in het zuidoosten van het land minder besmettingsgevallen hebben. De aantallen zijn echter niet overtuigend, aangezien veel van deze provincies een grens delen met het hard getroffen Iran. De Iraanse provincie Koerdistan aan de Turkse grens had begin april al het hoogst aantal gerapporteerde COVID-19-doden van heel dat land. Gezien de voortdurende beteugeling van de onafhankelijke media in het algemeen, en de pro-Koerdische in het bijzonder, is er weinig hoop op een accurate verslaggeving over de verspreiding van de pandemie bij de bevolking.

Het coronavirus trekt zich niets aan van etnische-, religieuze- en politieke lijnen, maar de aanhoudende onderdrukking van de Turkse regering heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat de Koerden in Turkije -met uitzondering van degenen die Erdoğans islamistische project steunen- van die kant ook geen respijt moeten verwachten tijdens deze volksgezondheidscrisis.

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by