Dossier
Ludo De Brabander
Printvriendelijke versie
Europa en de oorlogsvluchtelingen
Foto: Ggia

Europa en de oorlogsvluchtelingen

Het vluchtelingenbeleid van Europa is er vooral op gericht om de grenzen zoveel mogelijk te sluiten. Dat zet het recht op asiel zwaar onder druk.

2015 is misschien wel het jaar dat een einde maakte aan de illusie dat oorlogen zich ver van ons bed afspelen. In dat jaar kende de vluchtelingencrisis een dramatisch dieptepunt. Een grote mensenstroom zocht vertwijfeld een veilig onderkomen op het Europese continent, op de vlucht voor de gevolgen van oorlog en geweld. Mensen leverden zich over aan mensensmokkelaars en waagden zich op gammele schuiten. De Europese beleidsmakers zagen zich geconfronteerd met een dilemma: erkennen dat vluchtelingen wiens leven bedreigd is recht hebben op asiel tegenover de perceptie, gevoed door een deel van de publieke opinie en rechtse tenoren, dat ze bedreigend zijn voor ons welzijn.

De initiële reactie in Europa op de toenemende immigratiedruk was er een van blinde paniek, niet alleen bij de beleidsmakers die de hete adem voelen van extreemrechts, maar ook bij de media en bijgevolg het brede publiek. De Europese Unie nam een batterij aan maatregelen die het asielrecht zwaar onder druk zetten en er vooral op gericht zijn om de grenzen zo dicht mogelijk te maken. De instrumenten daartoe luisteren naar namen als Frontex, Schengen of Operatie Sophia. Voor vluchtelingen zijn er geen legale manieren om Europa binnen te geraken en net dat drijft hen in handen van mensensmokkelaars die grof geld aan hen verdienen en zich daardoor in levensbedreigende omstandigheden moeten begeven. Ook de interne Europese solidariteit kwam onder druk, nadat Oost-Europese landen weigerden om een evenredig deel van de vluchtelingen op te vangen. Overdrijvingen worden niet geschuwd. De Hongaarse premier Orbán die beweerde dat Europeanen in de minderheid raken in hun eigen werelddeel “als we onze grenzen niet beveiligen." Nochtans vervalt de vluchtelingenstroom richting Europa in het niets in vergelijking met het aantal vluchtelingen in en rond oorlogslanden als Syrië, Irak of Afghanistan.

Eind 2014 waren er wereldwijd bijna 60 miljoen mensen op de vlucht of een op elke 122 aardbewoners.

Eind 2014 waren er wereldwijd bijna 60 miljoen mensen op de vlucht of een op elke 122 aardbewoners. Het schokkende is dat de helft van hen kinderen zijn. In twee derde van de gevallen gaat het om interne vluchtelingen. Het overige derde is naar het buitenland gevlucht. Het zijn de armere landen die het grootste gewicht van de vluchtelingencrisis dragen. Ontwikkelingslanden vangen 86% van de vluchtelingen op.1 Bij de landen van herkomst heeft Syrië Afghanistan voorbijgestoken als land met het grootst aantal vluchtelingen. Bijna de helft van de Syrische bevolking is op de vlucht met 7,6 miljoen interne vluchtelingen en bijna 3,9 miljoen Syriërs die naar het buitenland zijn gevlucht. Daarna volgt Afghanistan met 2,6 miljoen vluchtelingen en Somalië met 1,1 miljoen vluchtelingen.2 Irak telt bijna 4 miljoen interne vluchtelingen en 500.000 mensen die naar het buitenland zijn gevlucht.3 Het zijn allemaal landen waar buitenlandse machten direct of indirect militair zijn geïntervenieerd.

Volgens het Hoogcommissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties bevindt het gros van de Syrische oorlogsvluchtelingen zich net over de grens van oorlogsgebieden. Eind 2015 telde Turkije 2,5 miljoen Syrische vluchtelingen, Libanon 1 miljoen en Jordanië 650.000.4 Het plaatst de vluchtelingenstroom naar Europa wat meer in perspectief. Daar valt wel op dat het aantal asielaanvragen de jongste jaren fors de lucht is ingegaan. In 2010 waren er 208.000 asielaanvragen in Europa in vergelijking met 1,2 miljoen in 2015. Ook hier spant Syrië de kroon met bijna 357.000 asielaanvragen in 2015 in vergelijking met 3.835 in 2010.5 In de top drie van asielaanvragen volgen opnieuw de twee oorlogsgebieden waar de NAVO of NAVO-lidstaten een militaire interventie hebben uitgevoerd gevolgd door een langdurig bezettingsconflict: Afghanistan en Irak. Al deze landen zijn zwaar gedestabiliseerd, economisch ontwricht en zijn het slachtoffer van blind geweld en terreur. De vraag is of Europa met een vluchtelingencrisis van dergelijke omvang zou geconfronteerd zijn, indien in deze landen geen militaire interventies zouden zijn uitgevoerd of het geweld niet zou zijn aangewakkerd met wapens. Ook dat plaatst de Europese vluchtelingencrisis meer in perspectief. Het is zowel ironisch als triest dat vele duizenden oorlogsvluchtelingen bescherming zoeken in dezelfde Europese NAVO-landen die ofwel rechtstreeks (zoals in Libië, Irak en Afghanistan) ofwel onrechtstreeks (zoals in Syrië) bijdroegen aan de vernietiging en de destabilisering van hun landen.

Daarenboven vinden veel Europese beleidsmakers het vanzelfsprekend dat de vluchtelingen in de buurlanden worden opgevangen. Op zich is daar iets voor te vinden, als de opvang degelijk is en goed ondersteund. Los van het feit dat dit niet het geval is, willen de Europese leiders dat deze landen laten doen waartoe ze zelf niet bereid zijn. Turkije krijgt nu al meer vluchtelingen over de grens dan alle Europese landen samen, die bovendien over veel meer economische mogelijkheden beschikken. Binnen de EU bestaat er ontzettend veel hypocrisie. Zo riep Federica Mogherini, de Hoge Vertegenwoordigster voor het Buitenlands Beleid Turkije op om tienduizenden vluchtelingen die het offensief van het Syrische leger en Russische bommen tegen Aleppo ontvluchten om zijn morele en wettelijke verplichtingen op hun bescherming te garanderen.6 Een paar dagen tevoren maande de EU Griekenland aan om de volledige controle over zijn grenzen te herstellen.7

Een Europees plafond op aantal vluchtelingen?

In januari 2016 lanceerde de Nederlandse PVDA-voorzitter Diederik Samson, na een bezoek aan Turkije, zijn plan om vluchtelingen die de Griekse kust bereiken per kerende met een boot terug te sturen. Samson wil zo een systeem organiseren waarbij de overtocht maken zinloos wordt. “Zolang de overtocht kansen biedt, zijn mensen kennelijk bereid hun kinderen te verliezen onderweg”, aldus Samson in de Nederlandse Volkskrant.8 Turkije is volgens Samson maar bereid om het plan te accepteren als er tegelijk een legale vluchtroute naar Europa bestaat voor vluchtelingen uit Syrië, Irak, Afghanistan en Somalië. In ruil zou Turkije bereid zijn deze vluchtelingen terug op te nemen als er een legale asielroute voor 150.000 tot 250.000 vluchtelingen per jaar in het leven wordt geroepen. Het plan kreeg aanvankelijk meteen bijval van de Belgische SP.A-voorzitter John Crombez, die evenwel door zijn partij werd teruggefloten omdat het neerkomt op een push-back-beleid en het recht op asiel wordt ondergraven. In 2015 waren er alleen al uit Syrië meer asielaanvragen in Europa dan het vluchtelingenplafond dat Samson wil instellen. Amnesty International reageerde buitengewoon fel op het plan-Samson: “Niemand zou in het humanitaire schijnvoorkomen van dit fundamenteel gebrekkige voorstel moeten trappen. Het is simpel politiek opportunisme, gericht op het stoppen van de stromen van wanhopige mensen die de Egeïsche zee over vluchten. Elk voorstel tot hervestiging dat afhankelijk is van de effectieve afgrendeling van grenzen en illegaal tienduizenden mensen terugdringt, terwijl hen de toegang tot asielprocedures wordt ontzegd is moreel failliet. Maar er is geen excuus voor het overtreden van de wet en het aan de laars lappen van de internationale verplichtingen in dat proces.”9 Amnesty International betwist ook dat Turkije een veilig asielland zou zijn en geeft voorbeelden van hoe asielzoekers worden opgesloten, geslagen of teruggestuurd.

De Europese landen, onder druk van de publieke opinie en rechtse en extreemrechtse partijen, doen het voorkomen alsof er geen plaats meer is voor vluchtelingen omdat ze onze welvaart bedreigen en sociale zekerheid ondergraven. Rechtse partijen gieten olie op het vuur met discriminerende voorstellen zoals dat van N-VA-kamerlid Sarah Smeyers om het kindergeld voortaan slechts getrapt toe te kennen hoewel het budgettaire resultaat daarvan slechts 0,1% van het totale kindergeld bedraagt. Ze pleiten voor het opvangen van vluchtelingen in de buurlanden van oorlogszones, maar weigeren oog te hebben voor de hun opvangcapaciteit, terwijl ze nu al enorme inspanningen leveren.

Libanon

Neem nu Libanon, een land met de oppervlakte van drie Belgische provincies, een bevolking van ruwweg 5 miljoen inwoners en dat politiek erg fragiel is. Het land grenst aan Syrië en heeft er sterke historische banden mee waardoor 1,1 miljoen Syriërs er hun toevlucht hebben gezocht. Daarnaast huisvest het land ook nog eens 450.000 Palestijnse vluchtelingen. Meer dan een kwart van de bevolking is vluchteling wat in toenemende mate voor spanningen zorgt.

Hoewel er sprake is van een grote solidariteit bij de Libanese bevolking voor de Syrische vluchtelingen, zijn ze in toenemende mate het slachtoffer van aanvallen en discriminatie. De Syrische vluchtelingen zorgen immers voor extra druk op de arbeidsmarkt en de sociale voorzieningen. Een rapport van de Wereldbank in 2013 schatte dat de vluchtelingencrisis een daling van 2,9% van de BBP groei zou veroorzaken voor de periode 2012-2014.10 Ook zouden 10% van de jobs verloren zijn gegaan en 170.000 mensen in de armoede geduwd. Alleen al om het onderwijs te kunnen voorzien voor de jonge Syrische vluchtelingen was er rond de 400 miljoen dollar extra nodig. In april 2015 heeft de Libanese regering de toegang tot het grondgebied voor vluchtelingen aan zware restricties onderworpen, een visumplicht voor Syriërs afgekondigd en zware beperkingen opgelegd op verblijfsvergunningen.11 Dit maakt dat velen van hen zich niet meer laten registreren en dat ze in moeilijke omstandigheden moeten overleven. 75% van de Syrische vluchtelingenkinderen vindt de weg niet naar de schoolbanken. Libanon hanteert een 'no-camp'-beleid waardoor de vluchtelingen verspreid leven over 1.700 verschillende locaties.12 De steden en gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun basisvoorzieningen, maar hebben daar meestal niet de middelen voor.

Afghanistan

Niet alleen Libanon zwicht onder de druk van de vluchtelingencrisis. Afghanistan telt 2,6 miljoen buitenlandse vluchtelingen en bijna 1 miljoen interne vluchtelingen.13 Het gros van hen bevindt zich in de buurlanden Irak en Pakistan. Maar de jongste tijd zijn ze daar minder welkom. Pakistan dreigt er – net als Libanon – mee hun verblijfsvergunningen niet meer te verlengen. Iran is gestart met het deporteren van Afghaanse vluchtelingen. Vooral voor de Sjiitische Hazara, een Afghaanse minderheidsgroep, is dat een ramp. Ze zijn in het verleden ontsnapt aan slachtpartijen van de Taliban. Iran en Pakistan dragen de gevolgen van een militaire interventie en bezettingsoorlog die niet door hen, maar door westerse landen is opgezet.

Met de steun van de NAVO-landen vielen de VS op 7 oktober 2001 Afghanistan binnen. Het werd zelfverdediging genoemd. Vervolgens was er de NAVO-bezettingsmacht waaraan ook België participeerde. Het land dat al jaren te lijden had onder het geweld geraakte verder gedestabiliseerd. Het werd een paradijs voor de westerse wapenindustrie. In plaats van te investeren in de ontwikkeling van het land besteedden de VS alleen al – volgens een rapport van het Amerikaanse Congres – 687 miljard dollar aan de oorlog!14 Dat staat gelijk aan 34 keer het Bruto Binnenlands Product (BBP) van Afghanistan! Daar moeten dan nog de miljarden bijgeteld worden van de andere oorlogvoerende landen. Met welk resultaat? De oorlog duurt er onverminderd voort en is in 2015 zelfs nog in intensiteit toegenomen. Volgens de VN vielen er in de eerst helft van dat jaar 1.592 dodelijke slachtoffers en 3.329 gewonden.15 De Taliban blijven militair erg actief. Meer dan een decennium na de val van de Taliban behoren kinder- en moedersterfte nog altijd tot de hoogste in de wereld.16 9% van de kinderen sterft voor het vijfde levensjaar.17 Bijna driekwart van de bevolking (+15 jaar) is ongeletterd; 73% leeft op of onder de armoedegrens.18 Volgens UNICEF is 25% van de kinderen betrokken in kinderarbeid.19 Dat zijn schokkende cijfers. De toenmalig Belgische minister van Defensie, Pieter De Crem, proclameerde gedurende jaren dat onze militaire aanwezigheid in Afghanistan (goed voor 113 miljoen euro in 2012 of een derde van het totale budget van Fedasil) noodzakelijk is om democratie en stabiliteit te brengen en om vrouwenrechten te beschermen. Toen in de winter van 2013 en 2014 250 uitgeprocedeerde Afghanen actie voerden door een gebouw te bezetten werden ze evenwel met banbliksems overladen. De Afghaanse slachtoffers die om hulp en aandacht vroegen voor de moeilijke situatie waarin ze zich bevinden als gevolg van de oorlog in hun land, kregen van toenmalig staatssecretaris Maggie De Block te horen dat ze 'emotionele chantage' pleegden.20

Irak

De sterke toename van de vluchtelingenstroom naar Europa de afgelopen jaren verliep parallel met de groei van de stigmatisering van oorlogsvluchtelingen. Op 22 september 2015 mocht NV-A-voorzitter Bart De Wever het openingscollege politicologie verzorgen aan de Universiteit Gent, dat hij volledig aan de Europese vluchtelingencrisis wijdde. Op dat ogenblik was het grootste deel van de vluchtelingen in ons land afkomstig uit Irak waar de Islamitische Staat na het zomeroffensief van 2014 een groot deel van het land onder controle heeft.

Bart De Wever is nooit vies van demagogische uitspraken, en neemt geregeld een loopje met de waarheid.

De partijvoorzitter reageerde op de plotse grote toename van Irakezen: “Ik hoor voortdurend Syrië, Syrië, Syrië. Op dit moment is van alle aanvragen die dit jaar zijn binnengekomen welgeteld één vijfde Syriër. Eén op de vijf. Vier op de vijf zijn dat dus niet. Die komen van elders. Bijna de helft komt uit Irak. En de meesten daarvan komen uit Bagdad, waar geen oorlog is. Bagdad is misschien niet the place to be, maar er zijn heel veel places not to be in de wereld. Maar er is geen oorlog, er is geen dreiging van Islamitische Staat.” Bart De Wever is nooit vies van demagogische uitspraken, en neemt geregeld een loopje met de waarheid. Om te beginnen wat betreft de cijfers. In werkelijkheid waren er op dat ogenblik (van januari tot augustus 2015) 3.951 Irakese asielaanvragen op een totaal van 16.754. Dat is niet bijna de helft, maar amper een kwart (23,5%). Ten tweede over zijn stelling dat er geen oorlog zou zijn Bagdad. De vraag is hier natuurlijk wat je onder oorlog verstaat. Om te beginnen luidde het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken op dat ogenblik als volgt: “De veiligheidssituatie in Irak is en blijft onzeker en uiterst gevaarlijk voor alle reizigers. De recente gevechten in het land en de dreiging van een verdere uitbreiding van het geweld naar Bagdad zorgen ervoor dat de situatie er erg onzeker en gespannen is.”21

De statistieken geven een ander beeld dan wat Bart De Wever ons wil doen geloven. Volgens de Britse monitoring groep 'Action On Armed Violence (AOAV)' is Irak het land waar het grootst aantal doden valt22 als gevolg van explosies. Op de tweede plaats staat Syrië. Volgens de Global Terrorism Index (GTI), telt Irak het hoogst aantal doden als gevolg van terroristische aanslagen. Nigeria volgt op de tweede plaats. Beide landen waren in 2014 goed voor 53% van alle terreurdoden in de hele wereld. Het GTI-rapport zegt: “Het niveau in Irak is het hoogst ooit gemeten in een enkel land met 9.929 doden, een stijging met 55% in vergelijking met 2013. Er waren drie keer meer terreurdoden in Irak in 2014 dan in de hele wereld in het jaar 2000.” Het is dus niet erg moeilijk om te achterhalen waarom bijna een kwart van de asielzoekers uit Irak komt. Maar is Bagdad dan een veilige stad, zoals Bart De Wever insinueert? Er bestaan verschillende lijsten en indexen over de gevaarlijkste steden in de wereld. Bagdad haalt telkens makkelijk de top 10.23 Volgens de data van Verisk Maplecroft, een denktank die zich bezig houdt met risico-inschattingen voor bedrijven wereldwijd is Bagdad de gevaarlijkste stad ter wereld (periode februari 2014 – februari 2015) met 380 aanslagen die 1141 doden en 3654 gewonden maakten!24 De vijf volgende steden op deze lijst van 1.300 belangrijke commerciële plaatsen en stedelijke gebieden, bevinden zich volgens deze index trouwens telkens in Irak (Mosoel, Al Ramadi, Ba’qubah, Kirkuk and Al Hillah).

Ligt het aan de Irakezen dat het zover is gekomen? Irak was uiteraard geen paradijs en kende enkele duistere periodes in de naoorlogse geschiedenis, zoals de brutale oorlog van Bagdad tegen de Iraakse Koerden, maar voor het overige vormde het wel een relatief welvarend land en was het ook redelijk stabiel op vlak van terroristische aanslagen. Volgens de GTI vielen er in de periode 1998 tot 2002 het jaar voor de militaire invasie van Irak, 65 doden als gevolg van terreuraanslagen. Dat veranderde toen twee van onze belangrijkste NAVO-bondgenoten het land militair aanvielen, bezetten en belangrijke overheidsinstellingen ontmantelden. Uit het verzet tegen de vreemde bezetter en de sektarische politiek die het door de VS gesteunde regime voerde ontstond eerst Al Qaida in Irak, waaruit later de Islamitische Staat groeide. Er vielen duizenden doden in de jaren 2006 tot en met 2008 en dan opnieuw vanaf 2013.

Recht op asiel

Europa was in de loop van de vorige eeuw zelf het toneel van twee gruwelijke oorlogen. Miljoenen mensen probeerden aan het geweld of vervolging te ontsnappen door te vluchten naar oorlogsvrije gebieden in of buiten Europa. Onze voorouders konden toen gelukkig rekenen op de solidariteit van hun buren voor voedsel en onderdak. De oorlogsgruwel en de gevolgen voor burgers zouden als het ware in onze genen ingebakken moeten zitten. In de zomer van 2015, toen de stroom vluchtelingen naar Europa aangroeide, werden vele warme en spontane solidariteitsacties van burgers en organisaties op touw gezet, maar dat volstaat niet. Vluchtelingen hebben recht op asiel. De Europese overheden zijn juridisch verplicht om te zorgen dat dit recht gegarandeerd wordt. Het asielrecht vormde nu net het antwoord op de vluchtelingendrama's tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Vandaar dat het als een fundamenteel principe is opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Vervolgens werd dit recht verder uitgewerkt in de Conventie van Genève betreffende de Status van Vluchtelingen (1951). De landen die tekenden verbonden zich ertoe om iedereen te beschermen die gevlucht is uit gegronde vrees voor vervolging wegens ras, godsdienst, nationaliteit, geaardheid of zijn/haar politieke overtuiging. De Europese Unie vulde het asielrecht aan voor mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en conflict door hen subsidiaire bescherming te geven. Dit statuut biedt bescherming aan mensen op de vlucht voor oorlog, foltering of onmenselijke behandeling en doodstraf of executie. Dat recht staat momenteel enorm onder druk. Niet alleen het fundamentele principe, zoals dat blijkt uit voorstellen van verschillende politici in Europa om de Conventie van 1951 te wijzigen, zoals Bart De Wever dat deed tijdens zijn college aan de Universiteit in Gent, maar ook door de Europese praktijk.

Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie stierven er alleen al in 2015 3.692 mensen op de Middellandse Zee tijdens de overtocht naar Europa.

Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie stierven er alleen al in 2015 3.692 mensen op de Middellandse Zee tijdens de overtocht naar Europa.25 Die komen bovenop de meer dan 23.000 sinds het jaar 2000. Doordat de toegang tot de legale immigratie aartsmoeilijk is gemaakt, zijn vluchtelingen verplicht om levensgevaarlijke routes te nemen om in Europa te geraken. Het Europese migratiebeleid heeft van het afsluiten van de grenzen een grotere prioriteit gemaakt dan het respecteren van de mensenrechtenverplichtingen. “Dat kan duidelijk worden afgelezen aan de uitgaven voor 'Fort Europa' in vergelijking met de fondsen die gegeven worden voor de steun aan asielprocedures en de noden van de vluchtelingen”, aldus Amnesty International in een rapport getiteld 'De menselijke kost van Fort Europa' (2014).26 De constructie van Fort Europa kwam er ogenschijnlijk om illegale economische migratie tegen te gaan. In de praktijk en ondanks de lippendienst die wordt gegeven aan het asielrecht, blijven de grenzen ook verzegeld voor zij die oorlog en vervolging ontvluchten en dat is zo voor bijna de helft van alle migranten richting Europa. Zij worden blootgesteld aan onaanvaardbare risico's als een gevolg van de voortdurende Europese drijfveren om het aantal migranten te reduceren. Het Directoraat-Generaal voor Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie wees voor de periode 2007-2013 4 miljard euro toe aan het programma 'Solidariteit en Beheer van de Migratiestromen' (SOLID) dat de lidstaten steunt op vlak van asiel, integratie, terugkeer en grenscontrole. Terwijl bijna de helft daarvan (1,8 miljard euro) ging naar uitrusting en technologische infrastructuur voor de controle van de buitengrenzen van de Schengenzone, was slechts 17% (700 miljoen euro) voorzien voor steun aan asielprocedures, hervestiging en integratie van vluchtelingen.27 Voor de grenslanden van de Schengenzone was het contrast nog groter waarbij 74% gereserveerd werd voor grenscontrole.

Met de militarisering van de grenscontrole is een miljardenbusiness gemoeid. Een jaar voor de oprichting van Frontex (2004), het agentschap dat verantwoordelijk is voor de grensbewaking en het uitvoeren van het terugkeerbeleid, richtte de Europese Commissie een onderzoeksgroep op die een plan moest opstellen voor grensbeveiliging. Opvallend is dat de wapenbedrijven – Airbus, Thales, Finmeccanica en BAE – daarin goed vertegenwoordigd waren, terwijl organisaties als het Hoogcommissariaat voor de Vluchtelingen van de VN of de Internationale Organisatie voor Migratie er in ontbraken. Achteraf bleek dat de betrokken bedrijven ook het grootste deel van de door de EU gefinancierde projecten ter waarde van 225 miljoen euro (periode 2002 – 2013) voor bewakingssystemen zelf uitvoerden.28 Het zijn dezelfde bedrijven die ook meeprofiteren van de legerbestellingen die nodig zijn om te kunnen deelnemen aan de diverse Middellandse Zeeoperaties die de EU opzet om bootvluchtelingen te redden, dan wel terug te sturen of mensensmokkelaars aan te pakken. Frontex ziet jaar na jaar zijn middelen verhogen. Voor 2016 is een budget voorzien van 176 miljoen euro, een stijging met 53% ten opzichte van 2015 (114 miljoen euro) dat ook al substantieel hoger was dan de jaren er voor.29

De verhoogde grenscontroles resulteerden in meer doden omdat vluchtelingen hun toevlucht moeten zoeken tot mensensmokkelaars.

De verhoogde grenscontroles resulteerden in meer doden omdat vluchtelingen hun toevlucht moeten zoeken tot mensensmokkelaars. In afwezigheid van veilige legale manieren om naar Europa te migreren zijn er weinig andere alternatieven wat dan sinds 2000 de mensenhandel tot een miljardenbusiness maakte.30 Dat fenomeen zorgde er voor dat de Europese operaties in de Middellandse Zee die gericht zijn op de migratiestromen van karakter veranderden. Volgens de Commissie Meijers, een onafhankelijke groep van experts die advies verleent rond asiel- en migratierecht, is er een duidelijk trend waar te nemen gaande van eerst het redden van mensenlevens onder de Italiaanse Operatie Mare Nostrum, naar grenscontrole (Operatie Triton) tot militaire actie met Operatie Sophia.31

In mei 2015 lanceerden de Europese ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie 'Operatie Sophia' (EU Navfor Med), een eenjarige operatie die tot doel heeft om het “business model van smokkelaars en mensenhandelaars in het Middellandse Zeegebied te breken”.32 April 2015 was een bijzonder dodelijke maand nadat enkele boten met honderden opvarenden waren gezonken. In een eerste fase van Operatie Sophia zouden de routes van de mensensmokkelaars in kaart worden gebracht. De tweede fase moest verdachte schepen 'afwenden'. In de derde fase zou de verkoop van schepen en aanverwante activa mogelijk gemaakt moeten worden, alsook het arresteren van mensensmokkelaars.

Twee weken voor de Europese beslissing lanceerde Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken het ideetje om de boten van mensensmokkelaars aan de Libische kustlijn te bombarderen.33 Hier en daar klonken er wat kritische reacties, maar in het algemeen was de verontwaardiging daarover verbijsterend beperkt. Franckens pleidooi bleek evenwel een breed gedragen Europees idee. Een interne gelekte EU nota die in het kader van Operatie Sophia werd opgesteld sprak eveneens over de mogelijkheid van een “aanwezigheid aan wal” in Libië door “speciale troepen van de deelnemende landen”.34 Zij moeten dan zorgen voor de “inbeslagname of fysieke vernietiging van de smokkelinfrastructuur” zoals “boten, brandstofplaatsen en inschepingsfaciliteiten”. De nota waarschuwde nochtans voor “het hoge risico aan collaterale schade met inbegrip van het verlies aan mensenlevens”.

De Veiligheidsraad van de VN ging niet zover om toestemming te geven voor de vernietiging van boten, maar stemde met resolutie 2240 (9 oktober 2015) wel in met de mogelijkheid om boten van mensensmokkelaars in beslag te nemen.35 Hoewel Operatie Sophie ook bedoeld was om “bij te dragen aan de verdere vermindering van het verlies van mensenlevens” lag de focus uiteindelijk op het indammen van de migratiestroom vanuit Libië.

Oorlog als antwoord op de vluchtelingencrisis

Oorlog als antwoord op de vluchtelingenproblematiek in Europa klinkt absurd, maar toch is het een piste waarover in de Europese salons wordt nagedacht. De Nederlandse CDA-voorzitter, Sybrand Buma, pleitte in een interview (1 september 2015) met de Nederlandse nieuwssite NU.nl voor een militair ingrijpen in Syrië met inbegrip van het inzetten van grondtroepen.36 We moeten de vluchtelingencrisis aan de bron aanpakken, in Syrië, zo klonk het maar ook in Irak en Libië met 'minimaal' de creatie van 'veilige havens'. Hij beweerde dat zo'n militair ingrijpen volkenrechtelijk gedekt is. Opvallend is dat hij de vluchtelingen herhaaldelijk definieerde in termen van bedreiging, gericht “tegen onze waarden, tegen onze joods-christelijke Europese samenleving”. Buma staat niet alleen met zijn doembeeld van de 'clash of civilizations'.

De Nederlandse regeringspartijen VVD en PVDA reageerden vrij positief op het voortel van de CDA-voorzitter. “De oplossing voor de aanhoudende vluchtelingenstroom aan de Europese grenzen is een combinatie van diplomatie, ontwikkelingssamenwerking, en soms ook, als dat nodig is, gezamenlijke militaire macht. In eerste instantie waar dat nodig is, maar uiteindelijk ook in Syrië” aldus PVDA-voorzitter Samson.37

In België was het CD&V-voorzitter Wouter Beke die het debat lanceerde en een militaire interventie als een mogelijke oplossing naar voor schoof om de vluchtelingencrisis aan te pakken. Tijdens een interview in het TV-programma Terzake zei hij dat “we ook militair ingrijpen in overweging (moeten) durven te nemen” om de vluchtelingencrisis “bij de wortel aan te pakken”.38 Het Syrische regime "drukt ook het hele vluchtelingenprobleem richting Europa". Verwijzend naar het aangespoelde lijkje van een Syrisch kindje op een Turkse strand zei Beke nog: “Op dit ogenblik is men daar omwille van slechte ervaringen in Irak en in Afghanistan zeer terughoudend in. Maar zolang men de grond van de zaak niet aanpakt, zullen we dit soort beelden blijven zien." Defensieminister Vandeput was er als de kippen bij om daar fijntjes bij op te merken dat er dan “bijkomende investeringen nodig zijn”.

Deze pleidooien komen op zijn zachtst gezegd, nogal eigenaardig over. De vluchtelingenstroom bestaat immers grotendeels uit mensen die oorlog net proberen te ontvluchten. De bekende politicoloog en ex-directeur van het Global Policy Forum in New York, James Paul, gebruikte daarom zelfs het begrip 'regimewissel'-vluchtelingen.39

Noten

12UNHCR (2015). Refugees from Syria: Lebanon.

steun ons

© 2019 vrede vzw - website by