Artikel
Cynthia Cockburn
Printvriendelijke versie
Guerrilla breiwerk en vrouwelijk antimilitaristisch activisme

Guerrilla breiwerk en vrouwelijk antimilitaristisch activisme

Op 9 augustus 2014 ontrolden Engelse vredesactivisten een roze gebreide sjaal van 11,5 km lang tussen de gebouwen van het 'Atomic Weapons Establishment' (AWE) in Aldermaston en Burghfield.

Toen Trident Ploughshares (activistenorganisatie tegen nucleaire wapens) de grote blokkade van de Atoomwapenfabriek in het Britse Aldermaston organiseerde op een winterdag begin 2010, bestond het plan uit het afsluiten van alle poorten voor inkomend verkeer. Verschillende groepjes van activisten blokkeerden elk een andere toegang tot de fabriek. Religieuze groepen blokkeerden de Tadley-poort, studenten de Falcon-poort, Schotten de Boilerhouse-poort, fietsers de Noord-toegang en vrouwen de Home Office-poort. In de evaluatierapporten die verzameld werden na de actie, werd maar één categorisatie van activisten als 'problematisch' bestempeld omwille van zijn 'exclusiviteit': de vrouwengroep. De persoon die er bezwaar tegen had aangetekend, bleek een vrouw te zijn.

 Waarom?

De veronderstelling achter het organiseren van blokkades op deze manier, is dat elke groep tot op zekere hoogte een belang of interesse deelt, een affiniteit die kan bijdragen tot de doeltreffendheid van en het plezier in de antimilitaristische actie. Kan dit gezegd worden over vrouwen? Het bestaan van de vele anti-oorlogsorganisaties voor vrouwen in Groot-Brittannië en de rest van de wereld suggereert van wel.

In een opeenvolging van onderzoeksprojecten rond feministisch antimilitarisme tussen 1995 en het heden, heeft mijn werk me naar een pak landen gebracht, waaronder Japan, Zuid-Korea, India, Sierra Leone, Colombia, de Verenigde Staten, enzovoort, waar ik de kans gekregen heb om diepgravende interviews af te nemen met vrouwelijke activisten in vrouwengroepen tegen de oorlog. Ik heb herhaaldelijk de vraag gesteld: “Waarom alleen vrouwen?”, “Waarom afzien van gemengde actie?” De antwoorden die ik kreeg suggereerden drie hoofdredenen.

Ten eerste waren er veel vrouwen die zich al het zwijgen opgelegd gevoeld hadden in gemengde groepen. Hun ervaring was dat mannen daarin sneller het woord voerden en onderling meer aandacht aan elkaar besteedden. De vrouwen gaven dus de voorkeur aan een groep uitsluitend bestaande uit vrouwen als een ruimte waarin ze minder een strijd moeten leveren om een volwaardige rol te kunnen spelen.  

Ten tweede, waardeerden sommigen de capaciteit van vrouwen om onderling te beslissen om acties te ondernemen waar ze volledig achter stonden en zich comfortabel bij voelden. Geweldloze en niet-provocatieve acties waren bijzonder belangrijk voor hen.

Een feministische kijk op oorlog

Er is nog een derde reden die vrouwen in veel landen me aanreikten als een reden voor alleen-vrouwen-activisme voor de vrede: hun feminisme had hen tot een specifieke gender-analyse van oorlog gebracht, die ze uiting wilden geven in hun verzet ertegen. Ze beschouwden oorlog niet als een geïsoleerd fenomeen maar als een onderdeel van een continuüm van geweld, dat zich uitstrekt van een klap met de hand, seksueel geweld, bendeoorlogen, inter-gemeenschappelijke conflicten en nationalistische agressie tot regelrechte oorlogen tussen gemilitariseerde staten en allianties van staten. Ze zien een leidraad van op gender gebaseerde macht doorheen dit continuüm lopen, van het interpersoonlijke tot het transnationale niveau. Het lijkt erop dat meer vrouwen dan mannen geweld op die manier ervaren omdat zij in het bijzonder onderhevig zijn aan interpersoonlijk geweld gepleegd door mannen, zowel in tijden van oorlog als vrede.

Een aantal jaren geleden spendeerde ik een tijd met een groep bijzondere vrouwen die zichzelf  het 'Oost-Azië-VS-Puerto Rico Vrouwennetwerk tegen Militarisme' noemden. Zij leerden mij veel bij over dit onderwerp. Vrouwen uit de Filipijnen, van het Japanse Okinawa en van Zuid-Korea ervaren uit eerste hand de schadelijke effecten van de Amerikaanse militaire strijdkrachten in de Stille Oceaan-regio. Ze beschouwen 'alledaags' geweld tegen vrouwen van de lokale mannelijke bevolking, verkrachting door de gestationeerde soldaten, en de intimidatie van hele gemeenschappen door militaire basissen en wapens als een op gender gebaseerd geweldscontinuüm. Ze zien de heersende constructie van de mannelijke identiteit -gevormd en bekrachtigd door de samenlevingen- als de legitimering ervan. Gwyn Kirk en Margo Okazawa-Rey, leden van het Vrouwennetwerk tegen Militarisme schreven: “We hebben behoefte aan een herdefiniëring van mannelijkheid, kracht, macht en avontuur, en aan een einde aan oorlogsspeelgoed en de glorificatie van oorlog en krijgers”.

Tijdens de Trident Ploughshares-actie in Aldermaston van 2010, was een op gender gebaseerde analyse van oorlog duidelijk de reden voor een exclusieve vrouwengroep tijdens de blokkade. Een spandoek refereerde aan het gender-geweld-continuüm met de slogan: 'Geen vuisten! Geen messen! Geen geweren! Geen bommen! Neen tegen alle vormen van geweld!' Andere slogans legden linken tussen militarisme en geweld gepleegd door mannen. Een plakkaat droeg het opschrift: 'Veiligheid voor vrouwen? Ontwapen mannelijkheid. Ontwapen legers.' Een ander plakkaat riep op om de overheidsuitgaven besteedt aan het Trident nucleaire wapenprogramma te heroriënteren naar crisiscentra voor slachtoffers van verkrachting.  

Op het eerste gezicht lijkt het logisch om te antwoorden op de perceptie dat geweld gender-gelieerd is, door net niet in exclusieve vrouwengroepen te organiseren, maar eerder als mannen en vrouwen die zij aan zij, eenzelfde zaak verdedigen. De moeilijkheid is dat de meeste antimilitaristische mannen deze op gender gebaseerde analyse niet delen. Anderen delen deze analyse wel (sommige mannen in de academische wereld hebben inderdaad al geschreven en gepubliceerd over dit onderwerp), maar er zijn maar weinig mannen die verantwoordelijkheid nemen voor de implicaties ervan. We zullen nog een tijdje moeten wachten alvorens we tijdens een Aldermaston-actie een toegang geblokkeerd zullen zien door een groep mannen die dezelfde soort boodschappen met zich meedragen als de alleen-vrouwen groepen, d.w.z. die de connecties tussen seksueel geweld in oorlogstijd en vredestijd uitdrukken, of de standaardnorm van mannelijkheid verwerpen en op grensverleggende wijze opnieuw invullen.  

Wol tegen wapens

Op 9 Augustus 2014, de dag waarop in 1945 een Amerikaanse atoombom gedropt werd op de Japanse stad Nagasaki, werd een heel ander soort actie gepland tegen de 'Atomic Weapons Establishment'. Een paar maanden na de blokkade van Aldermaston in 2010, kwam Angie Zelter, de initiatiefneemster van de anti-nucleaire campagne 'Action AWE' (Action Atomic Weapons Eradication), Jaine Rose tegen in Somerset. Zij zat daar te breien terwijl ze participeerde aan de blokkade van de Hinkley Point kerncentrale. Samen bedachten ze toen de Wol tegen Wapens-campagne. Via de sociale media mobiliseerden ze breiers om meer dan 11.000 rechthoeken van 1 meter op 60 centimeter te maken die, aan elkaar genaaid, de 11,2 kilometer tussen de AWE basissen van Aldermaston en Burghfield moesten overbruggen. Het breiwerk mocht in alle schakeringen van het kleur roze zijn. De productie van wollen rechthoeken ging aan een hoog tempo. Over heel het land hoorde men naalden weerklinken. De stukken werden aan elkaar genaaid tot repen van 40 meter lang en op spoelen gerold. De organisatoren hoopten op 9 augustus duizenden demonstranten te verzamelen om deze ultra-lange roze sjaal vast te houden langs de straten die de twee basissen van de kernwapenfabriek verbindt. Op die manier wilde men de aandacht van de media vestigen op de verwerping van de regeringsplannen om het Brits nucleair arsenaal te vernieuwen. Uiteindelijk kwamen er op de stralend zonnige dag van de Wol tegen Wapens actie duizenden mensen opdagen. Er waren breisels opgestuurd vanuit Wales, Ierland, Frankrijk en Duitsland en er waren ook delegaties uit die landen om te participeren aan de actie. Naderhand werden alle gebreide rechthoeken versteld tot dekens die opgestuurd zullen worden naar oorlogsvluchtelingen.  

Wol tegen Wapens, lijkt me een aantal interessante vragen op te werpen rond gender. Vrouwen op het Greenham Common vredeskamp voor vrouwen (dat doorging in de jaren 1980), maar ook elders, gebruikten frequent het symbool van 'de wever en het web' in hun acties. Ze maakten daarbij op humoristische maar provocatieve wijze gebruik van garen. Ze pakten zaken in, bonden zaken en mensen vast en probeerden op die manier het werk moeilijk te maken van de mensen die instonden voor de beveiliging van nucleaire en militaire basissen. Meer recent is er een aanwezigheid van vrouwen opgedoken aan de AWE West-poort die zichzelf omschrijft als 'de breiende grootmoeders'. Ze zitten onder een spandoek dat stelt: 'Wij zijn getuige van jullie oorlogsmisdaden'. Een woordvoerster legt uit: “Het beeld van vrouwen die breien terwijl ze getuige zijn van macabere en sinistere gebeurtenissen werd bekend door 'Les Tricoteuses', de vrouwen die bij de guillotine zaten te breien terwijl ze toekeken hoe de slachtoffers van de Franse revolutie onthoofd werden.”
De politieke betekenis van de wolactie afgelopen augustus is dat ze 'zorg' duidelijk boven 'wapens' stelt. De notie van zorg zoals gebruikt in vrouwelijke vredesbewegingen is aan het verschuiven (zoals het al decennia aan het verschuiven is) van een individuele en vrouwelijke last -de zorgzame vrouw- tot een collectieve en politieke aspiratie, een zorgzame maatschappij. De betekenis van de kleur roze is ook aan het verschuiven, van meisjesachtig tot holebi. Het impliciete contrast is dat wapens vastzitten in de mannelijke sfeer.

Niemand kan zeggen dat Wol tegen Wapens mannen uitsluit. Mensen van gelijk welk geslacht en leeftijd waren welkom om mee te helpen breien en om het breiwerk vast te houden op de dag van de actie. Het was een genot om te zien hoe mannen transgressief hun vrouwelijke kant omarmden. Door bij te dragen aan het breien, de actie op de dag zelf, zich te wentelen in roze en 'zorg' te valoriseren, herschreven ze het mannelijke script.  

 

Cynthia Cockburn is vredesactiviste en auteur van 'From Where We Stand: Women’s Activism, War and Feminist Analysis', Zed Books, 2007 en 'Antimilitarism: Political and Gender Dynamics of Peace Movements', Palgrave Macmillan, 2012.
ww.redpepper.org.uk
Artikel vertaald en bewerkt door N.d.B.

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by