Interview met Georges Spriet, ex-coördinator van Vrede vzw

Interview met Georges Spriet, ex-coördinator van Vrede vzw

Na meer dan 20 jaar als coördinator van Vrede vzw ging Georges Spriet in 2011 met pensioen. Tijdens zijn jaren bij Vrede was hij onder meer verantwoordelijk voor het opvullen en uitgeven van het tijdschrift Vrede. Een terugblik.

Laten we beginnen bij het begin. Hoe ben je bij Vrede vzw terechtgekomen?

In een vorig leven was ik eigenlijk een actieve vakbondsmilitant. Het is van daaruit dat ik voor een groot deel mijn politieke vorming heb gekregen. In de jaren 1980 was ik ook behoorlijk actief in het Nicaragua Comité - internationale solidariteit dus. Ik denk dat het in die context was dat ik voor het eerst de mensen van Vrede ben tegengekomen, omdat ze ook rond El Salvador en Nicaragua werkten. Maar ik was toen zelf niet de absolute militant voor ontwapening of voor andere typische vredesthema’s. Ik heb natuurlijk wel mee tegen de plaatsing van de raketten betoogd. Via het tijdschrift van Vrede heb ik de thematiek dan toch beter leren kennen. Op een bepaald moment kwam er een aanbod om bij Vrede te gaan werken omdat André De Smet, mijn voorganger, al eventjes op pensioen was. En voila, ik ben daar ingestapt en ben dan 21 jaar gebleven. Een mooie tijd.

Wat trok je aan in de visie van Vrede toen je er ging werken?

Vrede heeft de veiligheids- en bewapeningsproblematiek altijd breder gekaderd en dat was iets dat mij bijzonder aantrok. Niet zozeer het pure pacifisme. Ik kom dan ook uit de solidariteit met de gewapende bevrijdingsbewegingen dus dat maakte van mij iemand die zeker niet meende dat er geen omstandigheden kunnen zijn in de samenleving waardoor je bijna verplicht wordt om de wapens op te nemen tegen onderdrukkend systemisch geweld. Deze visie vond ik ook bij Vrede terug. Ik heb dan later ook vernomen dat Vrede eigenlijk is gesticht door mensen uit het gewapend verzet tegen Nazi-Duitsland – als bezetter, maar vooral als onderdrukkende factor. Het is uiteraard wel een vredesorganisatie dus er werd volop gewerkt rond ontwapening en rond politieke oplossingen voor problemen, maar Vrede distantieerde zich niet per definitie van groepen die in hun zoektocht naar sociale rechtvaardigheid zodanig belemmerd werden door het repressief en structureel geweld van de staat en de discriminerende economische orde, dat ze uiteindelijk zelf de wapens opnamen.

Het klinkt alsof verzet altijd een rode draad is geweest voor Vrede vzw. Klopt dat?

Verzet op zich is eigenlijk altijd het niet akkoord gaan met de bestaande situatie, maar je kan je op veel verschillende manieren verzetten. Verzet als een poging om maatschappelijke mistoestanden te veranderen is vrij essentieel. Wat Vrede denk ik altijd gedaan heeft als beweging, is proberen om problemen, geweld, conflicten, enzovoort, maatschappelijk te kaderen. Vrede zoekt naar de omgevingsfactoren, naar de achtergrond van de verschillende actoren, enzovoort. Dat is ook de reden waarom Vrede van zichzelf zegt dat ze een politieke beweging is. Omdat ze net kijkt naar de maatschappij, de context en actoren die geweld helpen genereren en zich dus niet louter op het geweldgebeuren zelf focust. Door de zaken in een breder maatschappelijk kader te plaatsen, stuit je doorgaans op bepaalde onrechtvaardigheden, achterliggende redenen waarom mensen zich verzetten tegen hun situatie, tegen het bestaande systeem, tegen bepaalde machthebbers. Als het verzet tegen situaties gekaderd kan worden in een strijd voor sociale rechtvaardigheid of voor emancipatie, dan verdient dat verzet solidariteit.

Ik heb het gevoel dat de vredesproblematiek niet prominent genoeg op de voorgrond geplaatst wordt in onze maatschappij. Tegelijk reageren mensen soms met veel verontwaardiging op situaties, op oorlogen bijvoorbeeld, maar die gevoelens wordenop een of andere manier niet gekanaliseerd. Hoe kan de vredesbeweging hierop inspelen?

Ik ga ermee akkoord dat de internationale politiek zeker niet bovenaan de agenda staat van, om het simpel uit te drukken, ‘de gewone burger’. De aandacht hiervoor is de laatste tientallen jaren zelfs afgenomen. Het is voor velen een ver-van-mijn-bed-show en mensen begrijpen niet dat gebeurtenissen tussen Israël en de Palestijnen kunnen leiden tot straatrellen in Antwerpen of Brussel. We leven te veel in onze eigen bubbel. Behalve op bepaalde ogenblikken als er een soort van diepe emotionaliteit ontstaat rond een bepaald gebeuren. Dan is er plots volop aandacht. Mensen zijn dan niet bezig met grote analyses, met achtergrond, maar er is wel de verontwaardiging van ‘wat daar gebeurt, dat kan niet’. Dat moment kunnen vastnemen en omvormen naar politieke actie, dat is wat de vredesbeweging zou moeten doen. En af en toe heeft ze dat ook wel gekund, kijk maar naar de antirakettenbetogingen van de jaren 1980.

Tijdens de afgelopen 20 jaar was het grootste voorbeeld voor mij de wereldwijde verontwaardiging voor de houding van de Amerikaanse president Bush tegenover Irak in de aanloop naar de invasie van 2003. In de Verenigde Staten zelf was deze verontwaardiging niet uitsluitend gericht tegen de internationale politiek van de president. Ook qua binnenlands beleid leefden heel wat Amerikanen in onmin met de lijn van Bush, die om het in de woorden van de andersglobalistenbeweging te zeggen, een ‘president van de 1%’ was, en dat lokte eveneens veel protest uit.

Het kunnen capteren van een algemeen ongenoegen en dat kunnen overzetten naar een politieke actie, dat is uiteindelijk de uitdaging van elke middenveldorganisatie. Wat de Irakoorlog betreft, is de mondiale vredesbeweging daar eind 2002 en de eerste maanden van 2003 goed in geslaagd. Er waren over heel de wereld massale betogingen. Dat kunnen realiseren is volgens mij de essentie van de vredesbeweging in deze samenleving. Maar er zijn tal van belangrijke dossiers waarin ons dat niet lukt. Een diepe collectieve emotionaliteit komt er op zich al maar af en toe, en dan lukt het zeker niet altijd om die politiek om te zetten.

De grote vraag is: wanneer zijn mensen bereid om gehoor te geven aan bijvoorbeeld een oproep om te betogen? Dat hangt dus samen met zo’n emotioneel moment, maar ook met het gevoel dat actie ondernemen toch een bepaald effect zal hebben. Grote groepen in de samenleving hebben dat nodig denk ik. De schakel tussen enerzijds een kern van activisten die op basis van dossierkennis, zoals bijvoorbeeld bij Vrede, het initiatief neemt tot actie en anderzijds de bredere bevolking, is niet gemakkelijk te leggen.

Het capteren van een algemeen ongenoegen en dat overzetten naar een politieke actie is uiteindelijk de uitdaging van elke middenveldorganisatie.

En zelfs al weten we dat een bepaald idee of gevoel breder gedragen wordt, dan lukt het toch niet altijd om tot een geslaagde actie te komen. Kijk naar het recente dossier van de vervanging van de gevechtsvliegtuigen in België. We weten dat heel wat groepen in de samenleving, zoals de derdewereldorganisaties, vrouwenbewegingen, milieu-organisaties, grote delen van de vakbond, de gezondheidszorg, enzovoort, vinden dat de miljarden voor deze aankoop beter geïnvesteerd zouden worden in sociale of ecologische doeleinden. We moeten echter toegeven dat het ondanks alle inspanningen niet goed gelukt is om dat breder gevoel in actie om te zetten. De vraag is dan: hoe komt dat?

Vandaag speelt er iets gelijkaardigs met de coronacrisis. De verzorgingssamenleving werd gestaag afgebouwd maar nu zien we dat die eigenlijk echt nodig is. Mensen hangen witte doeken, klappen voor de zorg, enzovoort, maar zullen we dat morgen opnieuw vergeten? Wie gaat hier capabel zijn om dat gevoel dat gegroeid is in de coronatijd om te zetten in politieke actie om ervoor te zorgen dat de gezondheidszorg veel meer geld krijgt in de toekomst?

Spelen de media daar ook geen grote rol in? Of wordt er niet genoeg samengewerkt met of interesse gewekt bij de partijpolitiek?

Het klopt dat de media een zeer centrale rol spelen. Er is niet zoveel aandacht voor internationale politiek in onze media. Dikwijls gaat het pas over het buitenland als er ‘iemand van ons’, een Belg, bij betrokken is. Bovendien is de diepgravendheid van de nieuwsmedia ook niet geweldig. Er wordt gemakkelijk weggelopen van bepaalde onderwerpen omdat ze te ingewikkeld zouden zijn. Alsof het publiek niet capabel is om iets betrekkelijk of zelfs ronduit ingewikkeld te verstaan? Het is aan de media om de zaken te doorgronden en uit te leggen, denk ik dan. Vrede probeert dat wel, maar we hebben uiteraard maar een klein bereik.

Wat de politiek betreft, heb ik altijd gehoord van politici die zich echt met het internationaal niveau bezighouden, dat ze tegelijk altijd een belangrijk binnenlands dossier opvolgen waarmee ze dan wat bekendheid kunnen genieten. Een goed voorbeeld is Dirk Van der Maelen van sp.a. Hij heeft altijd veel aandacht gehad voor de internationale politiek en kende zijn dossiers zeer goed, maar hield zich daarnaast met fiscaliteit en nog een paar economische onderwerpen bezig. Internationale politiek is geen thema waar je verkiezingen mee wint.

Nochtans bepaalt ze voor een groot deel hoe wij leven en hoe onze samenleving wordt georganiseerd. Kijk maar naar de impact van de Europese Unie. Na de Belgische federale verkiezingen van 2010, toen het meer dan 500 dagen duurde om een regering te vormen, hadden een paar partijen ondertussen een soort minimumregeerakkoord gemaakt over een aantal onderwerpen. Professor Vos, de EU-specialist van de Universiteit van Gent, zei daar toen over: ‘Wat ze nu hebben gedaan is schitterend, alleen weten ze niet dat ze er niets aan te zeggen hebben, want dat is allemaal Europese materie’. Dat besef, dat de buitenwereld ons eigen leven intern beïnvloedt, dat zou veel sterker aanwezig moeten zijn.

Verwarren we in het geval van conflicten het ondernemen van actie niet vaak met het militair bestraffen en het militair interveniëren?

Zaken escaleren niet uit het niets, al lijkt het soms zo als je niet veel aandacht hebt voor het internationaal gebeuren. Men ziet de eigen verantwoordelijkheid ook niet. We zijn blind voor onze impact, niet noodzakelijk in de vorm van concrete beslissingen van onze leiders, maar eerder in de vorm van het westers economisch systeem, het kolonialisme, het neokolonialisme, de neoliberale globalisering (die zeker in het begin volop gedomineerd werd door grote westerse ondernemingen),... Men ziet daar de negatieve gevolgen niet van in. Om het even naar een concreet economisch voorbeeld te transponeren: toen Renault Vilvoorde in 1997 gesloten werd, riepen ze in het Frans in de straten ‘Schweitzer [de toenmalige CEO van Renault] we zullen uw vel hebben!’. Dat was een leuke slogan, maar hij deed niets ter zake. Het is niet het slechte karakter van de grote baas van Renault dat heeft geleid tot de sluiting van die fabriek. Het is het systeem dat eeuwig streeft naar winstmaximalisatie dat Renault dwong om een bedrijf dat maar licht winstgevend was te sluiten. Het was niet de duivel Schweitzer die dat bedacht heeft, dat is gewoon het economisch systeem. Dat mechanisme doorzien op het vlak van internationale politiek is van groot belang.

Oorlogen worden vaak benaderd alsof het plotse natuurrampen betreft of worden snel toegewezen aan het slechte karakter van een individuele leider, een zogenaamde of een echte dictator. Het ontbreekt ons dus aan context. Maar als er ergens een gemediatiseerd conflict uitbreekt of een bepaalde escalatie komt, dan schieten we in actie want dan is het ‘zo erg dat we niet anders kúnnen dan ingrijpen’. Dat ingrijpen komt dan vaak neer op een militaire interventie. Zeer geregeld wordt die met een humanitaire saus overgoten. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat we Afghanistan zijn binnengevallen om de Afghaanse vrouwen te beschermen tegen godsdienstfanaten, maar dat is dus je reinste onzin. Het is altijd een kenmerk van Vrede vzw geweest om die mooipraterij van bepaalde leiders te doorprikken en op zoek te gaan naar diepere oorzaken en redenen.

Kan je een vredesmilitant zijn en tegelijkertijd achter het kapitalistisch systeem staan?

Dat hangt volledig af van wat jouw idee over wereldvrede is. Als je denkt dat vrede gelijkstaat met de afwezigheid van oorlog, of dat vrede gelijkstaat met het verzoenen van een aantal opponenten, dan denk ik dat het achterliggend systeem van minder belang is. Maar als je denkt dat vrede een sociale toestand is die een gevolg is van het bereiken van een soort fundamentele behoeftebevrediging voor elke burger, dan ligt het anders. En behoeftebevrediging bedoel ik in de ruimste betekenis van het woord, onder meer op sociaal, economisch, ecologisch, participatief en cultureel vlak. Vrede is een totaal-maatschappelijke toestand van menselijke veiligheid.

Wereldvrede is een totaal-maatschappelijke toestand van menselijke veiligheid.

Opnieuw, daarom dat we altijd zeggen: ‘Zoek naar diepere oorzaken van conflicten’. Het kan bijna niet anders dan dat je op het kapitalistisch systeem botst. Omdat er zoveel ongelijkheid, zoveel uitbuiting, zoveel misbruik in ingebed zit. Iemand die dieper graaft, kan volgens mij dus niet anders dan een antikapitalist zijn. Maar dat wil niet zeggen dat er geen bondgenootschappen aangegaan kunnen worden met mensen en groepen die, laat ons zeggen, de zaken geïsoleerder zien of in een ander kader plaatsen. Op bepaalde momenten of rond bepaalde onderwerpen kan en moet er volop samengewerkt worden. De kernwapens vormen bijvoorbeeld zo’n thema waar allerlei verschillende maatschappelijke groepen echt fundamenteel rond kunnen samenwerken.

Waar ligt volgens jou de sterkte van Vrede vzw?

Ik denk dat de sterkte juist dat vredesconcept is. Het is eigenlijk bijna een maatschappijvisie op zich. Ook het feit dat de mensen die er werken en gewerkt hebben, zeer sterk overtuigd zijn van die visie, is een sterkte. Vrede heeft ook al van in de tijd van de Vietnamoorlog een betrekkelijk goede dossierkennis. Er wordt niet iets naar buiten gestuurd op basis van nattevingerwerk of van ooit eens één klokje te hebben horen luiden, maar toch wel meestal na een grondige studie van de thematiek waarover gesproken wordt. Dat is toch wel belangrijk.

Een andere sterkte is dat Vrede altijd zeer hard heeft opengestaan voor samenwerkingen met andere groepen met verschillende achtergronden. Die openheid om samen te werken rond bepaalde concrete doelstellingen met het objectief een breder draagvlak te creëren om politiek zwaarder door te wegen, zit als het ware in het DNA van Vrede. Daaraan gekoppeld is er ook een bereidheid om toegevingen te doen. Niet op het vlak van onze analyse, maar wel in de politieke eisen die voortkomen uit samenwerkingen – zolang die fundamenteel genoeg blijven uiteraard.

Op bepaalde ogenblikken moet er dus wel opgelet worden dat er toch genoeg eigenheid overblijft te midden van de drang naar samenwerking. In 1991, met de Golfoorlog tegen het Irak van Saddam Hoessein, wilden we met Vrede blijven aansluiten bij VAKA [Vlaams Aktiecomité tegen Atoomwapens] en 11.11.11 in ons verzet tegen een Amerikaanse militaire interventie. Dat ging echter heel erg een richting uit die eigenlijk te karig politiek gekaderd was en zich te weinig rekenschap gaf van wie nu precies onze tegenstrevers waren. De slogan -die wij uiteindelijk ook aanvaard hebben- luidde: ‘Embargo ja, oorlog neen’. Als je die slogan louter op zich bekijkt, kan die misschien wel juist zijn, maar als je de krachtsverhoudingen aanhet begin van de jaren 1990 in acht neemt -een alles dominerende VS, met een Sovjet-Unie die toen op zijn allerlaatste pootjes liep- weet je al vooraf dat het embargo misbruikt zal worden in functie van militarisering. Daar zijn we eigenlijk iets te naïef pacifistisch en te weinig politiek geweest. Het concrete punt waarrond je gezamenlijk wil mobiliseren, mag dus niet te veel de bovenhand krijgen op je politieke analyse. Dat is een evenwicht dat moet gezocht worden en dat je soms goed vindt en soms wat minder denk ik.

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen waar Vrede vzw en bij uitbreiding de bredere vredesbeweging voor staat?

De allereerste uitdaging volgens mij is het feit dat onze leiders en een deel van onze samenleving denken dat er op allerlei maatschappelijke problemen een militair antwoord moet gegeven worden. De interventionistische gedachte leeft zeer sterk. De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) had vroeger een verdedigingsfilosofie, maar is sinds de val van het Oostblok helemaal opgeschoven naar interventie buiten het territorium van de lidstaten. Daaraan gekoppeld is er het probleem van de steeds toenemende mondiale militaire uitgaven, de invloed van het militair-industrieel complex en het blijvend belang van de kernwapens in de huidige defensiedoctrines. In 1950 is Vrede, toen nog de Belgische Unie voor de Verdediging van de Vrede (BUVV), begonnen met de campagne tegen kernwapens. 70 jaar later moeten we er nog altijd een hoofdthema van maken! Het atoomwapen blijft het absolute symbool van macht voor een staat. Er blijft dan ook volop in geïnvesteerd worden. Kernwapens zijn dus nog altijd een centrale uitdaging voor de vredesbeweging in haar geheel.

Een andere grote uitdaging is de klimaatverandering. Die is uiteraard op vele vlakken een uitdaging voor de hele wereld, maar de negatieve gevolgen ervan zullen ook specifiek naar conflicten en geweld leiden. Daar waar gronden definitief uitdrogen, trekken mensen bijvoorbeeld weg. Ze gaan naar grote steden, waar ze in armzalige omstandigheden op elkaar gepakt zitten, wat kan resulteren in conflicten. Of ze migreren naar andere gebieden, wat in onze contreien leidt tot een toenemend racisme, enzovoort. Tijdens de 71 jaar dat Vrede vzw nu bestaat is in de analyses -naast het militaire- veel nadruk gelegd op sociaaleconomische en democratische elementen. Sinds enige tijd komt daar nu ook het klimaat bij. Het is een onderwerp dat volop aan het doordringen is tot alle andere segmenten van de samenleving en dat denk ik van groot belang is. Wie zich in de klimaatverandering verdiept, botst wel al gauw weer op het huidige kapitalistische economische systeem.

Omgekeerd is oorlog toch ook heel nefast voor het klimaat? Ik heb soms het gevoel dat de klimaatbeweging die link veel meer zou moeten leggen.

Ja, in de klassieke ecologische beweging, de milieu-organisaties en de klimaatgroepen is dat een thema waar men amper over spreekt. Het bestaan van grote legers is op zich nochtans een enorm vervuilend gegeven, laat staan als er dan opgetreden wordt of als er oorlogen uitbreken. Er zijn vandaag nog altijd ecologische en biologische gevolgen (in de vorm van genetische afwijkingen bij mensen en dieren) van de oorlog in Vietnam en Laos aan het eind van de jaren 1960 en het begin van de jaren 1970. Het vervuilende aspect van militarisme is zeker iets dat meer aandacht verdient. Maar het ligt ook aan de vredesbeweging om te proberen dit meer onder de aandacht te brengen van de ecologische beweging. Daar ligt inderdaad nog een uitdaging.

Isha Adriaensens is stagiaire sociaal-cultureel werk bij Vrede vzw

 

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by