Pieter Teirlinck
Printvriendelijke versie
Japan's nucleaire nachtmerrie

Japan's nucleaire nachtmerrie

Japan is het enige land ter wereld waar kernbommen doelbewust werden ingezet om twee steden van de kaart te vegen (Hiroshima en Nagasaki in 1945) én waar een grote kernramp plaatsvond (de lek in de kernreactor van Fukushima in 2011). Deze gebeurtenissen staan in het collectieve geheugen gegrift van de Japanse bevolking. De ene zorgde voor een algemene afkeer van kernwapens en de andere voor een grote publieke tegenstand tegen de heropstart van de kerncentrales. Desondanks zet de huidige regering van premier Abe sterk in op de heropening van de kerncentrales. Dit moeizame proces brengt serieuze nucleaire proliferatie-problemen aan het licht.

Ondanks het feit dat Japan de verwoestende militaire toepassing van nucleaire technologie aan den lijve ondervond, omarmde het land in de jaren 1970 zeer innig de civiele nucleaire technologie. Een totaal gebrek aan binnenlandse energievoorraden en de oliecrisis van 1973 liggen aan de grondslag van dit beleid. Het land beschikte voor de Fukushima-ramp over meer dan vijftig actieve kernreactoren voor elektriciteitsproductie en er waren tal van reactoren in aanbouw. Samen waren de actieve reactoren goed voor een derde van de Japanse elektriciteitsproductie. Daarnaast werkt Japan momenteel aan de uitbouw van de volledige nucleaire kringloop: van het verrijken van uranium tot het herverwerken van de gebruikte kernbrandstof tot nieuwe kernbrandstof (het zogenaamde 'reprocessing').  

Voor Premier Shinzo Abe past een heropstart van de kerncentrales binnen de prioriteit die zijn regering geeft aan het economische herstel van Japan. De ongebruikte kerncentrales brengen de Japanse energiebedrijven immers op het randje van het failliet. Alle elektriciteit wordt nu opgewekt via geïmporteerde fossiele brandstoffen die zwaar doorwegen op de Japanse handelsbalans. In het fiscaal jaar 2013 zou de extra import van fossiele brandstoffen 32 miljard dollar gekost hebben. Om de Japanse economie te stimuleren promoot Japan de export van civiele nucleaire technologie. In 2013 tekende Tokio nucleaire akkoorden met landen als Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten.

Reprocessing

De heropstart van de Japanse kerncentrales is nauw verbonden met de werking van de Rokkasho reprocessing-fabriek. Deze fabriek die voor 99% afgewerkt is, wil uit de door Japanse kerncentrales verbruikte kernbrandstof (een vorm van kernafval) opnieuw kernbrandstof produceren. Volgens de lokale nucleaire akkoorden die afgesloten werden met de Japanse gemeenten die kerncentrales huisvesten, mogen deze centrales slechts functioneren op voorwaarde dat er een bestemming is voor het kernafval. Aangezien Japan niet over de stabiele ondergrond beschikt die nodig is om vaten met hoogradioactief kernafval 'veilig' in op te slaan voor de komende 100.000 jaar (de tijd die nodig is om de straling te laten afnemen tot die minder dodelijk is), is herverwerking de enige binnenlandse optie. Tenzij de Rokkasho-site operationeel is, kunnen de Japanse kerncentrales dus in principe niet heropstarten. Tot eind de jaren 1990 exporteerde Japan zijn gebruikte kernbrandstof naar Frankrijk en Groot-Brittannië waar het plutonium en het uranium gescheiden werden van de rest van het kernafval.  Japan besloot later om te streven naar totale energie-onafhankelijk en dus de volledige nucleaire cyclus in eigen land te doorlopen.

De Rokkasho herverwerkingsfabriek heeft zelf ook voldoende operationele kerncentrales nodig o.a. om het door de fabriek afgescheiden plutonium te verbruiken, anders zou de Japanse voorraad plutonium blijven aangroeien, wat een serieuze smet zou werpen op het non-proliferatie blazoen van Japan. Plutonium kan (theoretisch) gebruikt worden als kernbrandstof voor snelle kweekreactoren. Japan koesterde de wens om een volledige nucleaire cyclus uit te bouwen en energie-onafhankelijk te worden, door een kweekreactor te bouwen. Dit aantrekkelijke verhaal bleek echter een zeer dure illusie, en niet enkel voor Japan. Ook België, Nederland en Duitsland ondervonden dit met hun mislukte gemeenschappelijke Kalkar-kweekreactorproject, waar ze samen 4 miljard euro in pompten. Japan begon met de constructie van de Monju-proefkweekreactor in 1986. In 1994 was ze operationeel. Het probleem is dat dit type reactor zo heet wordt dat het gekoeld moet worden door gesmolten natrium, een stof die explodeert als ze in aanraking komt met water. Ook in de VS en Frankrijk werd geëxperimenteerd met kweekreactoren maar men moest deze experimenten stopzetten omdat de technische uitdagingen en de risico’s nog groter bleken dan bij andere types van kerncentrales. Enkel in Rusland draait al vele jaren een kweekreactor. De Japanse kweekreactor kostte minstens 12,5 miljard dollar maar draaide sinds 1994 nog geen volledig jaar. Er was een ernstig natrium-ongeluk en nu blijkt de kernreactor ook nog eens gebouwd te zijn op een belangrijke geologische breuklijn, wat de centrale dus zeer kwetsbaar maakt voor aardbevingen. De hele idee van Japanse kweekreactoren en plutoniumrecyclage zit dus op een doodlopend spoor.

Plutonium kan ook gebruikt worden voor de productie van MOX-brandstof ('Mixed Urnanium and Plutonium Oxide'). MOX heeft algemeen genomen dezelfde eigenschappen als laag verrijkt uranium waardoor het ook kan dienen als kernbrandstof voor klassieke kerncentrales. Vóór de kernramp van Fukushima waren 18 van de in totaal 54 Japanse kernreactoren vergund om MOX te gebruiken, maar in de praktijk draaiden slechts 4 Japanse kernreactoren op MOX. Na de kernramp zullen er in het beste geval wellicht slechts 20 van de 54 kernreactoren opnieuw mogen opstarten. Daarvan zullen er nog maximaal 5 overblijven die MOX-brandstof mogen verbruiken. Dat is een heel pak minder MOX-verbruikscapaciteit dan de 18 kernreactoren die voorzien waren in de originele plannen van Japan. De tweede piste om van het plutonium af te geraken lijkt dus ook niet te vlotten. 

Tegenstand

De vraag is of de volgende nationale regering, de lokale besturen en/of de bezorgde Japanse burgers de door Abe beoogde heropstart van de kerncentrales niet in de weg zullen staan. Dat lijkt een reële mogelijkheid want de publieke opinie keerde zich intussen sterk af van kernenergie. Volgens sommige opiniepeilingen zouden twee op de drie Japanners tegen de heropening van de kerncentrales zijn. Nu al worden er preventieve rechtszaken door georganiseerde burgers aangespannen tegen de heropstart. Maar begin 2015 zouden de eerste twee kernreactoren toch opnieuw in gang gezet worden, nadat het stadsbestuur van Satsuma Sendai in het zuiden van het land daarvoor de toelating gaf. De volgende vraag dringt zich dus op: wat gaat Japan doen met de groeiende voorraden plutonium gezien het niet over opslagplaatsen voor kernafval, kweekreactoren of voldoende op MOX-draaiende kerncentrales beschikt?

Japan is momenteel de enige niet-kernwapenstaat die beschikt over een commercieel programma om kernbrandstof te recycleren. Om de verspreiding van kernwapens tegen te gaan vertrekt men internationaal van het principe dat niet-kernwapenstaten beter geen verrijkingsfabrieken en reprocessing-fabrieken bezitten (hoewel dat niet expliciet verboden wordt door het nucleair non-proliferatieverdrag). Deze fabrieken produceren immers verrijkt uranium en scheiden plutonium af uit kernafval, beiden grondstoffen voor kernwapens. 

De Rakkasho-site omvat zowel een reprocessing-fabriek die plutonium kan afscheiden uit kernafval, een (nog niet afgewerkte) MOX-productiefabriek, als een uraniumverrijkingsfabriek. De ingebruikname van de Rokkasho reprocessing-fabriek was voorzien voor 1996, maar werd ondertussen al 21 keer uitgesteld. De opstart is nu voorzien voor 2016. Deze reprocessing-fabriek kostte tussen de 20 en 30 miljard dollar. De MOX-fabriek is zoals gezegd nog niet afgewerkt, de Rokkasho verrijkingsfabriek is dat wel. Deze laatste beschikt over een verrijkingscapaciteit van 1,05 miljoen 'seperative work units' per jaar (SWU). Men wil dat optrekken tot 1,5 miljoen SWU per jaar tegen 2022. Ter vergelijking: het Westen vindt de door Iran voorgestelde eigen verrijkingscapaciteit van 190.000 SWU per jaar excessief.

Nucleaire nachtmerrie

Japan beschikt over een voorraad van 6400 ton (uit kernafval gescheiden) uranium in Frankrijk en Groot-Brittannië, de landen die het Japanse kernafval verwerkten tot 1998. Omdat Japan stopte met de verscheping van kernafval naar Europa in 1998, groeide de voorraad gebruikte kernbrandstof op Japanse bodem ondertussen aan tot een slordige 14.000 ton. Ook de totale Japanse voorraad plutonium is ondertussen gigantisch te noemen, het plutonium gescheiden uit Japan’s kernafval bedraagt een slordige 10 ton in Japan en 36 ton in Frankrijk en Groot-Brittannië. Ter vergelijking: in de Amerikaanse atoombom die Nagasaki in 1945 van de kaart veegde zat 6 kilo plutonium. 

Japan investeerde zeer veel geld in een volledige nucleaire kringloop in de hoop energie-onafhankelijk te worden, maar die droom is enkele decennia later uitgedraaid op een nucleaire nachtmerrie. Het land beschikt nu over een groot nucleair complex dat volledig stilligt, zit op een bijzonder grote voorraad kernafval waar het geen blijf mee weet en geraakt ondanks de huidige politieke wil niet uit de nucleaire catch-22, waarbij de kerncentrales niet kunnen opstarten zonder dat de reprocessing-fabriek draait en omgekeerd. 

De VS verleende vanaf 1988 principiële steun aan het Japanse herverwerkings- en verrijkingsprogramma. Washington is dus medeverantwoordelijk voor de aangroeiende hoeveelheid plutonium van Japan. Dat brengt de VS en het internationale non-proliferatieregime in een zeer moeilijke positie. Men wil de verspreiding van verrijkings- en herverwerkingscapaciteiten beperken tot de kernwapenstaten, want wie over deze capaciteiten beschikt kan theoretisch op zeer korte termijn een kernwapen bouwen. Japan is echter geen kernwapenstaat. De spreidstand wordt dus weer een beetje groter, want kan men Iran verbieden om uranium te verrijken als Japan dat wel mag? Zuid-Korea, die andere belangrijke bondgenoot van de VS in Azië, heeft dit zeer goed begrepen en zoekt momenteel de goedkeuring van de VS om, naar analogie met Japan, de volledige nucleaire keten te ontwikkelen. 

Dit artikel is ook verschenen in het tijdschrift Vrede jan - feb 2015

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by