Poly Higgins
Printvriendelijke versie

Kopenhagen: politieke elite versus bevolking

De top in Kopenhagen heeft een aardig staaltje getoond van de huidige geostrategische krachtsverhoudingen in de wereld. Elk land of groep landen verdedigt in de eerste plaats de eigen economische ontwikkeling en daarbij de belangrijke 'eigen' economische spelers. We krijgen ten stelligste de indruk dat de politieke elite de korte termijn veel belangrijker acht dan een verder in de toekomst gelegen catastrofe. Er kwam op de valreep een vaag politiek akkoord dat nu binnen de kortste tijd de invulling zou moeten krijgen die elke staat bereid is er zelf aan te geven.(GS)

Poly Higgins, een advocate uit Londen die klimaatactiviste werd, ziet het zo (i).

Tijdens de onderhandelingen hebben we de verschillende secties gezien waarin men de wereld kan opdelen: de VS, de EU, Japan, de zogenaamde groeilanden, de klassieke ontwikkelingslanden.

Een groot deel van de zogenaamde ontwikkelingslanden is verenigd in de G77. Naast echt armere landen zit hier ook de BASIC groep in (Brézil, Afrique du Sud, Inde, Chine). Het emissieprofiel van deze beperkte groep landen verschilt met de rest omwille van de volgende vier factoren. Ze vertegenwoordigen een belangrijk deel van de huidige uitstoot en hun aandeel zal in de nabije toekomst vergroten, daar tegenover staat dat hun historische emissie niks substantieels vertegenwoordigt. Hun uitstoot per hoofd van de bevolking ligt ook ver onder die van de ontwikkelde wereld. Deze landen hebben belangrijke beloftes gedaan om hun uitstoot te vertragen, maar weigeren groeilimieten af te spreken voor hun economieën die honderden miljoenen mensen omvatten die qua inkomen nog onder de twee dollar per dag vallen.

Een speciale plaats wordt ingenomen door China, de tweede grootste uitstoter na de Verenigde Staten. China vormt ook de grootste groeibron qua emissies, maar is 'klein' wat de historische uitstoot en de uitstoot per capita betreft. De Chinese uitstoot per inwoner ligt nog altijd maar op een kwart van wat gemiddeld elke VS burger uitstoot. De VS maakten China tot de belangrijkste protagonist in deze Kopenhagen onderhandelingen. China heeft voorgesteld om zijn uitstootintensiteit – de hoeveelheid koolstofemissie per eenheid van economische activiteit – met 40-45% te verminderen tegen 2020. Dat is een betekenisvolle bijdrage. Indien dit concreet wordt gemaakt, en gesteld dat de ingediende wetten van Obama ook worden goedgekeurd door het VS Congres, dan zal China in 2020 nog op een uitstoot uitkomen die minder dan de helft bedraagt van wat de VS dan per persoon zullen uitstoten. De VS sturen echter sterk aan op het meten, rapporteren en verifiëren van deze belofte, terwijl China niet bereid is om zijn economie voor extern toezicht open te stellen. Hier zit een duidelijke nood voor onderhandeling tussen te twee: China zal maar bereid zijn iets te doen als de VS meer op tafel leggen.

In de G77 zit ook nog een bijzondere groep, met name de olieproducenten onder de leiding van Saoedi-Arabië. De hoofdbedoeling van hun diplomatiek werk in Kopenhagen was te beletten dat er ook maar iets gebeurt dat de olie-industrie zou kunnen schaden. Ze schrikken er niet voor terug om het proces openlijk te vertragen of te stoppen. Maar wellicht weegt deze groep toch niet genoeg om op zich alleen, in staat te zijn de onderhandelingen te kelderen.

Wellicht is de Europese Unie de meest transparante landengroep in Kopenhagen. De belofte van 20% reductie van de uitstoot vergeleken met 1990 is echter ook niet volledig wat het lijkt. De Unie komt als één blok naar buiten maar binnenin zijn er heel wat verschillen. De Centraal- en Oost-Europese lidstaten hadden hoge post-sovjet emissies in 1990. Verschillende landen zitten daar nu beduidend onder, zodat ze ruimte creëren voor andere EU-lidstaten om hogere emissies aan te houden, maar tegelijkertijd kan de Unie daardoor als geheel zeggen dat ze de uitstoot vermindert. Positief is dat de EU wellicht op wil schuiven naar 30 procent uitstootvermindering mochten ook andere ontwikkelde landen verdere stappen zetten.

Uitstootvermindering hangt af van hoe er geteld wordt. De voornaamste factor in het tellen zijn de internationale 'offsets'. De huidige 'offsets' hebben de vorm aangenomen van financiering van projecten in andere landen zodat er uitstootverminderingskredieten verkregen worden. Een nieuw akkoord zou deze 'offsets' behoorlijk kunnen doen uitbreiden door ook een reeks nieuwe kredieten op te nemen voor bosbouwprojecten in ontwikkelingslanden. Er bestaat een groot gevaar dat er een soort zwak bosbouwakkoord uit de bus komt dat dan aan het publiek verkocht wordt als het 'woud redden om het klimaat te redden'. Wat in dit specifiek dossier totnogtoe werd besproken lijkt bijzonder sterk op een 'groenwassen' van algemene passiviteit.

Bij de ontwikkelde landen vinden we ook de zogenaamde Umbrella Group, met Japan, Rusland, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Deze groep behelst allerlei soorten landen. Canada staat gewoon te kijken en zegt dat ook duidelijk omdat de VS staat te kijken. Rusland zit op een hoop hete lucht. Zo worden de uitstootkredieten genoemd gebaseerd op het feit dat de economische activiteit in 1990 veel groter was, zoals hierboven ook al voor de Oost-Europese landen werd aangehaald. Rusland stelt dat het 40% minder uitstoot dan in 1990 terwijl het vandaag de uitstoot verhoogt en deze 'hete lucht' doorverkoopt aan polluerende landen. Japan onder de nieuwe regering heeft waarschijnlijk een redelijk plan op tafel liggen, maar stond behoorlijk op de rem tijdens deze onderhandelingen. Australië en Nieuw-Zeeland sluiten aan bij het algemeen gebrek aan ambitie.

Precies dit gebrek aan actie en ambitie bij de rijke landen veroorzaakte de klimaatproblemen in de eerste plaats. Het is dus helemaal geen mysterie waarom de ontwikkelingslanden zeggen dat ze eerst willen zien dat de rijke landen echt bewegen, vooraleer zij bereid zouden zijn dit ook te doen.

Zo komen we bij de Verenigde Staten. In bepaalde klimaatgroepen van de VS heerst er zware ontgoocheling. “De Vs stellen voor om de emissies te vermindern met een miserabele 3 à 4 procent onder het niveau van 1990. De VS hebben geen eigen financiële inbreng aangekondigd(ii) die de ontwikkelingslanden moet helpen om maatregelen te nemen voor het klimaat of om deze landen zich aan te laten passen aan probleemsituaties tengevolge de klimaatverandering. Over het algemeen zoeken de VS naar achterpoortjes in de regelgeving. Op bepaalde momenten hebben de VS zelfs voorstellen geblokkeerd die iedereen kon aanvaarden behalve de OPEC.”

Andere groepen, zowat de helft van de grootste en rijkste milieugroepen van de VS, blijven acher de officiële standpunten staan. Ze verstoppen zich achter het feit dat de Senaat afgeschrikt zou worden om een klimaatwet voor de VS aan te nemen. De normale redenering was totnogtoe dat er een sterke VS klimaatwet moest komen om een sterke regeling in Kopenhagen te kunnen bewerkstelligen. Nu werd er gesteld dat een zwak akkoord in Kopenhagen van belang is voor een regeling op zich in de VS Senaat.

Er valt dus geen positief beeld te schetsen van de acties van onze politieke leiders. Het positieve ligt in het feit dat in tegenstelling tot de elites de wereldbevolking zelf groot voorstander is van een sterk klimaatakkoord. De enorme betoging in Kopenhagen is daar maar een uitdrukking van. Er is ook behoorlijk wat overtuigingskracht en energie bij de actiegroepen.
Is dat voldoende om de regeringen echt tot daden te doen overgaan en het perspectief van de eerstvolgende verkiezingen te overstijgen?

(i) http://thelazyenvironmentalist.blogspot.com/

(ii) Zowel Clinton als Obama hebben het over een gezamenlijke inspanning (van de rijke landen) van 100 miljard dollar tegen 2020 op voorwaarde dat het duidelijk is waar het geld aan besteed wordt. De unie had het voordien over 100 miljard euro, ofte 140 miljard dollar

 

 

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by