John Feffer
Printvriendelijke versie
Koreaanse hereniging: de visie van het noorden
Beeld: Johannes Barre (IGEL)

Koreaanse hereniging: de visie van het noorden

Een hereniging van de twee Korea's heeft voor de Koreanen een mythische kwaliteit, zoals het beloofde land of de heilige graal.

De meeste Koreanen dromen van een hereniging, van een tijdstip in de toekomst wanneer Noord en Zuid samen zullen komen om het Koreaans geheel te vormen dat bestond voor de splitsing en de Japanse kolonisatie. Het is een mooie gedachte, maar niemand heeft enig idee over de manier waarop ze bewerkstelligd moet worden.

 Er zijn al vee,Koreaanse regering legt af en toe wel eens een officiële verklaring af over het onderwerp en Noord-Koreaanse overlopers die het land ontvlucht zijn geven hun opinies, maar aangezien ze Noord-Korea verlaten hebben is het niet duidelijk hoe representatief die zijn. Maar nu hebben we wat nieuwe informatie ter beschikking, dankzij een enquête die vorig jaar afgenomen werd bij honderd Noord-Koreanen in China door onderzoekers van het Centrum voor Culturele Unificatie Studies, in samenwerking met een van de grootste Zuid-Koreaanse kranten, Chosun Ilbo. De ondervraagden waren geen overlopers. Ze spendeerden gewoon een tijdje in China met toestemming van de Noord-Koreaanse autoriteiten om te werken of om familieleden te bezoeken. Daarna keren ze gewoon terug naar hun land. Aangezien een opiniepeiling uitvoeren in Noord-Korea zelf niet aan de orde is, is dit het beste alternatief.

Visie van het noorden

In de nasleep van Wereldoorlog II, bekeken de twee Korea's de kwestie van de hereniging op een identieke maar tegelijkertijd tegenovergestelde manier. Ze waren beiden voorstanders, maar hadden een totaal andere visie op het kader van het herenigingsproces. Noord-Korea hoopte het schiereiland te verenigen onder de vlag van 'het socialisme onze stijl'. Zuid-Korea, toen onder leiding van Syngman Rhee, koesterde de hoop om het noorden op een gelijkaardige militaire manier te absorberen. Tijdens de jaren 1960 en 1970 zette de aanhoudende impasse op het schiereiland, de machthebbers in het noorden en het zuiden -respectievelijk Kim Il Sung en Park Chung Hee- er toe aan om andere methoden te onderzoeken die naar een hereniging konden leiden. Gelet op de structurele gelijkenissen die de twee landen in die periode vertoonden – autoritair bestuur, een door de staat geleide economische ontwikkeling, sociale en culturele conformiteit- leek het streven naar een gezamenlijke formule voor uiteindelijke hereniging niet eens zo vergezocht. Inderdaad, een van de belangrijkste knelpunten in die tijd bleek niet van ideologische maar van numerieke aard te zijn. Omdat Zuid-Korea een veel grotere populatie telde dan Noord-Korea, konden de twee partijen het niet eens geraken over een politieke structuur waarin enerzijds beide delen gelijk vertegenwoordigd waren en anderzijds de twee bevolkingen proportioneel gerepresenteerd werden. Toen Noord-Korea terecht kwam in de hongersnood en de economische crisis van de jaren 1990, ontstond er een andere visie op hereniging, vooral in het zuiden. De communistische staten doorheen heel Europa waren ondertussen ineen gestuikt en het leek maar een kwestie van tijd alvorens Noord-Korea op zijn beurt zou imploderen. De hereniging van de twee Korea's zou daar op een organische manier uit voortvloeien. Militaire acties of gecompliceerde politieke onderhandelingen waren voor niets meer nodig. Als het Noord-Koreaanse regime ineenstortte zou het zuiden simpelweg het politieke vacuüm kunnen opvullen. Maar het Noord-Koreaanse regime bleek zeer taai. Het blijft tot nog toe bestaan en het laatst omschreven herenigingsscenario lijkt daarom niet echt haalbaar te zijn. Voorspellingen over de instorting van Noord-Korea worden nog altijd regelmatig gedaan, maar niemand verwacht dat dit voor de nabije toekomst zal zijn, net zomin als een organische hereniging van de Korea's in het verschiet ligt.

Opiniepeiling

Om even terug te komen op de enquête die werd afgenomen bij de Noord-Koreanen in China. Het gaat uiteraard niet om een gewone groep mensen. Ze hebben immers de mogelijkheid gekregen om hun land te verlaten en om te reizen. Men kan er van uitgaan dat het mensen zijn die contacten hebben gehad met buitenlanders en buitenlandse ideeën. Ze zijn hoogstwaarschijnlijk niet representatief voor de Noord-Koreaanse opinie in zijn geheel. De groep ondervraagden bestaat wel ongeveer voor de helft uit vrouwen, en is divers in leeftijd en plaats van afkomt in Noord-Korea. Slechts twee op de honderd respondenten had op het moment van de peiling een universitair diploma. De groep vertegenwoordigt dus niet uitsluitend de Noord-Koreaanse intellectuele elite.

De resultaten van de peiling waren verrassend. Net zoals de Zuid-Koreanen, toonden hun noordelijke tegenhangers veel interesse voor een hereniging. Van de honderd ondervraagden stelden er vijfennegentig dat een hereniging noodzakelijk was, grotendeels om economische redenen. De overgrote meerderheid geloofde dat ze persoonlijk zouden profiteren van een samensmelting van de Korea's. Wanneer hen gevraagd werd naar de manier waarop zij dachten dat de hereniging zou verlopen, bleek slechts acht op de honderd respondenten te geloven dat Noord-Korea het proces zal controleren, zoals hun regering nochtans beweert. Maar zeven van de honderd ondervraagden denken dat de hereniging er zal komen wanneer het Noord-Koreaanse regime ineenstort. Aan de andere kant verwachten tweeëntwintig personen dat Zuid-Korea het noorden zal absorberen. De grote meerderheid denkt dat de samensmelting er zal komen 'via onderhandelingen op gelijke voet tussen de twee Korea's, na hervormingen en een openstelling van het noorden'. De antwoorden waren nog verrassender toen de respondenten gevraagd werd naar het politiek systeem dat een herenigd Korea zou moeten aannemen. Slechts veertien personen opteerden voor het Noord-Koreaans socialisme. Zesentwintig mensen kozen voor een compromis tussen de twee systemen. Vierendertig anderen prefereerden het Zuid-Koreaanse systeem en vierentwintig respondenten kon het niet echt schelen welk systeem een herenigd Korea adopteert, zolang het maar opnieuw één land wordt.

De bevraging van de Noord-Koreanen -toch tenminste van degenen die zich in dit segment van de bevolking bevinden- bracht duidelijk aan het licht dat ze de propaganda van hun regering niet als robotten overnemen (wat ze in het openbaar ook mogen verkondigen). Ze onthult een diversiteit aan meningen, wat suggereert dat de Noord-Koreanen zelf de zaken overdenken en dat ze discussies voeren met anderen over de thema's waar hen naar gevraagd werd. Het valt op dat ze niet te veel vertrouwen hebben in de lange levensduur van het Noord-Koreaanse systeem. Wat een al even belangrijke conclusie is, is dat velen van hen fundamenteel pragmatisch zijn en zich niet zoveel zorgen maken over de aard van het systeem waarbinnen ze moeten functioneren en opereren.

Besluit

De twee huidige Koreaanse regeringen, onder Kim Jong-un in het noorden en Park Geun-hye in het zuiden, praten niet over een mogelijke hereniging. Ze praten momenteel nauwelijks over iets. Dat belet de Noord-Koreanen er niet van om over het onderwerp 'hereniging' na te denken, misschien wel meer dan hun Zuid-Koreaanse buren. Dat de respondenten van deze uitzonderlijke opiniepeiling geen deel uitmaken van de Noord-Koreaanse intellectuele elite is absoluut opzienbarend omdat het betekent dat discussies over de relatieve verdiensten van de twee systemen plaatsvinden over de socio-economische lijnen van de Noord-Koreaanse maatschappij heen. De opiniepeiling benadrukt het belang van projecten die de Noord-Koreanen de mogelijkheid geven om met de buitenwereld om te gaan. Alvorens er veranderingen kunnen plaatsgrijpen in een land, moeten er immers veranderingen gebeuren in de geesten van de burgers. Het is duidelijk dat dit proces al aan de gang is in Noord-Korea.

John Feffer is directeur van Foreign Policy in Focus www.fpf.org

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by