Artikel
Ludo De Brabander
Printvriendelijke versie
Nakba: al 72 jaar wachten Palestijnse vluchtelingen op hun rechten
Vluchtelingenkinderen in Azkar camp (Nabloes) (foto: LDB)

Nakba: al 72 jaar wachten Palestijnse vluchtelingen op hun rechten

Op 15 mei herdenken de Palestijnen de Nakba (‘catastrofe’). Ze brengen de periode 1947-1949 in herinnering toen zionistische milities 750.000 Palestijnen of twee derde van de Palestijnen van hun grond en uit hun huizen verdreven.

15 mei is een symbolische dag omdat de zionistische leider Ben Goerion 72 jaar geleden, in 1948, éénzijdig de oprichting van de staat Israël aankondigde. Het Palestijnse verlies van land en huizen begon evenwel al veel vroeger. In de jaren tachtig van de 19e eeuw arriveerden de eerste zionistische kolonisten in Ottomaans Palestina. De verwerving van grond en de bouw van nederzettingen gebeurde vanaf 1901 op een planmatig manier nadat het zionistische congres in dat jaar de Keren Hakayemet (later het Joods Nationaal Fonds, JNF) oprichtte met als opdracht grond op te kopen om het vervolgens te ontwikkelen tot landbouwgrond, dorpen en steden. Het JNF speelde een centrale rol in de oprichting van Tel Aviv in 1909 dat van een paar huizen in de duinen ten noorden van de belangrijke Palestijnse havenstad Jaffa uitgroeide tot een stad die vandaag 450.000 inwoners telt. Jaffa zelf en de omliggende dorpen werden in de oorlog die in 1947 uitbrak enkele weken voor de oprichting van Israël veroverd. Ook West-Jeruzalem kwam in handen van de zionistische milities. Het ging niet om toevallige veroveringen, maar om een duidelijk plan (het fameuze plan Dalet) dat er onder meer naar streefde een corridor te creëren tussen Tel Aviv en Jeruzalem. Na het wapenbestand van begin 1949 bleek 78% van historisch Palestina onder de controle te staan van Israël.

De vluchtelingen van 1948 verloren al hun bezittingen. Om hun terugkeer te beletten werden meer dan 400 Palestijnse dorpen van de kaart geveegd en de terugkeer van Palestijnen naar hun land onmogelijk gemaakt. Op andere plaatsen, zoals in Jaffa, werden de huizen meteen ingepalmd door nieuwe joodse inwijkelingen uit Europa. Een resolutie die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 11 december 1948 bepaalde dat de vluchtelingen het recht hadden om terug te keren en gecompenseerd dienden te worden voor het verlies of de beschadiging van hun eigendommen. Israël weigerde daaraan gehoor te geven.

Velen van de ongeveer 7 miljoen nazaten van de oorspronkelijke vluchtelingen leven tot vandaag in kampen verspreid over de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en in de buurlanden Libanon, Syrië en Jordanië. Alleen de vluchtelingen in dat laatste land beschikken over burgerrechten. 5,6 miljoen vluchtelingen staan geregistreerd bij de UNRWA (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East) en kunnen gebruikmaken van de diensten van de VN-organisatie. Vooral de vluchtelingen in de Gazastrook, die al 13 jaar aan een Israëlische blokkade is onderworpen, zijn sterk afhankelijk van UNRWA voor onderwijs, gezondheidszorg en voedsel.

Tijdens de zesdaagse oorlog van 1967 (Naksa, ‘nederlaag), die leidde tot de Israëlische bezetting van de overgebleven Palestijnse gebieden, sloegen nog eens 400.000 Palestijnen op de vlucht. Vanaf het eerste jaar van de bezetting begon Israël met de bouw van nederzettingen. Vandaag wonen er meer dan 430.000 Israëlische kolonisten in 132 ‘officiële’ nederzettingen (door Israël opgericht en gefinancierd) en 124 ‘outposts’ (door kolonisten zelf en dus niet door Israël erkende en opgerichte nederzettingen) in de Westelijke Jordaanoever. Daarnaast wonen er ook nog eens 220.000 Israëli’s in Oost-Jeruzalem in 13 kolonies. Zowel in de Westelijke Jordaanoever als in Jeruzalem zijn Palestijnen tot vandaag het slachtoffer van onteigeningen en vernietiging van hun huizen en andere eigendommen. In 2019 vernietigde Israël 623 structuren en zijn 914 mensen verdreven in de Bezette Palestijnse Gebieden. Aan de Nakba kwam nooit een einde.

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by