Nick Meynen
Printvriendelijke versie

Nepal, een gemiste kans op duurzame vrede

Nepal is het succesverhaal van de VN: een land waar men vrede bracht. In 2005 legden maoïstische rebellen hun wapens neer en er volgde een coalitie met zeven partijen. Samen brachten ze miljoenen op straat om de onpopulaire koning Gyanendra schaakmat te zetten, waarna de enige Hindoe monarchie ter wereld een seculiere republiek werd. Verkiezingen katapulteerden maoïsten aan het hoofd van een coalitieregering en een nieuwe grondwet is in de maak. Toch lijkt oorlog bijna onvermijdelijk.

De burgeroorlog (1996-2006) lijkt een vage herinnering uit een ver verleden. Toeristen komen massaal terug. Onze media brengen Nepal alleen in beeld als de Everest zichtbaar is, maar in Nepal blijven wonden etteren. In sommigen wordt zout gestrooid. Majoor Basnet, die tijdens de burgeroorlog in het Nepalese leger streed tegen de maoistische rebellen, wordt al lang beschuldigd van marteling tot de dood van een 15-jarig meisje in gevangenschap. Een militaire rechtbank spreekt over elektrocuties en verdrinking, maar Basnet kon rustig verder werken, tot de VN er lucht van kreeg. Hij is de eerste hoge bevelhebber die voor een burgerlijke rechtbank zal verschijnen. De regel is eerder straffeloosheid, waardoor corruptie en misdaad floreren, maar ook pure onwil om echt moeilijke problemen aan te pakken. Meer dan vier jaar na de definitieve wapenstilstand is er geen oplossing voor de integratie van de twee legers in zicht. Sinds de maoïsten in mei 2009 uit de regering stapten zit het vredesproces muurvast, komt het parlement niet meer tot vergaderen en stagneert de economie. Terwijl betogingen in de Nepalese hoofdstad Kathmandu grimmiger worden en incidenten op het platteland toenemen, stevenen volgens het VN-Wereldvoedselprogramma een recordaantal van 3,4 miljoen Nepalezen in het rurale Westen van het land, op een hongerwinter af. Aan het afbraaktempo van het vredesproces in 2009, breekt er in 2010 een nieuwe oorlog uit.

Maoïsten aan de macht na verkiezingen

De verkiezingsuitslag van 10 april 2008 sloeg in als een bom. De grote politieke partijen vormden sinds 2005 een losse coalitie met de maoïsten. Dat hielp om de koning, tevens premier en god, weg te krijgen. Daarna hadden westerse donors en dominante buur India alles ingezet op eerlijke verkiezingen. Na negen jaar zonder inspraak van het volk speculeerde de media wekenlang over hoe de maoïsten hun maximaal derde plaats zouden verwerken, maar de CPN-M (nu UCPN-M: Unified Communist Party of Nepal-Maoïst) verpletterde alle politieke tegenstand. Met 38% van alle zetels behaalden ze exact het dubbele van de oude machtspartij Nepali Congress, die met 19% nog nipt 2de werd. Daarmee werden de maoïsten ook de enige partij die een veto zal hebben als de nieuwe grondwet gestemd moet worden, normaal tegen mei 2010 (uitstel lijkt echter onvermijdelijk). Bij westerse donors, India en de traditionele politieke elite gaan alle alarmbellen af.

In kiesdistrict Kirtipur, waar men op de leider van de maoïsten, Prachanda, kon stemmen, drukten de meeste mensen die ik aansprak openlijk hun steun voor de maoïsten uit. Iemand die het niet letterlijk wilde zeggen antwoordde cryptisch: “Met welk werktuig haal ik het graan van mijn veld en waar bouw ik mijn huis mee?” Op de stembiljetten stonden enkel symbolen, omdat ongeveer de helft van alle Nepalezen niet kan lezen, maar een hamer en sikkel kent iedereen. Jimmy Carter, die kwam kijken of alles goed ging, had tijd voor één vraag. Hij verzekerde me dat in alle 18 bureautjes die hij tegen 11 uur al bezocht had, alles vlot verlopen was. Elders in het land was er wél fraude en intimidatie. Lucia de Vries, journalist en verkiezingswaarnemer, getuigde van de overval op een ruraal stembureau, georganiseerd door jongeren van de Nepali Congress-partij. Ondanks een lijst lokale incidenten, veroorzaakt door bijna alle partijen, verklaarde het Carter Center én de EU de verkiezingen als voldoende eerlijk, vrij en geldig. Feit is dat de maoïsten ook in de grote steden, waar alles vlekkeloos verliep, een enorme verschuiving in het politieke landschap veroorzaakt hadden. Pijnlijke schuldbekentenissen van journalisten die al jaren Kathmandu niet meer verlaten hadden, volgden in de weken nadien.

In de eerste maanden kon men niet anders dan de democratische logica volgen. De grootste partij vormde een coalitieregering met aan het hoofd een maoïstische premier. De meest natuurlijke partij om samen een meerderheid mee te vormen was de CPN-UML (Communist Party of Nepal-Unified Marxist Leninist), die in de praktijk bekend staan als de sociaaldemocraten. De Nepali Congress, die 2de werd, wordt beschouwd als een rechts conservatieve partij die opkomt voor de elite. Zij kozen resoluut voor de oppositie. De regering werd aangevuld met een belangrijke regionale partij, die opkomt voor de rechten van de Madhesi's. Deze bonte verzameling etnische groepen uit de zuidelijke laagvlakte maakt na een spectaculaire groei nu al meer dan een derde van de Nepalese bevolking uit. De Madhesi's zijn etnisch, cultureel en economisch veel meer met India dan met Kathmandu verbonden en gingen tot de verkiezingen gebukt onder eeuwen van structurele discriminatie. Om de maoïsten niet té veel macht te gunnen, spande bijna iedereen naast de maoïsten samen om een president van de Nepali Congress te benoemen. Heel even leek dit nieuwe machtsevenwicht stabiliteit én de nodige veranderingen ten gronde te kunnen brengen. Pragmatisch radicalisme in het beleid, met bijvoorbeeld voor het eerste in de geschiedenis van Nepal een herverdelende taks, werd gecombineerd met een poging tot pacificatie van het meer militante en gewelddadige maoïstische kader. Dit lukte lang niet overal en ook de politieke consensus was fragiel, maar ze volgde een democratische logica, die het leger niet zinde.

Eén land, twee legers

Als ik eind 2007 Kamp Vier van het maoïstisch leger ('People's Liberation Army') bezoek, toont bevelhebber Pratiksha de staat van hun infrastructuur: paalwoningen, kapotte legertenten en rokerige kruipholen. In de laatste elf maanden werden slechts vier maanden loon uitbetaald, het eten is niet geweldig en de toekomst van de soldaten blijft onduidelijk. Volgens het vredesakkoord zouden de twee legers moeten samensmelten, maar in de praktijk blijkt daar niets van in huis te komen. Makkelijk is de samensmelting met het reguliere leger uiteraard niet. Binnen beide legers zal nog een sterke aversie tegenover de vroegere vijand leven. Toch wil Pratiksha dit niet gezegd hebben. “We zijn klaar om met hen te werken, te eten en te slapen, zolang het leger niet meer naar een koning maar naar een president luisteren”. Vervelend detail: het leger luisterde een jaar later inderdaad naar de pas benoemde eerste president, Ram Baran Yadav. Toen die per decreet een beslissing van de ondertussen maoïstische premier Prachanda ongedaan liet maken om de oude legerchef op pensioen te sturen.

Sindsdien eisen de maoïsten het herstel van de 'burgerlijke controle' over het leger, aangezien volgens hen de premier daar de verantwoordelijkheid over moet hebben en niet de door parlementairen gekozen president. Nadat ze zelf hun regering om die reden lieten vallen kwam er een coalitieregering van maar liefst 22 partijen aan de macht. Die telt meer ministers dan alle ministers in België op alle bestuursniveaus samen. Aan het hoofd staat Madhav Kumar Nepal, een premier die in de beide kieskringen waar hij opkwam zulke enorme verkiezingsnederlagen leed, dat hij zich toen gedwongen zag ontslag te nemen. Madhav Kumar Nepal is als sociaaldemocraat vooral de lieveling van de donorlanden ('donordarling') en in de huidige Nepalese context, waar meer dan 60% van het budget van donorgeld komt, krijgt dit prioriteit op democratische legitimiteit.

De ironie, twintig jaar na de Val van de Berlijnse Muur, is dat in de huidige Nepalese context de niet-deelname aan de macht door een communistische partij, een democratisch deficit vormt. Maar ook de maoïsten dragen hun steentje bij tot de erosie van de democratie. Naast de blijvende afpersingen en aanvallen op de vrije pers, blokkeren ze al meer dan een half jaar elke zitting van het parlement. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat ook andere partijen, sinds het parlement in 1990 formeel ingevoerd werd, steeds vaker op die manier oppositie voeren, maar de confrontatie duurt toch langer dan normaal: al sinds mei 2009. De enige reden waarom men het parlement heel even heeft laten werken voor de goedkeuring van het budget, is dat anders alle betalingen in het  land waren stilgevallen, inclusief de betalingen aan de strijders van het 'Peoples Liberation Army'.
Democratie is méér dan een verkiezing

Vrije media staan niet in het maoïstische script voor Nepal. Tijdens een interview met de baas van het kantoor van de maoïsten in Kathmandu, merkte die fijntjes op dat je voor hem “eerst nationalist en dan journalist” bent. Zelfs tijdens hun regeerperiode kookte het potje van sommige hardleerse maoïsten regelmatig over, zoals de overval en knokpartij op het kantoor van Himal media illustreerde. De angst voor de maoïsten van de kleine maar groeiende middenklasse in Kathmandu is begrijpelijk om meer dan enkel die reden. Voor hen hebben de maoïsten niet zo veel te bieden. De reden waarom de democratie in Nepal desondanks nood heeft aan maoïsten die mee regeren, is dat er voor het eerst in de geschiedenis van het land een partij is, die opkomt voor de belangen van de boeren. Die groep maakt vandaag nog steeds de grote meerderheid van alle Nepalezen uit. 'The Economist' denkt dat de vrede niet duurzaam kan zijn als de maoïsten niet mogen delen in de macht. In een opmerkelijk hoofdartikel claimt dit liberale magazine dat de verspreiding van het geweld (en de vaststelling dat Nepal weer op de rand van oorlog staat) niet enkel de fout van de maoïsten is. De 'International Crisis Group' (ICG) merkt ook op dat van alle partijen de maoïsten de grootste transformatie gemaakt hebben, ook al is het vandaag nog altijd geen schoolvoorbeeld van een democratische partij. Dat zegt vooral erg veel over de totale desinteresse bij andere partijen om de oude politieke cultuur van corruptie, interne dictatuur en disrespect voor de rechtspraak op te geven. Dan zwijgen we nog over het totaal negeren van de groeiende kloof tussen rijk en extreem arm. Als de maoïsten in Nepal ooit een absolute meerderheid halen in verkiezingen en dan de democratie afschaffen, dan hebben de grote 'democratische' partijen dat vooral aan zichzelf te wijten.

Binnen de groep van maoïsten moet een belangrijk onderscheid gemaakt worden tussen twee uiterste kampen en een hele reeks tussenposities. Aan de militante kant staan compromisloze maoïsten die misnoegd zijn over de toetreding tot de democratische arena. Voor hen blijft het model van Mao centraal staan: een gewapende machtsovername die begint bij de boeren. Hun verbittering over het verlies aan invloed op het platteland, door het neerleggen van de wapens en het terug toelaten van de politie, steken ze niet onder stoelen of banken. De laatste maanden won hun argument aan belang, net omdat de democratische arena niets opbrengt. Sinds kort duiken er onder hun druk op het platteland opnieuw parallelle overheden op. Ze steunen landloze extreem arme mensen die met duizenden een overheidsbos innemen om er te leven van de verkoop van illegale houtkap. Toen de politie begin december ingreep en er doden vielen, naast landlozen ook een dood geklopte agent, bereikte de crisis een kookpunt. Nog één of twee van deze incidenten en deze groep verklaart waarschijnlijk opnieuw de oorlog, met of zonder steun van hun politieke top in Kathmandu. Op sommige plaatsen is de gewapende strijd de facto al begonnen, enkel minder gecoördineerd dan de eerste burgeroorlog. In Nepal is het niet vijf voor, maar vijf na twaalf.

Aan de meest pragmatische en politieke kant staan de mensen rond Baburam Bhattarai, de ideologische leider en de nummer twee in de partij. Als Minister van Financiën in de korte regering geleid door de maoïsten was hij de drijvende kracht achter structurele hervormingen. Bijvoorbeeld door voor het eerst een taks op de inkomsten van rijke mensen te heffen, via het inschrijvingsgeld in privé-scholen. De kleine maar groeiende middenklasse, die meestal nog maar één generatie geleden straatarm was, heeft geen boodschap aan sterke herverdelingen. De tweedeling binnen de maoïsten kent nog sterke nuances en tussenfiguren, maar de polarisering in de partij komt steeds vaker aan de oppervlakte. Een plenum om samen de strategie op lange termijn uit te stippelen werd op het laatste moment met een jaar uitgesteld, volgens veel waarnemers omdat de partij anders uiteen zou vallen.
Kroniek van een aangekondigde oorlog

Het eerste wat de nieuwe regering deed nadat de maoïsten opstapten, was de herverdelende  maatregelen terug afschaffen. De huidige situatie, met een coalitie van 22 partijen zonder maoïsten, is onhoudbaar. Nepal is een kruitvat vol frustratie en wanhoop.

De tijd om dit te ontmijnen raakt op.

In het vacuüm van legitimiteit die de politieke actoren opstapelen, stapt het Nepalese leger steeds prominenter naar voor. De ruzie tussen de premier en de president over wie de benoemingen aan de legertop mag bepalen is het topje van een ijsberg. De gepensioneerde, maar nog zeer invloedrijke ex-premier Girija Prasad Koirala heeft sterke banden met de legertop. Binnen de Nepalese Congrespartij is er intern geen democratische maar een patriarchale cultuur. De onbetwiste eeuwige leidersfiguur van de Nepali Congress kon zijn onpopulaire koningsgezinde dochter Sujata Koirala opdringen voor een belangrijke post in de huidige coalitieregering, tegen de wil van een groot aantal van zijn eigen partijleden in. Wat de Ghandi-Nehru dynastie is voor India, is de Koirala dynastie in Nepal: een machtige familie die leiderschap als iets erfelijk ziet. Het enige verschil met het koningshuis is het democratische sausje, dat steeds dunner wordt.

Ondertussen wil de regering majoor generaal Toran Jung Bahadur Singh promoveren. Singh stond tijdens de burgeroorlog aan de leiding van een bataljon dat 49 gevangen genomen maoïsten naar het Shivapuri-bos bracht om ze daar in het geheim te executeren. Een duidelijke schending van het vredesakkoord is het voorstel van de minister van Defensie van de CPN-UML, Bidya Bhandari, om 5000 nieuwe soldaten te rekruteren, in plaats van maoïstische rebellen te integreren. Rhoderick Chalmers van de ICG denkt dat een legercoup niet voor morgen is, “want de huidige regering geeft het leger al alles wat het wil: meer budget, politieke bescherming en de garantie op straffeloosheid”. Achter de schermen trekt het leger al aan de touwtjes. Het helpt dat India, dat zelf in een open conflict met haar communisten zit, het Nepalese leger haar politieke steun geeft, uit schrik dat Nepal een maoïstische vrijhaven voor de hele regio zou worden.

De VN maakt zich ernstige zorgen over de evoluties sinds mei 2009. De UNMIN ('United Nations Mission in Nepal') is omstreden en vooral India wil hen weg, maar uit noodzaak werd hun mandaat al vier keer verlengd, nu tot januari 2010. VN secretaris-generaal Ban Ki-moon heeft al aangegeven dat hij de UNMIN wil terugtrekken, maar helaas lijken de omstandigheden dat niet toe te laten. De VN containers waar de maoïsten hun wapens in neerlegden staan onder toezicht van de VN, maar de enigen met toegang zijn de maoïsten zelf. Bovendien liggen de meest moderne wapens die ze veroverden (waaronder Belgische minimi's), volgens veel waarnemers die de containers mochten inspecteren, niet daar opgeslagen, maar ergens verborgen. Een terugkeer naar de oude stellingen van één groep maoïsten die het opneemt tegen leger en overheid, lijkt onwaarschijnlijk. Een complexe oorlog door talrijke gewapende etnische milities én splintergroepen van de maoïsten is het meer realistische, helaas ver van betere alternatief. Zonder een drastische politieke omwenteling is een enkele stevige vonk genoeg.

2010: nieuwe grondwet of gefaalde staat?

Op een dieper niveau blijven veel elementen die aan de oorzaak van het hele Nepalese conflict lagen groeien. De structurele honger in West-Nepal neemt elk jaar toe. Klimaatverandering zorgt in Nepal nu al voor intensere moessons, grotere droogte buiten het regenseizoen, meer erosie en grote problemen voor de landbouw. Tijdens de moesson van 2007, die in de hele regio 66 miljoen mensen trof, werden hellingen vol bos voor onze ogen meegesleurd in modderstromen. Woeste rivieren sleurden bruggen mee en schaarse vruchtbare velden gingen definitief verloren. Lokale inwoners hadden nog nooit zoiets meegemaakt. Volgens specialisten is Nepal op termijn een groot risicoland wat het ontwikkelen van een oorlog verbonden aan klimaatverandering betreft. Zelfs zonder klimaatverandering blijven er structurele problemen. De gini-coëfficient, die de mate van inkomensongelijkheid binnen een land uitdrukt, neemt zeer snel toe. De grootschalige landhervormingen waar de maoïsten op mikken, onder meer om het onrechtmatig centraliseren van grondbezit uit het verre verleden ongedaan te maken, zijn niet in zicht. Investeringen in landbouw groeien minder snel dan het budget. Een voorstel van het Ministerie van Landbouw voor een massale injectie in landbouw werd door de huidige coalitie van tafel geveegd. Herverdelingen blijven uit. Nochtans komt Nepal in de 'Failed State Index', wat het deelaspect ongelijke ontwikkeling betreft, op de achtste plaats in de wereld uit, net na landen zoals Zimbabwe. Het land met het 2de grootste waterkracht potentieel ter wereld, blijft ook elk jaar steeds langer in de duisternis wegens elektriciteitspannes, die op het einde van de winter oplopen tot 16 uur per dag. In Kathmandu schuiven gewone mensen op het einde van het droge seizoen twee uur aan om hun emmer met water te kunnen vullen. Dit soort mensen heeft meestal geen geld om zich bij de vaak nóg langere rijen te voegen die voor elk tankstation staan. De elite kan via achterpoortjes aan de meeste van die ongemakken ontsnappen, maar voor de massa gaat het absoluut niet goed in Nepal, behalve misschien voor die paar procent Nepalezen die kunnen profiteren van de opnieuw groeiende toeristische industrie. Indien die terug instort, wat zeker zal gebeuren als er opnieuw oorlog uitbreekt, is de kans groot dat Nepal terug tot die rode zone van de top twintig meest gefaalde staten ter wereld doordringt, waar het in 2006 nog net in zat.

Dit doemscenario hoeft zich niet te ontwikkelen. Als de maoïsten opnieuw in een coalitieregering  stappen, als er in 2010 alsnog een revolutionaire nieuwe grondwet gestemd kan worden en, het moeilijkst van al, als er toch een oplossing voor de twee legers uit de bus komt, dan wordt de lont kort geknipt. Om het kruitvat zelf te ontmantelen zijn hervormingen nodig die vandaag niet eens in zicht zijn. Het vredesproces heeft al vaker onder druk gestaan en er zijn al heel wat hordes genomen die vier jaar geleden quasi onmogelijk leken, maar vandaag staat kruitvat Nepal op ontploffen.

Nick Meynen is freelance journalist en auteur. Dit voorjaar publiceert hij bij EPO een journalistiek reisverhaal: 'NEPAL. Nieuwe wegen in de Himalaya'. Meer info op www.nickmeynen.be

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by