Nieuwe Britse wet ondermijnt recht op protest

Nieuwe Britse wet ondermijnt recht op protest

Momenteel wordt in het Brits parlement een conservatief wetsvoorstel behandeld dat protestacties criminaliseert.

De 300 pagina’s lange ‘Police, Crime, Sentencing and Courts Bill’, groepeert een heel aantal voorgestelde veranderingen aan ordehandhaving en berechting in Engeland en Wales.

De meest problematische aspecten van het wetsvoorstel zijn de bepalingen om strenger op te treden tegen protestacties, nochtans een democratisch recht. Zo zou de politie betogingen en andere geweldloze acties kunnen stilleggen omdat ze “te luidruchtig” zijn of omdat ze “het publiek storen”. Maar wat is het nut van publieke protestacties als ze niet gehoord of op geen enkele manier gevoeld kunnen worden? Deze wet zou de politie en de minister van Binnenlandse Zaken de disproportionele macht geven om elke vorm van protest tegen te houden, stil te leggen of neer te slaan.

Wat is het nut van publieke protestacties als ze niet gehoord of op geen enkele manier gevoeld kunnen worden?

Een bepaling van het wetsvoorstel maakt het beschadigen van standbeelden en monumenten strafbaar met maximaal 10 jaar gevangenis, wat strenger is dan de straffen die doorgaans opgelegd worden voor sommige misdaden die reëel fysiek en mentaal menselijk leed veroorzaken, zoals verkrachting. De bepaling is duidelijk een politieke reactie tegen de Black Lives Matter-protesten en de beweging voor dekolonisering van de maatschappij.

Een even problematisch aspect van de Policing-wet is de criminalisering van de levenswijze van Roma en andere reizende gemeenschappen door het tijdelijk verblijf op openbaar of privaat land zonder autorisatie, strafbaar te maken. Dit maakt deze gemeenschappen ook kwetsbaarder voor gewelddadige politie-acties.

Uitgebreidere politionele bevoegdheden om burgers arbitrair tegen te houden en te fouilleren op straat, kunnen dan weer de etnische profilering en de discriminatie van reeds gemarginaliseerde groepen in de hand werken.

Kink in de kabel

Het was waarschijnlijk de bedoeling om het wetsvoorstel snel en zonder veel poespas door het parlement te loodsen, maar de brutale acties van de Londense politie tijdens een wake voor de vermoorde Sarah Everard, hebben daar een stokje voor gestoken.

De 33-jarige Sarah Everard verdween op 3 maart in de buurt van het Zuid-Londense park Clapham Commons toen ze op weg was naar huis. Op 9 maart werd een verdachte gearresteerd (die dan nog een politieagent bleek te zijn) en de volgende dag werd haar stoffelijk overschot teruggevonden. De moordzaak -gesitueerd rond de internationale Dag van de Vrouw- kreeg veel aandacht in de Britse media, beroerde de gemoederen en leidde tot een maatschappelijke discussie over de veiligheid van, en geweld tegen vrouwen.

Heel wat mensen voelden, ondanks COVID-19, de nood om gezamenlijk een statement te maken in dit debat. De voor zaterdag 13 maart aangekondigde wake voor de van straat geplukte en vermoorde jonge vrouw werd echter verboden door de politie, in weerwil van de garantie van de organisatoren dat ze corona-veilig zou verlopen.

Hoewel de wake was afgelast, zakten geëmotioneerde mensen op 13 maart toch af naar Clapham Common. Op een bepaald moment begon de politie de vreedzaam verzamelde menigte -waarvan een groot deel jonge vrouwen- te bedreigen met arrestatie als ze niet naar huis zou keren. Kort daarna werden de aanwezigen hardhandig uit elkaar gedreven en volgden de beloofde arrestaties.

De slachtoffers van deze totaal disproportionele reactie van de politie waren gewone, zeer herkenbare rouwende burgers, geen doorgewinterde activisten die door de conservatieve pers gemakkelijk weggezet konden worden als agressieve en extremistische stoorzenders. De verontwaardiging en woede van het publiek over het politieoptreden projecteerde zich op de voorgestelde Policing-wet.

Het hardhandig optreden van de politie op de wake van 13 maart, kon niet weggezet worden als een ingreep tegen politieke extremisten.

Het incident fungeerde als een herinnering aan het feit dat de politie tijdens deze pandemie al beschikt over verregaande bevoegdheden om de burgerlijke vrijheden in te perken, en dat die in post-coronatijden zeker niet gehandhaafd, laat staan uitgebreid hoeven te worden. En laat dat nu net de inzet zijn van het nieuwe conservatieve wetsvoorstel.

Het huidige mossel-noch-vis-leiderschap van Labour, dat eerst verklaard had zich te zullen onthouden tijdens de parlementaire stemming, veranderde van standpunt na de uit de hand gelopen wake in Londen en keerde zich tegen de Policing-wet.

Parlementaire oppositie en protest in het hele land tegen het politiegeweld ten spijt, werd de tweede lezing van de Police, Crime, Sentencing and Courts Bill dinsdagavond 16 maart, na amper twee dagen van debat, goedgekeurd door het parlement. Nu wordt het wetsvoorstel in de parlementaire ‘comité-fase’ gedetailleerder onder de loep genomen alvorens het binnen een aantal maanden een definitieve wet kan worden. De regering hoopt dat de commotie tegen dan is gaan liggen en de wet er vlot zal doorkomen. 

Conservatief-populistische agenda

Een deel van het huidige wetsvoorstel is het logische verlengde van eerdere inspanningen om het democratisch recht op protest in te perken – een belangrijke doelstelling van populistisch rechts in de ‘war on woke’. (Een term waarmee verwezen wordt naar een progressieve politiek en een sociaal bewustzijn rond thema’s als antiracisme, LGBTQ-rechten, feminisme, milieu, enz. De term wordt denigrerend gebruikt door conservatief en populistisch rechts in de betekenis van doorgeslagen politieke correctheid.)

De Policing-wet is het logische verlengde van eerdere inspanningenom het democratisch recht op protest in te perken.

Een expliciete poging om dissidentie te muilkorven, kwam er in de nasleep van de protestweek van Extinction Rebellion (XR) in oktober 2019. De burgerlijke ongehoorzaamheidsacties van XR -die daadkracht eist van de Britse regering in de strijd tegen de klimaatverandering- legde toen delen van Londen plat. De politie liet eerst alleen nog XR-protest toe op Trafalgar Square, maar legde daarna een actieverbod op voor heel Londen. Extinction Rebellion trok daarop naar het Hooggerechtshof. Het Hof oordeelde dat het protestverbod niet wettelijk was omdat het de bevoegdheden toegekend aan de politie door de Wet op Openbare Orde van 1986, oversteeg.

Het was enkele weken na dit vonnis dat de hoofdcommissaris van de Londense politie, Cressida Dick, in een brief aan de Britse minister van Binnenlandse Zaken, Priti Patel, pleitte voor een wijziging van de bestaande wetten. OpenDemocracy kon beslag leggen op deze communicatie, waaruit blijkt dat de Extinction Rebellion-acties door de politietop bestempeld werden als een “noodzakelijke opportuniteit” om de Wet op Openbare Orde van 1986 strenger te maken en de politie meer bevoegdheden te geven om protest neer te slaan.

De XR-acties van 2019 werden door de Britse politietop gezien als een opportuniteit om de politie meer bevoegdheden te geven.

Besluit

Hoewel de hoger besproken aspecten van de Policing-wet zonder twijfel gericht zijn tegen recente sociaal-politieke protestbewegingen als Extinction Rebellion, Youth for Climate, Black Lives Matter, Reclaim the Streets, enz. zou het voorstel klassieke liberalen van eender welke politieke inslag moeten verontrusten, aangezien het een aanslag is op de democratie en de liberale vrijheden. De wet kan theoretisch ook ingezet worden tegen de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van protest van rechtse maatschappelijke bewegingen als hun acties ‘te luidruchtig’ of ‘te hinderlijk voor het publiek’ ervaren worden. Ze verleent bovendien de macht aan de minister van Binnenlandse Zaken om de basis waarop protesten verboden en actievoerders vervolgd mogen worden, te herdefiniëren zonder het parlement te consulteren.

In een gezonde democratische maatschappij is protest een fundamenteel recht dat beschermd moet worden.

In een gezonde democratische maatschappij is vreedzaam protest een fundamenteel recht dat beschermd moet worden in plaats van verboden door een overijverige politie. De Policing-wet riskeert dissidentie te verstikken en beperkt de mogelijkheden om de machthebbers ter verantwoording te roepen.

In een open brief, gepubliceerd op 17 maart in het Britse dagblad 'The Independent', waarschuwden 700 vooraanstaande Britse juristen (waaronder 120 professoren Recht van universiteiten over heel het land) dat de "draconische" bepalingen van het wetsvoorstel "een alarmerende uitbreiding van de staatscontrole" op het recht op samenkomst en "een existentiële aanval op het recht op protest" vormen.

Het valt te voorspellen dat elk protest tegen de nieuwe Policing-wet zo veel mogelijk in het verdomhoekje van gevaarlijk extremisme zal geduwd worden. Tijdens een 'Kill the Bill'-protest in Bristol op 21 maart ontstonden er gewelddadige botsingen tussen een kleine minderheid activisten en de politie. De rellen werden overal in de media breed uitgesmeerd,  terwijl er gezwegen werd over de duizenden vreedzame betogers die ook aanwezig waren en er amper informatie te vinden is over de verschillende geweldloze Kill the Bill-protesten in de rest van het land.

Hopelijk sluiten de Britse vakbonden, NGO’s en andere middenveldorganisaties zich aan bij de grassroots-activisten en sociale burgerbewegingen ter verdediging van het democratisch recht op dissidentie, en kan zo voorkomen worden dat de wet binnen enkele maanden geruisloos van kracht wordt.

steun ons

© 2021 vrede vzw - website by