Georges Spriet
Printvriendelijke versie

Obama, 'just war' en klimaat

Obama, rechtvaardige oorlog en klimaat

Georges Spriet

Bij het ontvangst nemen van de Nobelprijs voor de Vrede justifieerde president Barrack Obama 'zijn' Afghanistan-oorlog door deze als een rechtvaardige oorlog ('just war') voor te stellen. “Ik word geconfronteerd met de wereld zoals hij is, en kan niet werkloos toezien wanneer het Amerikaanse volk wordt bedreigd. Want vergis u niet: het kwaad bestaat wel degelijk in deze wereld”.

Just war

President Obama's definitie van 'rechtvaardige' oorlog gaat niet alleen over de doelstelling maar ook over de manier van oorlog voeren: oorlog als middel in laatste instantie, zelfverdediging, gebruik van geweld moet proportioneel zijn, en burgers moeten zoveel mogelijk gespaard blijven van geweld. Maar als we deze criteria toepassen op de oorlog in Afghanistan blijkt het toch niet zo'n rechtvaardige oorlog te zijn? Is deze oorlog wel het laatste middel dat nog resteerde als we weten dat de taliban eind september 2001 bereid waren Osama Bin Laden uit te leveren aan een ander moslimland? Zo weinig mogelijk burgerslachtoffers? In deze acht jaar zijn er tussen de 12.000 en 32.000 burgers gedood door de VS-operaties, vergeleken met minder dan 1000 gesneuvelde VS soldaten. Is het militair antwoord proportioneel in een situatie waarbij een armtierig land aangevallen wordt door de grootste militaire macht van de wereld die op zich tekent voor bijna de helft van alle militaire uitgaven in de wereld, waarbij de supermacht nu al acht jaar bombardementen uitvoert, en met een alliantie van verschillende tientallen landen het land bezet?

Voor Barrack Obama is de oorlog in Afghanistan te verantwoorden als zelfverdediging. Hij blijft daarin rechtlijnig. Ook tijdens zijn kiescampagne was ie blijven herhalen dat deze oorlog tegen het terrorisme moest worden verder gezet. Irak was een foute oorlog, Afghanistan de goede. Dat was altijd al zijn boodschap. Maar het lijkt toch moeilijk over zelfverdediging te spreken als nu iemand wordt aangevallen die niet de agressor was, en als van de taliban helemaal geen dreiging uitgaat tegen de VS, en Al Qaeda herleid is tot op elkaar inspelende gefragmenteerde groepjes die eigenlijk van overal ter wereld kunnen opereren. President Obama blijft Al Qaida en de taliban als één gemeenschappelijke vijand beschouwen als hij zijn oorlog in Afghanistan tot een rechtvaardige oorlog tegen het 'kwade' rekent. Maar de taliban hebben de twin towers niet opgeblazen. Let wel, de taliban vertegenwoordigen een ultraconservatieve stroming , die in de eerste plaats een bepaalde feodale sociaal-economische ordening verdedigt, met grote excessen qua onderdrukking van de vrouw. De godsdienst wordt gebruikt om deze ordening te kunnen blijven aanhouden. Al Qaida kan gedijen in deze wereld omwille van de mondiale apartheid waar de 'internationale gemeenschap' zich beperkt tot de westerse machten en hun vrienden, waar een politiek van twee maten en twee gewichten de standaard is. Terrorisme moet en kan worden bestreden met de instrumenten van een rechtstaat : het strafrecht in het binnenland, en het internationaal recht en de conventies van Genève op bovenstatelijk niveaui.

Met zijn discours over de “de last dragen van de oorlog” en “opdat de kinderen en kleinkinderen in vrijheid en welvaart kunnen leven” spreidt de VS president volop een dekmantel over wat ik denk de ware achtergrond van de oorlog te zijn: Afghanistan is een bijzonder belangrijk schaakstuk om de rijkdommen van Centraal-Azië te ontginnen in de concurrentiestrijd met de zogenaamde groeilanden.

Klimaat

“Afwezigheid van hoop kan een samenleving van binnenin uithollen”, zegt president Obama. “Daarom moeten we samen de klimaatverandering tegen gaan. Er bestaat nog weinig wetenschappelijke twijfel dat indien we passief blijven de klimaatverandering meer droogtes zal veroorzaken, dus meer hongersnood, dus meer vluchtelingen, en dus meer gevaar voor conflict gedurende tientallen jaren”, zegt hij. “Ook de militairen van de VS begrijpen dat onze gemeenschappelijke veiligheid op het spel staat.”

De president speelt dus in op de band tussen klimaatverandering en conflict. Dat doet hij niet voor het eerst nu in Oslo. "Het klimaat betreft een dringende zaak van nationale veiligheid, en het moet op een ernstige manier worden aangepakt. Dat is wat ik tijdens mijn presidentschap wil doen.” Aldus de president-elect in december 2008. Tijdens de U.S.-China Strategic and Economic Dialogue van eind juli 2009 had de speciale afgevaardigde voor klimaatkwesties van het VS ministerie van buitenlandse zaken het met zijn Chinese ambtsgenoten ook al over het belang van de klimaatverandering voor de nationale veiligheid van de Verenigde Staten, en de overtuiging dat beide landen op dit domein akkoorden moeten bereiken.

Door klimaatverandering ook als een probleem van nationale veiligheid voor te stellen speelt de president wellicht op twee paarden om het Amerikaanse establishment te overtuigen van het belang van dit dossier. Enerzijds versterkt hij met nieuwe argumenten de politieke trend om een reeks niet-militaire problemen in de wereldsamenleving als een militaire dreiging te catalogeren, wat koren op de molen is van het Pentagon en de gevestigde think tanks. Zij zien overal een militaire rol in, en zullen dus met enthousiasme ook het klimaat opnemen bij de 'nieuwe bedreigingen' en de nieuwe belangrijke thema's. Een tweede piste is dan via de invalshoek 'nationale veiligheid' ook politieke ruimte te willen creëren om adaptatie- en mitigatiemaatregelen rond klimaatwijzigingen te kunnen laten goedkeuren en financieren door het congres.

President

Meteen is duidelijk dat internationale politiek niet zomaar vorm kan gegeven worden door één individu. Internationale politiek gaat om het beschermen van de belangen van een land, economisch en geopolitiek. Of moeten we deze voorgaande zin verfijnen naar 'het beschermen van de belangen van de elite van een land'? Barack Obama stapt in een instituut dat al een hele geschiedenis heeft, met name het presidentschap van een land dat al jaren de hoogste militaire uitgaven van de wereld opstapelt en sedert zowat twintig jaar in constante militaire confrontatie met zijn 'vijanden' leeft. (Irak, Somalië, Bosnië, Joegoslavië, Afghanistan, weer Irak) “Zoals gelijk welk staatshoofd eigen ik me het recht toe om indien nodig unilateraal op te treden om mijn land te verdedigen”. “Ik geloof dat geweld verantwoord kan worden op humanitaire gronden”. “Amerika zal altijd de stem zijn van diegenen die zoeken naar de universele verzuchtingen van de mens”. Dit is het instituut 'president' dat aan het woord is. Obama pleit voor samenwerking, maar zal zelf actie nemen als het nodig is. Hij combineert de 'vrijheid' om eenzijdig op te treden met een pleidooi voor mensenrechten, voor voldoende voedsel, drinkbaar water, geneesmiddelen en onderdak voor elke wereldburger.

De nieuwe dreigingen en de vaststelling dat er meer interne conflicten zijn, vereisen dat we ons denken vernieuwen over rechtvaardige oorlog en rechtvaardige vrede, zei Obama in het begin van zijn uitleg. “Er zullen tijden komen waarin staten het gebruik van geweld niet alleen nodig maar ook gerechtvaardigd vinden.” Verder heeft hij over drie wegen om een duurzame en rechtvaardige vrede op te bouwen. Ten eerste. Druk op landen die regels en wetten overtreden. Terwijl hij zijn engagement herhaalt voor nucleaire ontwapening, zet hij Iran en Noord-Korea in de spotlights. Maar ook druk op landen die hun eigen bevolking brutaliseren of waar onaanvaardbare ontwikkelingen plaats grijpen: Soedan, Congo, Birma. Ten tweede. Rechtvaardige vrede kan maar gebaseerd zijn op de inherente rechten en waardigheid van ieder individu. Obama pleit hier voor druk en diplomatie. Ten derde. Rechtvaardige vrede betreft ook economische veiligheid en mogelijkheden. “Vrede is niet alleen de afwezigheid van angst, maar ook afwezigheid van tekort.” En ten slotte het belang van de klimaatverandering. Inderdaad de combinatie van een 'plicht' tot militaire interventie en een boodschap dat de oorzaken van conflict moeten worden aangepakt.

Ondertussen gaat hij een heel eind weegs met de staatsgreep in Honduras, waar hij kennelijk onvoldoende gewicht in de schaal kon leggen om de coup teniet te doen, en het verkiezingsproces dat door dit illegaal regime werd gesuperviseerd te veroordelen. In Pakistan zijn de VS mede oorzaak van een 'zachte coup' van het leger, dat zijn greep op het land weer volop kon waarmaken in ruil voor informatie over en actief bemiddelen met de taliban.

Hij besloot zijn toespraak met wellicht de beschrijving van zijn situatie: “We kunnen begrijpen dat er oorlog is, maar toch naar vrede streven”.

De stelling dat Obama het beste is wat de VS (en ons) kon overkomen is wellicht correct, want met McCain zouden we nog verder van huis zijn geweest. Maar het beste tussen oorlogszuchtige Republikeinen en rechtvaardige-oorlogvoerende Democraten is geen Nobelprijs voor de Vrede waard. En is absoluut geen reden om ons land in het militair moeras van Afghanistan mee te laten sleuren.
 

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by