Dossier
Soetkin Van Muylem
Printvriendelijke versie
Obama's mooie woorden ondergraven door de realiteit op het terrein

Obama's mooie woorden ondergraven door de realiteit op het terrein

Op 7 juni 2010 ging de oorlog in Afghanistan haar 104de maand in. De langste militaire operatie van de Verenigde Staten in het buitenland ooit. Het vorige morbide record werd opgetekend in Vietnam, waar de VS 103 maanden oorlog voerde.

Op 7 juni 2010 ging de oorlog in Afghanistan haar 104de maand in. De langste militaire operatie van de Verenigde Staten in het buitenland ooit. Het vorige morbide record werd opgetekend in Vietnam, waar de VS 103 maanden oorlog voerde. De Russische vice-premier Sergei Ivanov merkte deze zomer fijntjes op dat de NAVO binnenkort het Sovjet-record van 10 jaar in Afghanistan zal verbreken. Het lijkt er sterk op dat de VS uiteindelijk net zoals de Sovjet-Unie in 1989, met de staart tussen de benen zal moeten afdruipen.

Maar liefst 47 landen leveren momenteel troepen aan de door de NAVO-geleide 'International Security Assistance Force' (ISAF) in Afghanistan. Op het terrein opereren ongeveer 150.000 buitenlandse soldaten en nog eens 100.000 huurlingen van private militaire ondernemingen. 2010 bleek voor alle partijen het meest dodelijke jaar sinds de start van de oorlog in 2001. De Verenigde Staten heeft de kaap van de 1000 gesneuvelden dit jaar overschreden en de Britten betreurden deze maand hun 332ste slachtoffer. De strijd tegen het internationaal terreurnetwerk Al-Qaeda en de voormalige fundamentalistische regering van Afghanistan, de Taliban, loopt blijkbaar niet over rozen.

Volgens de CIA zijn er slechts een 50 tot 100-tal aan al Al-Qaeda gelieerde personen over in Afghanistan. In Pakistan zijn er zo'n 300 à 400 leden. De Taliban in Afghanistan zou bestaan uit niet meer dan 30.000 strijders. Het leiderschap van de Afghaanse Taliban is wel gevestigd in Pakistan, maar het is belangrijk om te weten dat de Afghaanse en de Pakistaanse Taliban twee verschillende organisaties zijn. De Afghaanse Taliban concentreren hun inspanningen op het Karzai-regime en de buitenlandse troepen. Ze beschouwen zichzelf steevast als vrijheidsstrijders die vechten voor hun land en hun religie. Hun focus op Afghanistan, maakt van hen alvast geen internationale terroristische bedreiging.

Kracht van de media

Eind juli publiceerde de website voor klokkenluiders 'Wikileaks' een resem documenten over de oorlog in Afghanistan en Pakistan (de AFPAK-oorlog), waaronder geheime rapporten van inlichtingendiensten, beschrijvingen van militaire operaties en verslagen van vijandelijke aanvallen. De gelekte documenten bevestigen wat o.a. Vrede al een hele tijd beweerde op basis van andere bronnen (rapporten van Amerikaanse diensten, Afghaanse en andere NGO's, enkele onafhankelijke reporters ter plaatse): de Verenigde Staten en haar NAVO-bondgenoten in de AFPAK-regio zitten in de penarie. Wie zich de moeite getroostte om op zoek te gaan, wist al langer dat de positieve boodschappen van VS-president Obama en de NAVO-ministers van Defensie niet bepaald strookten met de realiteit op het terrein, maar via Wikileaks en de kranten 'Der Spiegel', 'The Guardian' en de 'New York Times' komt nu ook het grote publiek te weten hoe schrijnend de situatie in Afghanistan werkelijk is. De Wikileaks documenten over de AFPAK-oorlog worden in de VS vergeleken met wat de in 1971 gelekte 'Pentagon Papers' betekenden voor de Vietnam oorlog. De Amerikaanse bevolking kreeg toen te horen dat 4 achtereenvolgende administraties systematisch gelogen hadden over de intenties en het verloop van die oorlog. Het blootleggen van de waarheid over Afghanistan, is vooral van belang in de Verenigde Staten waar nog voor deze onthullingen het oorlogsbeleid al fel aan geloofwaardigheid had ingeboet en het enthousiasme voor de militaire operaties gezakt was tot een dieptepunt. Uit een onderzoek van het weekblad 'Newsweek' bleek dat in april dit jaar, voor het eerst sinds 2001, iets meer dan de helft van de Amerikanen vond dat de oorlog het niet waard was. Dit ondanks de Amerikaanse mainstream media die zich volop genesteld hebben in de rol van promotor van de oorlogsinspanningen. Er worden constant verhalen van verbetering en vooruitgang gebracht, journalisten ter plaatse zijn allemaal 'embedded' (een deel van het leger zelf) en naar soldaten wordt steevast verwezen als oorlogshelden. Sommige grote Amerikaanse televisienetwerken zijn zelfs eigendom van militaire ondernemingen (bv. NBC is eigendom van 'General Electrics' en CBS van 'Westinghouse'). Brian Steward een topjournalist bij de Canadese publieke zender CBC onthulde recent dat de reporters vaak verboden wordt om Taliban-aanvallen te rapporteren, behalve de echte grote, om het publiek niet te alarmeren over de dagelijkse intensiteit van de gevechten waarmee de troepen geconfronteerd worden. Hopelijk heeft Wikileaks deze patronen van zelf- en militaire censuur voor een deel doorbroken. Bij vele reporters overheerste afgelopen maanden echter de verontwaardiging over “de onverantwoordelijkheid” van Wikileaks. Robert Gates, de Amerikaanse minister van Defensie deed ook onmiddellijk zijn ronde langs de belangrijkste nieuwsshows op de grote televisiestations om met het opgeheven vingertje te melden dat Wikileaks “schuldig” was aan het bedreigen van de nationale veiligheid, en “moreel verwerpelijk” was omdat het vrijgeven van de documenten de levens in gevaar zou brengen van de troepen en de Afghaanse bondgenoten. Met andere woorden het prijsgeven van informatie over een oorlog maakt je moreel schuldig, maar verantwoordelijk zijn voor de oorlog niet.

Wikileaks 

Op de inhoud van de Wikileaks rapporten werd al uitgebreid ingegaan door de reguliere media. De vier belangrijkste punten die te destilleren vallen uit de 92.201 documenten zijn:
1. Er vallen veel meer burgerslachtoffers dan officieel wordt toegegeven
2. Het aantal aanslagen op VS en NAVO-troepen is in de periode van 2004 tot 2009 enorm gestegen. De Taliban staat dus veel sterker dan algemeen wordt aangenomen.
3. Er opereren speciale eenheden in Afghanistan die bepaalde Taliban-figuren, verzameld op een zwarte lijst, moeten opsporen en doden of gevangen nemen, zonder enige vorm van proces.
4. Pakistan is officieel een partner van de VS in de oorlog tegen de terreur, maar steunt in het geheim ook de opstandelingen.

De gelekte documenten beslaan de periode van 2004 tot en met het begin van 2009. Dat is voor president Obama besliste om 30.000 extra troepen naar Afghanistan te sturen voor een grootscheeps offensief dat de Taliban zou verdrijven en de steun van de bevolking moest opleveren. Deze strategie, bepleit door de toenmalige bevelhebber van de VS en ISAF-troepen in Afghanistan, generaal Stanley McCrystal, mislukte echter. Het oorspronkelijke plan was om in februari 2010 een anti-opstandsoffensief uit te voeren in Marja. Van daaruit zou de controle van de ISAF-troepen zich als een inktvlek over de naburige gebieden verspreiden (ook geprobeerd in Vietnam). Een paar weken na de overwinning in Marja was de Taliban echter al terug. Marja is in tegenstelling tot de omschrijvingen in de pers, geen stad, maar 100 vierkante mijl landbouwgrond waarop in totaal zo'n 35.000 mensen wonen. Hoewel McCrystal 15.000 troepen naar het gebied stuurde (dat is bijna 1 soldaat per 2 inwoners) slaagde hij er niet in het te controleren. Dit is onder meer omdat de inwoners de motivatie van de opstandelingen delen. Ze beschouwen de buitenlandse militaire actie als ongerechtvaardigd en brutaal. Het stijgend aantal burgerdoden door bombardementen van F'16's en onbemande vliegtuigen helpt hier natuurlijk niet. Voor elke geëlimineerde opstandeling staat er een nieuwe op onder de bevolking van de inktvlek. De campagne was duidelijk contra-productief. Het voor juni 2010 geplande offensief in de stad Kandahar, waar zo'n 500.000 mensen wonen, werd dan maar uitgesteld tot september.

De situatie is ondertussen alleen maar verslechterd. Generaal Stanley McCrystal, gaf dit afgelopen juni toe in een briefing voor de NAVO-ministers van Defensie in Brussel. Hij stelde dat er voor de eerste 6 maanden zeker geen beterschap te verwachten viel en uitte onder meer zijn bezorgdheid over de hoge graad van corruptie, onveiligheid en geweld in het land. McCrystal moest bekennen dat ondanks het uitgevoerde offensief, slechts een fractie van de cruciale regio's als veilig bestempeld kan worden. Hij zei verder dat minder dan een derde van het Afghaanse leger en slechts 12% van de politie doeltreffend werk leveren. Nog volgens McCrystal worden de VS en de NAVO ondertussen geconfronteerd met een hardnekkig en groeiend verzet.

Deze briefing vormde een serieus obstakel voor de doelstellingen van president Obama. Hij had immers het plan opgevat om te beginnen aan een snelle en gezichtsverlies-vermijdende terugtrekking van de troepen tegen 2011. Net op tijd voor de presidentsverkiezingen van 2012. Een verlenging van het tijdschema zal hem zeker in de problemen brengen bij zijn liberale aanhangers. Generaal David Petraeus, de opvolger van de inmiddels ontslagen McCrystal, pleit echter ook voor het laten varen van die deadline. Of Obama het beseft of niet, de VS-generaals zijn niet van plan om Afghanistan in de nabije toekomst te verlaten. Geen beter bewijs daarvan zijn de nieuwe bouwplannen van het Amerikaans leger, specifiek de uitbreiding ter waarde van 100 miljoen dollar van het Speciale Operaties Hoofdkwartier in Mazar-e-Sharif (Noord-Afghanistan) en de 700 basissen die de VS reeds gebouwd heeft in het land. Indien Obama toch zijn vooropgestelde exit-datum zou behouden, dan zal dit zeker geen definitief afscheid van de Amerikaanse troepen uit Afghanistan betekenen. Er zal waarschijnlijk geopteerd worden voor een minimum bezetting, met behoud van de speciale moordeskaders.

Leugens

Het negatieve beeld van de situatie op het terrein dat alsmaar duidelijker bijeen te puzzelen valt, staat in schril contrast met de publieke beweringen van VS-president Obama of onze eigen Belgische minister van Defensie Pieter De Crem, die het in het verleden meermaals had over een “positieve evolutie”. In een reactie op de door Wikileaks gelekte documenten vond De Crem de inhoud ervan “opgewarmde kost”. Vermits de minister naar eigen zeggen al lang op de hoogte was van de gegevens in deze documenten, wil dat zeggen dat hij het publiek en het parlement bewust heeft voorgelogen toen hij het had over tekenen van vooruitgang. De Belgische loyaliteit aan de NAVO noopte onze minister zand in de ogen te strooien van het publiek. Het federale parlement (en dus ook de burger) heeft geen enkele inbreng in beslissingen over het sturen van Belgische troepen naar het buitenland en over de aard van hun opdrachten daar. Dit is hoogst ondemocratisch en laakbaar omdat het mensenlevens betreft (zowel van de soldaten als van de bevolking ter plaatse). Verder is het volstrekt onaanvaardbaar dat de rapportering over missies van de betrokken minister aan de parlementaire Commissie Defensie zich vaak achter gesloten deuren voltrekt. Het volledige parlement moet zijn controlerende functie ten volle kunnen uitoefenen. Een wijziging van de Belgische wettelijke procedures voor militaire buitenlandse operaties in de richting van meer democratie en meer transparantie, is een absolute must. Los van deze discussie, is het duidelijk dat België met zijn bijdrage van 600 soldaten en 6 F-16's tot over zijn oren betrokken is in een oorlog die meer dan ooit uitzichtloos en nutteloos lijkt te zijn. Zelfs mensen die overtuigd waren van de vermeende nobele doelstellingen die de VS en de NAVO zich daar gesteld hadden, moeten nu ook gaan inzien dat die op deze manier niet bereikt zullen worden. Het is meer dan noodzakelijk dat het geld dat nu massaal in de oorlog wordt gepompt, gebruikt wordt om wederopbouw- en ontwikkelingsprogramma's te ondersteunen. België volgt echter blindelings de militaire logica van de NAVO en de VS. In 2010 budgetteerde ons land voor Afghanistan 109 miljoen euro voor militaire inzet en slechts 12 miljoen euro voor ontwikkeling. In de VS heeft het parlement iets meer in de pap te brokken wat militaire inzet en het toewijzen van budgetten betreft, maar dat levert daarom niet altijd doordachtere keuzes op. Het Wikileaks verhaal werd gelanceerd vlak voordat de Amerikaanse Senaat instemde met een verhoging van het oorlogsbudget voor Afghanistan. Amper 36 uren nadat de gelekte documenten de wereld ingestuurd werden, volgde de Kamer van volksvertegenwoordigers het voorbeeld van de Senaat door een extra budget van 33 miljard dollar voor de AFPAK-oorlog goed te keuren. Er waren 308 stemmen voor en 108 tegenstemmers. Er stemden weliswaar al iets meer volksvertegenwoordigers tegen de escalatie van de oorlog dan vorig jaar, toen er slechts 35 neen stemden op een gelijkaardige vraag, maar in de praktijk maakt het helaas geen verschil.

Kost

De VS-regering – maar gezien het geringe protest blijkbaar ook het parlement en het publiek - is bereid gigantische bedragen te spenderen voor haar militair avontuur in Zuid-Azië. Men zou verwachten dat het de ogen uitsteekt van de bevolking dat er in tijden van economische crisis minder geld is voor gezondheidszorg, pensioenen, onderwijs, behuizing en werkgelegenheid. Bij het reddingsplan voor de banken was de reactie van het publiek enigszins anders. De bedragen die in de AFPAK-oorlog worden gestoken zijn nochtans ook niet mis. De Verenigde Staten spendeert 7 miljard dollar per maand! Hier volgt een samenvatting van waar al dat geld naartoe gaat. Een deel ervan gaat naar de lonen van de uitgestuurde soldaten, een deel verdwijnt in de zakken van corrupte overheidsfunctionarissen die het wegsluizen naar Zwitserse bankrekeningen en een deel ervan gaat naar Afghaanse krijgsheren en drugsbaronnen in het kader van de VS-strategie die privé-legers en krijgsheren betaalt om aan Amerikaanse zijde tegen de Taliban te vechten. Niets lerend uit het verleden worden er op die manier alweer een hele reeks krachten in stand gehouden en gecreëerd die hun wil opleggen via de macht van wapens. De privé-veiligheidsbedrijven worden ingehuurd door de NAVO om hun basissen en konvooien te beschermen. Om een veilige doorgang van konvooien te kunnen garanderen kopen de huurlingen de Taliban regelmatig om. Het is ook niet uitzonderlijk dat ze lokale mensen bedreigen en zelfs doden als die weigeren gebruik te maken van hun 'bewakingsdiensten'. Het overgrote deel van het oorlogsbudget gaat echter naar de oorlogswoekeraars: de hele defensie- en beveiligingsindustrie, de wapenfabrikanten die de moordmachines produceren die gebruikt worden om de Afghanen, hun dorpen en hun huizen te bestoken.

Waarom?

Maar wat is nu het nut van deze oorlog? President Obama zei een jaar geleden: “we mogen nooit vergeten dat dit geen gekozen oorlog is. Dit is een noodzakelijke oorlog. Degenen die Amerika aanvielen op 9/11 zijn plannen aan het maken om dit weer te doen...”. Van de duizenden mensen die de VS en de NAVO ondertussen gedood hebben in de AFPAK-regio is er tot nu toe geen enkele geïdentificeerd als iemand die ook maar enigszins iets te maken heeft gehad met de gebeurtenissen op 11 september 2001. Toch blijft de Amerikaanse president, in zijn pogingen om het nut van de oorlog te verklaren, verwijzen naar deze datum. Afghanistan een “goede oorlog”, waarin gepoogd wordt om “terroristen” te verslaan en een democratisch regime te installeren met respect voor de vrouwenrechten. Dat blijft ondanks Wikileaks de officiële versie.

Er is uiteraard de TAPI petroleum pijplijn die vanuit de Kaukasus, dwars door Afghanistan naar havens in India getrokken zal worden, om olie naar West-Europa te leiden zonder via Rusland te moeten gaan. Er zijn de mineralen: ijzer, koper, kobalt, goud, lithium, borium, lood en zink. Volgens het Pentagon zijn de voorraden mineralen die essentieel zijn voor de moderne industrie zo groot dat Afghanistan getransformeerd kan worden tot één van de belangrijkste mijnbouwcentra ter wereld. Maar eigenlijk is de VS bovenal aanwezig in Afghanistan omwille van geostrategische redenen. De controle over Afghanistan geeft de VS toegang tot de Kaukasus in het noorden, tot Iran in het westen en tot China in het Oosten. Het is een militaire campagne voor de hegemonie in Centraal Azië. Altruïsme komt niet in het stuk voor. Als de Verenigde Staten zo bezorgd was over het misbruik van vrouwen dan zouden landen als Saoedi-Arabië ook onder de voet gelopen moeten worden. Het is echter alleen in naties met zwakke en VS onvriendelijke overheden dat een gebrek aan mensenrechten een reden is tot bezorgdheid. In Afghanistan is de motivatie van de VS niet 'de democratie', 'de vrijheid' of 'de bevrijding van de vrouwen', maar het faciliteren van een regime en een militaire macht die loyaal is aan de Amerikaanse belangen. Het bevredigen van lokale humanitaire noden wordt in deze strategie louter gezien als een middel om het doel te bereiken. De belangrijke plaats van het militair-industrieel complex in de economie van de VS zal eveneens een aanmoediging zijn om de zaken op militaire wijze aan te pakken. Tenslotte staat ook de toekomst en het prestige van de NAVO op het spel. Als eerste militaire operatie buiten het traditionele grondgebied van de NAVO, is het belangrijk dat er in Afghanistan een overwinning geboekt wordt door het bondgenootschap. Zeker nu de organisatie in het eindproces zit van de formulering van een Nieuw Strategisch Concept, dat van de NAVO een soort internationale interventiemacht wil maken.

Wat nu?

Ondertussen is Afghanistan volgens de 'Human Development Index' van de Verenigde Naties (2009) het op één na slechtste land ter wereld om in te leven. De gemiddelde levensverwachting blijft er steken op een schamele 44 jaar, 39% van de kinderen onder de vijf jaar is ondervoed, meer dan 70% van de bevolking is ongeletterd en 78% heeft geen regelmatige toegang tot proper drinkwater. Het is dit arme en uitgeputte land dat volgens de VS en de NAVO de grootste bedreiging in de wereld vormt voor 'onze veiligheid' en 'onze westerse manier van leven'.

De eeuwige vraag is of we de troepen dan maar moeten terugtrekken en de Afghanen in hun sop laten gaarkoken? Het aanhouden van de huidige strategie zal onvermijdelijk leiden tot een verplichte aftocht genre Vietnam. Het is veel realistischer om te erkennen dat de militaire optie hier niet tot resultaten zal leiden. Politieke en diplomatieke inspanningen zijn dringend nodig. Er moet met spoed een onderhandelingsproces opgestart worden met alle betrokken partijen, dat tot een politieke oplossing moet komen. Idealiter zou de rol van de westerse actoren in de onderhandelingen zo veel mogelijk beperkt moeten worden en zouden de gesprekken niet gericht mogen zijn op het bovenal redden van de huidige regering. In een transitieperiode zullen er zeker slachtoffers vallen en de uitkomst zal waarschijnlijk niet naar 'onze' zin zijn. Maar dat is helaas onvermijdelijk.

steun ons

© 2021 vrede vzw - website by