Artikel
Antoine Uytterhaeghe
Printvriendelijke versie
Syrië: de strategische inzet
Foto: Voice of America News: Scott Bob report from Azaz, Syria.

Syrië: de strategische inzet

In de economisch-politieke realiteit van het Midden-Oosten spelen op de achtergrond olie en gas een bepalende rol. De neokoloniale westerse machten willen ten allen prijze de olie- en gasaanvoerwegen uit het Midden-Oosten controleren. In het kader van de groeiende spanningen tussen Iran en het Westen heeft Teheran al herhaaldelijk gedreigd, als represaille op een militaire aanval, de Straat van Hormuz af te sluiten. Langs deze zeestraat tussen de Perzische Golf in het westen en de Golf van man in het oosten, passeren dagelijks 17 miljoen vaten ruwe olie die voor het merendeel uit de Golfstaten, Irak en Iran komen. Het belang van de maritieme aanvoer via de Straat van Hormuz en via het Suezkanaal zou teruggedrongen kunnen worden door het aanleggen van pijpleidingen over land.

Kwetsbaar olietransport ter zee

Qatar en Koeweit zijn echt afhankelijk van de transportroute over zee via de Straat van Hormuz. De Verenigde Arabische Emiraten hebben intussen een oliepijplijn geconstrueerd die de Hormuz-doorgang omzeilt richting Indische Oceaan. Saoedi-Arabië bouwt een pijplijn met een terminus aan de Rode Zee. Het onstabiele Jemen bevindt zich in een belangrijke sleutelpositie aan de zee-engte van Bab-el-Mandab, die het Arabische schiereiland scheidt van de Hoorn van Afrika. De Somalische piraterij strekt zich al uit voorbij Somalië en de Rode Zee, een binnenzee die men gemakkelijk kan blokkeren in het geval van een gewapend conflict.

Het olietransport vanuit het Midden-Oosten richting Europa gaat nu via het Suezkanaal, een 163 km lang kanaal dat Port Siad aan de Middellandse Zee verbindt en Suez aan de Rode Zee verbindt. Het Suezkanaal kan gemakkelijk geblokkeerd worden, bijvoorbeeld door er een maxi tanker tot zinken te brengen. Bij een dergelijk scenario worden de schepen verplicht 9600 km om te varen rond Afrika om de olie uit het Midden-Oosten naar Europa te brengen. De Westerse strategen zullen zich zeker de beslissing uit 1957 van de Egyptische president Nasser herinneren, toen de sluiting van het Suezkanaal enorme gevolgen had voor het transport over zee en bijgevolg de prijs van de ruwe olie. Na de verkiezingsoverwinning in 2012 van de moslimbroederschap en de salafisten in Egypte, is het land verre van stabiel. Het Egyptische leger wil er nog steeds de macht in handen houden en zijn privilegies uit de Moebarak-periode veiligstellen. Er ontstond een nieuwe tegenstelling in het land door de stappen van de Egyptische president Mohamed Morsi om de macht in zijn handen te concentreren. Het land wordt daardoor geconfronteerd met nieuwe interne conflicten.

Alternatief

Syrië biedt echter de mogelijkheid op een nieuwe strategische opening naar de Middellandse Zee en de Europese Unie. De stad Homs neemt in deze strategie een bijzondere plaats in. Ze kan een belangrijk knooppunt en overslagplaats worden. Zowel Iran(i) als Qatar(ii)  hebben inderdaad concrete plannen om hun gasrijkdom via Syrië naar de rest van de wereld te brengen. In Qatar is men er kennelijk van overtuigd dat het Assad-regime daarvoor ten val moet worden gebracht. Net zoals in Libië ging Qatar een verbond aan met de moslimbroeders en al Qaida die zich tot de aanbidding van de petrodollars bekeerd hebben. Dit bondgenootschap is ondertussen ook een prioriteit geworden in de westerse strategische planning. Door zijn geografische ligging, met in het oosten de olie- en gasproducerende landen en in het westen de ontsluiting naar de Middellandse Zee en Europa, staat Syrië in de belangstelling. De optie voor transport over land draagt de speciale aandacht weg van de neokoloniale westerse machten, de Turkse elite en de dictatoriale Golfmonarchieën. Voor de controle en het verdedigen van hun belangen aarzelen ze niet om via geweld een regimewissel op te leggen. Bovendien vormt het Syrië van Bashar Hafez al-Assad samen met Iran, de Hezbollah in Libanon en Hamas in Gaza, de enig resterende tegenstand in het Midden-Oosten tegen de hegemonie van het zionistische Israël, dat op de volle steun van het Westen kan blijven rekenen. Een van de belangrijkste middelen voor het bewerkstelligen van een regimewissel in Syrië is het bewapenen, opleiden, en logistiek en financieel steunen van de gewapende oppositie -waaronder islamitistische vooral soennitische opposanten en huurlingengroepen van al-Qaida signatuur.

Geen rechtstreekse inmenging

Zoals hoger gesteld is het Westen door een groeiende onzekerheid over het zeetransport van olie en gas, verplicht om meer aandacht te besteden aan pijplijnen over land. Hun veiligheid kan in theorie makkelijk verzekerd worden. Het volstaat om het land militair te bezetten zoals in Afghanistan en Irak gebeurde. Maar dergelijke operaties zijn duur, tot mislukken gedoemd en zijn niet geliefd bij de publieke opinie van het geviseerde land en het grootste deel van de rest van de wereld. Dus ligt de oplossing in het vinden van Westers gezinde groepen die de macht kunnen veroveren, desnoods via gewelddadige aanvallen die dan verpakt worden als het streven naar meer democratie. Er wordt voorzien in wapens, een buitenlandse opleiding en buitenlandse 'versterkingen'. Wanneer ze niet meer 'nodig' zijn kunnen ze geslachtofferd worden in de strijd tegen het terrorisme, of laat men ze elkaar onderling bestrijden zoals nu gebeurt in Libië.  Het belangrijkste voor het westen is dat de olie verder stroomt.

De zoektocht naar alternatieve toeleveringswegen is niet nieuw. Al in 2003, kort na de invasie van Irak door de VS en enkele NAVO-lidstaten, werd in samenwerking met het Pentagon een studie gemaakt over de mogelijkheid om de pijplijn Mosul-Haifa (van Noord-Irak naar Israël) terug te activeren. Deze pijplijn werd al in 1935 door de Britten gebruikt, maar werd in 1948 bij de autoproclamatie van de Israëlische onafhankelijkheid afgesloten. De studie hield rekening met de waarschijnlijkheid dat de pijplijn het voorwerp van aanvallen zou worden, zoals nu al gebeurt met de aanslagen op de gaspijplijn die de verbinding van Egypte naar Israël en Jordanië verzekert. Er is in Syrië een netwerk van pijpleidingen voor het transport van de eigen olieproductie maar dat is niet te vergelijken met de grote maritieme aanvoerroutes zoals de straat van Hormuz en het Suezkanaal. Ook is het bondgenootschap van Damascus met Rusland sinds decennia een doorn in het oog van het Westen en een bedreiging voor hun olie en gasrijkdom.

Turkije

Er zijn ook al studies gemaakt over het aanleggen van een pijplijn van Irak naar Syrië, richting Europa via Turkije, met mogelijke aftakkingen naar de verschillende Golf landen. Bijgevolg wordt de houding van het Turkije van Erdogan ten opzichte van Syrië met zijn verschillende pogingen om Assad ten val te brengen iets beter gekaderd. Als de Syrische moslimbroeders, die nauwe banden hebben met Erdogan, erin zouden slagen de macht in Damascus te grijpen, dan zou dit een goede troefkaart zijn voor Ankara. Het Turkse bewind ambieert immers een rol als centraal knooppunt voor de energiebevoorrading van Europa. De Europese energiepolitiek is erop uit om de Russische invloed op het vlak van energiebevoorrading te verminderen. Dat kan alleen maar als er andere bevoorradingsmogelijkheden tot stand komen. De beoogde megapijplijn van de dictatoriale Golfmonarchieën  – via Irak doorheen Syrië naar Homs en Tartous aan de Middellandse Zee richting Europa met een vertakking naar Turkije - komt daarvoor perfect in aanmerking. Dit project zou meteen ook de positie van Ankara versterken in de discussie rond het EU-lidmaatschap van Turkije. Tevens zou dit het Turks streven naar geostrategische, politieke en economische dominantie in de regio -in rechtstreekse concurrentie met Iran- kracht kunnen bijzetten. Het definitieve tracé van het megapijplijnproject is nog niet vastgelegd. Wat we wel zeker kunnen stellen is dat het niet via Damascus zal gaan. De olie- en gasterminal moet zich aan de kust van de Middellandse Zee bevinden. De Syrische haven Tartous, aande Meditteraanse kust, kan het belangrijke olie overslagknooppunt worden voor de olie-uitvoer vanuit het Midden-Oosten met een aftakking richting Turkije. De haven van Tartous werd door Rusland uitgebouwd en toegankelijk gemaakt voor het aanmeren van zeeschepen en olietankers. De stad Homs geeft toegang tot deze regio en is dus van bijzonder strategisch belang. Dat verklaart voor een groot deel de gewelddadige strijd van de islamitische groepen en huurlingen met de Syrische regeringstroepen en loyale milities voor de controle over deze stad. In het achterhoofd speelt immers de havenstad Tartous. Moskou staat trouwens klaar om het Russisch havenpersoneel in die stad te evacueren, indien de situatie in Syrië nog zou verslechteren.

Arabische lente

De Obama-administratie heeft onlangs meegedeeld dat het 800 miljoen dollar ter beschikking stelt om de 'Arabische lente' te steunen. Dat wil eigenlijk zeggen dat er nieuwe financiële middelen komen voor de landen die onder de dictatuur van de moslimbroeders en andere extremistische groepen terecht gekomen zijn, nadat de geweldloze revoluties voor democratie overgenomen zijn door contra-revoluties zwaar gesteund door Saoedi-Arabië en Qatar -met de goedkeuring van Washington, Londen en Parijs. Het 'bevrijde' Syrië komt dan ook op de lijst van geslaagde contra-revoluties te staan.

In Libanon zijn de petro-monarchieën er echter niet in geslaagd om hun stroman Hariri aan de macht te houden. Ze slaagden er ook niet in de weerstand van Hezbollah te breken tijdens de Israëlische oorlog in 2006, die ze toejuichten ondanks de talrijke burgers die hierbij stierven. Libanon kan dus momenteel geen deel uitmaken van de plannen voor de ontsluiting van de Arabische energiegrondstoffen.

Egypte denkt eraan gas te exporteren naar Turkije via de bouw van een 'gazoduct' die door Syrië moet lopen. De Egyptische moslimbroeders zijn nu aan de macht in Caïro en steunen delen van de gewapende Syrische oppositie. Egypte verdedigt ook zijn regionale positie en de economische belangen van zijn elite, ten koste van de Egyptische bevolking wiens economische levenssituatie alsmaar verslechtert. Het religieuze sociale netwerk van de moslimbroeders laat hen tegelijkertijd  toe hun machtsbasis te versterken.

Jordanië heeft geen petroleum en ook geen financiële middelen om de aanleg van pijplijnen te financieren. Het steunt de monarchieën en dictators uit de Golf tegen het Assad-regime, in de hoop te kunnen meegenieten van de megapijplijn voor de eigen energiebehoeften.

Mocht men er niet in slagen om Assad ten val te brengen, dan is er nog de ultieme optie Syrië op te delen, om zo toch nog het megapijplijn-project naar de Middellandse Zee te kunnen realiseren. Assad zou dan in Damascus aan de macht blijven maar geen toegang meer hebben tot de Middellandse Zee en bijgevolg geen economisch perspectief meer hebben. Een gebalkaniseerd  Syrië zou het gebied herleiden tot een onschadelijke speelbal van de petrodollar-elite uit het Westen en de dictatoriale Golfmonarchieën.

 

 

i. Iran has commenced construction of a gas pipeline, due to take the country's rich gas reserves to Iraq and Syria, FARS News Agency. (Thu, 22 November 2012  pipelinesinternational.com)

ii.  "For this aim (assured supply to Nabucco project), I think a gas pipeline between Turkey and Qatar would solve the issue once and for all," Mr Erdogan added, according to reports in several newspapers. The reports said two different routes for such a pipeline were possible. One would lead from Qatar through Saudi Arabia, Kuwait and Iraq to Turkey. The other would go through Saudi Arabia, Jordan, Syria and on to Turkey. It was not clear whether the second option would be connected to the Pan-Arab pipeline, carrying Egyptian gas through Jordan to Syria. That pipeline, which is due to be extended to Turkey, has also been proposed as a source of gas for Nabucco Aug 26, 2009 http://www.thenational.ae

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by