Dossier
Lucien Bollaert
Printvriendelijke versie
Terugblik op 70 jaar Vrede
Lucien Bollaert tijdens de inleiding op 70 jaar Vrede. Foto: Kristel Cuvelier

Terugblik op 70 jaar Vrede

Beste Vredevrienden en vredesmilitanten,

Beste internationalistische activisten en solidairen met de ontwikkelingssamenwerking,

Dames en Heren,

Dear guests and attendants,

70 jaar Vrede samenvatten in 15 minuten is meer dan een uitdaging. Dat zou betekenen dat aan elk jaar ongeveer 13 seconden kan gespendeerd worden. Een onmogelijke opgave dus.

Ik zou er me ook gemakkelijk kunnen van af maken door de 70 jaar samen te vatten in 40 jaar gevaarlijke Koude Oorlog en 30 jaar neoliberale globalisering. Maar ook dat is waarschijnlijk te kort door de bocht.

Of nog: het verhaal van de oorspronkelijke Belgische Unie Voor de Verdediging van de Vrede, kortweg BUVV, opgericht in 1949 via Vrede vzw in 1972 naar Vrede.be van nu. Maar ook die trilogie doet het rijke verleden teveel onrecht aan.

Ik heb er dan ook voor gekozen die 70 jaar in periodes van circa 10 jaar te knippen en van elke decennium kort het internationaal klimaat te schetsen aangevuld met hoe Vrede zich daartoe verhield. Die decennia komen trouwens verrassend overeen met de cesuren die zich in deze periode voor deden. Denken we bijvoorbeeld maar aan 1989 met de historische val van de Berlijnse muur.

1949 en de jaren 1950

Laten we dus maar meteen met de jaren 1950 beginnen in 1949. Die naoorlogse jaren waren inderdaad van cruciaal belang en kregen hun eerste  culminatiepunt in 1949. Het waren de jaren waarin de confrontatie tussen West en Oost de wereld en de internationale relaties veranderden naar de maatstaven van geweld of dreiging met geweld door 2 machtsblokken. Daardoor werd de wapenwedloop, zeker ook de nucleaire, tot ongeziene hoogten aangezwengeld. Met de dropping van de kernbommen op Hiroshima en Nagasaki, waarvan de noodzaak nog steeds een twistpunt is onder historici en polemologen, en de vergelijkbare ontwikkeling van het nucleaire arsenaal in Oost-Europa, kreeg de economische wedijver en kolonisatie, zo typisch voor de Koude Oorlog, een verlengstuk in een aartsgevaarlijke dreiging met massavernietiging.

De eerste waterstofbom, met als codenaam Ivy Mike, werd door de Amerikanen op 1 november 1952 op het atol Eniwetok van de Marshalleilanden tot ontploffing gebracht. Deze had een kracht van niet minder dan 10 tot 12 megaton TNT, wat gelijk staat dan een grotere kracht van alle geallieerde bommen van de 2de Wereldoorlog. Ivy Mike werd gevolgd door een Amerikaanse thermonucleaire ontploffing van 15 megaton TNT op Bikini in de Stille Oceaan, en door Tsar Bomba, de krachtigste waterstofbom ooit van niet minder dan 50 megaton TNT die in 1961 in het Russische Nova Zembla alle gebouwen tot op een afstand van 55 km verwoeste en alle vensterruiten tot op 900 km verpulverde. (Vergelijkende grafiek) Dat is over een oppervlakte van België en Nederland samen.

Deze oplopende dreiging met steeds krachtiger massavernietigende kernwapens was ook de hoeksteen van doctrine van de op 4 april 1949 opgerichte Noord-Atlantische VerdragOrganisatie of NAVO. Toen in 1955 het Warschaupact opgericht werd als reactie op de toetreding van West-Duitsland bij de NAVO tegen de naoorlogse afspraken in, kwam de Koude Oorlog op volle toeren. De wereld werd verdeeld in 2 op alle vlakken concurrerende delen en, zeker in het begin, enkel in de Verenigde Naties en haar organisaties moeizaam samengezeten werd.

Terzelfdertijd eisten meer en meer koloniën hun terechte onafhankelijkheid, mede als tegenprestatie van hun aandeel als het slachtvee in de 2de wereldoorlog.

Midden die oplopende dreiging vond in augustus 1948 in het Poolse Wroclaw het “Wereldcongres van Intellectuelen voor de Vrede” plaats met 600 vertegenwoordigers uit 46 landen. Vele wetenschappers, waaronder Curie en Julian Huxley (toenmalig UNESCO directeur), en kunstenaars, waaronder Pablo Picasso (die de vredesduif als logo tekende), Fernand Léger, Pablo Neruda en Paul Eluard. Het werd een bewogen samenkomst die zich uitsprak tegen de kernwapenwedloop, waarvan de Russische delegatie eenzijdig de Amerikaanse verwierp.

Het permanent comité gevestigd in Parijs dat daaruit voortkwam, noemde zich vanaf 1950 de Wereldvredesraad met als 1ste voorzitter de Franse atoomgeleerde en Nobelprijswinnaar Frédéric Joliot-Curie. De 3 actielijnen waren toen kernwapenontmanteling, dekolonisatie en vreedzame co-existentie.

In maart 1949 werd de Belgische Unie voor de Verdediging van de Vrede (BUVV) opgericht, de voorganger van Vrede, die zich aansloot bij de Wereldvredesraad. De BUVV nam de 3 actielijnen van de Wereldvredesraad over en mobiliseerde in de jaren’50 sterk voor de zogenaamde oproep van Stockholm. Dit appel ging uit van de WereldVredesraad 2 weken na het begin van de Koreaanse oorlog. Het eiste een absoluut verbod van kernwapens. Wereldwijd tekenden 273.470.566 personen de petitie, waaronder opnieuw prominente publieke figuren, kunstenaars en intellectuelen zoals Thomas Mann, Henri Matisse, Marc Chagall, Yves Montand, Simonne Signoret, Jean-Paul Sartre, Leonard Bernstein en zelfs de jonge Jacques Chirac.

De BUVV bestond in het begin vooral uit mensen die bij het Onafhankelijkheidsfront actief waren geweest in het verzet tegen nazi-Duitsland en er dus veel voor over hadden te militeren tegen elke nieuwe wereldoorlog en/of bezetting. Er waren dus inderdaad veel communisten in die begindagen. Toch kenmerkte de BUVV zich als een pluralistische organisatie waar ook progressieve socialisten en flaminganten tot zelfs enkele liberale witte raven zich thuis voelden. Die waren trouwens ook aanwezig in het Onafhankelijkheidsfront van het verzet. Allen verenigden ze zich achter de slogan van na de 1ste Wereldoorlog: Nooit Meer Oorlog. Zij lieten op die manier de erfenis van die gruwelijke oorlog niet enkel over aan de Vlaamse rechterzijde.

Meteen is duidelijk dat de BUVV, en later Vrede, een beweging was en is, en geen politieke partij. In het begin met talrijke lokale afdelingen, die tal van acties organiseerden, waarbij de nationale en lokale betogingen georganiseerd door brede overlegplatformen het meest in het oog sprongen. Maar er waren ook fakkeltochten, bevlagingscampagnes, inzamelacties (zowel van geld als oude klederen), jumelages en vele infoavonden om haar analyse tot een geïnteresseerd publiek te brengen. Precies om die eigen inzichten en opinies te communiceren gaf de BUVV vanaf 1953 een eigen tijdschrift uit met als titel “Vrede”, eerst een occasioneel gestencild blad, later als een 2-maandelijks en vanaf 1956 maandelijks gedrukt maandblad.

De jaren ‘60

In de woelige jaren ’60 kreeg deze oproep tot kernontwapening hun verlengstuk in de bekende anti-atoommarsen, de voorlopers van de grote anti-kernwapenbetogingen in Europa in de jaren ’80. De toenmalige BUVV zette zich daar volop voor in en wist daarvoor een breed front uit te bouwen samen met andere vredesorganisaties zoals Pax Christi, de sociale organisaties en verschillende politieke partijen.

De zogenaamde Cubacrisis maakte in oktober 1962 immers in alle scherpte duidelijk hoe gevaarlijk het nucleaire opbod tussen West en Oost tijdens de Koude Oorlog wel was. Als antwoord op de plaatsing van Amerikaanse Jupiterraketten in Italië en Turkije werd begonnen met het vervoer en de plaatsing van Russische raketten op Cuba. Slechts jaren later werd duidelijk hoe bangelijk dicht een kernoorlog op 27 oktober 1962 wel was. Militair was de noodtoestand met onmiddellijk ingrijpen reeds afgekondigd, maar gelukkig wilden Kennedy en Chroestjov die massavernietiging niet op hun geweten te hebben en besloten ze, mede onder druk van de internationale vredesbeweging, tot wederzijdse terugtrekking en erkenning van de territoriale integriteit van Cuba. 

De Cubacrisis is misschien het meest gekend, maar meerdere voorvallen tonen aan hoe precair de situatie was en is in een tot de tanden gewapende wereld. Zo verscheen in 1983 op het scherm in het Russische militair hoofdkwartier een vals alarm dat aangaf dat 5 Amerikaanse intercontinentale Minuteman  kernraketten gelanceerd waren. Had officier Stanislav Petrov toen niet getwijfeld aan de juistheid van het alarm, dan was 3 minuten later een wereldwijde, vernietigende kernoorlog ontketend.

Internationaal werden de jaren ’60 ook gekenmerkt door oplopende koloniale en neo-kolonale of imperialistische brandhaarden. Vooral in Vietnam nam de overname van de Franse aanwezigheid door de Amerikanen, vanuit hun dominotheorie dat ex-kolonies voor het communisme zouden vallen, schrikwekkende proporties aan en ontstond een internationale solidariteitsbeweging tegen de Vietnamoorlog.

Meteen is ook duidelijk dat de BUVV en Vrede nooit een naïef pacifistische vredesbeweging geweest zijn. Ze kozen en kiezen weliswaar resoluut voor oplossingen zonder wapengekletter te bereiken via politieke verdragen en internationaal overleg, maar daar waar de oorlogsstokers de wapens hanteren om de onafhankelijkheid en/of de democratie of de sociale strijd onmogelijk te maken, heeft de BUVV ook steeds begrip getoond voor en solidair geweest met het gewapend verzet. En dit niet enkel in Vietnam, maar ook met de Zuid-Afrikaanse apartheidsbeweging, de Latijns-Amerikaanse bevrijdingsbewegingen, de Palestijnse strijd, de Koerdische strijd, enz.

De BUVV nam in de Vietnamese onafhankelijkheidsstrijd vlug stelling en wist daarrond ook de nieuwe anti-establishmentjongeren te verenigen op een ruim pluralistisch platform, zoals de Humanistische Werkgroep X en met iemand als de Brusselse kannunik Houtart. De aansluiting met de jongerenprotesten van eind de jaren’60 verliep misschien niet makkelijk door de verschillend stijl van de oorlogslachtoffers en verzetstrijders enerzijds en de nieuwe, revolterende generatie anderzijds.  Maar door de raakvlakken tussen enerzijds de anti-kapitalistische zoektocht van de jongeren en anderzijds de maatschappelijke analyse van Vrede, die in de internationale verhoudingen en spanningen steeds de economische onderbouw onderkende samengebald in de kracht van het Militair-Industrieel Complex, werden vlug bruggen geslagen. Het bewijs daarvan wordt hier vanavond nogmaals door de aanwezigheid van verschillende generaties geleverd.

Als nieuwe secretaris kwam in die jaren de legendarische André De Smet in dienst, een man die ondanks zijn streng uitzicht en zijn communistische overtuiging bekend werd als een correcte strever naar pluralistische platformen met een open geest. Het secretariaat wist hij uit te bouwen tot een goed draaiend team, mede door de inschakeling van jonge gewetensbezwaren en stagiairs.

Op het einde van die woelige jaren ’60 boekte de wereldwijde vredesbeweging een eerste succes met de ondertekening van het Non-ProliferatieVerdrag dat verdere verspreiding verbood van kernwapens buiten de toenmalige 5 kernmogendheden (VS, VK, Frankrijk, de Sovjetunie en China, niet toevallig de 5 permanente leden van de Veiligheidsraad). Verder stipuleerde het Verdrag dat ook de technologie niet mocht verspreid worden, dat er geen gebruik zou van gemaakt worden indien niet eerst  met kernwapens aangevallen (de zogenaamde no-first-use) en dat ze hun eigen nucleair arsenaal zouden reduceren. Daartoe werd het controlerend Internationaal Atoomenergie Agentschap opgericht. 50 jaar later blijkt in hoeverre dit Verdrag dode letter gebleven is en het dringend tijd is voor een algemeen verbod op elk soort atoomwapen. Toen reeds een eis van de wereldbrede vredesbeweging en vandaag actueler dan ooit. Maar daarover later meer.

De jaren ‘70

En zo tuimelen we de jaren ’70 in met een nieuw team en met de eerste verhuizingen van de zetel in Gent van Onderbergen naar de Knokkestraat bij St-Pieterstation, zodat de vertegenwoordigers van de plaatselijke afdelingen en andere bewegingen gemakkelijk de talrijke vergaderingen konden bijwonen. Fundamenteler werd om tegemoet te komen aan de nieuwe progressieve bewegingen in 1972 de naam van de BUVV veranderd in die van het succesrijke maandblad. Het blad kreeg in de jaren ook medewerking van een aantal jonge proffen uit de nieuwe richtingen Politiek en Sociale Wetenschappen en vooral de Polemologie of de wetenschap van oorlog en vrede. In die jaren ’70 werd immers de bubbel van de economische groei door de eerste crisissen en jeugdwerkloosheid ontmaskerd. Tevens werden de eerste stenen gelegd van een toenemende verrechtsing tegen de zogenaamde “beroepsagitatoren” en van een ontluikend neo-liberale denken.

Die jaren ’70 kenden hun toppunten in de mobilisatie tegen de steeds maar toenemende bewapeningsuitgaven, in België geconcretiseerd in de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen voor 30 miljard toenmalige Belgische frank, de beruchte F-16’s, die nu nog steeds in o.a. het Midden-Oosten actief zijn en straks wellicht ook in Irak. Er werd ook geageerd tegen de invoering van het beroepsleger en het protest nam toe tegen de steeds meer gruwelijke oorlog in Vietnam, die in 1975 zijn einde mee bewerkstelligde met de onroemrijke vlucht van de Amerikanen als een dief in de nacht. Daarbij werden ook hulpacties georganiseerd tegen het dodelijke apartheidsregime in Zuid-Afrika, tegen de dictatuur in Chili en andere Latijns-Amerikaanse landen en ten voordele van de Palestijnen tegen de voortdurende zionistische agressie.

In de jaren ’70 kende de vredesbeweging met haar niet aflatende anti-atoombetogingen ook een succes met de SALT gesprekken, of Strategic Arms Limitation Talks, die van 1969 t.e.m. 1972 in Helsinki, Wenen, Moskou en Washington gehouden werden. Op 26 mei 1972 ondertekenden Nixon en Brezjnev het 1ste Verdrag dat een wederzijdse beperking inhield van de antiballistische raketsystemen en een interim-verdrag over de beperking van strategische aanvalswapens. Op 18 juni 1979 ondertekenden Brezjnev en Carter het SALT II Verdrag om het aantal nucleaire wapens te beperken, maar de inval van de Sovjetunie in Afghanistan 6 maanden later hield de ratificatie tegen. De moeizame ontspanning tussen de koude oorlogsmachten kwam toen tot een einde. Toch werd daarvoor ook nog het Verdrag van de Biologische Wapens in 1975 gesloten. Voor die over de Chemische Wapens was het wachten tot in 1997.

De jaren ‘80

In dit opzicht kenden de jaren ’80 een culminatiepunt met de grootste betoging ooit in België tegen de plaatsing van de Amerikaanse kruisraketten in Europa en voor een gezamenlijke kernontwapening tussen West en Oost. Daarbij kwam dat met de nieuwe technologieën en de blijvende verspreiding van kernwapens tegen het non-proliferatieverdrag in het “no-first-use” principe ondermijnd werd en de kans op een vernietigende kernoorlog daarmee gevaarlijk dichterbij kwam. Op het moment dat op 23 oktober 1983 400.000 betogers de straten van Brussel kleurden, stemde het parlement echter voor de plaatsing en waren ze zelfs reeds ingevlogen. Die tegenstelling staat symbool voor de breedste beweging tegen de gevaarlijke doctrine van de Koude Oorlog tegenover een establishment dat geen oren had naar de wil van de meerderheid en zich verschalkte in een doorgezet neo-liberaal gedachtengoed. Vrede vzw viel toen niet enkel op als een van de belangrijkste en actiefste initiatiefnemers van het VAKA, het Vlaams Actiecomité tegen Atoomwapens, maar ook door zijn volgehouden analyse als antwoord op de campagne voor nucleaire bewapening en pleiter voor een volksreferendum hierover, ver voor de momenteel soepeler mogelijkheden tot referenda en de burgerbewegingen van vandaag.

Desondanks namen de internationale tegenstellingen in die jaren ’80 steeds maar toe, vooral ook op economisch vlak, omdat het neo-kolonialisme evolueerde naar een agressief imperialisme op zoek naar de laagste lonen en de goedkoopste grondstoffen. Het is het decennium van het Reagan- en Thatcherisme, de privatiseringen van de sociale economie en het ultieme geloof in de kracht van de privé-winst op steeds kortere termijn. En daarmee kwam de band tussen vrede, sociale rechtvaardigheid en basisdemocratie, die bij Vrede de eerste jaren vooral in de solidariteit met de ontwikkelingslanden aan bod kwam, nu ook veel meer op de voorgrond. Vrede zocht in die jaren nog meer aansluiting bij de sociale bewegingen en in het maandblad kwam die thematiek meer dan ooit aan bod.

Dankzij de wereldwijde massabetogingen van de jaren ’80 voelde Reagan zich in mei 1982 verplicht gesprekken met Gorbachov aan te vatten, die ondertussen verklaard had akkoord te gaan met zelfs een eenzijdige stop, aan te vatten. De zogenaamde START-gesprekken over een Strategic Arms Reduction Treaty hadden de beperking van het aantal intercontinentale kernraketten als onderwerp. Ondertussen was de nucleaire strategie echter reeds fundamenteel gewijzigd en met de installatie van kernwapens in Europa en Reagans idee fixe van een ruimteschild over de VS, vonden beide kampen elkaar toch nog even in het laatste decennium van de Koude Oorlog.

Het verdrag werd uiteindelijke ondertekend op 31 juli 1991 en trad in werking op 5 december 1994. Het duurde echter nog 9 jaar vooraleer de START onderhandelingen resulteerden in de ondertekening van het eerste START Verdrag. START 1 beperkte het aantal kernkoppen tot 6.000 op de koppen van totaal 1600 intercontinentale raketten of Intercontinental Ballistic Missiles (ICBMs) en gold van december 1994 tot december 2009. De ondertekening op 31 juli 1991 gebeurde door Reagans opvolger, Busch senior, en Michael Gorbachov, die ondertussen president was van een verzwakte Sovjetunie, waar vanaf eind de jaren  ’80 de middelpuntvliedende kracht naar onafhankelijke staten aan kracht won en die amper 6 maanden later zou imploderen. Sommige onderzoekers wijzen trouwens in de richting van het dure en gevaarlijke bewapeningsopbod tijdens de Koude Oorlog als een van de oorzaken van het economische en democratische failliet van de Sovjetunie.

En zo zag de wereld er in de jaren ’90 plots helemaal anders uit.

1989 en de jaren ‘90

Net zoals ons overzicht van de jaren ’50 in 1949 begon, beginnen ook de jaren ’90 in 1989. Op 9 november van dat jaar valt immers in de grootste verwarring de Berlijnse Muur. Het is het beginpunt van een aantal snelle veranderingen in Oost-Europa die het einde betekenen van de zogenaamde Koude Oorlog.

Wat er ook van zij, met het uiteenvallen van de Sovjetunie en de economische heroriëntering naar een oligarchisch diefstalkapitalisme van de ene dag op de andere in de meeste nu onafhankelijke ex-Sovjetrepublieken veranderde de wereld ingrijpend. In de plaats van een bipolaire wereld van 2 economische en tot de tanden gewapende supermachten komt het neo-liberalisme als overwinnaar uit de economische en ideologische strijd en zal zij agressiever dan ooit de leugen van het aardse paradijs via steeds groeiende winst wereldwijd uitproberen. Het zijn de jaren waarin het imperialisme overgaat in een globalisering gekenmerkt door een race naar de laagste lonen.

Maar het zijn ook jaren waarin de ene economische crisis zich na de andere opstapelt en waarin vele regionale en nationale gewapende conflicten een internationaal verlengstuk krijgen. Het waren ook de jaren waarin de geopolitieke spelletjes zonder enige scrupules hun weg zochten naar de beste winstvrienden. Zo verandert de Amerikaanse hulp nu plots van kant in de meeste vroegere Sovjetrepublieken en in het Midden en Nabije Oosten. Denken we maar aan Afghanistan tot Jemen, met als opmerkelijke uitzondering de eeuwige bondgenoot Israël, met alle gevolgen voor aanslepende conflicten tot de dag van vandaag en de opmerkelijk hulp aan wat vandaag te bestrijden terroristische groeperingen zijn.

En steeds volgden de Europese landen onder de NAVO-paraplu, met België als thuisland van het NVAO-hoofdkwartier op kop met o.a. de voortdurende inzet van de dure F-16’s. In deze nieuwe wereld van multicentrische globalisering en nadat midden 1991 het Warschaupakt uiteengevallen was, moest deze erfenis van de Koude Oorlog zichzelf weer uitvinden. Het antwoord van deze militaire alliantie was navenant. Alhoewel de 1ste NAVO-top na de implosie van de socialistische blok het einde van de Koude Oorlog bevestigde, werd onmiddellijk werk gemaakt van het binnenhalen van een aantal Oost-Europese lidstaten en het ontwerpen van een zogenaamd Nieuw Strategisch Concept. Dat de NAVO altijd de militaire poot van een agressief economische alliantie geweest was, werd nu overduidelijk. De uitbouw van snelle interventieploegen om zogezegde vredesvolle missies tot ver buiten de NAVO-grenzen bevestigden dit. Vrede haalde opnieuw haar oude slogan “België uit de NAVO, de NAVO uit België” boven en wees op de overbodigheid en het blijvend gevaar van een kostelijke militaire alliantie in de nieuwe situatie.

In die jaren leek het bijna een mirakel dat op 11 februari 1990 de Zuid-Afrikaanse Nelson Mandela vrijgelaten werd en het apartheidsregime definitief te grave gedragen werd. Ook dat was echter dankzij een onaflatende strijd voor democratie gekoppeld aan een onhoudbare economische situatie, mede dankzij de steeds succesrijkere internationale boycot zoals geëist door de vele solidariteitsbewegingen, waaronder ook Vrede. De huidige realiteit in Zuid-Afrika leert ons echter dat vreedzaam samenleven van verschillende rassen en culturen niet enkel politiek democratische verwezenlijkt kan worden, maar ook een sociaal-economische en culturele strijd is.

Ook voor Vrede was het tijd om zich opnieuw te oriënteren. In 1990 namen we afscheid van de legendarische André De Smet en werd de fakkel overgenomen door Georges Despriet, die tot 2000 secretaris-generaal bleef. In 1993 werd binnen het bestuur en de kernredactie een nieuwe basistekst voorbereid, die op een algemene vergadering van een 70-tal militanten in de Vooruit goedgekeurd werd. Voor het eerst wordt in de tekst het vredesthema en de ontwapening niet enkel met de veranderde sociaal-economische internationale tegenstellingen in verband gebracht maar ook met milieu en migratie. Tot op vandaag is dat nog altijd onze basistekst en heeft de doorgedreven globalisering die enkel maar bevestigd, ook al zijn de milieubeweging met de dreigende klimaatsverandering en de massalere migratie- en vluchtelingengolven sterk toegenomen.

Midden de jaren ’90 wordt een opmerkelijke verjonging doorgevoerd met de komst Ludo De Brabandere en in 2005 met Pieter Teirlinck. Met het pensioen van Georges in 2010 komt een vernieuwde structuur met Pieter als secretaris-generaal en Ludo als alombekend woordvoerder. Het zijn ook de jaren waarin Vrede nog maar eens verhuisd via de Filip van Arteveldestraat naar uiteindelijk de site van Dok Noord.

De jaren 2000-2010

En zo zijn we in de jaren 2000 aanbeland. Internationaal hebben de gebeurtenissen in die jaren de multicentrische globalisering, het transformationele karakter van de technologische en digitale evoluties, en de toegenomen spanningen enkel verscherpt. De nachtelijke Amerikaanse bombardementen op Bagdad die de geinternationaliseerde Irakoorlog in maart 2003 openden, staan bij velen nog steeds op ons netvlies. Voor de vredesbeweging was het duidelijk dat die oorlog eigenlijk om de rijke olievelden ging. Een conflict dat op de dag van vandaag nog steeds voor gevaarlijke spanningen in de hele regio blijft zorgen. Talrijke oorlogen in het Nabije Oosten en elders blijken trouwens niet enkel te herleiden tot al dan niet fundamentalistische religieuze conflicten maar zijn door de wisselende geopolitieke spelletjes steeds maar internationaler geworden. Zo worden van de 59 Belgische F-16’s met als thuisbasis Kleine Brogel en Florennes er 48 aan de NAVO uitbesteed, maken ze ook deel uit van het Multi National Fighter Program met de VS, Nederland, Denemarken, Noorwegen en Portugal, en werken de Europese partners samen in de European Participating Air Forces.

Met de wereldwijde financiële en economische crisis van 2008 vallen de maskers van het politioneel misleidend geblaat over internationale vredesmissies van de concurrerende supermachten en de NAVO weg. Er wordt duidelijk geopteerd voor korte-termijnwinst door het veroveren van invloedzones, economische afzetgebieden en lage-loonlanden alsook de eigendom van grondstoffen, niet enkel van olie maar ook van bijvoorbeeld kobalt, nikkel en diamant. Op die manier wordt duidelijk dat ook de ideologische tegenstellingen niet meer bipolair tussen Oost en West bestaan, maar meer en meer tussen de internationale, rijke bovenlagen van het financiekapitaal en de hoogtechnologische nieuwe rijken enerzijds en de verarmende bevolking anderzijds. Wie op het einde van de maand zijn rekening consulteert, weet welke realiteit er achter de economische grafieken van Piketty, Milanovic (de beroemde olifantgrafiek) en Stiglitz leeft.

Dat is ook voor Vrede duidelijk. Die ziet het agressief Militair-Industrieel Complex met de NAVO als beste afnemer als mede-oorzaak van een veelvoud van regionale aanslepende conflicten. De NAVO is dus niet “hersendood” zoals Macron beweert, maar wel gevaarlijker en duurder geworden. Het beste antwoord op de voor Europa oplopende kostenverschuiving is kort en duidelijk: ontbinding van de NAVO in België en overal. Het is te betreuren, maar anderzijds veelbetekenend, dat Vrede en de NAVO elk op hun wijze hun 70-jarig bestaan in hetzelfde jaar moeten vieren.

De vredesbeweging ziet in dat de enige uitweg erin bestaat zich enerzijds tegen de oplopende bewapeningsuitgaven te keren en anderzijds op te komen voor een algemene gecontroleerde ontwapening van massavernietigingswapens. Meer en meer landen gaan er inmiddels cynisch prat op naast kernwapens ook chemische en/of biologische wapens te kunnen ontwikkelen en dreigen ermee of gebruiken ze effectief tegen hun eigen bevolking. De meerderheid van de landen, de zogenaamde ontwikkelingslanden in de eerste plaats, worden leeg geroofd en meegesleurd in de harde economisch en technologische concurrentiestrijd om de opeenstapelende crisissen tevergeefs het hoofd te bieden. Daarom blijft ook de solidariteit met de ontvoogding van die landen een vaste actielijn.

Het jongste decennium

30 jaar na het vallen van de Berlijnse Muur worden er opnieuw muren gebouwd, zowel in de VS en Europa, continenten die zichzelf lang en nog steeds voordoen als de meest beschaafde, als in het Midden-Oosten. En dan heb ik het nog niet over de muren die duistere figuren bewust en spijtig genoeg in onze hoofden bouwen succesvoller dan we denken via xenofobie indoctrinatie en bangmakerij.

30 jaar na het Non-ProliferatieVerdrag en 10 jaar na het einde van SALT II worden bij alle wapenbeheers- en dito ontwapeningsverdragen publiekelijk vraagtekens gesteld en trekken rechtse leiders zoals Trump en Erdogan zich zelfs terug uit de akkoorden. Voor deze populistische heren, die scoren met onwetenschappelijke toogpraat op de sociale media, zijn alle internationale akkoorden, in deze tijd van doorgeslagen internationaal winstbejag als vodjes papier. Of het nu vredesakkoorden zijn, non-proliferatie- of wapenverbodsverdragen, handelsakkoorden ofinternationale VN-resoluties, om maar te zwijgen over klimaatakkoorden. Met als klap op de vuurpijl de recente verklaring van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Pompeo, dat de Israëlische nederzettingen op de West Bank niet in strijd zouden zijn met het internationaal recht. Het zou me niet verwonderen dat Trump zich straks volledig uit de Verenigde Naties terugtrekt, die hij trouwens samen met zijn internationale coalitie van autocratische trawanten aan het droog leggen is.

Meteen is nogmaals de band duidelijk tussen oorlog en vrede, hun economische onderbouw en de klimaatverandering. De bewapeningswedloop raast in volle snelheid door. Getuige daarvan de Belgische aankoop van F-35, de nieuwe gevechtsvliegtuigen die voldoen aan de nieuwste eisen van zeer gerichte atoomwapens aan de waanzinnige prijs van 4,6 miljard EURO, dus 7 keer meer dan de 30 miljard frank voor de F-16’s waartegen in de jaren ’70 zo massaal gedemonstreerd werd. En de uiteindelijke kostprijs vanaf 2025 zou nog een pak hoger kunnen zijn, niet enkel door de koerswijzigingen van de dollar. Stel je voor dat de VS volgens de huidige plannen de komende 30 jaar 100.000 dollar PER MINUUT zullen uitgeven om het nucleair arsenaal te vernieuwen!

10 jaar na de START II overeenkomst worden de zogenaamde “tactische” kernwapens en andere via hoogtechnologische ontwikkelingen doeltreffender en inzetbaarder. Atoomwapens krijgen hun opvolgers in autonome wapens of killer robots, die met de hulp van artificiële intelligentie beslissen over leven en dood zonder enige menselijke interventie. Om maar te zwijgen van, of liever om niet te vergeten: de nieuwsoortige hypersonische wapens, de cyberoorlogsvoering en de in alle stilte voorbereide ruimteoorlog.

Gelukkig is er nog altijd de internationale vredesbeweging. Die heeft al lang ingezien dat de enige stap vooruit inzake kernwapens een algeheel verbod is, ook van de ontwikkeling zowel van intercontinentale, regionale als zeer lokaal inzetbare, zogenaamde “tactische” atoomwapens. Dankzij de International Campaign to Abolish Nuclear Weapons (ICAN), waar ook Vrede lid van is, werd op 7 juli 2017 het Verdrag over het Verbod van Atoomwapens (VVAW) door 122 landen in de VN goedgekeurd. Dat de campagne het jaar daarop de Nobelprijs voor de Vrede mocht ontvangen, is een bewijs dat het kan. Inmiddels hebben 70 landen het verdrag nu officieel ondertekend en 23 van die landen hebben het ook al geratificeerd. Het verbod gaat in op het moment dat het 50ste land ratificeert. Steden als Washington D.C., Berlijn, Parijs en Sydney hebben de Cities Appeal van ICAN ondertekend. In Europese 4 NAVO-lidstaten, België, Nederland, Duitsland en Italië blijken de overgrote meerderheid van de bevolking zich tegen kernwapens en voor de ondertekening uit te spreken, maar weigeren de regeringspartijen te volgen, zelfs al zijn ze lid van de Veiligheidsraad, zoals België.

Slot

De vredesbeweging staat vandaag dus voor nieuwe uitdagingen. De algemene vergadering heeft dan ook besloten Vrede vzw om te bouwen naar een ledenbeweging en de papieren versie van het blad Vrede midden juli 2020 te beëindigen, na een indrukwekkende 62 jaargangen met meer dan 450 nummers. Er zal dan meer ingezet worden op de digitale informatie en de sociale media en er zijn meer cahiers, dossiers en boeken beloofd.

Dat zal ongetwijfeld geen gemakkelijke operatie zijn. Het is te hopen dat deze modernisering niet enkel een verjonging en stijging van het aantal vredesmilitanten oplevert, maar ook bredere coalities in de acties én een beter inzicht in de internationale sociaal-economische en politieke achtergronden van vrede en oorlog, bewapening en defensie, nationale onafhankelijke zelfbeschikking, sociale strijd voor gelijkheid van alle mensen, inclusief àlle vluchtelingen, en last but not least voor milieu en klimaat, in één woord een beweging voor vrede en leven op de planeet Aarde én in de ruimte. De tijd is er rijp voor. Allerlei bewegingen staan klaar. Daarin mag Vrede haar eigen stem en inzicht niet verwaarlozen. Daarom is het wellicht noodzakelijk een nieuwe basistekst te schrijven waarin de oude en nieuwe leden en militanten zich kunnen terugvinden. We mogen immers fier zijn op 70 jaar Vrede en hebben alle redenen om dit vanavond te vieren op de ons passende wijze. Omdat niets belangrijker is dan Vrede.

Dank u wel!

 

Bekijk hier het videoverslag van de avond.

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by