Artikel
Liliane Renard
Printvriendelijke versie
Wie beschermt de milieubeschermers?
Protest tegen de Dakota Access Pijpleiding, 15/11/2016. Foto: Pax Ashima Gethen

Wie beschermt de milieubeschermers?

Op de agenda van de COP25 ontbraken discussies over het beschermen van de milieubeschermers: de individuen en groepen die overal ter wereld geviseerd worden omwille van hun inspanningen ter verzekering van een toekomst voor onze planeet.

Het beschermen van de met uitsterven bedreigde Aziatische cheeta, het tweeten van een satirisch gedicht, het participeren aan een klimaatconferentie, campagne voeren tegen een energiecentrale,... geen van deze acties roepen echt beelden op van zelfmoordterroristen of samenzweerders die een staatsgreep plannen. Toch worden ze als “eco-terrorisme”, “extremisme” of “bedreigingen voor de nationale veiligheid” bestempeld door regeringen en bedrijven die het werk van milieuactivisten willen blokkeren.

Op 29 november 2019 kwamen jongeren samen op plaatsen overal ter wereld voor een ‘Fridays for Future’-klimaatstaking. Zo wilden ze de deelnemers aan de 25ste Conferentie van de Partijen (COP25) in het kader van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UNFCCC) eraan herinneren dat er dringend actie vereist is. Op 2 december 2019 verzamelden de afgevaardigden van de VN, wereldleiders, bedrijfsleiders en activisten op de COP25 in Madrid om manieren te bespreken om het milieu te beschermen. Wat eigenlijk ook op de agenda had moeten staan zijn discussies over het beschermen van de milieubeschermers: de individuen en groepen die overal ter wereld geviseerd worden omwille van hun inspanningen ter verzekering van een toekomst voor onze planeet.

Milieubeschermers worden er niet alleen van beschuldigd nationale veiligheidsrisico's te zijn. Van het regenwoud in de Amazone tot de Zuid-Afrikaanse mijnbouwgemeenschappen: activisten die streven naar het behoud van ecosystemen en voorouderlijke gronden worden bedreigd, aangevallen en zelfs vermoord – doorgaans in een kader van bijna totale straffeloosheid. In contrast met deze vele illegale daden, is het onterecht bestempelen van milieuactivisten als veiligheidsbedreigingen echter vaak verraderlijker, omdat dit gebeurt in de naam van de wet.

En terwijl niet alle vormen van milieuactivisme vreedzaam zijn, is het uiterst zeldzaam dat de activiteiten van milieuactivisten aan de algemeen erkende definitie van terrorisme beantwoorden, nl acties gericht op het terroriseren van de bevolking door te dreigen met het toebrengen van ernstige fysieke verwondingen of met de dood, of effectief zware verwondingen of de dood te veroorzaken ter bevordering van een ideologische of politieke agenda. Bovendien zijn de acties van milieubeschermers uiterst zelden gericht op het ondermijnen van de rechtsstaat. Doorgaans oefenen deze individuen en groepen vreedzaam hun recht op vrijheid van meningsuiting, van vereniging en van samenkomst uit om iets aan te klagen. Wanneer ze burgerlijke ongehoorzaamheidsacties uitvoeren, is het meestal hun doel om bestaande milieubeschermingsmaatregelen te ondersteunen en de handhaving ervan te verbeteren. Er volgen hier een aantal wereldwijde voorbeelden van milieuactivisten die de jongste jaren onterecht afgeschilderd werden als terroristen of nationale veiligheidsdreigingen.

Europa

In november 2015 maakte de Franse politie gebruik van een verregaande antiterrorisme noodwetgeving -ingevoerd in reactie op de dodelijke aanslagen in Parijs eerder die maand- om 24 klimaatactivisten onder huisarrest te plaatsen zonder juridisch bevelschrift. Er werd binnengevallen in de huizen van activisten en er werden computers en persoonlijke bezittingen in beslag genomen. De activisten werden ervan beschuldigd het verbod te schenden op het organiseren van protesten gerelateerd aan COP21, de klimaattop die een week later doorging in Frankrijk en waar het Akkoord van Parijs ondertekend zou worden over de vermindering van de uitstoot die bijdraagt aan de klimaatverandering.

In december 2018 beletten de Poolse autoriteiten 13 buitenlandse klimaatactivisten de toegang tot de COP24 in de zuidelijke stad Katowice. De klimaatactivisten waren nochtans geregistreerde deelnemers. De reden die werd opgegeven, was dat ze een bedreiging vormden voor de publieke orde en de nationale veiligheid. Samen met andere individuen en groepen waren deze activisten alleen maar van plan om de COP24-deelnemers op het hart te drukken dat ze snel actie moesten ondernemen tegen de klimaatverandering.

De Poolse autoriteiten hadden in de aanloop naar de klimaattop een speciale wet aangenomen die de politie de bevoegdheid gaf om zonder juridisch toezicht gegevens te verzamelen over de participanten, zonder hun medeweten of toestemming. Spontane protestacties werden gedurende de COP24 verboden. De politie voerde tijdens de top ook een verhoogd terrorismedreigingsniveau in, waardoor ze het aantal voertuig- en andere veiligheidscontroles in Katowice en omliggende gebieden aanzienlijk kon opdrijven. Grenswachten pakten op die manier verschillende activisten op en ondervroegen hen uren aan een stuk, in sommige gevallen zonder hen toe te staan om anderen in te lichten over waar ze zich bevonden of advocaten te contacteren.

In Rusland zagen ten minste 14 milieuorganisaties zich de afgelopen jaren verplicht om hun activiteiten te staken. Ook de directrice van de prominente groep Ekozaschita! (Ecodefense!), Alexandra Koroleva, is deze zomer het land ontvlucht om vervolging onder de draconische ‘Buitenlandse Agenten Wet’ te vermijden. Deze wet uit 2012 verplicht elke Russische organisatie die fondsen ontvangt uit het buitenland en activiteiten onderneemt die als 'politiek' beschouwd worden, om zich te registreren als ‘een buitenlandse agent’, een term die in Rusland gelijkstaat aan ‘spion’ of ‘verrader’. De autoriteiten hebben de wet gebruikt om het zwijgen op te leggen aan milieugroepen die zich verzetten tegen door de staat gesanctioneerde ontwikkelingsprojecten en/of actie voerden voor de vrijlating van reeds opgesloten milieuactivisten.

Milieuactivisten worden systematisch als “extremisten” bestempeld door Russische functionarissen. Zelfs de Russische Speciale Gezant voor Milieubescherming, Sergey Ivanov, gebruikt de term “extremistisch” om Greenpeace Rusland te omschrijven. Een activist van Stop GOK, een Russische groep die een kopermijn- en verrijkingsfabriek in de Oeral wil blokkeren, werd in april 2019 beboet voor de “massale verspreiding van extremistisch materiaal” omdat hij een gedicht gepost had op de sociale media van de organisatie. Het gedicht in kwestie is een satirische brief gericht aan de arme, aan alcohol- en drugsverslaafde Russen over de oligarchen en autoriteiten die profiteren van de extractie van de natuurlijke bronnen. In 2018 werd in Rusland een rapport uitgebracht -dat uitgebreid besproken werd in de door de staat gecontroleerde media- over “milieu-extremisten” die werken voor “invloedrijke krachten in het Westen” en erop gebrand zijn de strategische Russische industrieën te saboteren. Zowel Stop GOK als Greenpeace Rusland worden in het rapport vernoemd.

Midden-Oosten

In Iran zitten 6 leden van de Perzische Vereniging ter bescherming van Wilde Dieren (PWHF) sinds begin 2018 in de gevangenis. In november 2019 kregen ze gevangenisstraffen tot 10 jaar opgelegd voor het spioneren voor de VS. Tijdens een uiterst gebrekkig proces beweerde de Islamitische Revolutionaire Garde dat de milieuactivisten hun werk ter bescherming van de Aziatische Cheeta –een van de meest bedreigde diersoorten ter wereld- gebruikten als een dekmantel. Vier van de zes activisten werden initieel ook beschuldigd van het “verspreiden van corruptie op aarde”, een misdaad waarvoor de doodstraf kan uitgesproken worden, maar deze aanklacht werd in oktober 2019 gedropt. Twee andere PWHF-leden die ook werden opgepakt in 2018 wachten nog op een veroordeling. Een negende milieuactivist, PWHF-oprichter Kavous Seyed Emami, stierf een aantal weken na zijn arrestatie onder verdachte omstandigheden. De Iraanse autoriteiten beweerden dat hij zelfmoord pleegde. Volgens Kaveh Madani, de voormalige Iraanse viceminister van Milieu, zijn de arrestaties onder meer gemotiveerd door het besef dat woede over milieudegradatie de bevolking kan samenbrengen tegen het regeringsbeleid. De wetenschapper Madani keerde in 2017 terug naar zijn geboorteland Iran vanuit Londen om de functie van viceminister op te nemen in de regering van president Hassan Rohani. Hij vertelde dat hij na aankomst onmiddellijk ondervraagd werd door leden van de Revolutionaire Garde (het militaire elitekorps van Iran), die zijn telefoon kapotmaakten, en hem een bioterrorist, waterterrorist en spion noemden. Madani liet zich in het verleden heel kritisch uit over het waterbeleid in Iran, in het bijzonder over de vele dambouw-projecten. Veel van deze projecten worden echter opgezet door de industriële arm van de Revolutionaire Garde. De Revolutionaire Garde handelt onafhankelijk van Rohani’s regering en heeft grote invloed binnen justitie en het inlichtingenapparaat. Na 7 maanden van herhaaldelijke intimidaties verliet Kaveh Madani zijn post en keerde hij terug naar Londen.

Afrika

In Kenia worden milieuactivisten die zich verzetten tegen een mega-infrastructuurproject in de kustregio van Lamu bestempeld door de politie en het leger als terroristen. Ze worden onderworpen aan bedreigingen, afranselingen en arbitraire arrestaties en detenties. In 15 gevallen, gedocumenteerd door Human Rights Watch tussen 2013 en 2016, klaagden de autoriteiten milieubeschermers aan voor lidmaatschap van of linken met de extremistische gewapende groep al-Shabaab, maar reikten daarvoor geen overtuigend bewijs aan. De activisten verzetten zich tegen LAPSSET, het grootste infrastructuurproject in Centraal- en Oost-Afrika, dat een zeehaven, 3 internationale luchthavens, een wegen- en treinsporennetwerk, 3 resortsteden en een steenkoolcentrale omvat. Ze argumenteren dat LAPSSET de lucht en het water zal vervuilen, en de mangrovebossen en de paaiplaatsen voor vissen zal vernietigen. Bovendien worden de landbouwgronden van de lokale bewoners in beslag genomen zonder eerlijke compensatie, waardoor gemeenschappen hun levensonderhoud verliezen en ontheemd geraken. In juli 2019 blokkeerde het Keniaans Milieutribunaal de constructie van de steenkoolscentrale in afwachting van een nieuwe milieu-impactstudie. De rest van het LAPSSET-project gaat gewoon door. Net zoals de intimidatiecampagne tegen de activisten die er tegen protesteren.

Azië

In 2018 plaatste de Filipijns president Rodrigo Duterte 600 leden van de civiele maatschappij, waaronder milieuactivisten en inheems rechtenverdedigers, op een ‘terroristenlijst’. Ze worden ervan beschuldigd lid te zijn van de Communistische Partij en haar gewapende vleugel, die beiden beschouwd worden als terroristische organisaties door de huidige regering. Op Duterte’s lijst vinden we onder meer Victoria Tauli-Corpuz terug, een inheemse rechten- en milieuactiviste die sinds 2014 de functie bekleedt van Speciale Rapporteur van de Verenigde Naties voor de Rechten van Inheemse Volkeren. Ze werd door Duterte op de terroristenlijst gezet omdat ze eind 2017 de regering veroordeelde voor haar aanvallen op en mishandelingen van inheemse activisten die zich verzetten tegen de steenkool- en diamantontginning op de voorouderlijke gronden van hun gemeenschappen. Hoewel een rechtbank in Manilla de regering later beval om Tauli-Corpuz van de lijst te schrappen, startte een Filipijnse militaire functionaris in 2019 opnieuw een lastercampagne tegen haar op. Ze wordt er nu van beschuldigd in de VN “geïnfiltreerd” te zijn voor de communistische rebellen.

Latijns-Amerika

In Ecuador duurde het 8 jaar voor de prominente milieuactivist José ‘Pepe’ Acacho, een leider van het inheemse Shuar-volk, erin slaagde om zich te laten vrijspreken van terrorisme-beschuldigingen voor zijn verzetsactiviteiten tegen mijn- en olie-exploratie in de Amazone. Acacho werd in 2010 aangeklaagd wegens terrorisme voor het vermeend aanzetten tot geweld tijdens de Shuar-protesten tegen een nieuwe mijnbouwwet. Hij werd veroordeeld in 2013 tot 12 jaar gevangenis. Human Rights Watch onderzocht de processtukken en vond geen enkel geloofwaardig bewijs van aan terrorisme gerelateerde misdaden. In 2018 verwierp Ecuadors hoogste rechtbank de terrorismeveroordeling, maar verklaarde Acacho in plaats daarvan schuldig aan “de obstructie van openbare diensten” – een beschuldiging waarvoor hij nooit aangeklaagd werd en waartegen hij zich bijgevolg nooit heeft kunnen verdedigen. Hij kreeg een gevangenisstraf van 8 maanden opgelegd. Uiteindelijk spendeerde Acacho voor deze veroordeling 17 dagen in de gevangenis. In oktober 2018 verkreeg hij een presidentieel pardon.

Verenigde Staten

In augustus 2018 beschuldigde de toenmalige Amerikaanse minister van Binnenlandse Zaken Ryan Zinke “eco-terroristische groepen” ervan de voorwaarden gecreëerd te hebben die de bosbranden in Californië mogelijk maakten. In een radio-interview zei hij dat de milieu-extremisten de regering beletten om aan degelijk bosbeheer te doen door zich te verzetten tegen het vellen van grote stukken bos. Officieel zou de regering door massaal bomen te kappen, bosbranden kunnen voorkomen, maar milieuactivisten stellen dat het voorstel een zoveelste manier is van de Trump-regering om meer publiek land open te stellen voor de ontginning van natuurlijke bronnen, waaronder de houtkap.

In 2017, vroegen 84 leden van het Amerikaans Congres -de meerderheid van hen Republikeinen- aan het Ministerie van Justitie of activisten die mobiliseerden tegen de constructie van oliepijpleidingen, aangeklaagd konden worden als terroristen. Het antwoord van het ministerie luidde dat dit in sommige gevallen inderdaad mogelijk was. Datzelfde jaar diende een grote pijlpijnoperator, ‘Energy Transfer Partners LP’ (ETP), een rechtszaak in tegen Greenpeace en andere milieuorganisaties voor het voeren van een “gevaarlijke eco-terroristische” campagne tegen de aanleg van de ‘Dakota Acces’-pijpleiding voor het transport van ruwe schalie-olie. In 2016 probeerden milieuactivisten en inheemse Amerikaanse stammen maandenlang de constructie van deze 1886 km lange ondergrondse pijpleiding tegen te houden. De pijpleiding zou op haar weg van Noord-Dakota naar het zuiden van Illinois passeren onder de rivieren de Missouri en de Mississippi en onder het Oahe-meer. Ze zou ook gronden van de Sioux-indianen doorkruisen. De activisten wezen erop dat de constructie heilige plaatsen en het drinkwater bedreigde. In februari 2019 werd de rechtszaak van ETP tegen Greenpeace en de andere milieuorganisaties verworpen door een federale rechtbank in Noord-Dakota. Hoewel de meeste demonstranten vreedzaam actie voerden, was de Dakota Acces-pijpleiding een van de meest fel betwiste Amerikaanse energieprojecten in jaren. Een klein aantal activisten die wel hun toevlucht zochten tot geweld, werd veroordeeld voor aan het protest gerelateerde misdrijven, maar niemand voor misdaden die zelfs maar in de verste verte gerelateerd zijn aan terrorisme. Mensenrechtenexperten van de VN veroordeelden de reactie van de veiligheidsdiensten op de protesten in Noord-Dakota bovendien als “excessief”. Er wordt verwezen naar het gebruik van rubberen kogels, traangas, compressiegranaten, en “onmenselijke en vernederende” detentie-omstandigheden.

Er moet dringend erkend worden dat het milieu alleen maar echt beschermd kan worden als milieuactivisten ook beschermd worden.

Dit artikel is gebaseerd op een rapport van Human Rights Watch.

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by