Image
Palestijnen blijven, zoals verwacht, in de kou staan
Cartoon: Latuff
Palestijnen blijven, zoals verwacht, in de kou staan
Artikel
11 minuten

29 april 2014 had de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, vooropgesteld als de datum waarop er een akkoord moest zijn voor een Palestijnse staat naast Israël. Dat zo'n akkoord er niet echt zat aan te komen was al duidelijk toen de eerder vastgelopen onderhandelingen tussen Israël en Palestina op 29 juli 2013 werden hervat. Ook Kerry besefte dat en hij was al ruim vier maanden aan het proberen om een verlenging van de finale deadline tot eind dit jaar te verkrijgen, in plaats van vrede. Maar de Israëlische extreemrechtse Likoed-premier Benjamin Netanyahu wachtte niet eens tot 29 april om het overleg op te blazen. 

Aanleiding was de verzoening tussen de Palestijnse verzetsbewegingen Al Fatah, de partij van wijlen Yasser Arafat, en de Islamistische verzetsbeweging Hamas. De militante partij Hamas, die Israël formeel weigert te erkennen, won in 2006 de Palestijnse parlementsverkiezingen met 44,45% van de stemmen- tot grote woede van Israël en het Westen. De Palestijnse president en voorzitter van de rivaliserende Fatah-partij, Mahmoud Abbas, kon Hamas op de Westelijke Jordaanoever buiten spel zetten, mede dankzij de steun van Israël, dat een reeks Palestijnse parlementsleden en militanten in de gevangenis stopte. Maar een gelijkaardige poging van Fatah om in 2007, met de steun en op aandringen van Israël en de VS, de macht te grijpen in de Gazastrook, mislukte. Het gevolg was een breuk binnen de Palestijnse Autoriteit en een politiek verdeelde Palestijnse gemeenschap. De Westelijke Jordaanoever, dat ten oosten van Israël ligt, wordt geleid door Fatah en de Gaza-strook, ten zuid-westen van Israël, staat onder leiding van Hamas. Er werden sinds 2007 verschillende pogingen ondernomen om beide politieke fracties te verzoenen en het kwam zelfs tot verschillende akkoorden, maar al deze pogingen mislukten echter en geen enkel akkoord werd effectief in de praktijk gebracht. Zowel Israël als de VS verklaarden tegen een verzoening tussen Hamas en Fatah te zijn, net zoals een aantal EU-lidstaten. Ondanks de druk op Mahmoud Abbas om niet tot een overeenkomst te komen met Hamas, is er nu toch enige hoop op verzoening. Op 23 april 2014 kondigden de rivaliserende Palestijnse partijen immers een verzoeningsakkoord aan, dat binnen de komende weken tot een eenheidsregering zou moeten leiden. Israël schortte onmiddellijk de vredesgesprekken op. Volgens Netanyahu is het simpel: president Abbas moet kiezen tussen vrede of Hamas. Wat Netanyahu onder vrede verstaat is onduidelijk. Zijn eigen partij, Likoed, evenals alle andere grote Israëlische regeringspartijen, verwerpen een onafhankelijke Palestijnse staat. Bovendien is Israël druk in de weer met het volbouwen van de bezette Palestijnse gebieden met kolonies om te verhinderen dat er ooit zo’n staat komt. De Israëlische nederzettingen op bezet gebied tellen nu al meer dan 600.000 inwoners. Het is een paradox dat het Westen van de Palestijnen eist dat ze Israël erkennen, maar er geen graten in ziet dat Israël Palestina - sedert 29 november 2012 als staat erkend door de Verenigde Naties – weigert te erkennen. Het is erg dat een regering die weigert een tweestatenoplossing voor het Palestijns-Israëlisch conflict te onderkennen, als een valabele partner wordt aanvaard om over zo’n oplossing te onderhandelen. Het is nog erger, dat het Westen Israël nooit een strobreed in de weg heeft gelegd om de bezette gebieden te koloniseren, in die mate zelfs dat een tweestatenoplossing in de praktijk al jaren een onmogelijkheid is geworden.

Balfour-verklaring

Als men het op lange termijn bekijkt, heeft het Westen al direct na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) besloten dat Palestina een joodse staat, en niet de staat van zijn inwoners, zou worden. Dit gebeurde door de Balfour-verklaring van 1917 -zo genoemd naar de Britse minister van Buitenlandse Zaken en notoir antisemiet Arthur James Balfour, die Palestina cadeau deed aan de joden- op te nemen in het Brits mandaat van de Volkerenbond over Palestina. Het Westen is consequent achter dit cadeau blijven staan. Na de Tweede Wereldoorlog werd er wel een verdelingsplan voor Palestina goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN-resolutie 181), dat al onmiddellijk door joods-zionistische terroristische organisaties en “gereguleerde” troepen werd ondergraven door nog voor het verdelingsplan van kracht zou gaan te beginnen met de verovering van Palestijnse gebieden. Het VN-plan trad in 1948 formeel in voege, maar nadat Israël zijn onafhankelijkheid uitgeroepen had ging het onmiddellijk frontaal in de aanval. De Palestijnen werden verjaagd en een reeks nieuwe gebieden werden bemachtigd (gebieden die volgens het VN-verdelingsplan aan de Palestijnen toebehoorden). Het Westen heeft formeel zijn zegen gegeven aan die veroveringen, die -merkwaardig genoeg- ook door de Palestijnse leiders erkend werden. De rest van het Palestijnse grondgebied kon Israël in de Zesdaagse Oorlog van 1967 inlijven – opnieuw met de goedkeuring van het Westen. Dankzij de miljarden dollars die Israël jaarlijks van het Westen kreeg (en nog altijd krijgt), de terbeschikkingstelling van westerse conventionele wapens en massavernietigingswapens (kernwapens, chemische en biologische wapens), en de enorme investeringen en aanhoudende westerse diplomatieke steun (tot en met deelname aan Europese sportcompetities en organisaties zoals het Eurovisiesongfestival) kan Israël al jarenlang doen wat het wil. Zo kon het systematisch blijven weigeren om te onderhandelen met de Palestijnen want dat waren “terroristen” waar niet mee kon worden gepraat.

Golfoorlog

De Golfoorlog van begin 1991, ingezet om Koeweit te bevrijden van de bezetting door Irak (juli 1990), bracht een keerpunt. Vele Arabische landen (o.a. de Golfstaten, maar ook Syrië) besloten zich aan te sluiten bij de militaire coalitie tegen de Iraakse president Saddam Hoessein. In ruil drongen deze landen er bij het Westen op aan dat er ook iets zou gedaan worden aan de Israëlische bezetting van de Palestijnse (de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook) en andere Arabische gebieden (de Golan-hoogten in Syrië en Libanon). Om de Arabieren te sussen begon eind oktober 1991 in Madrid een vredesconferentie over het Midden-Oosten, die uiteindelijk als enig resultaat had dat Israël bereid werd bevonden om met de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) te praten. Dit alles gebeurde eigenlijk zeer tegen de zin van Israël, dat slechts onder zware druk naar Madrid afzakte. De toenmalige Israëlische Likoed-premier Yitzhak Shamir verklaarde in een interview in juni 1992 dat het zijn bedoeling was de onderhandelingen zeker tien jaar te laten aanslepen en in die periode honderdduizenden joden in de bezette gebieden te vestigen om elke vrede onmogelijk te maken -iets wat Israël inmiddels aardig gelukt is. Dit is eigenlijk ook de politiek geweest van elke Israëlische premier sinds Yitzhak Shamir, zijn Likoed-partijgenoot Benjamin Netanyahu overduidelijk niet uitgezonderd want die komt bijna elke week met nieuwe bouwplannen op de proppen.

De Oslo-ramp

Al snel na het begin van de conferentie in Madrid wilde ook het Westen af van internationale besprekingen die ingebed waren in een heel corps teksten van de Verenigde Naties – zeg maar van het internationaal recht dat de Palestijnse eisen kracht bij zette. Het Westen wist de Palestijnse leider Yasser Arafat ertoe te verleiden zijn eigen onderhandelingsteam een mes in de rug te steken en rechtstreekse geheime onderhandelingen met Israël op te starten in de Noorse hoofdstad Oslo. Het Oslo-akkoord van 1993 dat er het resultaat van was, is een volslagen ramp geworden voor de Palestijnen. In plaats van de in Madrid beloofde autonomie voor de Palestijnse gebieden zou er een Palestijns gezag komen op een klein deel van de Westelijke Jordaanoever (de zogenaamde A-zone) en een gemengd Israëlisch-Palestijns bestuur op een ander deel (de B- zone), terwijl het grootste deel (C-zone) uitsluitend onder Israëlisch bestuur zou blijven in afwachting van een definitieve oplossing die er binnen de vijf jaar (in 1998 dus) moest komen. Voor het Westen was met het Oslo-'vredesakkoord' de kous af: het was nu een zaak tussen Israël en de Palestijnen geworden waarbij het internationaal recht niet meer van tel was. De Palestijnen hadden zich in Oslo laten ringeloren door geen expliciete vermelding te maken van een stopzetting van de joodse kolonisatie, maar genoegen te nemen met de optekening dat unilaterale daden verboden waren. Iets waar Israël sowieso zijn laars aan lapte. Sedert Oslo werd de kolonisatie op grote schaal gelanceerd. Het Westen beweert wel tegen de kolonisatie te zijn maar vertikt het om er ook maar iets concreets tegen te ondernemen. Elders is het Westen er nochtans snel bij met sancties, met expliciete beschuldigingen van oorlogsmisdaden en schendingen van de mensenrechten, enzovoort. Een poging om een begin te maken met het gebruik van het internationaal recht door de Palestijnen, werd gekelderd toen Arafat inging op de vraag een gebaar van goede wil te stellen ter gelegenheid van het eerste ministerschap van de Israëlische sociaaldemocraat Yitzhak Rabin. Die zou zogezegd 'gematigd' zijn ook al had hij de Israëlische soldaten eerder opgeroepen de botten te breken van Palestijnse demonstranten. Arafat deed het jarenlange lobbywerk teniet van zijn diplomaten die een conferentie wilden samenroepen van de ondertekenaars van de Geneefse Conventies (die de internationale rechtsregels bepalen ten tijde van een gewapend conflict en/of bezetting). Tegen deze door de Palestijnen voorgestelde conferentie werd een verwoed westers offensief gevoerd, ook door de EU, want Israël liep het gevaar internationaal aan de kaak te worden gesteld voor zijn volgens de Conventies illegale kolonisatie. Geen wonder dat er vijf jaar na het Oslo-akkoord van 1993 nog altijd geen Palestijnse staat was. In 2003 werd er een 'kwartet' gevormd (bestaande uit de Verenigde Staten, de Verenigde Naties, Rusland en de Europese Unie) dat een “routeplan” lanceerde dat tegen het einde van het jaar moest resulteren in een Palestijnse staat. De Amerikaanse leugenkampioen president George Bush jr. meldde tot kort voor het einde van zijn ambtstermijn in februari 2009 dat de Palestijnse staat er nog voor zijn aftreden zou komen. Zijn opvolger Barack Obama toonde zich aanvankelijk vastberaden om de Palestijnse kwestie op te lossen, maar al snel liet hij de Palestijnen gewoon vallen. De – voorlopig – laatste einddatum van 29 april 2014, negen maanden na het begin van de recentste onderhandelingen, is dus weer niet gehaald.

Internationale verantwoordelijkheid

De Palestijnse regering van president Mahmoud Abbas gaat hierin niet vrijuit. Abbas ging en gaat altijd uit van de goede trouw van de andere partijen en van de bemiddelaars in de onderhandelingen. De VS is echter geen “honest broker” zoals al sedert de dagen van Henry Kissinger (van 1969 tot 1977 Amerikaans Nationaal Veiligheidsadviseur en minister van Buitenlandse Zaken) wordt beweerd. Kissinger zelf behoort tot de Israëlische lobby in de VS, evenals Martin Indyk, de man die door Obama werd benoemd om de Israëlisch-Palestijnse onderhandelingen die eind juli 2013 heropgestart werden, te coördineren. De VS is de grootste schuldige voor het uitblijven van elke vooruitgang. Als belangrijkste financiële steunverlener aan Israël weigert Washington om eender welke voorwaarde te stellen in ruil voor die steun. Het vertikt het eveneens Israël te veroordelen. Mahmoud Abbas zou op zijn minst echte 'honest brokers' van de VS kunnen eisen en fervente aanhangers van Israël als 'bemiddelaars' moeten afwijzen. Ook de voormalige Britse premier Tony Blair is een vurig aanhanger van Israël. Toch werd hij, onbegrijpelijk maar waar, door het kwartet aangesteld als onderhandelaar in de Israëlisch-Palestijnse kwestie! Voor zijn “vastberaden hulp bij het zoeken naar duurzame oplossingen voor conflicten” ontving hij in 2009 een Israëlische 'vredesprijs' van één miljoen dollar. Ook de Noorse diplomaat Terje Roed Larsen, die een hoofdrol speelde bij het bedotten van de Palestijnen in Oslo kreeg van Israël een gelijkaardige prijs van enkele honderdduizenden dollar. Hij is nog altijd actief in het Midden Oosten voor de VN. Het is een raadsel waarom Mahmoud Abbas met dergelijke mensen wil blijven omgaan.

Het wordt dringend tijd -zeker nu de zoveelste poging om een Palestijnse staat te vormen een fiasco is geworden- dat de 'internationale gemeenschap' haar verantwoordelijkheid opneemt. Zij heeft het probleem geschapen en kan haar handen dus niet in onschuld wassen. Zij hoort het probleem op te lossen en het niet door te schuiven naar beide hoofdrolspelers, zeker als één van de partijen (de Palestijnen) geen enkel gewicht in de schaal legt. Anders komt het neer op de triomf van het recht van de sterkste. Er zouden op zijn minst internationale sancties moeten worden opgelegd aan Israël. Er bestaan voldoende VN-resoluties en internationale wetten die een oplossing kunnen bevorderen. Waarom worden deze wetten van tafel geveegd en moet Israël ze niet naleven? Elders –kijk momenteel bijvoorbeeld naar Oekraïne– wordt er volop geschermd met het internationaal recht, mensenrechten, speciale tribunalen, enzovoort. Israël behoort (evenals Turkije, Marokko, Saoedi-Arabië, enzovoort) tot de selecte kring van vrienden van het Westen en kan beschouwd worden als een feitelijk lid van de EU en de NAVO. Tot nader order mogen de leden van deze selecte club alles doen wat in tegenstrijd is met de nobele (maar in feite fictieve) principes van het Westen. Het is alvast een goed teken dat Mahmoud Abbas nu eindelijk het feit gaat benutten dat Palestina als staat erkend is door de Verenigde Naties. De EU en de VS hebben Abbas -aanvankelijk met succes- bezworen geen gebruik te maken van de rechten die de erkenning van Palestina met zich meebrengt, bijvoorbeeld om te voorkomen dat Israëlische burgers voor het Internationaal Strafhof gedaagd zouden worden voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Op 2 mei 2014 sloot Palestina zich echter formeel aan bij een reeks VN-conventies (waaronder de Geneefse Conventies).  Palestina verbindt zich er op die manier toe om bepaalde internationale mensenrechtenstandaarden na te leven. Zwitserland, de sponsor van o.a. de Vierde Conventie van Genève, die de bescherming van burgers in oorlogstijd regelt, zal de aansluiting van Palestina officieel bevestigen. Palestina sloot zich ook aan bij de Conventie van Den Haag over oorlogsrecht en oorlogsmisdaden. Of Nederland, de sponsor van de Haagse Conventie het voorbeeld van Zwitserland zal volgen, valt nog af te wachten gezien de zeer sterk pro-Israëlische houding van Nederland. In elk geval maakt men zich in Tel Aviv ernstige zorgen over het feit dat Israëli’s hun internationale straffeloosheid zouden kunnen verliezen.

 

Dit artikel verscheen in ons tijdschrift 'VREDE - Tijdschrift voor internationale politiek' Blijf op de hoogte en abonneer u hier


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.