De zogenaamde Coalitie van Welwillenden kwam dinsdag 6 januari samen in Parijs om veiligheidsgaranties voor een naoorlogs Oekraïne te bespreken, terwijl de bijna vier jaar durende oorlog met Rusland op het terrein voort woedt.
Afgevaardigden van zo’n 35 landen, waaronder 27 staatshoofden en regeringsleiders -onder wie de Oekraïense president Volodymyr Zelensky, de Britse premier Keir Starmer, de Duitse bondskanselier Friedrich Metz en de Belgische premier Bart De Wever- werden ontvangen op het Élysée door de Franse president Emmanuel Macron. VS-president Trump en zijn minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, hadden het te druk met andere zaken, zoals hun operatie in Venezuela. In hun plaats werden Speciaal Gezant Steve Witkoff en Jared Kushner, de schoonzoon van president Trump en mede-architect van het etnische zuiveringsplan in Gaza, afgevaardigd.
De conclusie van de top van welwillenden was een draaiboek om Kiev, in het geval van een staakt-het-vuren/vredesakkoord met Rusland, op lange termijn te versterken met “robuuste” veiligheidsgaranties. Deze garanties omvatten onder meer de inzet van een multinationale strijdmacht in Oekraïne en bindende steuntoezeggingen in het geval van een nieuwe Russische aanval.
Keir Starmer verklaarde dat zijn land en Frankrijk, na een staakt-het-vuren, militaire hubs zullen opzetten in heel Oekraïne en “beschermde faciliteiten zullen bouwen voor wapens en militair materieel ter ondersteuning van de Oekraïense defensiebehoeften”. Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Oekraïne ondertekenden dinsdag een afzonderlijke intentieverklaring waarin deze plannen nader worden uitgewerkt.
De door Europa geleide multinationale strijdmacht ter afschrikking van Rusland moet land-, lucht- en zeecomponenten omvatten. Frankrijk en het VK verklaarden al bereid te zijn troepen te sturen, maar de meeste andere leden van de coalitie -waaronder Duitsland- stellen zich voorlopig terughoudend op wat het ontplooien van soldaten ter plaatse betreft. Premier Bart De Wever liet dinsdagavond optekenen dat ons land zal bijdragen aan de Europese troepenmacht na een staakt-het-vuren in Oekraïne. België zou onder meer de marine en luchtmacht ter beschikking stellen en is zelfs bereid militairen te sturen. Andere landen stelden voor NAVO-vliegtuigen in te zetten om het Oekraïense luchtruim te bewaken, terwijl Turkije ermee heeft ingestemd het maritieme onderdeel van de troepenmacht te leiden met het oog op de beveiliging van de Zwarte Zee. Hoe dan ook vereist de inzet van troepen in het buitenland, in België en andere Europese landen, de goedkeuring van het parlement.
De VS maakt officieel geen deel uit van de Coalitie van Welwillenden, maar desondanks hoopten de Europese aanwezigen dat Washington de slotverklaring mee zou ondertekenen. Met dat doel voor ogen werd de olifant in de kamer -Trumps recente dreigingen om Groenland in te lijven- angstvallig verzwegen. Het mocht niet baten: de VS ondertekende niet. Al wordt in de slotverklaring wel gesteld dat het mechanisme voor het monitoren en verifiëren van een eventueel staakt-het-vuren geleid zal worden door de VS. Er staan voor de rest echter geen beloften in dat Washington Oekraïne zal blijven beschermen of ondersteunen. De VS-deelname aan de multinationale strijdmacht, evenals expliciete verbintenissen dat de VS deze strijdmacht zou ondersteunen op het gebied van inlichtingen en logistiek indien ze wordt aangevallen, werden zelfs expliciet geschrapt uit de gelekte ontwerpverklaring over veiligheidsgaranties in Oekraïne. Trump zou Zelensky wel enige VS-veiligheidsgaranties beloofd hebben tijdens hun ontmoeting in het presidentieel buitenverblijf Mar-a-Lago op 28 december vorig jaar - al is niet duidelijk wat er concreet uit hun gesprekken is gekomen. Veiligheidstoezeggingen van de VS onder de volatiele Trump, die herhaaldelijk heeft benadrukt dat Europa zelf voor zijn veiligheid moet instaan en inmiddels zelfs dreigt met de inlijving van Groenland, zouden Europese leiders sowieso weinig vertrouwen mogen inboezemen.
Enkele andere bedenkingen bij de veiligheidsgaranties die werden overeengekomen.
Ten eerste is er nog helemaal geen staakt-het-vuren met Rusland. Het lijkt logischer om allereerst gezamenlijk tot zo’n onderhandeld akkoord te proberen komen. Veiligheidsgaranties zouden moeten opgenomen worden als onderdeel van gesprekken over een staakt-het-vuren en erna gedetailleerder worden uitgewerkt in een onderhandeld vredesakkoord. De bepalingen die nu werden gecreëerd voor de veiligheidsgaranties van Oekraïne, lijken het net nog moeilijker te gaan maken om zo’n staakt-het-vuren-akkoord te bereiken.
Daar zijn meerdere redenen voor. De verklaring over de veiligheidsgaranties bouwt voort op het eveneens zonder Rusland tot stand gekomen raamwerk voor vrede van Oekraïne en zijn westerse bondgenoten (waarnaar in de pers vaak onterecht verwezen wordt als het 20-puntenplan), waarvan verschillende uitgangspunten door Moskou worden verworpen. Rusland ziet het dan ook eerder als een ultimatum dan een vredesbemiddelingsvoorstel. Ook de tamelijk gedetailleerde recente veiligheidsgaranties voor Oekraïne stellen Moskou eerder voor verregaande voldongen feiten dan dat ze voer bieden voor onderhandelingen over een gezamenlijke naoorlogse veiligheidsarchitectuur.
Een mogelijk Oekraïens lidmaatschap van de NAVO was een van de belangrijkste achterliggende aanleidingen voor deze agressieoorlog en wordt als een absolute rode lijn beschouwd door Moskou. Maar de aanwezigheid van een aanzienlijke troepenmacht van Europese NAVO-lidstaten in buurland Oekraïne komt de facto neer op een nieuwe uitbreiding van de NAVO richting Rusland.
Bovendien omvatten de ‘juridisch bindende’ veiligheidsgaranties ter ondersteuning van Oekraïne in de slotverklaring van 6 januari, “het gebruik van militaire capaciteiten”. Dit kan geïnterpreteerd worden als een collectief verdedigingsmechanisme gelijkaardig aan Artikel 5 van het NAVO-handvest. Dat artikel stelt dat een gewapende aanval op één NAVO-lid wordt beschouwd als een aanval op alle NAVO-leden, waarbij deze leden het aangevallen land collectief te hulp moeten schieten – mogelijk via militair geweld. Gezien de kans bestaat dat een staakt-het-vuren erg wankel zal uitvallen, brengt dit ons gevaarlijk dicht bij een potentiële rechtstreekse oorlog tussen de betrokken NAVO-landen en Rusland. Voor België zou dat kunnen leiden tot een algemene mobilisatie. Bovendien zou ons land als hoofdkwartier van zowel de NAVO als de Europese Unie worden blootgesteld aan een mogelijke nucleaire aanval. De Belgische toezegging om troepen te leveren is dus een beslissing die zeer verregaande gevolgen kan hebben.
De veiligheidsgaranties in de slotverklaring van Parijs maakt het in theorie dus mogelijk voor Oekraïne om beroep te doen op een soort Artikel 5-mechanisme zonder officieel deel uit te maken van de NAVO. Niet alleen bouwt dit een groot risico in op toekomstige militaire escalatie, vanuit Russisch oogpunt is het een extra argument om Oekraïne in alles behalve de naam als een NAVO-lidstaat te gaan beschouwen. Zeker in combinatie met een andere veiligheidsgarantie in de slotverklaring, met name de toezegging om de langdurige defensiesamenwerking tussen de ondertekende Europese landen en Oekraïne te verdiepen. “We zijn overeengekomen dat we de wederzijds voordelige defensiesamenwerking met Oekraïne zullen blijven ontwikkelen en verdiepen, onder meer door training, gezamenlijke productie binnen de defensie-industrie (waarbij ook gebruik wordt gemaakt van relevante Europese instrumenten) en inlichtingensamenwerking”, aldus het laatste punt in de verklaring van de Coalitie van Welwillenden.
Dit punt past volledig in de huidige militariseringsgolf die Europa momenteel in zijn greep heeft. Nog voor de oorlog is beëindigd, wordt de naoorlogse Europese veiligheidsarchitectuur al volledig gebaseerd op militaire slagkracht en een bewapeningswedloop, in plaats van op gemeenschappelijke veiligheid en vertrouwenwekkende maatregelen. Dat is niet duurzaam, houdt een permanent risico in op militaire escalatie en vormt een gevaar voor de menselijke veiligheid in de vorm van de grote overheidsbedragen die afgeleid zullen worden naar militarisering in plaats van naar dringende investeringen in welzijn, klimaatmaatregelen, armoede- en ongelijkheidsbestrijding, enz. De wapenproducenten daarentegen gaan mooie tijden tegemoet.