De strijd voor wat essentieel is

Image
Mijnbouwprotest

Protest van MPVMSM in Panama City; Photo: Radio Temblor

De strijd voor wat essentieel is
Artikel
13 minuten

"Historisch gezien hebben pandemieën mensen gedwongen te breken met het verleden en hun wereld opnieuw in te beelden. Deze is niet anders. Het is een portaal, een poort tussen de ene wereld en de andere. We kunnen ervoor kiezen om er doorheen te stappen terwijl we de karkassen van onze vooroordelen en haat, onze hebzucht, onze databanken en dode ideeën, onze dode rivieren en rokerige lucht achter ons aanslepen. Of we kunnen er licht door stappen, met weinig bagage, klaar om ons een andere wereld in te beelden. En klaar om ervoor te vechten." - Arundhati Roy, april 2020 

Iets meer dan twee jaar geleden toen er overal ter de wereld als dominostenen lockdowns werden ingesteld, was er een kort moment waarop de COVID-19 pandemie het potentieel in zich leek te dragen voor reflectie. Kon ze leiden tot een ommekeer, weg het winstgedreven ecologische en sociaal-economische doodlopend straatje waar we naartoe gestuwd worden? 

De oproep van de Indiase schrijfster en activiste Arundhati Roy voor kritische reflectie werd begin april 2020 gepubliceerd. Op dat moment was ze aan de ene kant getuige van de vroege verwoestende tol van de pandemie in de VS als gevolg van de buitengewone ongelijkheid, het geprivatiseerd gezondheidssysteem en de heerschappij van de grote bedrijven, afgetekend langs de lijnen van klasse en ras.

Ze schreef ook vol afgrijzen over de manier waarop de Modi-regering in India, zonder waarschuwing vooraf of degelijke planning, een onhoudbare lockdown instelde over een bevolking van meer dan een miljard mensen, in een context van overlappende economische en politieke crisissen. Terwijl de rijken en de middenklasse zich veilig konden terugtrekken in hun huizen om van daaruit te werken, werden miljoenen migrantenarbeiders gedwongen om hun werk op te geven en een brutale, repressieve en zelfs dodelijke lange mars aan te vangen terug naar hun dorpen.

En dat was nog maar het begin. De schokkende “breuk” met de normaliteit waarover Roy ongeveer twee jaar geleden schreef, heeft veel “heersende vooroordelen” versterkt, zoals ze voorspeld had. Of we nu spreken over 'Amazon', de farmaceutische industrie of mijnbouwbedrijven, ‘big business’ is erin geslaagd om zichzelf als “essentieel” uit te roepen, en om mooie winsten te boeken. Ondertussen hebben arme en geracialiseerde mensen de hoogste prijs betaald en de grootste verliezen geïncasseerd, in de VS, India en vele andere landen in de wereld.

Arme en geracialiseerde mensen hebben de hoogste prijs betaald voor de COVID-19 pandemie.

Maar we hebben ook gezien hoe mensen hard terugvochten en hoe ze, geconfronteerd met grote tegenspoed, enorme veerkracht toonden. Dat is zeker het geval in de door mijnbouw getroffen gemeenschappen in de wereld – vele van hen waren voor de pandemie al verwikkeld in een David en Goliath-strijd ter bescherming van hun grond en water tegen de schade van de ontginning van mineralen. Terwijl ze maatregelen namen om zich te beschermen tegen COVID-19, bleven deze gemeenschapsbewegingen op hun hoede voor regeringen en bedrijven die wilden profiteren van de grotere sociale restricties om de mijnbouwindustrie vooruit te helpen. 

Een pandemie op maat van de mijnbouwindustrie

Sinds april 2020 participeert de ‘IPS Global Economy Project’ aan de Coalitie Tegen de Mijnbouwpandemie, die opgericht werd om te helpen documenteren wat er gebeurde in de mijnbouwsector tijdens de pandemie. De coalitie bestaat uit milieurechtvaardigheidsorganisaties, -netwerken en -initiatieven uit Noord-Amerika, Europa, Azië, Afrika en Latijns-Amerika die solidair zijn met de door mijnbouw getroffen gemeenschappen.

De coalitie stelde al vroeg vast dat mijnbedrijven tot de grootste pandemie-profiteurs behoorden. In het verleden probeerden deze bedrijven immers al meermaals te profiteren van overstromingen, staatsgrepen, dictaturen en andere rampen om wetten te herschrijven en projecten door te duwen, terwijl lokale bevolkingen bezig zijn met het verwerken van catastrofes of moeten leven onder schot. 

De coalitie wilde vooral begrijpen wat de pandemie betekende voor de strijd van inheemse volkeren en andere door mijnbouw getroffen gemeenschappen aan de frontlinies met wie ze reeds solidair samenwerkt. Bij dit gezamenlijk onderzoek zijn lokale partners in 23 landen betrokken, die gedocumenteerd hebben hoe het is geweest om de gezondheid van de gemeenschap te proberen beschermen tegen de verwoesting van de pandemie, en tegelijkertijd te strijden tegen het verlies van water en territorium, en tegen de langetermijneffecten van de ontginning van goud, ijzererst, koper, nikkel, steenkool en lithium.    

In de 23 onderzochte landen werd 29% van ‘s werelds gekende COVID-19-gevallen opgetekend en 43% van de geregistreerde COVID-gerelateerde sterfgevallen. Tot de 23 onderzochte landen behoren twee van de tien landen ter wereld met de hoogste COVID-19 sterftegraad (berekend door het aantal COVID-19 gevallen te delen door het aantal aan COVID-gerelateerde sterfgevallen). Dit zijn Peru en Mexico. (Ecuador, dat onderzocht werd in een andere case study, staat nu op de 11de plaats.)

Zoals verwacht, toont het onlangs gepubliceerd rapport over Latijns-Amerika 'No Reprieve' hoe de COVID-19 restricties op maat gemaakt leken te zijn voor de mijnbouwindustrie. Zoals het belastingadviesbedrijf PriceWaterhouseCooper vaststelde in 2021 in een rapport over de mondiale mijnbouwindustrie, getiteld  ‘Great Expectations’: “[…] de mijnbouw is een van de weinige industrieën die in uitstekende financiële en operationele staat gekomen is uit het ergste van de economische crisis ten gevolge van de COVID-19 pandemie”. 

De prijzen van edelmetalen stegen in de context van onzekerheid die gecreëerd werd door de pandemie, wat leidde tot historisch hoge winsten voor sommige bedrijven ondanks de lagere productie in 2020. De prijzen voor basismetalen, zoals koper, volgden snel van zodra de wereldmarkten openden. Dat gebeurde veel vroeger dan het opheffen van de sociale restricties, waardoor de getroffen gemeenschappen nog meer benadeeld werden dan vóór de pandemie in hun strijd voor water, grond en overleving. 

Geen respijt voor door mijnbouw getroffen gemeenschappen

De langdurige lockdowns en andere openbare gezondheidsmaatregelen betekenden niet alleen een grotere socio-economische crisis dan voorheen voor deze gemeenschappen, ze zorgden ook voor grotere moeilijkheden of een regelrecht verbod om samen te komen om hun bezorgdheden te bespreken over milieuvervuiling, ontberingen, mijnbouwprojecten en over het contact met overheidsdiensten verantwoordelijk voor het geven van vergunningen en het uitvoeren van inspecties. Online-vergaderingen waren vaak ontoereikend of niet mogelijk. Wanneer er geen andere opties waren dan toch samen te komen om te protesteren, waren de risico’s groter dan ooit. 

In Brazilië, net zoals in veel andere Latijns-Amerikaanse landen, is de mijnbouw sinds het begin van de pandemie vrijwel ononderbroken verder gegaan.

In Brazilië, net zoals in veel andere Latijns-Amerikaanse landen, is de mijnbouw sinds het begin van de pandemie vrijwel ononderbroken verder gegaan. Voor meer dan een jaar heeft de gemeenschap van Aurizona in de staat Maranhão geleefd met een tekort aan drinkwater wegens het barsten van een residudam aan de Aurizona-goudmijn, eigendom van 'Mineração Aurizona S.A.' (MASA), een dochterbedrijf van het Canadees bedrijf 'Equinox Gold'.

Op 25 maart 2021, op het hoogtepunt van de pandemie in dit deel van Noordwest-Brazilië, liep de Lagoa do Pirocaua residudam over, waardoor de rivieren en de drinkwatervoorraden van een gemeenschap van 4000 mensen vervuild geraakten. Ondanks allerlei beloftes van het bedrijf, blijft er een gebrek aan proper drinkwater. Ondertussen bemachtigde het bedrijf een juridische uitspraak die straatblokkades verbiedt en spande het een rechtszaak aan tegen vijf gemeenschapsleiders in een poging hen af te schrikken om verder verzet te voeren. 

In Colombia, ervoeren inheemse Wayúu en Afro-colombiaanse gemeenschappen in de regio La Guajira een verhoogd gezondheidsrisico van de aanhoudende mijnbouwoperaties in het Cerrejón-complex, de grootste open steenkoolmijn in Latijns-Amerika. Deze mijn is momenteel in volledige eigendom van de Zwitserse grondstoffengigant 'Glencore', die zijn controle over de mijn in januari 2022 consolideerde toen het de aandelen overkocht van 'Anglo American' en 'BHP Billiton'. Deze steenkoolmijn opereert al meer dan drie decennia en heeft al tientallen gemeenschappen verdreven.

In 2020 verzocht de Speciale Rapporteur voor Mensenrechten en het Milieu van de VN, David Boyd, de Colombiaanse regering om de activiteiten van Cerrejón op zijn minst tijdelijk op te schorten. Hij wees erop dat de vervuiling, de gezondheidsimpact en het gebrek aan water waar de omliggende gemeenschappen sowieso al mee kampen hebben, het risico op overlijden door COVID-19 nog vergrootten. In plaats daarvan zette de mijn zijn activiteiten voort en dreef ze zelfs op.

Ondertussen ondervonden de gemeenschappen in de buurt ernstige fysieke en emotionele gevolgen van de grotere sociale opsluiting en het verlies van economische activiteiten voor hun levensonderhoud. Het bedrijf deelde voedsel en veiligheidsmateriaal uit om zijn imago op te krikken, maar dit veroorzaakte verdeeldheid onder de gemeenschappen die moeilijk op te lossen was gezien de restricties op het samenkomen.

Wat de situatie nog verergert, is dat de regering en de bedrijven weigeren om een vonnis uit 2017 van het Grondwettelijk Hof te respecteren, dat schendingen van het recht van de gemeenschappen op water, voedsel en gezondheid erkende, door de natuurlijke stroom van de Bruno Kreek om te leiden om de steenkoolontginning te kunnen uitbreiden. Sterker nog, sinds midden 2021 vervolgen 'Glencore' en 'Anglo American' de Colombiaanse regering op basis van de bepalingen van bilaterale internationale investeringsakkoorden met Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk omdat ze de mijn niet nog verder mogen uitbreiden.

Gemilitariseerde mijnbouw

Niet alleen is de ruimte voor gemeenschappen om zich te organiseren gekrompen of verdwenen tijdens de pandemie, het geweld in vele gebieden is toegenomen. In veel gevallen was er hardhandige repressie, verhoogde militarisering, en aanhoudende juridische vervolging van grond- en milieuverdedigers. 

In Honduras, spendeerde het Gemeentelijk Comité voor de Verdediging van de Natuurlijke en Publieke Gemeenschapsgronden van Tocoa bijna de volledige eerste twee jaren van de COVID-19 pandemie aan de strijd voor de vrijlating van acht waterrechtenverdedigers die arbitrair werden opgepakt omwille van hun vreedzaam protest tegen een ijzererts-mijnbouwproject van het Hondurese bedrijf 'Los Pinares Investments'. Ze werden pas vrijgelaten in februari 2022, nadat de narcodictatuur van voormalig president Juan Orlando Hernández de macht verloor ten gunste van de eerste vrouwelijke presidente van het land, Xiomara Castro. Ondertussen is het bedrijf -dat banden heeft met de Amerikaanse staalreus 'Nucor'- erin geslaagd om de operaties midden 2021 terug op te starten, zonder de vereiste milieuvergunning te verkrijgen. Dat brengt de toekomst van de San Pedro rivier, waar een pak stroomafwaarste gemeenschappen van afhangen, in onmiddellijk gevaar. 

In 2020 werd in Mexico een speciale Mijnbouwpolitie ingehuldigd, die de mijnbouwfaciliteiten moet beschermen tegen mineralendiefstal.

In Mexico werd in 2020 een speciale groep van publieke strijdkrachten genaamd de Mijnbouwpolitie ingehuldigd, met als doel de bescherming van mijnbouwfaciliteiten tegen mineralendiefstal. De rekrutering van troepen werd voor het eerst aangekondigd in juli van dat jaar tijdens een online-evenement met de naam 'De reactivering van de mijnbouw in het licht van de nieuwe normaliteit'. Tegen het eind van september 2020 waren de eerste 118 federale agenten met militaire training afgestudeerd. Ze werden ontplooid om de goudmijn La Herradura te beschermen, die eigendom is van 'Fresnillo plc', een Mexicaans bedrijf dat genoteerd staat op de beurs van Londen en op zijn beurt eigendom is van 'Industrias Peñoles'.

Er zijn daarentegen geen maatregelen genomen om de graad van onderwerping, afpersing, gedwongen ontheemding en geweld tegen de gemeenschappen die in dezelfde gebieden wonen te verminderen – zoals de gemeenschap van El Bajío, die grenst aan de La Herradura-mijn, waar het bedrijf 'Penmont', eveneens behorend tot de bedrijvengroep Fresnillo plc, tot 2013 illegaal opereerde en vanaf dan legaal. Leden van de El Bajío-gemeenschap die zich verzetten tegen de mijnactiviteiten worden sinds 2013 geconfronteerd met geweld, ondanks 67 gerechtelijke uitspraken in hun voordeel die de inname van hun land door het bedrijf nietig verklaren. Deze vonnissen zijn nog altijd niet uitgevoerd en de risico’s voor de gemeenschap zijn alleen maar toegenomen. Twee leden werden in april 2021 brutaal vermoord. Naast hun lichamen werd een stuk karton gevonden met daarop de 13 namen van leden van de gemeenschap die ook betrokken zijn bij het verzet tegen de mijn – een duidelijke bedreiging. De staat heeft geen enkele bescherming geboden aan hen of hun familieleden. Er wordt wel voortdurend gepatrouilleerd door de staatspolitie, de Nationale Garde en het leger om de bevolking te intimideren.    

Mijnbouw voor zogenaamd economisch herstel

Tegelijk werden de administratieve processen voor bedrijven om nieuwe vergunningen te verkrijgen eenvoudiger tijdens de pandemie en heel wat projecten konden daardoor vooruitgang boeken. De rechtvaardiging was dat de minerale extractie zogenaamd zou bijdragen aan de economische reactivatie na de pandemie, maar het is genoegzaam bekend dat mijnbouw de aandacht afleidt van duurzamere economische sectoren op nationaal niveau en lokale gemeenschappen verarmt. 

In Panama en Ecuador -allebei landen met weinig industriële mijnbouw vanwege wijdverbreide afwijzing door de getroffen gemeenschappen- zijn er ook pogingen ondernomen om de mijnbouwexpansie te versnellen in de naam van de economische reactivering. 

In Ecuador is er brede oppositie tegen de mijnbouwindustrie omwille van de impact op het water, de uitzonderlijke biodiversiteit van het land, en het welzijn van de kleine boeren en inheemse gemeenschappen. Tijdens zijn verkiezingscampagne promootte de huidige president Guillermo Lasso “mensenrechten en de rechten van de natuur… en de bescherming van het milieu met een duurzame agenda”. Sinds hij zijn ambt opnam in mei 2021, toonde hij echter een bereidheid om de belangen van de transnationale mijnbouwsector te dienen.

Op 5 augustus 2021 vaardigde hij Uitvoerend Decreet nr. 151 uit, een “Actieplan voor de Ecuadoraanse Mijnbouwsector”, dat de mijnbouw in kwetsbare ecosystemen zoals de Amazone en hooggelegen vochtige gebieden (páramos) wil versnellen. Het geeft rechtszekerheid aan mijnbouwbedrijven door een gunstig klimaat te scheppen voor investeerders, waarbij uitdrukkelijk wordt aangegeven dat internationale overeenkomsten die bedrijfsbelangen bevoordelen, gerespecteerd zullen worden. Het decreet stelt eveneens voor om de milieuvergunningen voor mijnbouwprojecten te versnellen zonder rekening te houden met de socio-ecologische effecten.

Op gelijkaardige wijze presenteerde de Panamese regering op 19 mei 2021 haar strategisch plan om het economisch herstel na de pandemie te baseren op de mijnbouw. Gezien de wijdverbreide corruptie en de voortdurende schendingen van de milieuregelgeving en de grondwet door mijnbouwbedrijven in Panama, zien de burgers dit mijnbouw stimulus-plan als een manier van de regering om zichzelf en haar handlangers te verrijken.

Geconfronteerd met de misvatting van nationaal economisch herstel door mijnbouw, ontstond een nationaal campagneplatform genaamd de ‘Panama Meer Waard Zonder Mijnbouw' (MPVMSM). Deze brede beweging van milieuorganisaties, leraren, arbeiders, jongeren, kleine boeren en inheemse gemeenschappen verzet zich tegen de mijnbouw, evenals tegen de heronderhandeling van het contract van de enige opererende mijn in Panama, Cobre Panama, eigendom van 'First Quantum Minerals'. De beweging argumenteert dat het contract ongrondwettelijk is en afgeschaft moet worden. Ondanks bewijs dat meer dan 60% van de Panamezen de doelstellingen van deze beweging steunt, blijft de regering aandringen op het promoten van initiatieven die plaats moeten maken voor de uitbreiding van de mijnbouw in het land.   

Echt essentiele veerkracht en weerstand

Ondanks dat de omstandigheden voor volksstrijd de afgelopen twee jaar harder zijn geworden, bleef de veerkracht en weerstand van mensen die vanuit de marges vechten voor hun land, hun water en de gezondheid van hun gemeenschappen bestaan. Vrouwen, inheemse volkeren en kleinschalige boeren staan daarbij vaak op het voorfront. 

Van Mexico tot Argentinië hebben de gemeenschappen en organisaties die hun ervaringen gedeeld hebben voor dit rapport manieren gevonden om te blijven vechten voor respect voor hun zelfbeschikking, voor de gezondheid van hun gemeenschappen, en voor eigen visies op de toekomst. Terwijl sommige mijnbouwprojecten vorderden, zijn andere er niet in geslaagd om het onvermoeibare verzet van gemeenschappen te overwinnen. 

Of gemeenschappen nu vechten om de schade van mijnbouw aan de kaak te stellen, of deze ongewenste projecten tegen te gaan, iedere strijd is een krachtig voorbeeld van het opnieuw inbeelden en het streven naar fundamentele verandering, van het soort waar Arundhati Roy op aandrong aan de start van deze pandemie. 

Door hun verzet, wederzijdse zorg, traditionele kennis en inspanningen voor meer voedselsoevereiniteit en collectief welzijn, tonen deze gemeenschappen en bewegingen de dringende noodzaak om af te stappen van een destructief model van economische ontwikkeling dat mensen over de hele wereld is opgedrongen, gebaseerd op eindeloze winning om internationale markten te bedienen met primaire materialen die worden verwerkt tot producten voor massaconsumptie. 

Ze wijzen op de vitale noodzaak van een serieuze vereffening om de schade aan te pakken die heeft plaatsgevonden en om de teugels van dergelijke gemilitariseerde massavernietiging aan te trekken om prioriteit te geven aan de zelfbeschikking van mensen en duurzamere manieren van leven. Dit is echt essentieel als we willen zorgen voor collectieve gezondheid en welzijn, nu en voor toekomstige generaties. 
      
Jen Moore is a co-auteur van het rapport 'NO REPRIEVE: COVID-19 and Resistance to the Mining Pandemic'.

Dit artikel verscheen eerder op Foreign policy in focus
 


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.


Source URL: https://vrede.be/nieuws/de-strijd-voor-wat-essentieel