Hoe de VS een internationale seriemoordenaar werd

Image
drone
Hoe de VS een internationale seriemoordenaar werd
Artikel
6 minuten

Over een periode van decennia is de Verenigde Staten geëvolueerd van geheime moordcomplotten naar het openlijk omarmen van gerichte moorden (‘targeted killing’) als beleid. Nu, tijdens de oorlog met Iran, bereikt die evolutie haar gevaarlijkste fase.

Op 17 en 18 maart vermoordden de VS en Israël drie hoge Iraanse regeringsfunctionarissen met gerichte luchtaanvallen: Ali Larijani, secretaris van de Iraanse Hoge Nationale Veiligheidsraad; Generaal Gholamreza Soleimani, commandant van de binnenlandse veiligheidsdienst Basij; en Esmaeil Khatib, de Iraanse minister van Inlichtingen.

De raket die Ali Larijani doodde, verwoestte ook een flatgebouw en kostte het leven aan meer dan honderd mensen. De Israëlische minister van Defensie, Israel Katz, kondigde aan dat Israëlische troepen de toestemming hebben om elke hoge Iraanse functionaris te vermoorden wanneer ze maar kunnen, en dat blijven ze doen. Het aantal Iraanse functionarissen dat het afgelopen jaar is vermoord staat op minstens zeventig.

De moord op Ali Larijani is een klap voor de toch al kleine kans op een onderhandelde vrede tussen Iran en de VS en Israël. Larijani was een ervaren, pragmatische hoge functionaris die sinds 2005 een leidende rol speelde in de onderhandelingen met de VS en andere wereldmachten. De man had diploma’s in wiskunde en informatica, volgde een opleiding aan het gerenommeerde seminarie in Qom en vocht in de Iran-Irakoorlog (1980-1988), waarin hij opklom tot de rang van brigadegeneraal bij de Iraanse Revolutionaire Garde. Na de oorlog leidde hij de Iraanse staatsomroep, behaalde hij een doctoraat in westerse filosofie aan de Universiteit van Teheran en schreef hij drie boeken over de filosofie van Immanuel Kant, voordat hij in 2005 de politiek inging en de regering vervoegde. In 2024 schreef Larijani een boek over politieke filosofie, getiteld ‘Reason and Tranquility in Governance’.

Indien de VS had gehoopt vrede te sluiten en de betrekkingen met Iran te herstellen, zou Ali Larijani een potentiële onderhandelingspartner zijn geweest. Het besluit om Larijani twee weken na het uitbreken van deze oorlog te vermoorden, suggereert dat de VS-leiders geen interesse hadden in onderhandelingen. Een andere mogelijkheid is nog huiveringwekkender. De Israëlische leiders hadden Larijani wellicht geïdentificeerd als een mogelijke uitweg uit de oorlog en hebben hem opzettelijk uitgeschakeld om ervoor te zorgen dat de oorlog voortduurt.

Deze gerichte moord werd gevolgd door een ongekende Israëlische aanval op het South Pars-gasveld in Iran, het grootste gasveld ter wereld dat wordt gedeeld met Qatar. Iran sloeg terug met raketaanvallen op energie-infrastructuur in Israël en de Golf. In Qatar zou het jaren en miljarden dollars kunnen kosten om de schade aan de Ras Laffan LNG-terminal –een van de belangrijkste gasknooppunten ter wereld– te herstellen.

Terwijl de wereldwijde energiemarkten op hun grondvesten schudden, bevestigden VS-functionarissen aan 'The Wall Street Journal' dat de aanval op South Pars in overleg met Washington had plaatsgevonden, waarmee ze de ontkenningen van president Trump tegenspraken.

Het patroon is onmiskenbaar. Zoals een analist het formuleerde, lijkt Israël de situatie opzettelijk te escaleren door ‘gematigden’ binnen Iran uit te schakelen en tegelijkertijd kritieke infrastructuur aan te vallen met het oog op het uitlokken van een grotere regionale oorlog waarin geen ruimte meer is voor de-escalatie. Onder analisten wordt momenteel gediscussieerd over de mate waarin Israël deze escalatie aanstuurt en in hoeverre VS-functionarissen er volledig achter staan. Maar een imperiale macht kan de verantwoordelijkheid niet uitbesteden. Zoals het beroemde bordje op het bureau van Harry Truman verkondigde: ‘The buck stops here’.

In het kader van zijn bondgenootschap met Israël heeft de Verenigde Staten het systematisch vermoorden van buitenlandse leiders –van Palestina en Libanon tot Syrië, Jemen en nu Iran– genormaliseerd. Dit is niet nieuw. De Iraanse generaal Qassem Soleimani en de Iraakse leider van de Volksmobilisatiestrijdkrachten (PMF), Abu Mahdi al-Muhandis (die zich hadden aangesloten bij de VS-troepen om tegen Islamitische Staat te vechten), werden in 2020 gedood bij een gerichte drone-aanval op bevel van president Trump.

Nochtans stelt 'Executive Order 12333' van de VS-wetgeving duidelijk: “Niemand die in dienst is van of handelt namens de regering van de Verenigde Staten mag zich inlaten met, noch samenzweren tot, moord”. [Het Engelse woord ‘assassination’ doelt hier op politieke moord in opdracht van de staat.] Dit verbod vloeide voort uit het onderzoek van een speciale Congressionele Commissie (1975) naar de VS-complotten om Fidel Castro in Cuba, Patrice Lumumba in Congo, Rafael Trujillo in de Dominicaanse Republiek, Ngo Dinh Diem in Zuid-Vietnam en generaal René Schneider in Chili te vermoorden. Het weerspiegelt ook het lang bestaand internationaal recht, waaronder de Conventies van Den Haag en Genève.

Sinds de 9/11-aanslagen is de VS de beperkingen opgelegd door de eigen en internationale wetgeving echter systematisch gaan negeren. Toen de VS-invasies en bezettingen van Afghanistan en Irak leidden tot wijdverbreid gewapend verzet, begon minister van Defensie Donald Rumsfeld te pleiten voor wat hij “manhunts” noemde: het inzetten van speciale eenheden om verdachte verzetsleiders op te sporen en te doden, net zoals Israëlische undercover-eenheden dat al deden in bezet Palestina.

Generaal Charles Holland, het hoofd van het VS-'Special Operations Command', weigerde toestemming te geven voor dergelijke operaties, maar door zijn pensionering in oktober 2003 kon Rumsfeld meer gelijkgestemde functionarissen in hoge functies benoemen. Hij schakelde de Israëli’s in om Amerikaanse doodseskaders te trainen in Israël en North Carolina.

“Dead men tell no tales”, zoals het Engelse gezegde luidt. Er is bijna geen verantwoording afgelegd voor de moorden als gevolg van dit beleid, waarbij in Irak en Afghanistan systematisch duizenden burgers werden gedood. Twee hoge VS-commandanten vertelden 'The Washington Post' dat slechts zo’n 50% van de 'kill or capture'-invallen door het Special Operations Command gericht was op de “juiste” of beoogde personen of woningen, terwijl troepen die bij deze invallen betrokken waren, zeiden dat deze inschatting hun succespercentage zelfs sterk overschatte.

Drone-oorlogsvoering heeft de trend versneld. Onder president Obama vertienvoudigde het aantal luchtaanvallen en werden gerichte moorden een centrale pijler van het VS-beleid. Tegen 2011 vonden er in Afghanistan maandelijks honderden nachtelijke raids plaats, wat bijdroeg aan de afkeer van de Afghaanse bevolking voor de VS en uiteindelijk de nederlaag van de VS-bezetting en de terugkeer van de Taliban bezegelde.

Nu gebruiken troepen van de VS en Israël lucht- en drone-aanvallen om Iraanse leiders gericht te vermoorden en burgers te doden in Palestina, Libanon en Iran. De taal van terughoudendheid is volledig verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een openlijke verheerlijking van "dodelijkheid" (‘lethality’) en dreigementen met nog meer oorlogsmisdaden.

Wat vroeger geheim, controversieel en wettelijk ingeperkt was, is nu openlijk, genormaliseerd en verdedigd als gerechtvaardigd beleid. 

Het cumulatieve effect is schrijnend: de Verenigde Staten heeft moord en buitengerechtelijke executies tot gangbare beleidsinstrumenten gemaakt, terwijl het VN-Handvest, de Conventies van Den Haag en Genève en de eigen wetten met voeten worden getreden – op die manier ondermijnt Washington juist de internationale rechtsorde die het beweert te handhaven.

Ondertussen is er een multipolaire wereld aan het opkomen, grotendeels aangestuurd door landen uit het Zuiden. Maar de overgang naar een vreedzame, duurzame wereld is verre van zeker. Het grootste obstakel daarbij is dat de VS blijft vertrouwen op de dreiging met en het gebruik van illegaal militair geweld en economische dwang om de eigen dominantie te behouden.

Iran heeft zich decennialang terughoudend opgesteld ondanks valse beschuldigingen over kernwapens, economische sancties in het kader van de ‘maximale druk’-campagne, en escalerende dreigingen en aanvallen door Israël en de VS. Het land heeft in stilte zijn defensie en militaire strategieën uitgebouwd voor het moment dat die nodig zouden zijn, en dat moment is nu aangebroken.

Het onvermogen van de internationale gemeenschap om een einde te maken aan de opeenvolgende agressieoorlogen van de VS vormt een existentiële bedreiging voor het VN-Handvest en de naoorlogse wereldorde. Zoals de Colombiaanse president Gustavo Petro op 21 maart, tijdens de CELAC-top, waarschuwde: “Hoe ernstiger de problemen van de mensheid worden, hoe minder middelen we hebben om collectief te handelen. En die weg leidt alleen maar naar barbarij.”


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Thema

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.


Source URL: https://vrede.be/nieuws/hoe-de-vs-een-internationale-seriemoordenaar-werd