De video is afschuwelijk, hoewel dit het soort van gruwel is dat inmiddels synoniem is geworden met het gedrag van Israël, zijn leger, zijn gewapende kolonisten en een samenleving die is geconditioneerd om de ‘ander’ als minder dan menselijk te beschouwen.
Toch was dit niet de typische virale video die bijna dagelijks opduikt uit bezet Palestina. Het slachtoffer was deze keer geen Palestijn. Het was een bejaarde Franse non. Op 1 mei dook er beeldmateriaal op uit Jeruzalem waarop te zien was hoe een 36-jarige Israëlische man achter een Franse non aanrent –een onderzoekster aan de Franse School voor Bijbel- en Archeologisch Onderzoek– en haar met geweld op de grond duwt. De dader rende echter niet weg nadat hij had toegeslagen. In een huiveringwekkende vertoning van wreedheid liep hij een paar stappen weg en keerde vervolgens terug om de gevallen oude vrouw herhaaldelijk en genadeloos te schoppen terwijl ze hulpeloos op de grond lag.
Het meest verbazingwekkende was de sfeer van normaliteit die volgde. De dader bleef ter plaatse en praatte met een andere man die volkomen onbewogen leek door wat in elke andere context een verwoestende gebeurtenis had moeten zijn.
De video drong kortstondig door tot de reguliere media en leverde de nodige plichtmatige veroordelingen op. Velen kaderden het incident als een onderdeel van het bredere patroon van Israëlisch geweld, waarbij ze de aanhoudende genocide in Gaza benadrukten als het meest voor de hand liggende voorbeeld van deze ongebreidelde agressie.
Maar zelfs de context van algemeen geweld verklaart niet volledig waarom een Franse non werd geviseerd. Ze heeft geen donkere huidskleur, ze is Europees, ze is christelijk en ze heeft geen historische of territoriale aanspraken die doorgaans de ‘veiligheids’-paranoia van de zionistische staat zouden uitlokken.
Toch ging het hier allesbehalve om een "geïsoleerd" incident, ondanks het feit dat Israëlische functionarissen zich haastten om het als een “beschamende” uitzondering te bestempelen. Integendeel, de non werd juist aangevallen omdat ze christelijk is.
Dit roept de vraag op: waarom? Om dit te beantwoorden, moeten we erkennen hoe Palestijnse christenen systematisch uit de geschiedenis van hun eigen land zijn weggeschreven.
Palestijnse christenen zijn niet louter aanwezig in het land, ze behoren tot de gemeenschappen met de diepste historische roots in Palestina. Ze zijn allesbehalve ‘vreemdelingen’ of ‘toeschouwers’ die verstrikt zijn geraakt in een vermeend religieus conflict tussen joden en moslims. De aanwezigheid van de Arabische christenen in Palestina dateert zelfs van eeuwen vóór het islamitische tijdperk. Ze zijn de afstammelingen van historische stammen die de identiteit van de regio hebben vormgegeven lang voordat er sprake was van moderne politieke labels.
De marginalisering van de Palestijnse christenen is een relatief nieuw fenomeen, dat nauw verbonden is met het westerse kolonialisme. Eeuwenlang gebruikten Europese mogendheden het voorwendsel van het 'beschermen’ van christelijke gemeenschappen in Palestina om hun eigen imperiale interventies te rechtvaardigen.
Daardoor werden inheemse christenen niet afgespiegeld als soevereine Arabieren met zeggenschap en handelingsvrijheid (‘agency’), maar als beschermelingen van het Westen. Dit narratief beroofde hen in feite van hun inheemse status en vervreemdde hen in de ogen van de wereld van hun eigen nationaal-maatschappelijk weefsel. Het zionisme voegde een dodelijke laag toe aan dit narratief van uitwissing. Het heeft zichzelf vaak geprofileerd als “beschermer” van christenen om de woede van zijn westerse sponsors te vermijden.
In werkelijkheid zijn Palestijnse christenen echter onderworpen aan hetzelfde beleid van etnische zuivering, racisme en militaire bezetting als hun moslimbroeders en -zusters. Hoe kan de rampzalige afname van de christelijke bevolking anders worden verklaard?Vóór de Nakba van 1948 maakten Palestijnse christenen ongeveer 12% van de bevolking uit. Vandaag is dat aantal gedaald tot slechts 1%. Alleen al tijdens de Nakba werden tienduizenden Palestijnse christenen uit hun huizen in West-Jeruzalem, Haifa en Jaffa verdreven, hun eigendommen werden geplunderd en hun gemeenschappen ontmanteld.
Een snelle blik op de kaart van Jeruzalem en Bethlehem vandaag vertelt een verhaal van aanhoudende uitwissing. Jeruzalem wordt systematisch leeggemaakt van zijn autochtone bevolking, zowel christenen als moslims. Er gelden beperkingen voor christelijke eigendommen en gebedshuizen, en het ‘kleine stadje’ Bethlehem is opgeslokt door een ring van illegale nederzettingen en omringd door een acht meter hoge apartheidsmuur die de geboorteplaats van Christus in een openluchtgevangenis heeft veranderd.
Toch horen we zelden iets over de strijd voor overleving van de Palestijnse christenen. In plaats daarvan krijgt de wereld af en toe een glimp te zien van ‘incidenten’ – zoals de ingebakken gewoonte van joodse extremisten om in Jeruzalem op buitenlandse pelgrims en geestelijken te spugen. Dit gedrag is zo genormaliseerd dat Israëlische ministers, zoals Itamar Ben-Gvir, de daad eerder hebben verdedigd als een “eeuwenoud gebruik” dat niet moet worden gecriminaliseerd.
De reden dat het verhaal van de Palestijnse christenen zelden wordt verteld, is dat het niet netjes past in de opportunistische narratieven die westerse regeringen gebruiken. Zij willen het ‘conflict’ graag presenteren als een Joodse staat die vecht voor zijn identiteit tegen een monolithische ‘islamitische’ dreiging. Israël is doordrongen van datzelfde ‘Clash of Civilizations’-motief en positioneert zichzelf als de voorhoede van de 'westerse beschaving' tegen Arabisch extremisme.
Maar ook sommige Palestijnen, zowel moslims als christenen trappen in deze valkuil, zij het in mindere mate. De eersten stellen het Palestijnse verzet vaak voor als een uitsluitend islamitische strijd, terwijl sommige christenen precies het discours overnemen dat eigenlijk tot hun marginalisering heeft geleid.
De genocide in Gaza heeft echter aangetoond dat deze logica niet alleen onjuist is, maar ook onhoudbaar. Tijdens het bloedbad in Gaza heeft Israël meer dan 800 moskeeën verwoest, maar het heeft de christelijke heiligdommen niet gespaard.
Op 19 oktober 2023 viseerde een Israëlische luchtaanval een gebouw op het terrein van de Sint-Porphyriuskerk – een van de oudste kerken ter wereld. Bij deze slachtpartij werden 18 Palestijnse christenen gedood. Hun bloed vermengde zich met het stof van een heiligdom dat er al 1600 jaar stond. Het was een verwoestende herinnering aan het feit dat Israëlische raketten geen onderscheid maken tussen een moskee en een kerk, noch tussen het bloed van een moslim en een christen.
Het verhaal van de Franse non verdient de aandacht die het heeft gekregen, net zoals het viseren van pelgrims. Maar we mogen niet vergeten dat Palestijnse christenen een lijden doorstaan dat collectief is en diep geworteld in de bodem van Palestina zelf. Ze vormen nu een bedreigde gemeenschap, en Israël is de boosdoener. Het Palestijnse thuisland is pas heel wanneer het de bakermat is van religieuze coëxistentie, en Palestijnse christenen staan centraal in deze geschiedenis die twee millennia teruggaat. Hun voortbestaan is geen ‘minderheidskwestie’, maar een kwestie van het voortbestaan van Palestina zelf.
Dit vertaalde artikel verscheen eerder op 'Counterpunch'.