Op 15 augustus 2026 was het exact vijf jaar geleden dat de Taliban de macht opnieuw heroverde in Afghanistan, terwijl de VS zich terugtrok.
De VS zou zich niet meer in een oorlog storten zoals die in Afghanistan, waar het na 20 jaar, 2,3 triljoen dollar en honderdduizenden doden een ontluisterende aftocht blies. Resultaat nul: de Taliban namen op 15 augustus 2021 zomaar de macht weer in. “Dat doen we niet meer”, hield Donald Trump zijn kiezers in 2024 voor. Nochtans zit hij inmiddels in een oorlog verwikkeld die volgens Teheran nog zeer lang kan duren, zeker tot de volgende VS-verkiezingen eind 2028. Hebben ze in Washington dan niets geleerd?
Bondgenoten
Bij deze verjaardag kunnen de ‘bondgenoten’ van de VS best even stilstaan bij de gebeurtenissen van die 15 augustus 2021. Hoewel zij veel manschappen en geld in die langdurige oorlogsoperatie hadden gestoken, nam Washington beslissingen zonder ook maar in het minst rekening te houden met die bondgenoten. Ze werden niet eens op de hoogte gebracht van de hals over kop terugtrekking. Op dat gebied was er geen verschil tussen Donald Trump en Joe Biden, die hetzelfde misprijzen toonde voor de bondgenoten - die niet beter verdienen. De oorlog tegen Iran gaat op datzelfde stramien verder.
Terug naar Kaboel. Ook de meeste voormalige Afghaanse ‘bondgenoten’ werden in de steek gelaten. Afghanen die gedacht hadden dat de buitenlandse troepen welvaart en vrede zouden brengen, waren eraan voor de moeite. Sommigen vluchtten naar een van de landen die troepen stuurden en waren niet altijd welkom. Anderen probeerden dan maar te overleven onder het Talibanregime. De Taliban namen veel ambtenaren over van de vorige door de VS-gesteunde regering, bijvoorbeeld om het belastingsysteem draaiende te houden.
Normaal
Vandaag is het bewind van de Taliban onbedreigd. De terreurgroep Islamitische Staat of andere tegenstanders laten zich minder opmerken. Afghanen kunnen geruster op straat komen. Tenminste, de mannelijke helft van de ongeveer 45 miljoen Afghanen. Vrouwen mogen dat alleen vergezeld van een man en bedekt van top tot teen.
Dat imago van normaliteit is slechts schijn, valt in rapporten te lezen. VN-instanties hebben het over rampzalige hongertoestanden in grote delen van het land. Dat komt deels door een grote droogte, deels door de toestroom van 5 tot 6 miljoen Afghanen die door Iran en Pakistan naar hun land zijn teruggedreven en meestal berooid zijn, en deels door het wegvallen van veel internationale hulp. Hulp roept veel vragen op. Want hoe de Afghanen te helpen zonder het regime te steunen? En meer in het algemeen: hoe om te gaan met een bewind dat enkele zeer elementaire mensenrechten aan zijn laars lapt?
De internationale hulp bedroeg vóór de terugkeer van de Taliban 4 miljard dollar per jaar. Vorig jaar was dat 1,2 miljard dollar en dit jaar ligt het nog lager - al is de nood groot. Het is moeilijk te controleren wat er met de hulp gebeurt. De helft van het Afghaans overheidsbudget gaat naar ‘veiligheid’ -het leger en repressieapparaat- de rest naar wegen en de constructie van moskeeën. Welk deel van de hulp komt bij de mensen terecht die deze het hardst nodig hebben, zoals de Hazara’s in het midden van het land, waar de meeste bewoners honger lijden? De Hazara’s zijn sjiëten en hebben het onder het bewind van de streng soennitische Taliban extra zwaar te verduren.
Praten met Taliban
Tegen die gedachtegang wordt opgeworpen dat men via hulp en contacten de gematigde strekkingen onder de Taliban versterkt. Die ‘gematigden’ zouden zich dan kunnen afzetten tegen de greep van emir Haibatullah Akhundzada die vanuit Kandahar, ver van het ‘mondaine’ Kaboel, waakt over de strikte naleving van de regels van de sharia en een eigen pretoriaanse wacht van 8000 manschappen rond zich heeft. Gematigden? Dan vermeldt men onder andere minister van Binnenlandse Zaken Sirajuddin Haqqani. In mijn herinnering werd die indertijd vaak aangehaald als een van de hardliners. De term gematigden, roept ook herinneringen op aan de modjahedeen-groepen die tot 1992 vanuit Pakistan het communistisch bewind in Kaboel bestreden. Sommige van deze groepen werden ‘gematigd’ genoemd, maar in feite waren ze allemaal even extremistisch.
Wie gematigden zoekt, vindt die onder de bevolking zelf, waar het ongenoegen over de uitsluiting van meisjes vanaf 12 jaar uit het onderwijs al tot manifestaties leidde. Nu al is slechts 37% van de bevolking geletterd en dat wordt niet beter. Vooral omdat veel geletterden wegtrekken of dat overwegen. De Taliban kampen met een braindrain, aangewakkerd door de slechte economische toestand.
Kansen
De EU en de VS zijn hoe dan ook geneigd de contacten met de Taliban uit te breiden. Want zij zullen waarschijnlijk nog lang aan de macht blijven - of men dat nu graag heeft of niet. De Taliban ligt wel overhoop met de Pakistaanse militairen, die hen nochtans zo enthousiast aan de macht hielpen. Pakistan is boos omdat Kaboel de Pakistaanse Taliban laat opereren vanuit uitvalsbasis Afghanistan en ook omdat het op goede voet staat met Pakistans grote vijand India. Maar Pakistan kan hun bewind niet doen wankelen.
De keuze lijkt gemaakt. De EU ontving in juni een delegatie uit Kaboel om te praten over het terugsturen van asielzoekers. De VS onderhoudt diverse contacten met het regime en speelt zelfs informatie door over terreurbewegingen die actief zijn in de regio zoals IS Khorasan. De VS heeft echter al lang banden met de Taliban, al meer dan 30 jaar. In het midden van de jaren 1990 was er onder andere de zeer invloedrijke veiligheidsadviseur van wijlen VS-president Jimmy Carter, Zbigniew Brezinski, die voor enkele energiebelangen het perspectief zag om na een Talibanzege pijpleidingen aan te leggen vanuit Turkmenistan en andere gebieden in Centraal-Azië, dwars door Afghanistan naar Pakistan. Tot de aanslagen van 11 september 2001 heeft de VS een dubbelzinnige houding gehad tegenover de Taliban. Trump heeft daarin 2020 bij aangeknoopt, gevolgd door Biden.
Er is nog een andere reden waarom Washington en Brussel Kaboel niet kunnen negeren: er zijn kapers op de kust. Rusland heeft de stap gezet naar formele erkenning. China doet zaken in Afghanistan en wil daar in de mijnbouw investeren. India, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten hebben een basis gelegd voor nauwe samenwerking. Afghanistan heeft zeer veel bodemrijkdommen en is nu vrij stabiel. Zo een kans willen Amerikaanse en Europese ondernemingen best grijpen - de mensenrechtensituatie ter plaatse maakt daarbij geen verschil voor hen.
Dit artikel verscheen eerder op Uitpers.