Van Oslo tot ontheemding

Image
Palestina

Shutterstock.com

Van Oslo tot ontheemding
Artikel
10 minuten

Op 13 september 1993 stonden de Palestijnse leider Yasser Arafat en de Israëlische premier Yitzhak Rabin op het gazon voor het Witte Huis en schudden elkaar de hand voor de ogen van de wereld. Voor de Palestijnen droeg dat beeld een grotere hoop in zich: dat een overgangsproces zou leiden tot het einde van de Israëlische bezetting en de oprichting van een Palestijnse staat. 

De vijf jaar die bedoeld waren als overgangsperiode gingen voorbij. Dan 20 jaar. Nu zijn er 33 jaren verstreken. 

Misschien hebben we de duizenden pagina’s die over de Olso-akkoorden zijn geschreven niet nodig om te begrijpen waar we zijn beland. We hoeven alleen naar de landkaart te kijken. Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever zijn uitgebreid. Buitenposten (nederzettingen die ook volgens de Israëlische wetgeving [nog] niet legaal zijn) hebben zich over de heuvels verspreid. Wegen die niet toegankelijk zijn voor Palestijnen verbinden veel van deze nederzettingen met Israël en met elkaar. Palestijns land is geconfisqueerd of is steeds moeilijker bereikbaar geworden.

Oost-Jeruzalem wordt steeds meer omringd door nederzettingen. Zone C, dat meer dan 60% van de Westelijke Jordaanoever beslaat, blijft onder vergaande Israëlische controle wat betreft ruimtelijke ordening, bouw en grond. In Zone A, dat onder Palestijns civiel en veiligheidsbestuur zou moeten staan, blijven Israëlische strijdkrachten Palestijnse steden en vluchtelingenkampen binnenvallen, arrestaties verrichten, huizen slopen en wegen afsluiten.

En dan is er Gaza, dat deel uitmaakt van hetzelfde Palestijnse territorium waarvan de Palestijnen bij het aangaan van het Oslo-proces geloofden dat het op een dag hun eigen staat zou worden.

Tussen de handdruk van 1993 en de kaart van 2026 ligt het verhaal van 33 jaar. Eén vraag staat centraal: wie heeft de controle over het land en wie mag er nog blijven? 

Minder dan vijf maanden nadat Oslo was ondertekend, betrad de Israëlische kolonist Baruch Goldstein de Ibrahimi-moskee in Hebron tijdens het ochtendgebed in de ramadan en opende het vuur op Palestijnse gelovigen. Hij doodde 29 mensen. Minder dan twee jaar later vermoordde de Israëlische extremist Yigal Amir, Yitzhak Rabin, omdat hij tegen de politieke koers was die de premier had gevolgd. De gebeurtenissen waren verschillend, maar beide maakten al vroeg duidelijk hoe sterk de krachten waren die zich verzetten tegen ieder proces dat uiteindelijk een einde zou kunnen maken aan de Israëlische bezetting van Palestijns grondgebied.

De onderhandelingen gingen door, evenals de uitbreiding van de nederzettingen. En dit werd de centrale contradictie van Oslo: de Palestijnen onderhandelden over een staat, terwijl het gebied waarop die staat zou moeten komen onder hun neuzen veranderde. Misschien is er geen plek die dit duidelijker illustreert dan E1, dat tussen het bezette Oost-Jeruzalem en de Israëlische nederzetting Ma’ale Adumim ligt. Het belang van dit gebied draait niet alleen om het aantal kolonistenwoningen dat er gebouwd zou kunnen worden, maar vooral om wat die nederzetting met de kaart zou doen. Expansie in E1 bedreigt de territoriale samenhang van de noordelijke en zuidelijke Westelijke Jordaanoever en zorgt er bovendien voor dat Oost-Jeruzalem verder wordt afgesneden van de Palestijnse gebieden.

De internationale gemeenschap spreekt nog steeds serieus over een Palestijnse staat binnen de grenzen van 1967, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad, maar waar zou die staat dan precies moeten komen als het grondgebied zelf steeds verder wordt versplinterd?

Regeringen kunnen eindeloos verklaringen afleggen ter ondersteuning van een tweestatenoplossing. Maar kaarten lezen geen verklaringen. Ze leggen vast wat er is gebouwd, wie de controle over het land heeft en wie er toegang toe krijgt.

Dezelfde contradictie zien we in Zone A. De verdeling van de Westelijke Jordaanoever in A, B en C-zones in het kader van de Oslo-akkoorden was tijdelijk bedoeld. Toch is wat tijdelijk was, nagenoeg permanent geworden. Tegelijk beletten de grenzen die door Oslo zijn gecreëerd niet dat Israëlische strijdkrachten gebieden binnengaan die onder Palestijnse controle zouden moeten staan. Sinds begin 2025 hebben grootschalige Israëlische militaire operaties meer dan 33.000 Palestijnse vluchtelingen uit de vluchtelingenkampen van Jenin, Tulkarm en Nur Shams verdreven. Velen van hen kunnen nog steeds niet terugkeren. Voor mij is dit een van de pijnlijkste beelden van het post-Oslo tijdperk: een Palestijnse vluchteling, wiens familie eerder al eens ontheemd raakte, die opnieuw wordt verdreven - ditmaal uit het vluchtelingenkamp zelf. Er zijn politieke discussies over Oslo, over veiligheidsafspraken en over de vraag wie welke overeenkomst heeft geschonden. Maar welke woorden beschrijven een vluchteling die voor de tweede keer vluchteling wordt?

Ook de uitbreiding van nederzettingen wordt vaak gereduceerd tot het beeld van huizen die op een heuvel verschijnen. Maar voor Palestijnen die in de buurt wonen, is een nederzetting niet simpelweg een huis. Het is eveneens een weg, een checkpoint, een toegangspoort, een buitenpost, een veld dat een boer niet langer veilig kan bereiken en een graasgebied dat een herder niet langer kan gebruiken. In de eerste acht maanden van 2026 documenteerde de Verenigde Naties meer dan 1.600 aanvallen door Israëlische kolonisten waarbij Palestijnen gewond raakten of eigendommen werden beschadigd, verspreid over 275 gemeenschappen. 

Cijfers alleen leggen echter niet uit wat er daarna gebeurt. Kan de boer na een aanval terugkeren naar zijn veld? Kan de herder morgen terugkeren naar dezelfde heuvel? Kan een gezin blijven wonen op een plek waar iedere tocht naar zijn grond uitmondt in een confrontatie?

Neem het dorp Al-Mughayyir, ten noordoosten van Ramallah. Begin september waren daar dit jaar al meer dan 56 kolonistenaanvallen gedocumenteerd waarbij mensen gewond raakten of eigendommen werden beschadigd. Rond het dorp zijn de buitenposten van de nederzettingen uitgebreid, terwijl het voor Palestijnen steeds moeilijker is geworden om hun landbouwgronden en weides te bereiken. Op 2 september, te midden van een nieuwe periode van kolonistenaanvallen en militaire operaties, werden in Al-Mughayyir twee Palestijnse kinderen doodgeschoten door Israëlische strijdkrachten. Op dat moment is de uitbreiding van nederzettingen niet langer gewoon een kwestie van bebouwing op een heuvel. Het wordt een systeem van druk op een dorp en op de mogelijkheid van de inwoners om er te blijven.

Er is ook het water. Een Palestijnse boer kan wettelijk eigenaar zijn van zijn grond, maar wat betekent eigendom als hij het niet kan besproeien met water? Deze vraag is vooral prangend in de Jordaanvallei. In het agrarische dorp Bardala sloopten Israëlische soldaten dit jaar zeven landbouwkassen, met een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 11 dunams (1,1 hectare). Ook de leidingen die de kassen van water voorzagen werden vernietigd. In het licht van de krantenkoppen over oorlog en doden lijkt dit natuurlijk een klein incident, maar voor een boer die wacht op water om zijn gewas te redden, is het dat allerminst. Als de watervoorziening dagenlang wegvalt, kan hij een volledige oogst verliezen. Als het probleem aanhoudt, kan hij zijn inkomen verliezen. Als de toegang tot water een voortdurende strijd wordt, kan landbouw zelf onmogelijk worden gemaakt. En wanneer het onmogelijk wordt voor een Palestijn om zijn land te bewerken, verliest hij niet alleen een oogst, maar verliest hij een van de belangrijkste redenen om op zijn land te blijven. Ontheemding begint daarom niet altijd met een bulldozer die een huis afbreekt. Het huis kan blijven staan, terwijl het veld verdort, het graasgebied kleiner wordt, de weg wordt afgesloten en de aanvallen doorgaan. Uiteindelijk pakt de hele familie haar spullen en vertrekt. Vanop afstand kan dat vertrek vrijwillig lijken, maar het gebeurde niet in een vacuüm.

En dan hebben we het nog niet over Gaza gehad. Gaza en de Westelijke Jordaanoever hebben niet dezelfde realiteit ervaren, maar beide maakten deel uit van het Palestijnse grondgebied waarvan de Palestijnen bij het aangaan van het Oslo-proces geloofden dat het uiteindelijk hun eigen staat zou worden. 

In 2005 verwijderde Israël zijn nederzettingen uit Gaza en trok het zijn permanente grondtroepen uit het territorium terug. Terwijl de kolonisten verdwenen uit Gaza, bleef het nederzettingenproject zich op de Westelijke Jordaanoever uitbreiden. Nadat Hamas in 2007 de controle over Gaza had overgenomen, legde Israël een strenge blokkade op. Ook Egypte handhaafde beperkingen bij Rafah, de enige grensovergang van Gaza naar dat land.

Op 7 oktober 2023 lanceerden Hamas en andere Palestijnse gewapende groeperingen een grootschalige aanval op Israël. Israëlische burgers en militairen werden gedood en er werden gijzelaars meegenomen naar Gaza. Dat is een feit en dat moet worden erkend. Maar daarmee is het verhaal van wat daarna gebeurde niet verteld. Tegen 9 september 2026 was het gedocumenteerd aantal Palestijnse doden in Gaza sinds oktober 2023 opgelopen tot 73.669. Volgens het ministerie van Volksgezondheid van Gaza waren in dezelfde periode 174.652 mensen gewond geraakt. Hele wijken zijn verwoest. Gezinnen zijn herhaaldelijk verdreven. Honderdduizenden woningen zijn beschadigd of vernietigd, evenals ziekenhuizen, scholen, wegen, waterleidingssystemen en andere essentiële infrastructuur.

In september 2025 concludeerde de Onafhankelijke Internationale Onderzoekscommissie van de Verenigde Naties dat Israëlische autoriteiten en veiligheidstroepen genocide hadden gepleegd op de Palestijnen in Gaza en daar nog steeds mee doorgingen. In juni 2026 kwam de commissie met nieuwe bevindingen over schendingen tegen Palestijnse kinderen en concludeerde ze dat het doelbewust viseren van kinderen had geleid tot daden van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

Israël verwerpt deze bevindingen en ontkent genocide te hebben gepleegd. Gaza heeft echter geen juridische taal of statistieken nodig om zijn verhaal te vertellen. Stel één gezin een eenvoudigere vraag: is er nog een huis om naar terug te keren? En stel op de Westelijke Jordaanoever een andere vraag: zullen Palestijnen überhaupt nog op hun eigen gronden kunnen blijven? De ervaringen zijn verschillend, maar op beide plaatsen is het 'kunnen blijven' zelf een politieke en menselijke kwestie geworden.

Zet al deze realiteiten op één kaart en het beeld wordt moeilijk te negeren. In Gaza: dood, vernietiging en herhaalde ontheemding. In Oost-Jeruzalem: de uitbreiding van nederzettingen, de sloop van woningen en ontheemding. In Gebied C: nederzettingen, buitenposten en druk op Palestijnse gemeenschappen. In E1: een bedreiging voor de territoriale samenhang. In de Jordaanvallei: niet alleen de beperking van de toegang tot gronden, maar ook tot water, wat bepaalt of mensen hun gronden kunnen bewerken en er kunnen blijven wonen.

Na 33 jaar is het niet langer genoeg dat regeringen zeggen dat ze zich blijven inzetten voor de tweestatenoplossing. Als de wereld werkelijk twee staten wil, moet ze nu de voorwaarden beschermen die een Palestijnse staat fysiek mogelijk maken: een onafhankelijke en soevereine staat binnen de grenzen van 1967, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Dat betekent het stoppen van de uitbreiding van de nederzettingen, het voorkomen van verdrijving, het beschermen van Palestijnse eigendommen en watervoorraden en het stopzetten van projecten die de territoriale samenhang vernietigen. Dit zijn geen kwesties die kunnen worden uitgesteld tot een volgende onderhandelingsronde. Zij bepalen net of er straks nog iets overblijft om over te onderhandelen.

Als de internationale gemeenschap over twee staten blijft spreken terwijl dit op het terrein onmogelijk wordt gemaakt omdat één staat zijn controle over het gebied tussen de Middellandse Zee en de Jordaan verder consolideert, kan de volgende vraag niet langer worden ontweken: wie wil een permanente één-staat-realiteit verdedigen waarin Palestijnen en Israëli’s niet over gelijke nationale en politieke rechten beschikken?

Het is niet aan mij of dit artikel om namens Palestijnen en Israëli’s te bepalen hoe de uiteindelijke politieke regeling eruit moet zien. Maar één principe zou eenvoudiger moeten zijn dan iedere kaart en iedere onderhandelingsformule: de toekomst kan niet bestaan uit een permanente overheersing van het ene volk door het andere. Of er zijn twee volwaardige staten: Israël en een onafhankelijke, soevereine Palestijnse staat binnen de grenzen van 1967, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Of er moet -indien de realiteit die is gecreëerd die oplossing onmogelijk maakt- één democratische staat komen waarin Palestijnen en Israëli’s gelijke rechten en gelijkwaardig staatsburgerschap genieten.

De internationale gemeenschap kan de tweestatenoplossing niet met woorden verdedigen, in de praktijk accepteren dat één staat de controle uitoefent over het hele gebied en binnen de werkelijkheid die daaruit ontstaat gelijke rechten afwijzen.

In september 1993 keek de wereld toe hoe Arafat en Rabin elkaar de hand schudden. De vraag was toen: Wanneer wordt de Palestijnse staat opgericht? Drieëndertig jaar later treedt een heel andere vraag op de voorgrond: welk territorium zal er voor die staat overblijven, en wie zal er dan nog zijn om erin te leven? 

Landkaarten leggen geen intenties vast. Ze laten zien wat er uiteindelijk is ontstaan. Wanneer een boer wordt verhinderd zijn land te bereiken, wanneer een herder zijn weides verliest, wanneer een veld afgesloten wordt van water, wanneer een huis wordt gesloopt en wanneer een vluchteling opnieuw uit een vluchtelingenkamp wordt verdreven, is het niet alleen het leven van individuele mensen dat verandert. Het is de kaart die verandert. De vraag is daarom niet langer simpelweg: waar is de Palestijnse staat? De vraag is ook: is er nog voldoende aaneengesloten grondgebied voor het bestaan van zo’n staat. En zullen Palestijnen er kunnen blijven?

Er kan van mening verschild worden over de naam, de grenzen of de structuur van de uiteindelijke oplossing. Maar geen enkele permanente oplossing kan betekenen dat het ene volk volledige nationale en politieke rechten geniet, terwijl een ander volk onder zijn controle blijft zonder dezelfde fundamentele rechten.

Een bombardement kan stoppen, een militaire inval kan eindigen, een bulldozer kan vertrekken, een checkpoint kan worden verwijderd, maar als een gezin zijn huis is kwijtgeraakt, als een boer geen toegang meer heeft tot zijn grond, als een oogst verloren is gegaan omdat het water het land niet meer bereikt, of als een vluchteling opnieuw is ontheemd, blijft het resultaat zichtbaar op de kaart.
Het land ligt waar het altijd al lag. Wat verandert, is wie erop mag blijven leven.


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Lees meer

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Campagne

BDS

BDS

De Boycot, Desinvestering & Sancties-beweging (BDS) wil een einde brengen aan de internationale steun voor de Israëlische onderdrukking van de Palestijnen. Vrede vzw ondersteunt de BDS-beweging in België. 

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.


Source URL: https://vrede.be/nieuws/van-oslo-tot-ontheemding