‘Gilets jaunes’ en ‘gilets jeunes’ samen op straat. Zaterdag 17 juli waren ze met 800.000 in meer dan 100 plaatsen. Ik wou deze gebeurtenis op het scherm volgen, via de Franse nieuwszender 'La Chaine Info' (LCI) van de Groupe Bouygues. Wat ik te zien kreeg waren inbraken in stadhuizen, vernielingen, kleine en grotere branden. Het onderschrift ’urgent’ had telkens betrekking op geweld - niet dat van de politie, wel van groepjes mensen die weinig of vaak niets met de manifestaties te zien hadden. Zaterdag was volgens dit mediakanaal, net zoals volgens vele andere, louter een dag van geweld. De 800.000 boze maar vreedzame manifestanten waren niet te bespeuren in het nieuws.
Het oog van de camera
800.000 mensen die in een Franse colère zijn geschoten. Ze zijn het beu hun inkomen te zien dalen, de openbare diensten te zien verkwijnen en dagelijks te horen te krijgen dat er moet gesnoeid worden, terwijl de patroons 211 miljard euro subsidies krijgen die grotendeels naar aandeelhouders gaan. Er is woede over de groeiende ongelijkheden, over de crisis in het onderwijs, en ook over het toenemend geweld onder het bewind van president Emmanuel Macron.
Nogal wat media hebben geen oog voor het geweld van de politie die gewoon de richtlijnen van de minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nuñez uitvoert: van bij het begin zoveel mogelijk manifestaties opbreken. Diens ministerie had vooraf gezegd dat er hoogstens 110.000 manifestanten werden verwacht zaterdag. De politie moest maar zorgen dat het er niet meer werden. Agenten zijn vanaf de ochtend wild tekeer gegaan om de eerste samenkomsten op te breken. In Saint-Etienne heeft opnieuw een manifestant een hand verloren door een politiegranaat.
Sinds het scholierenprotest uitbrak op 21 september, breidde het zich begin oktober uit tot een nationale protestbeweging. Tijdens het onderdrukken van dit protest schuwt de politie het geweld allerminst, wat heeft geleid tot honderden gewonde scholieren. Franse advocaten en mensenrechtenorganisaties meldden dat verschillende tieners zelfs verwondingen hebben opgelopen die doen denken aan oorlogsletsels. Zo verloor minstens één scholier een oog en een andere een hand. Daarnaast is een ongekend groot aantal minderjarigen in politiehechtenis genomen.
De media-aandacht gaat echter niet naar politiegeweld of de grieven van 800.000 mensen, maar naar de vernielingen. Ook de buitenlandse media hebben vooral aandacht voor de bestorming van enkele stadhuizen en de plunderingen, zoals bij Galerie Lafayette waar tassen werden gestolen van Louis Vitton, eigendom van Bernard Arnault, de rijkste man van Europa (zijn persoonlijk vermogen wordt geschat op 145 miljard euro). Arnault dreigt Frankrijk te verlaten als hij belastingvoordelen zou verliezen.
A qui profite le crime
LCI zond zondag 18 juli doorlopend detailbeelden van geweld en vernielingen uit. Dat is wat we van de protestdag moeten onthouden. President Macron wijdde inmiddels een speciale boodschap aan het geweld - niet aan het politiegeweld, noch aan de grieven van de manifestanten.
Maar vanwaar dat geweld van actievoerders? En van welke actievoerders? Want zoals een week eerder tijdens de vakbondsactie in Brussel hebben die gewelddadige groepjes niets te maken met de manifestaties. ‘A qui profite le crime?’ Wie heeft er baat bij dat geweld? Zeker niet de massa’s die door de straten marcheren om hun woede en verontwaardiging vreedzaam over te brengen. Het geweld werkt hun zaak net tegen.
Dat demonstranten er zelf zo weinig greep op hebben, ligt bij deze manifestaties aan de spontane aard ervan. Het was niet duidelijk wie organiseerde zaterdag. Alles passeerde via TikTok, waar oproepen enkele miljoenen keren werden aangeklikt. De Gele hesjes-beweging? Dat is geen organisatie. Ook de scholieren en studenten zijn nauwelijks georganiseerd. Bijna nergens was er een duidelijke verzamelplaats. In Parijs heeft de vakbond 'Confédération générale du travail' (CGT) dan maar een parcours uitgestippeld voor de 150.000 betogers.
Spontaneïteit is sympathiek, maar houdt grote risico’s in. Vakbonden hebben een traditie van eigen ordediensten. Macron heeft echter zeer bewust het ‘middenveld’, vooral de vakbonden, afgezwakt, wat mee geresulteerd heeft in de gebrekkige organisatie van de actiedag van 17 oktober.
Alweer Mélenchon
Deze omstandigheden geven meer ruimte aan geweldplegers van alle slag, en dat is heel nadelig voor de actie in het algemeen. Macron zelf merkt dat op, maar zijn eerste minister Sébastien Lecornu duidelijk niet. Het enige wat die om middernacht wist te zeggen, was dat het allemaal de schuld is van Jean-Luc Mélenchon, de presidentskandidaat van het linkse ‘La France insoumise’ (LFI). Voor Lecornu en Nuñez gaat het hier enkel om een straatoproer van “l’ultra-gauche” dat streng de kop moet worden ingedrukt. Alsof het allemaal een complot is van de snode Mélechon.
Wie zijn dan de geweldplegers, de ‘casseurs’? Naast opportunisten, ongetwijfeld ook personen die echt denken dat er geweld nodig is om zich te laten horen. Ze vergissen zich erg als ze denken dat dit het systeem verzwakt, wel integendeel. Het systeem profiteert volop van het geweld, het verantwoordt het geweld van de politie en leidt vooral de aandacht af van de legitieme bezorgdheden van de demonstranten, zoals de stijgende kosten van het levensonderhoud.
In een VRT-journaal eerder deze week ging het verslag over de grote scholierenbetogingen ook al over het geweld. Over de motieven waarom die jongeren hun scholen blokkeren en manifesteren, kwam ik niets te weten.
Wordt dat geweld dan vanuit het systeem of uiterst rechts hoek aangemoedigd of zelfs aangestookt? In Parijs hebben manifestanten inderdaad een ‘casseur’ ontmaskerd als een politieman. Is hij de enige? Hoeveel provocateurs zijn er bij de grote politiebond ‘Alliance’, dat zowat een aanhangsel is van het extreemrechtse Rassemblement National. De politie staat al grotendeels klaar voor het mogelijke presidentschap van Marine Le Pen. Zij raadde de journalisten van de alternatieve nieuwssite Mediapart alvast aan een kogelvrije vest aan te trekken. A qui profite le crime?
Dit geredigeerde artikel verscheen ook op Uitpers.