De kost van (een zoveelste) oorlog, terwijl we de klimaatverandering zouden kunnen bestrijden 

Image
fuck war

Foto: Stefan van Parijs

De kost van (een zoveelste) oorlog, terwijl we de klimaatverandering zouden kunnen bestrijden 
Artikel
13 minuten

Wat hebben een 6-jarige in de Verenigde Staten en een 85-jarige in Rusland gemeen, behalve dat ze zich aan weerszijden van een oorlog bevinden? Ze voelen allebei de druk van een opwarmende planeet. 

“Gaat de Aarde zo heet worden, dat we niet kunnen overleven?”, vroeg mijn jonge zoon me afgelopen zomer terwijl we door de bossen wandelden achter ons huis in Maryland. Ik was het niet zeker, antwoordde ik aarzelend. (Niet bepaald het meest geruststellende antwoord van een moeder op een vraag die ik mezelf iedere dag stel.) We hadden net mijn jongste kind thuis achtergelaten omdat haar adem begon te piepen toen ze naar buiten kwam op deze juli ochtend van al meer dan 37,5 graden Celsius.

Een paar zomers daarvoor, tijdens een bezoek aan een stadje zo’n 7250 km verder, nabij Sint-Petersburg, Rusland, zei een oudere vriendin van me: “Wanneer is het zo heet geworden?”. Net zoals mijn dochter ademde ze moeilijk.

Sinds de jaren 1990 reis ik als een antropoloog van mensenrechten en oorlog, regelmatig naar Rusland. Ik was toen op bezoek in de boerderij waar mijn vriendin gewassen teelde om toe te voegen aan het voedsel dat ze kocht met de overheidstoelage waar ze recht op had als overlever van het Nazi-beleg van haar stad tijdens Wereldoorlog II.

Ze wees naar de appels in haar boomgaard en schudde haar hoofd. Ze werden elke herfst ingeblikt en vormden een onderdeel van haar dieet, maar er leken elk jaar minder appels te groeien. Zou ze sterven aan honger en hitte na het overleven van een oorlog, vroeg ik me af?

Als ik mijn bezorgdheid over ons opwarmende klimaat ter sprake bracht, maakte ze meestal een grapje. “We kunnen hier in Rusland wel een beetje mondiale opwarming gebruiken”, zei ze terwijl ze gebaarde naar het door ijspegels gedomineerde landschap rond haar houten huis.

Ik hoorde vaak een versie van dit satirisch refrein in steden in heel Rusland, waar de lucht zo koud kan worden dan ze de longen prikt. Tijdens dat laatste bezoek was het echter duidelijk dat zowel de vorst als de hitte steeds strenger en onvoorspelbaarder werden.

Ik zag een groeiend bewustzijn van milieukwesties in Rusland.

Zowel onder kennissen als activistische collega’s zag ik een groeiend bewustzijn van milieukwesties zoals ontbossing en watervervuiling. Maar ze waren voorzichtig in wat ze zeiden, aangezien Russische niet-gouvernementele organisaties regelmatig geconfronteerd werden met bedreigingen en zelfs politiek gemotiveerde aanklachten die hen konden dwingen te sluiten.

Toch had ik doorheen Rusland ook voorbeelden gezien van lokale autoriteiten die luisterden naar dergelijke activisten en soms kleine veranderingen doorvoerden zoals het stopzetten van houthakactiviteiten om de voedselbevoorrading van gemeenschappen veilig te stellen of het blokkeren van constructieprojecten die de plaatselijke bronnen vervuilden.

En de klimaatverandering werd alsmaar moeilijker te negeren, zelfs voor de autocratische president Vladimir Poetin, met Siberië dat recent nog letterlijk in brand stond en de smeltende permafrost die een ‘methaan-tijdbom’ van broeikasgassen creëert en zo de wereldwijde opwarming op een potentieel rampzalige manier kan opdrijven. 

De milieukost van oorlog

Het lijkt ironisch, hoewel niet bepaald verrassend, dat door Oekraïne binnen te vallen vorige maand, alweer een andere leider die beweert in te zitten met de toekomst van de mensheid, een nieuwe oorlog ontketend heeft op deze planeet (net wat we nodig hadden!).

Deze beslissing lokte beelden uit die me achtervolgen over klimaatopwarming in de context van oorlog - de uitlaatgassen van de rijen auto's die wegrijden van de Oekraïense steden zoals Kiev en de miljoenen burgers die de vernietigende bombardementen van het Russisch leger blijven ontvluchten. Of denk aan de rook boven de militaire basis die aangevallen werd door Rusland in het westen van Oekraïne, of de beelden van de wanhopige inwoners van de belegerde havenstad Marioepol die hout verbranden om zich warm te houden. 

In 2011, hielp ik het 'Costs of War Project' van de Brown Universiteit mee opstarten. Dit project nam eerst de taak op zich om de menselijke en financiële kosten van de Amerikaanse 'Mondiale Oorlog Tegen Terreur' vast te stellen, en nu ook van gewapende conflicten zoals hetgeen zich aan het afspelen is in Oekraïne.

Terwijl die Russische invasie zo rampzalig aanhoudt, zou het voor ons allen duidelijk moeten zijn dat elke oorlog een andere moordenaar op deze planeet alleen maar verder zal helpen - en die moordenaar is natuurlijk de klimaatverandering.

We hebben het Costs of War Project-precies opgestart omdat het werkelijk aantal slachtoffers en de financiële kosten van gewapende conflicten notoir moeilijk te berekenen zijn door de opzettelijke belemmeringen van de overheid, om nog maar te zwijgen van de chaos van de strijd.

Maar er is een andere kost die maar al te duidelijk komt bovendrijven, een kost die we moeten erkennen. Denk maar aan de enorme hoeveelheden energie die worden verbruikt om gevechtsvliegtuigen te besturen, of raketten af te vuren, of soldaten te verplaatsen en te bevoorraden, of een konvooi tanks naar Kiev te sturen. Dit alles -op zichzelf al verwoestend- maakt nu ook deel uit van een andere oorlog, de menselijke oorlog die deze planeet opwarmt en steeds meer van zijn bijna acht miljard bewoners treft. Moderne oorlogsvoering is tenslotte beangstigend energie-intensief.

Moderne oorlogsvoering is beangstigend energie-intensief.

Tijdens één enkele missie in 2017 vlogen twee Amerikaanse B2-B Stealth straaljagers bijvoorbeeld meer dan 19.000 km om doelwitten van de Islamitische Staat in Libië te bombarderen. Zij alleen stootten daarbij ongeveer 1000 ton broeikasgassen uit. We weten dat de uitstoot van broeikasgassen van het VS-leger jaarlijks groter is dan die van landen als Denemarken, Portugal en Zweden. En vergeet de Russen even: de VS heeft nog altijd militaire operaties lopen in meer dan 85 landen (en daar kunnen er nog bijkomen!).

Erger nog, het uitvechten van een oorlog betekent dat energie en middelen besteed worden aan moorden in plaats van aan duurzame ontwikkeling. Landen die bij dergelijke conflicten betrokken zijn, zelfs als is het in de marge, hebben waarschijnlijk een veel beperktere capaciteit om die andere oorlog, de milieu-oorlog, aan te pakken. Neem bijvoorbeeld Italië en Duitsland.

In het zog van de invasie van Oekraïne worden zij geconfronteerd met de noodzaak om de aardgas en andere brandstoffen die geïmporteerd werden vanuit Rusland te vervangen. Italië heeft nu voorlopige plannen om eerder gesloten steenkoolmijnen te heropenen. En Duitsland, dat zonder de Russische energieleveringen te kampen heeft met een nog grotere energiecrisis, zou zijn plannen om zijn laatste steenkoolcentrale te sluiten nu kunnen uitstellen tot 2030. Beide voorbeelden zijn kleine klimaatrampen.

We kunnen ons uiteraard ook niet voorstellen wanneer de Oekraïense steden zich opnieuw zullen kunnen toeleggen op het aanpakken van de klimaatverandering. Het nu vernietigde Marioepol is een uitstekend voorbeeld. Ooit bestempeld door het ‘Green Cities Program’ van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling als een van de meest “geëngageerde” steden wat betreft inspanningen om te investeren in hernieuwbare energie en het saneren van watervervuiling, is ze nu verwikkeld in een wanhopige strijd om te overleven. 

Volgens het 'Conflict and Environment Observatory' moet de belangrijkste energiecentrale in de Donbas-regio sinds het begin van de oorlog tussen het Oekraïens leger en de door Rusland gesteunde separatisten in 2014, reserves van laagwaardige sterk vervuilende brandstof gebruiken. De hoogwaardige variant die ooit geleverd werd door de centrale regering van Oekraïne is daar niet langer beschikbaar.

Andere gevolgen van deze oorlog en gelijkaardige oorlogen omvatten het omkappen van bossen om vluchtelingen te kunnen huisvesten en het leveren van energie aan de vluchtelingenkampen via gasgeneratoren. Geïmproviseerde, gevaarlijke methodes van afvalverwerking zoals de brandputten op de militaire basissen in Irak zijn een ander voorbeeld van de milieuvernietigende methodes die zo vaak ingevoerd worden in oorlogsomstandigheden.

De VS en zijn klimaatinactiviteit

Krantenkoppen die waarschuwen voor de nakende milieuramp (voor zover die er al waren), worden de laatste tijd verdrongen door krantenkoppen over oorlog. We hebben het allemaal over de mogelijkheid van Wereldoorlog III, maar er zijn veel te weinig conversaties over de klimaatimpact van de militaire opbouw die Europa nu al zo radicaal treft.

Er zijn veel te weinig conversaties over de klimaatimpact van de militaire opbouw die Europa nu al zo radicaal treft.

Beschouw het als typerend voor onze tijd (waarbij VN-secretaris-generaal António Guterres een  uitzondering vormt) dat president Biden het thema klimaatverandering in wezen oversloeg tijdens zijn recente State of the Union-toespraak. Hij kreeg wel een applaus van beide partijen in het Congres omdat hij de Amerikanen opriep zich te verenigen ter ondersteuning van Oekraïne.

Een reeds enorm teruggeschroefde versie van zijn ‘Build Back Better’-uitgavenwet, die ooit 3,5 biljoen dollar had kunnen kanaliseren naar investeringen in sociale diensten en propere energie, kon niet eens voldoende stemmen vergaren binnen zijn eigen partij om door de Senaat te geraken. (Bedankt steelkoolmagnaat Manchin!) Maar amper twee weken na de start van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne, stemde de twee partijen in de Senaat met 68-31 voor een uitgavewet van 1,5 biljoen dollar die 13,6 biljoen dollar aan militaire en humanitaire hulp aan Oekraïne voorziet.

Het pakket omvat het uitsturen van tienduizenden VS-troepen naar NAVO-landen, de betaling van 350 miljoen dollar aan wapens die de VS al naar het Oekraïens leger stuurde, onze inlichtingenhulp aan het land, en geld om de sancties tegen Rusland te helpen afdwingen. En het was duidelijk dat de kraan nog maar net opengedraaid was.

Tegen week drie van de oorlog had de Biden-regering nog eens 800 miljoen dollar toegevoegd voor wapens en beschermende uitrusting voor het Oekraïens leger. Zopas zegde ze 1 miljard dollar extra toe om de Europese landen te assisteren bij het opvangen van Oekraïense vluchtelingen, terwijl ze zelf beloofde 100.000 Oekraïense vluchtelingen te zullen toelaten op Amerikaanse bodem. 

De menselijke kost van de oorlog blijft zich uiteraard dag na dag ontvouwen, terwijl delen van Oekraïne vernietigd worden en duizenden mensen aan beide zijden gedood worden in de gevechten – hoewel de schattingen van de aantallen sterk uiteenlopen. Dat is een deel van het probleem. Het berekenen van de werkelijke kost van oorlogen duurt jaren, terwijl zelfs voor de rook optrekt en nauwelijks opgemerkt een andere oorlog broeit, een milieugerelateerde, waarvan het aantal slachtoffers op lange termijn duizelingwekkend zal zijn.

Milieubloedbad, toen en nu

De klimaatverandering schaadt overal de menselijke gezondheid, de natuurlijke omgeving en onze infrastructuur. Volgens het laatste rapport van het Intergouvernementeel Panel rond Klimaatverandering van de VN, waren deze effecten -waaronder het verhevigen van extreem weer, een grotere frequentie en spreiding van ziektes, ernstige toekomstige watertekorten voor ongeveer de helft van de wereldbevolking op jaarbasis, en veel meer overstromingen en droogtes- al aan het intensiveren voor de meest recente oorlog begon. 

Gezien de huidige graad van energieconsumptie in de wereld en de temperatuurverandering die daarmee gepaard gaat, zeggen wetenschappers dat we tegen 2100 de volgende resultaten mogen verwachten: een vijfvoudige stijging van extreme weersgebeurtenissen zoals overstromingen en bosbranden; een sprong in het percentage van de wereldbevolking dat blootgesteld wordt aan hittestress van 48% tot 76%; meer dan een miljard kustbewoners die tegen het midden van de eeuw al negatief getroffen worden door de stijgende zeespiegel en andere klimaatrisico’s; en tegen dan ook een bijkomende 183 miljoen ondervoede mensen. 

Ergens in deze golf van slecht klimaatnieuws kan er echter een vreemd lichtpuntje zitten: een dergelijke waaier aan potentiële klimaatcrisissen die geen aandacht hebben voor grenzen zou uiteindelijk het potentieel moeten hebben om ons dichter te brengen bij onze geopolitieke vijanden (hoewel dat nu nog minder waarschijnlijk lijkt dan voor de oorlog in Oekraïne, zeker nu Poetins klimaatgezant uit protest zijn ontslag heeft ingediend).

De ontwikkeling van klimaatdiplomatie is nog nooit zo dringend geweest.

De ontwikkeling van klimaatdiplomatie is nog nooit zo dringend geweest, want zonder collectieve klimaatactie die gericht is op het creëren van een CO2-neutrale wereld tegen 2050, zullen we deze strijd allemaal verliezen. 

In 2010 deed ik een vierdaagse trip met de trein van het Russische Sint-Petersburg naar de Krasnodar-regio nabij Oekraïne voor de trouw van een vriend. De hitte was die juli al versmachtend. Droogte had geleid tot bosbranden die over heel Europees Rusland raasden, Moskou bedekten met ellendige rook en naar verluidt resulteerden in tienduizenden extra sterfgevallen door verschillende oorzaken gerelateerd aan hitte, vervuiling en de branden zelf. 

Net als ik, openden andere passagiers de ramen van onze slaapwagons voor wat frisse lucht, maar de lucht was zo rokerig dat onze gezichten binnen enkele minuten bedekt waren met roet. Op een bepaald moment stapte een groep nieuwe rekruten van het Russische leger op mijn wagon -magere adolescenten met door acne bedekte gezichten. Ze maakten grapjes over hoe de lucht hen deed voelen alsof ze de hele dag sigaretten hadden gerookt, terwijl ze net probeerden om niet te roken zodat ze in staat zouden zijn om de missie die op hen wachtte in het door conflicten geteisterde Russische grensland uit te voeren. (Poetins crew voerde op dat moment een oorlog tegen de opstand in het nabijgelegen Tsjetsjenië.) De soldaten schraapten hun kleingeld bij elkaar en stonden erop om met iedereen maaltijden te delen die ze bereidden van goederen die ze kochten op de openluchtmarkten waar de trein stopte. 

Tijdens die trip 12 jaar geleden voelde het al aan alsof er iets aan het veranderen was in de relatie van Rusland met de wereld. Het werd steeds moeilijker voor journalisten om kritisch te zijn voor de regering, in het bijzonder voor het militair apparaat. Er doken luxe-restaurants, autodealers en cosmetica-winkels op, maar de gewone Russen hadden het nog steeds moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen.  

Als de trein stopte in kleine steden zagen de grootmoeders en kinderen met hun papieren schalen met zelfgemaakte kippenkoteletten en komkommers er veel verwaaider en meer met roet bedekt uit dan ons. Aan een van de haltes stapte er een politieman van in de vijftig met zijn vrouw en twee kinderen op. Ze waren op weg naar huis, naar Tsjetsjenië, en ze installeerden zich in mijn hut. Ze waren op vakantie geweest in de Krim, dat toen nog onder Oekraïense controle stond. “Wist je dat het ooit tot Rusland behoorde?”, vroeg hij me. Het was gemakkelijker zei hij om er naar toe te gaan toen hij een kind was en Oekraïne nog deel uitmaakte van de Sovjet-Unie, maar het was prachtig en ik moest het echt eens bezoeken. Hij en zijn vrouw veegden om beurten de met roet bedekte gezichten van hun kinderen af met natte washandjes. “Mijn god, wanneer is die hitte zo erg geworden?”. Hij richtte zijn vraag niet direct tot mij, maar aan de lucht, de planeet. 

En het is waar, ik ben de hitte die ons toen allemaal omhulde, en mijn vroege besef van onze gedeelde menselijkheid in het licht van een veranderend klimaat nooit vergeten. Natuurlijk is het alleen erger geworden, zoals iedereen in het westen van de Verenigde Staten die de recordbosbranden, hittekoepels en megadroogte van het afgelopen jaar heeft meegemaakt, weet. 

Hoe anders onze maar al te fragiele democratie gelukkig nog altijd is dan Ruslands autocratie, wat we gemeen hebben is kortzichtigheid. Die leidt ertoe dat de politieke klasse in beide landen focust op militaire oplossingen – denk maar aan de desastreuze Mondiale Oorlog tegen Terreur – om geopolitieke problemen met diepe historische wortels aan te pakken.

Wat als we de steun van bemiddelaars hadden ingeroepen toen Volodymyr Zelensky voor het eerst contact zocht met Poetin bij zijn aantreden als president van Oekraïne in 2019? Wat als Washington al lang verklaard had dat Oekraïne nooit een kandidaat voor het NAVO-lidmaatschap zou zijn? Misschien zou de president van dat land vandaag niet pleiten voor een NAVO no-fly zone die de wereld naar de existentiële rand van een nucleaire oorlog zou kunnen brengen? 

Wat nog steeds een verschil kan maken, zijn geweldloze, diplomatieke stappen ter bescherming van de slachtoffers van deze oorlog, de weg vrijmakend voor een overwinning van de diplomatie op militarisme en van duurzame ontwikkeling op vernietiging. 

Het maakt me kotsmisselijk dat de ruimte om te handelen alsmaar smaller wordt voor de mensen waarvan ik hou, dichtbij en veraf. Niet alleen het verschrikkelijke moorden en vernietigen van het moment, maar het lijden op lange termijn dat zal voortkomen uit de milieuschade die we veroorzaken, zouden er ons allemaal moeten toe aanzetten om op te roepen tot een grote diplomatieke inspanning om de nachtmerrie in Oekraïne onmiddellijk te beëindigen. Als de grote mogendheden van de wereld niet gauw beginnen samen te werken rond klimaatactie, zitten we tenslotte diep in de problemen. 

Dit artikel verscheen eerder op TomDispatch

 


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Thema

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.


Source URL: https://vrede.be/nieuws/de-kost-van-een-zoveelste-oorlog-terwijl-we-de-klimaatverandering-zouden-kunnen-bestrijden