Vrede vzw veroordeelt de uitzetting van internationale activisten die wilden deelnemen aan de Peace Summit in Turkije. Een van hen was Sean Connor, uitvoerend directeur van het 'International Peace Bureau' (IPB), een internationale vredesorganisatie waar Vrede vzw lid van is. Het IPB bracht op 6 juli het onderstaande statement uit.
Het IPB veroordeelt ondubbelzinnig de aanhouding en deportatie van zijn uitvoerend directeur, Sean Conner, naast andere activisten afkomstig uit Duitsland, Finland en Italië. Bij aankomst op de internationale luchthaven Sabiha Gökçen in Istanboel op vrijdag 3 juli om 17:27 uur lokale tijd werden Seans paspoort en gsm in beslag genomen. Hij werd twee uur lang ondervraagd, waarbij onder meer zijn vingerafdrukken en 'mugshots' van hem werden genomen. De Turkse autoriteiten logen herhaaldelijk over de redenen voor de ondervraging en beweerden dat de strenge controle het gevolg was van een melding door de Duitse autoriteiten, maar zij ontkennen elke betrokkenheid.
Alle bezittingen van Sean werden doorzocht, inclusief de in beslag genomen telefoon. Hij werd gedwongen documenten te ondertekenen over zijn eigen deportatie –zonder enige context of uitleg over wat hij precies ondertekende– en werd een detentieruimte binnengeduwd, waar hem werd verteld dat hij de volgende dag met een vlucht zou worden uitgezet. Vier activisten van 'Linksjugend' (Linkse Jeugd van Duitsland), één activist van 'Työväen antimilitaristit' (Arbeidersantimilitaristen van Finland) en één van 'Fronte Popolare' uit Italië ondergingen dezelfde behandeling. Andere activisten werden ondervraagd, maar mochten uiteindelijk toch het land binnen.
Wie werd vastgehouden werd blootgesteld aan psychologische bestraffingen en illegale praktijken, waaronder een onhygiënische omgeving en felle verlichting die de slaap verhinderde. Het was onmogelijk om met iemand buiten de faciliteit te communiceren of te weten hoe laat het was, doordat alle elektronische apparatuur in beslag was genomen. Enige uitleg over de reden van de detenties of uitzettingen werd niet gegeven. De vastgehouden activisten kregen hun paspoorten pas terug nadat ze geland waren op hun plaatsen van vertrek, en vooraf werd ermee gedreigd dat ze bij hun terugkeer opgewacht zouden worden door de politie.
Officieel –volgens de documenten die de gedetineerden na hun uitzetting ontvingen– kregen de activisten een “inreisverbod” opgelegd omdat ze werden aangemerkt als “potentieel disruptieve passagiers”, op grond van de openbare veiligheidswet nr. 6458, artikel 15-1c, waarin staat: “(a) Een visum wordt geweigerd aan buitenlanders die om redenen van openbare orde of openbare veiligheid als ongewenst worden beschouwd”.
Sean en zijn mede-gedetineerden waren naar Istanboel gereisd om daar op zaterdag 4 juli, samen met Turkse en andere internationale activisten, deel te nemen aan de 'Istanbul Anti-Imperialist Peace Summit' – een volkomen legale en vreedzame conferentie die tot doel had perspectieven aan te reiken voor een vreedzamere en rechtvaardigere wereld, in aanloop naar de opening van de 36e NAVO-top in Ankara op 7 en 8 juli. Naar aanleiding van deze top legde Turkije algemene protestverboden op in verschillende provincies, weigerde het accreditaties aan journalisten en nam het meer dan 200 vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, advocaten, academici en studenten, waaronder internationale activisten, in hechtenis.
Deze ondemocratische handelingen vormen flagrante schendingen van zowel de eigen Turkse democratie als het internationaal recht. Helaas komen dergelijke acties echter steeds vaker voor, niet alleen in Turkije, maar ook in andere NAVO-lidstaten, die steeds harder optreden tegen geweldloze vredesactivisten en internationale solidariteitsgroepen, van Duitsland en het Verenigd Koninkrijk tot de VS.
De NAVO profileert zich systematisch als de verdediger van de democratie in de wereld, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden zoals vrijheid, mensenrechten en de rechtsstaat. Toch demonstreren de acties van Turkije en andere NAVO-leden precies het tegenovergestelde. De alliantie verzuimt consequent het internationaal recht en de rechten op samenkomst en vrije meningsuiting te respecteren.Voor zover het bondgenootschap überhaupt gedeelde waarden heeft, zijn deze gebaseerd op de onderdrukking van dissidente standpunten, militarisering en hun eigen nationale belangen.
Het International Peace Bureau is een organisatie die is onderscheiden met de Nobelprijs voor de Vrede en kan bogen op een gerespecterde geschiedenis van meer dan 130 jaar als een wereldwijde pleitbezorger van vrede. Wij vormen op geen enkele wijze een bedreiging voor de openbare veiligheid in Turkije. Het is duidelijk dat de Turkse weigering om Sean toegang te verlenen tot het land niets te maken had met de openbare veiligheid, zoals beweerd, maar een poging was om de stem van de internationale vredesbeweging het zwijgen op te leggen. Het IPB eist daarom onmiddellijk een verklaring van de Turkse en Duitse autoriteiten over de reden van de detenties en het wangedrag van de Turkse autoriteiten, waarbij de aangehouden activisten hun basisrechten werden ontzegd. Wij roepen alle andere NAVO-leden op om de acties van de Turkse autoriteiten en hun behandeling van vreedzame en democratische activisten, zowel Turkse als internationale, onmiddellijk en ondubbelzinnig te veroordelen.
Deze ontwikkelingen maken de noodzaak van kritiek op en verzet tegen de NAVO en haar ondemocratische, militaristische en imperialistische praktijken alleen maar groter. Als de alliantie bereid is de ogen te sluiten voor de mishandeling van haar eigen burgers, waaronder schendingen van hun mensenrechten, dan moeten we ons afvragen waartoe zij bereid is tegenover de bevolking van landen die ze als haar 'tegenstanders' beschouwt.
Vandaag, net als altijd, zeggen we nee tegen de ondemocratische en mensenrechtenschendende NAVO, en ja tegen wereldwijde vrede en gerechtigheid.