Actieverslag
Isha Adriaensens
"De sterftecijfers van vandaag zijn te wijten aan de politieke keuzes van ons land."
Printvriendelijke versie
De zorg of oorlogstuig?
Intal.be

De zorg of oorlogstuig?

Op maandag 4 mei ging het webinar 'de zorg of oorlogstuig' door, een initiatief van Intal. Een boeiende online sessie met Ludo De Brabander van het platform Geen gevechtsvliegtuigen en Carine Rosteleur, regionaal secretaris bij ACOD Brussel. Een verslag van het gesprek voor wie er niet kon bijzijn.

De coronapandemie die momenteel de hele planeet in de ban houdt zorgt voor een ongeziene gezondheidscrisis in ons land. We maken ons allen zorgen over onze gezondheid en de toekomst. Terwijl velen onder ons thuiszitten doen gezondheidswerkers er alles aan om deze crisis op te vangen. De verhalen uit de sector zijn schrijnend, het lijkt dweilen met de kraan open. Ziekenhuizen en zorgpersoneel kampen met een massaal tekort aan materiaal. Mondmaskers, ziekenhuisbedden, beademingstoestellen,… Sommige ziekenhuizen roepen zelfs op tot privégiften om materiaal te kunnen aankopen. Door de crisis groeit het besef hoe levensbelangrijk hoogwaardige openbare diensten zijn, zorg zet je niet in lockdown. Toch is het net op deze sociale zekerheid dat opeenvolgende regeringen de afgelopen decennia miljarden hebben bespaard en als het van Minister Jambon afhangt wordt de coronafactuur straks betaald door de belastingbetaler. Maar is het eigenlijk wel aan ons om deze crisis te betalen? Is er écht geen geld? In 2018 tekende de regering Michel een contract met de Noord-Amerikaanse wapengigant Lockheed Martin voor de aankoop van 34 nieuwe F-35 gevechtsvliegtuigen. Kostenplaatje voor de aankoop en het onderhoud van hun volledige levensduur vastgelegd op 12,5 miljard euro. Maar uit voorbeelden uit het buitenland leren we dat de kosten voor dergelijke grote contracten in de loop der jaren behoorlijk kunnen oplopen. Dit doet de vraag rijzen waar de politieke prioriteiten en keuzes van onze politici liggen. Over dit thema werd tijdens het webinar in gesprek gegaan met Ludo De Brabander van het platform Geen gevechtsvliegtuigen en Carine Rosteleur, regionaal secretaris bij ACOD CGSP Brussel, technisch verantwoordelijke voor federale gezondheidskwesties, lid van La santé en lutte en het Europees netwerk tegen de commercialisering van gezondheid.

Ludo De Brabander – Aankoopdossier gevechtsvliegtuigen past binnen huidige militaristische context.

“Dit hele aankoopdossier moet vooral gezien worden in het licht van de NAVO die haar leden verplicht om minimum 2% van het BBP aan defensie te spenderen. Zeer belangrijk hierbij is dat de NAVO wil dat 20% binnen het defensiebudget naar militaire aankopen gaat. Volgens de NAVO hebben landen als België een te hoge personeelskost en deze norm moet daar verandering in brengen. In die lijn ontplooide de vorige regering onder aansturen van minister Steven Vandeput een ‘Strategische visie voor defensie’ die van kracht is tot het jaar 2030. In die visie wordt een groei in uitgaven van 0,93% naar 1,3% beoogt. In reële termen betekent dit dat tegen 2030 ons defensiebudget 6,6 miljard zal bedragen. De visie voorziet 9,2 miljard aan investeringen in militair hoofdmaterieel boven op het basisbudget. De vorige regering vatte meteen de koe bij de horens en maakte werk van een aantal grote militaire contracten.

De EU bewandelt hetzelfde militaire pad door de 20% norm van de NAVO over te nemen via de Permanente Structurele Samenwerking (PESCO), waarbij de betrokken landen er zich ook toe engageren om de defensiebudgetten te laten stijgen.

Een NAVO-rapport van maart 2020 voorspelt dat de gecumuleerde stijging van de Europese en Canadese defensiebudgetten 400 miljard dollar zal bedragen tussen 2016 en 2024. Een enorm bedrag als je kijkt naar de stijgende armoede en gezondheidsnoden waar we momenteel mee kampen. NAVO Secretaris-Generaal Stoltenberg liet alvast weten dat de coronacrisis op geen enkele manier invloed mag uitoefenen op dit groeipad.

"Als men zou afstappen van die militaire aanpak en interventiepolitiek zou de instabiliteit in de periferie serieus kunnen dalen."

Naast de militaire context is er ook de veiligheidscontext. Onze huidige veiligheidscontext is gebaseerd op de NAVO en de EU en niet op die van de Verenigde Naties. Men spreekt over defensie als verdediging maar als je kijkt naar de aankopen kiest men duidelijk voor interventiecapaciteit. In bedreigingsanalyses spreekt men altijd over instabiliteit in de ‘periferie’, die een militaire aanpak zou vereisen. Wat men niet zegt is dat er een enorme Europese verantwoordelijkheid is voor die instabiliteit. Als men zou afstappen van die militaire aanpak en interventiepolitiek zou de instabiliteit in de periferie serieus kunnen dalen. Dit kan onder andere door wapenhandel en steun aan autoritaire regimes te stoppen en niet slaafs mee te stappen in de uitbreidingspolitiek van de NAVO, die immers een reactie uitlokt van Rusland. Heel wat onveiligheid wordt veroorzaakt door de EU en de VS. Veiligheid en stabiliteit is enkel mogelijk in een systeem waar plaats is voor eerlijke Noord-Zuid structuren.

Onze vorige regering besliste om 3,8 miljard euro uit te geven aan gevechtsvliegtuigen, 1 uur vliegen kost de belastingbetaler rond de 30.000 euro. Deze jachtbommenwerpers zouden geleverd worden vanaf 2025. De vlieguren voor de F35 van producent Lockhead Martin vallen heel wat duurder uit dan die van de huidige F-16’s en opmerkelijk genoeg ook in vergelijking met die van de andere concurrenten. Het is ook een erg duur toestel. Er zijn ook veel vraagtekens over het contract. In de pers verschenen er indicaties van een gemanipuleerde aanbestedingsprocedure die weinig transparant is verlopen. De inhoud van het contract valt onder de geheimhouding. Zo weten we niet wat het ons zou kosten mochten we het contract vandaag verbreken. Dat is geen onlogische vraag gezien de huidige gezondheidscrisis. Met een flauw excuus dat het vrijgeven ervan schadelijk zou kunnen zijn voor het bedrijf. Het is een schande dat je als belastingbetaler geen enkel zicht krijgt op welke manier men dat contract heeft opgesteld. Bij voorbeelden uit Canada, Nederland, Groot-Brittannië zien we dat in realiteit de prijzen de pan uit swingen, ook na ondertekening van het contract. Naar alle waarschijnlijkheid zullen de kosten dus een pak hoger liggen, dat is meestal zo bij aanbestedingen in de militaire sfeer. Daarbovenop zijn er volgends de literatuur honderden mankementen aan de toestellen.

"De Industriële belangen van de wapenindustrie gaan voor op alles."

De aankoop van de gevechtsvliegtuigen past perfect binnen de nucleaire opdrachten in NAVO-verband, de ‘nuclear sharing’. De kernbommen die momenteel gestationeerd liggen in Kleine Brogel worden binnenkort gemoderniseerd en moeten in tijden van oorlog wanneer beslist wordt om ze in te zetten getransporteerd en gedropt worden met Belgische gevechtsvliegtuigen. Dit is zeer problematisch aangezien het een duidelijke overtreding betreft op het Non-Proliferatie verdrag (NPT) dat België mee ondertekende. Dat bepaalt dat kernwapenstaten, direct noch indirect de controle over kernwapens mogen afstaan aan niet-kernwapenstaten.

We kampen bovendien met een overcapaciteit aan gevechtsvliegtuigen. Alles samengeteld bezit de NAVO naar schatting 3651 vliegtuigen. Trump is duidelijk: ‘Buy American’. Hij wil daarmee zoveel mogelijk contracten binnenrijven voor de VS-defensie-industrie. De Industriële belangen van de wapenindustrie gaan voor op alles. Zij verdienen goed geld aan de NAVO-normen. De waarden van de aandelen van Lockhead Martin zijn sinds de NAVO-beslissing van 2014 opvallend de lucht ingeschoten omdat ze profiteren van deze de facto militaire subsidies.

Conclusie: we hebben geen nood aan nieuwe gevechtsvliegtuigen. We kunnen deze middelen beter inzetten in de gezondheidszorg, voor klimaatmaatregelen en ontwikkelingssamenwerking waardoor we ervoor zorgen dat mensen niet meer hoeven te vluchten. We moeten een halt toeroepen aan de sterke groei van de defensiebudgetten.”

Carine Rosteleur –  Gezondheidzorg is systematisch kapot bespaard

“Wat leert de geschiedenis van de gezondheidszorg ons om de huidige schrijnende realiteit te kunnen begrijpen. Het verhaal begint in 1970 bij de regering Tindemans die het concept van de ziekenhuisonkosten en hospitalisatieverzekeringen in het leven roept, daarvoor bestond dit niet. Als je opgenomen werd in een ziekenhuis werd dat betaald door de sociale zekerheid. Ook het concept van de ‘eigen bijdrage’ (bedrag dat je zelf dient te betalen na tussenkomst van de verzekering) was nieuw. De daaropvolgende regering Martens neemt een belangrijke beslissing. Er wordt gekozen om besparingen van 8,7% in te voeren die de gezondheidszorg sterk zullen beïnvloeden. In 1999 beslist de regering Dehaene om de bijdrage van de werkgever aan de sociale zekerheid te verminderen. Deze maatregel heeft grote repercussies op de publieke uitgaven. In 1993 wordt het fameuze Verdrag van Maastricht getekend die criteria voor besparingen institutionaliseert en daardoor ook de publieke uitgaven inperkt. In 2000 beslist de regering Verhofstadt, gedurende 2 legislaturen, opnieuw de bijdragen van de werkgevers aan de sociale zekerheid te verminderen wat een daling van de financiering voor de sociale zekerheid als gevolg heeft. Deze maatregelen worden genomen in een tijd van ongekende economische groei, het BBP van ons land is nog nooit zo hoog geweest op dat moment. De regering Di Rupo beslist op zijn beurt 1,8 miljard te snoeien in de sociale zekerheid. Deze geschiedenis aan permanente besparingen heeft een enorme impact gehad op het huidige budget van de gezondheidszorg.

"Gebukt onder deze besparing is men gedwongen tot keuzes, die men eigenlijk niet had moeten maken."

Tussen 2015 en 2018 volgt opnieuw koude douche wanneer de regering Michel beslist maar liefst 3 miljard te besparen in de sector. Tal van asociale maatregelen volgen. Op datzelfde moment wordt ook het budget voor de ziekenhuizen verminderd. Na de babyboom van een aantal jaren geleden zitten we vandaag met een vergrijzing. We weten dat de levensverwachting van onze bevolking stijgt en we met hoe langer hoe meer bejaarde mensen komen te zitten. Om de kwaliteit van de zorg te kunnen behouden in België had er in principe een budgetstijging van 4,5% ingevoerd moeten worden. Die is er echter nooit gekomen. Door de besparingsmaatregelen van de verschillende regeringen is er maar ruimte voor 0,5% stijging. Gebukt onder deze besparing is men gedwongen tot keuzes, die men eigenlijk niet had moeten maken.

Als er vroeger iets gebeurde, zoals nu deze pandemie waarmee we geteisterd worden, werd gewerkt met een compenserend mechanisme. Dat is nu afgeschaft, vandaag werkt men met een gesloten enveloppe. Als men boven de uitgaven zit die oorspronkelijk uitgerekend waren voor de gezondheidszorg, moeten deze uitgaven gecompenseerd worden door geld weg te halen bij werkloosheid, kindergeld of in andere domeinen van de sociale zekerheid, zonder dat er extra geld bijkomt. Met andere woorden, alles moet uit dezelfde ondergefinancierde pot komen. Alles wat er op dit moment te veel uitgegeven wordt aan gezondheidszorg door de COVID-crisis zal gecompenseerd moeten worden in de pensioenen, werkloosheidsuitkering, etc. Dit nieuwe mechanisme zorgt ervoor dat de last op de schouders van de meest kwetsbaren terechtkomt.

De Belgische regering heeft in het verleden beslist om het aantal bedden in de ziekenhuizen te reduceren om op die manier de publieke uitgaven te verminderen en dus ook het budget van de gezondheidszorg. Een ziekenhuisbed kost zogezegd te veel geld voor de gezondheidszorg. De ‘beste’ manier om te besparen is om het aanbod te verminderen zo klinkt. En toch ziet men daarnaast ook heel wat privéhospitalen ontstaan. Tussen 1999 en 2020 zie je heel sterk het verschil in hospitalisaties. In 1999 werd 7,6 op 1000 inwoners gehospitaliseerd, vandaag zijn dat er 5,4 per 1000 inwoners. De sector komt onder ongelofelijke druk te staan.

Een manier om de kwaliteit van gezondheidzorg te meten is het aantal patiënten per verplegend personeel te bekijken. Als dit aantal van toegewezen patiënten hoger ligt dan de eigenlijke norm zien we een hoger sterftecijfer en meer complicaties en vergissingen. Normaal gezien krijgt een verpleger/verpleegster de verantwoordelijkheid over 10 à 11 patiënten, het Europees gemiddelde ligt een pak lager dan dit getal.

In België hebben we goede medisch gerichte opleidingen maar het te hoge aantal patiënten per verplegend personeel legt druk op die kwaliteit. Daarnaast is er ook een numerus clausus ingevoerd voor de opleiding geneeskunde: er mogen maar een beperkt aantal artsen de opleiding volgen. Als gevolg daarvan zien we dat de artsen verouderen. De invoering van deze maatregel is tegelijkertijd ook een manier om de uitgaven voor de gezondheidszorg uit te hollen. Men wil de artsen in opleiding en de artsen in het werkveld zo laag mogelijk houden. Doordat er een tekort is geef je vrij spel aan artsen om meer geld te vragen voor hun diensten, dat is de wet van vraag en aanbod. Als er minder aanbod is gaan de prijzen naar omhoog.

Naast dit besparingsbeleid in hospitalen, zorg en sociale zekerheid spelen zich op het niveau van de farmaceutische industrieën waanzinnige praktijken af. België heeft een bedrag van 2,77 miljard euro gepompt in fiscale voordelen voor de farma-industrie. Daarnaast heeft De Block met de farmaceutische bedrijven een aantal geheime akkoorden gesloten in uitvoering van artikel 81 van het toekomstpact met de sector. Het staat de farmaceutische bedrijven toe innoverende medicijnen te factureren. Dit heeft een enorme impact gehad op de sociale zekerheid.

"Elke dode is een politieke dode. Men heeft economische keuzes gemaakt, geen keuzes die aanbevolen werden door de Wereldgezondheidsorganisatie."

Aan dit alles zie je dat de staat op een aantal vlakken enorm op zijn geld zit en op andere gebieden absurd hoge budgetten uitgeeft. Tijdens deze pandemie telt de staat zijn geld, wij tellen de doden. De mensen die eerstelijnszorg aanbieden, in rusthuizen werken of op intensieve diensten staan worden geconfronteerd met alle doden en de kwetsbaarheid van de mens. In het begin van de pandemie was er onvoldoende beschermingsmateriaal, dat is nog steeds zo, inclusief medicatie. Individueel beschermingsmateriaal is dan nu wel beschikbaar maar staat onder grote druk.

Er wordt gezegd dat elke dode een politieke dode is. Men heeft economische keuzes gemaakt, geen keuzes die aanbevolen werden door de Wereldgezondheidsorganisatie. De sterftecijfers van vandaag zijn te wijten aan de politieke keuzes van ons land. De pandemie heeft ons bewustzijn versterkt en als we willen dat het morgen niet slechter wordt dan gisteren moeten we samen mobiliseren. Wat het verzorgend personeel wil is een herfinanciering van de gezondheidszorg en de sociale zekerheid. Betere normen in het kader van de werkomstandigheden en collectieve arbeidsduurvermindering zodat mensen tot hun pensioen niet het gevoel hebben dat ze compleet opgebrand zijn. Betere beschermingsmaatregelen die worden vastgelegd en niet ‘in the heat of the moment’ nog gezocht moeten worden (vb. bij aankoop van materiaal, wat in bepaalde hospitalen gebeurd is).

Meer dan ooit samen voor een andere maatschappij, los van het profijt en de winst. Met verscheidene organisaties moeten we samen strijden voor een betere maatschappij en zullen we op straat komen en de politici eraan herinneren dat we geld willen voor onderwijs, gezondheidzorg, niet voor peperdure gevechtsvliegtuigen die niemand zullen redden.”

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by