Image
Putumayo

Afscheidsdienst van de op 28 maart 2022 vermoorde Brayan Santiago Pama, Alto Remanso 

Bloedbad in Putumayo
Artikel
8 minuten

Toen er in 2016, na decennia van burgeroorlog, een vredesakkoord getekend werd tussen de Colombiaanse regering en de belangrijkste guerrillagroep, de FARC, heerste er bij de burgers hoop op een toekomst zonder geweld. Helaas bleek dat een utopie.

Niet alleen blijven guerrilla- en rechtse paramilitaire groepen (al dan niet gelinkt aan de bloeiende drugshandel) actief in het land, ook de veiligheidstroepen blijven zich systematisch schuldig maken aan gewelddadige uitspattingen. Vorig jaar registreerde de Colombiaanse NGO Indepaz, 96 ‘slachtpartijen’ (een incident met meer dan 3 doden), met in totaal 338 dodelijke slachtoffers. Dit jaar staat de teller al op 36 slachtpartijen, met in totaal 133 doden.       
   
Een van de meest gruwelijke recente slachtpartijen vond plaats op 28 maart in het dorpje Alto Remanso, dicht bij de Ecuadoraanse grens, in het zuidelijke Colombiaanse departement Putumayo.

Het was vroeg in de ochtend op de derde dag van een zogenaamde ‘bazaar’, een gemeenschapsfestival om geld in te zamelen voor de verharding van een nabijgelegen aardeweg. De muziek schalde nog altijd en tientallen mensen waren op het gemeenschapspleintje aan het uitbollen na het nachtelijk feest. Vlak na zeven uur weergalmden er geweerschoten. Er verschenen mannen, sommigen gemaskerd en allemaal gekleed in het zwart, die het vuur openden in de richting van de verzamelde menigte. Terwijl ze schoten riepen ze dat ze geen veiligheidstroepen waren. Enkele aanwezigen -vrijwel zeker leden van een dissidente ex-FARC-groep die actief is in de regio- reageerden door terug te schieten. Na zeker anderhalf uur van geweervuur arriveerde er een helikopter waardoor duidelijk werd dat de zwart geklede indringers eigenlijk Colombiaanse militairen waren. 

Later op de dag postten de Colombiaanse president Iván Duque en de minister van Defensie, Diego Molano, tweets waarin de “neutralisatie” van 11 ex-FARC-dissidenten en de arrestatie van nog 4 anderen bejubeld werden. Het leger verklaarde dat het een reeds lang geplande operatie betrof, met als doel het klissen van Carlos Emilio Loaiza, alias ‘Bruno’, de leider van de ‘Comandos de la Frontera’, een gewapende groep drugshandelaars die actief is in Putumayo. De Comandos zouden geaffilieerd zijn met het ‘Segunda Marquetalia’-netwerk, geleid door dissidente voormalige FARC-guerrilla’s die de wapens opnieuw hebben opgenomen. Een ding staat vast, Bruno was niet aanwezig op de plaats van de militaire operatie. 

Er kwamen op 28 maart 11 mensen om het leven, waarvan zeker 5 burgers.

De plaatselijke inheemse gemeenschap, lokale campesino-groepen, en een aantal mensenrechtenorganisaties gevestigd in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá veroordeelden de militaire actie met klem. Uiteindelijk zouden er op 28 maart 11 mensen om het leven komen, waarvan zeker 5 gewone burgers. Onder de slachtoffers vinden we de voorzitter van het actiecomité van het dorp, Divier Hernández; zijn zwangere partner en tevens moeder van twee kinderen, Ana María Sarrias; een leider van de inheemse Kichwa, Pablo Panduro; Brayan Santiago Pama, een 16-jarige jongen; en een in 2017 gedemobiliseerde ex-FARC-strijder genaamd Jhon Jairo Silva.

Van de andere dodelijke slachtoffers is niet geweten of ze gewapend waren en/of ze rechtstreeks betrokken waren bij het gevecht. Het leger recupereerde maar 6 wapens op het terrein. Van de “neutralisatie” van 11 opstandelingen zoals beweerd door de regering, was in ieder geval geen sprake. De Inter-Amerikaanse Mensenrechtencommissie bevestigde dat er ook 4 mensen gewond geraakten bij het incident, waaronder een soldaat die een schot incasseerde in zijn arm. 

Een grondig gezamenlijk journalistiek onderzoek ter plaatse van de krant 'El Espectador' en de nieuwssites 'Vorágine' en 'Cambio', legden de vele inconsistenties in het officiële verhaal over de gebeurtenissen in Alto Remanso bloot. Zo bleek bijvoorbeeld dat er helemaal geen “vier criminelen” opgepakt werden, zoals Duque beweerd had in zijn tweet en zoals overgenomen werd in de pers. Het Colombiaans Openbaar Ministerie ('Fiscalía') liet dagen na het bloedbad weten dat er geen verdachten waren overgedragen. De drie burgers die gewond geraakten bij de operatie kregen medische verzorging en konden daarna vrij beschikken. 

De staat is maar minimaal aanwezig in Alto Remanso - net zoals in de rest van Putumayo, waar zo'n 350.000 mensen wonen. Het is een gevaarlijk gebied, dat lange tijd onbestuurbaar en conflictueus is geweest. Putumayo is een van de Colombiaanse departementen waar het meest coca wordt gekweekt en het is ook een belangrijke corridor voor de smokkel van cocaïne naar Ecuador. Tot het eind van de jaren 1990, toen paramilitaire groepen -met de steun van het leger- er de steden binnendrongen, was het departement een bolwerk van FARC-guerrillastrijders. In 2001 was Putumayo het eerste oorlogstheater van de door de VS gesteunde militaire operaties in het kader van ‘Plan Colombia’ (Amerikaanse hulp gericht op de bestrijding van drugskartels en linkse guerrillagroepen in Colombia).

Veel bewoners van Putumayo moeten elke dag co-existeren met gewapende groepen zoals de Comandos de la Frontera. Dat leden van deze gewapende groep -die alle activiteiten in het gebied nauwlettend in de gaten houdt- aanwezig geweest zouden zijn op de grote gemeenschapsbijeenkomst in Alto Remanso, is zeer waarschijnlijk. Maar in plaats van operationele fouten of “collaterale schade” toe te geven, blijft de minister van Defensie insisteren dat elke dode een narco-strijder was.   

De Colombiaanse president en de minister van Defensie blijven volhouden dat elke dode een narco-strijder was.

In een Twitter-reactie op de linkse kandidaat voor de aankomende presidentsverkiezingen, Gustavo Petro, stelde Defensieminister Molano dat de operatie niet “tegen onschuldige inheemse mensen was, maar tegen ‘narco-cocaleros’ [een referentie aan coca-boeren]. Het was niet op een bazaar, maar tegen criminelen die soldaten aanvielen”. 

De opperbevelhebber van het Colombiaans leger, generaal Eduardo Zapateiro, herhaalde op 11 april dat al wie gedood is, guerrilla-dissidenten waren. “Dit is niet de eerste operatie waarbij zwangere vrouwen en minderjarigen omkomen”, stelde generaal Zapateiro nonchalant tijdens een televisie-interview. De man veroorzaakte al eens controverse in februari 2021, toen hij de dag nadat er onthullingen verschenen waren over buitengerechtelijke executies door het leger, een tweet postte waarin hij mensenrechtenverdedigers vergeleek met giftige slangen.

Om de beweringen van de minister van Defensie en generaal Zapateiro kracht bij te zetten, gaf het leger een document vrij waarin de vermeende banden aangestipt worden van elk overleden individu met de gewapende groep, maar de inhoud van dat document wordt wat de vijf gedode burgers betreft formeel tegengesproken door hun dorpsgenoten. 

En zelfs al waren er toch banden geweest, dan was er nog altijd geen reden om dodelijk geweld tegen hen te gebruiken, want ze waren ongewapend. Dat wordt bevestigd door tientallen ooggetuigen en het hogergenoemde veldwerk van onderzoeksjournalisten. 

De eenheid die de operatie in Alto Remanso uitvoerde, behoort tot het 3de Bataljon van de Antinarcotibrigade van het Colombiaans leger. Dit is een mobiel bataljon dat begin de jaren 2000 onder Plan Colombia opgericht werd met de genereuze steun van de VS en dat vandaag nog altijd geniet van Amerikaanse hulp. Onder de regering-Duque werden de antinarcoticabataljons gereorganiseerd en ondergebracht in een Commando Tegen Drugshandel en Transnationale Dreigingen (CONAT), dat nauw samenwerkt met de VS. Zo waren er Amerikaanse trainers aanwezig op de activeringsceremonie van CONAT in maart 2021. 

Het gaat hier over een van de elite-eenheden van het Colombiaans leger en de leden ervan krijgen opleidingen in internationaal humanitair recht en mensenrechten, vertelt oorlogsrecht-expert Jean Carlo Mejía in El Espectador

In de verslaggeving over de gebeurtenissen in Alto Remanso heerst de consensus dat deze aanval, te midden van een feest vol burgers, een schending van het internationaal humanitair recht was. “Volgens de internationale mensenrechtenwetgeving mag het opzettelijk gebruik van dodelijk geweld alleen als het strikt onvermijdelijk is, en met het doel om levens te beschermen”, tweette de Colombiaanse afdeling van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN op 13 april. 

Het Colombiaans leger blijft erbij dat de operatie legitiem, en in alle fases zeer goed gepland en uitgevoerd was. Ze was “gebaseerd op de principes van het internationaal humanitair recht”, verklaarde president Duque op 11 april. “Er was een vuurgevecht, leden van de veiligheidstroepen geraakten gewond, en alle protocollen werden nageleefd”, aldus Duque. Maar de beslissing om bepaalde doelwitten te proberen viseren terwijl ze zich tussen tientallen burgers bevonden -waarbij snipers ingezet werden die "arbitrair" op de bijeenkomst vuurden-, kan onmogelijk als strikt onvermijdelijk beschouwd worden, laat staan met het doel om levens te beschermen. Een naar de pers gelekte video, genomen door het vizier van een sluipschutter die participeerde aan de operatie op 28 maart, toont duidelijk de aanwezigheid van vrouwen en kinderen.

De Leahy Wet verbiedt VS-steun aan buitenlandse militaire eenheden die grove mensenrechtenschendingen begaan.

Daarnaast is het een schending van het internationaal humanitair recht om als strijdkrachten kleding te dragen zonder een “vast en onderscheidend teken dat herkenbaar is vanop een afstand”. Als de soldaten effectief geroepen hebben dat ze geen veiligheidstroepen waren, zoals de dorpelingen getuigen, vormt dit eveneens een schending van het internationaal humanitair recht, dat stelt dat het verboden is om zich voor te doen als lid van een andere zijde. 

De Leahy Wet verbiedt Amerikaanse steun aan buitenlandse militaire eenheden die grove mensenrechtenschendingen begaan. Maar zo lang het onderzoek naar het incident nog aan de gang is (wat in Colombia zeer lang kan aanslepen) en er zich officieel geen functionarissen moeten verantwoorden, zal de Leahy Wet zeker niet ingeroepen worden.

Onderzoekers van het Colombiaans openbaar ministerie arriveerden maar na 14 uur in de namiddag op de plaats delict. Dat wil zeggen dat het leger 7 uren de tijd had om met de scene te knoeien. Soldaten hadden de lichamen van de doden tegen de komst van de onderzoekers verplaatst, naar eigen zeggen “om ze op een veilige plek te bewaren”. De onderzoekers van de Fiscalía zouden ook pas 4 dagen na het incident begonnen zijn met het interviewen van de getuigen.

Sommige getuigen uitten ernstige beschuldigingen ten opzichte van de soldaten die de lijken van burgers gemanipuleerd zouden hebben om het te doen lijken alsof het guerrillastrijders betrof. Er rijzen vooral veel vragen rond Brayan Santiago Pama, de 16-jarige jongen die doodgeschoten werd. Journalisten van Cambio, El Espectador, and Vorágine kregen foto's van Pama’s lichaam in handen, waarop te zien is hoe hij ongewapend op de grond ligt. Latere foto’s tonen dezelfde dode jongen op de bodem van een bootje, met een geweer dat op zijn borst is gelegd.

De oppositie in het Colombiaans parlement diende eind april, naar aanleiding van de slachtpartij in Alto Remanso, een motie van wantrouwen in tegen minister van Defensie Diego Molano. In 2021 kreeg Molano al eens te maken met eenzelfde procedure om hem uit zijn functie te ontslaan. Toen werd hij ter verantwoording geroepen door het parlement voor de gewelddadige excessen van de veiligheidstroepen tegen demonstranten in het kader van de Nationale Staking. Net zoals in 2021 sprak het parlement, in een stemming na de debatten (zowel in de Kamer als in de Senaat), zijn steun uit voor de minister.  


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.