De nieuwe hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie
10 minuten

Aangezien in de Europese Unie het kapitaal steeds meer boven de staten uitstijgt, is de noodzaak om een politiek niveau te hebben dat eveneens de landen overstijgt een vanzelfsprekendheid. Laten we dus maar van zo nabij mogelijk volgen hoe de zaken evolueren binnen de Europese instellingen, om er ook politiek mee te kunnen omgaan. De parlementaire goedkeuring van de nieuwe Commissie en vooral van de Hoge Vertegenwoordiger van de EU die verantwoordelijk is voor het Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Unie, draagt onze aandacht weg.

Nu het Verdrag van Lissabon in werking is getreden werden een aantal nieuwe functies en bevoegdheden ingesteld. Een ervan krijgt bij ons behoorlijk wat aandacht, met name het voorzitterschap van de Europese Raad van staatshoofden, waarvoor de Belgische politicus Herman Van Rompuy werd aangeduid. De nieuwe Europese Commissie Barroso trad eind januari aan. De Commissie blijft tot 2014 een commissaris per lidstaat tellen. Voor België is dat Karel De Gucht, die al op het einde van de vorige Europese legislatuur, Louis Michel verving als commissaris voor Ontwikkelingssamenwerking. In het nieuwe kabinet Barroso krijgt De Gucht de belangrijke post van commissaris voor Handel. Aangezien de oude functie van Hoge Vertegenwoordiger door het Verdrag van Lissabon een nieuwe invulling en een opwaardering kreeg, moet Catherine Ashton ook het ondervoorzitterschap van de Commissie (waar Barroso voorzitter is) op zich nemen en in die hoedanigheid eveneens de hoorzittingen in het Europees Parlement (EP) ondergaan.

EEAS

Een deel van de discussie tijdens de hoorzitting in het EP op 11 januari 2010 betrof Ashtons beleid rond de nieuw op te richten Dienst voor Europese Buitenlandse Actie (European External Action Service – EEAS). Ashton meent dat het niet zomaar om een bureaucratische oefening gaat. Ze beschouwt de installering van de EEAS als een uitgelezen en unieke kans om een instrument uit te bouwen voor een coherente strategie voor de buitenlandse politiek van de Unie, waarin alle elementen worden samengebracht: politiek, economie en defensie. Ze kreeg het parlement op haar hand toen ze aankondigde dat de dienst qua budget onder het volledig toezicht van het parlement zou komen te staan. In de benoemingen zal het parlement geen rol krijgen.
Deze EEAS wordt eigenlijk een soort ministerie van Buitenlandse Zaken van de Unie. De EEAS moet volgens het Verdrag van Lissabon samenwerken met de diplomatieke diensten van de lidstaten en zal worden samengesteld uit ambtenaren en functionarissen van het Algemeen Secretariaat van de Raad en van de Commissie. Er komt één sectie die alle regio's en landen opvolgt, en specifieke secties voor de kandidaat-lidstaten, maar het uitbreidingsbeleid op zich blijft bij de Commissie. Dat is ook zo wat het beleid rond Handel en Ontwikkelingssamenwerking betreft.
De verschillende instellingen die reeds bestaan voor de Europese Veiligheids- en Defensie Politiek (Europese Security and Defence Policy – ESDP) worden een onderdeel van de EEAS, maar ze blijven toch hun eigen specifieke structuur, functies, procedures en personeel behouden. Het gaat om het Directoraat voor Crisis Management en Planning (Crisis Management and Planning Directorate - CMPD), de Dienst voor Civiele planning en optreden (Civilian Planning and Conduct Capability - CPCC) , en de Militaire Staf (EUMS). De voorbereiding van acties die vallen onder het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid of het Instrument of Stability°, wordt door de EEAS op zich genomen, maar de beslissingen hieromtrent blijven bij de Raad wat het buitenlands beleid betreft, en bij de Commissie voor het Stabiliteitsinstrument.

Brits

Sommige antwoorden van Ashton in de hoorzitting waren volgens commentaren van bepaalde parlementsleden zeer 'Brits'. De ondervoorzitter van de sub-commissie Defensie reageerde ontgoocheld dat Ashton “net zoals Londen, niet van plan is om het militair Europees hoofdkwartier te ontwikkelen”. Wel moet volgens Ashton het Europees Defensie Agentschap verder uitgebouwd worden en moet er geïnvesteerd worden in militair onderzoek en militaire ontwikkeling in de lidstaten. “Ik ben er voorstander van om pragmatisch te werken aan een zeer effectief partnerschap tussen de EU en de NAVO.”

Of dit samengaat met de strategie die de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Guido Westerwelle, wil volgen is nog niet zo duidelijk. Op de jaarlijkse veiligheidsconferentie van Munchen in februari 2010 zei Westerwelle dat Duitsland op lange termijn een Europees leger beoogt onder volledige controle van het Europees parlement. Hij pleit voor een onafhankelijke Europese capaciteit qua crisismanagement. “Om dit te bereiken moeten we de middelen samen leggen, prioriteiten bepalen en verantwoordelijkheden verdelen. De reguleringen rond de (militaire) 'permanent gestructureerde samenwerking' in het Lissabon Verdrag concretiseren de optie van gezamenlijke vooruitgang op dit vlak. Een Unie die sterk is in crisismanagement is niet tegen iemand gericht. Het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid is Europa's antwoord op de globalisering, en onze bijdrage tot een Euro-Atlantisch partnerschap rond veiligheid. Ook de NAVO zoekt naar nieuwe antwoorden op de globalisering. We steunen het werk voor een nieuw Strategisch Concept dat veiligheid ziet binnen een alles omvattende politieke context.”

Enkele dagen na de hoorzitting werd de Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton behoorlijk op de korrel genomen door Frankrijk, omdat ze niet persoonlijk naar de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince was afgereisd na de aardbeving om er de hulp van de EU op de (mediatieke) voorgrond te plaatsen. Michel Barnier, haar toen nog toekomstige collega in de Europese Commissie voor het departement Binnenlandse Markt, weigerde Ashton aan te vallen maar merkte schamper op: “Ten tijde van de tsunami ben ik onmiddellijk afgereisd naar het getroffen gebied”. Barnier was toen minister van Buitenlandse Zaken onder president Chirac. Waarnemers plaatsten Barniers opmerking over Haïti echter ook tegen de achtergrond van de concurrentie tussen Washington en Parijs voor invloed in deze voormalige Franse kolonie. Naar eigen zeggen oefent Michel Barnier binnen de Commissie constant druk uit op het hoofd van de Europese diplomatie wat de dossiers rond Buitenlandse Zaken en Defensie betreft.

Maar kijken we even van naderbij naar de kritiek dat Ashton eigenlijk 'Britse' standpunten zou vertegenwoordigen. Bij veel commentaarschrijvers krijg je de boodschap dat de beste manier om de Britten verder aan boord van de Europese boot te hijsen, het verkiezen van een Brits politicus voor deze functie was. Het staat buiten kijf dat Londen – net als Parijs – een eigen militaire langetermijnvisie heeft. Maar of Ashton nu een gegarandeerde bruggenbouwster is tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk moet nog worden afgewacht. Wat gebeurt er als Labour in juni 2010 de verkiezingen verliest, bijvoorbeeld? Bovendien is Catherine Ashton in eigen land niet de meest bekende politica. Ze werd nooit verkozen in het Brits parlement (wel aangeduid) en heeft geen ervaring als minister op vlak van Buitenlandse Zaken of Defensie. Er valt dus niet zomaar een gelijkheidsteken te zetten tussen haar benoeming en de bekering van Londen tot meer gezamenlijke Europese standpunten.

Hete hangijzers

In haar openingsspeech voor de parlementaire hoorzitting legde Ashton uit dat Afghanistan en Pakistan, Iran, het Midden-Oosten en Jemen de topprioriteiten uitmaken van haar beleid. Ze wil zo snel mogelijk hierover met de VS nagaan hoe “onze acties en strategieën kunnen samen gelegd worden”. Op 8 december 2009 riep ze de Israëlische regering nog op om de discriminatiepolitiek in Oost-Jeruzalem stop te zetten en om van Jeruzalem de hoofdstad te maken van zowel Israël als de toekomstige Palestijnse staat. Tijdens de officiële hoorzitting van 11 januari 2010 zei ze behoorlijk wat voorzichtiger, dat “de volgende stap in de regio, in die richting moet gaan waarvan we aannemen dat de Unie meer kan realiseren en de nodige oplossingen kan bevorderen”. Ze zal samen hieromtrent met VS-senator Mitchell en met Tony Blair overleggen en ze plant op korte termijn een bezoek aan de regio.

Ashton werd ook naar haar idee gevraagd over de relaties tussen de EU en Latijns-Amerika. Deze moeten volgens haar versterkt worden en ze wil deze uitbouwen via een benadering van 'groepen landen' dus niet land per land. Dergelijke werkwijze moet ook het proces van integratie van de Latijns-Amerikaanse landen bevorderen, heet het. Wat Cuba betreft en de stappen die het Spaans voorzitterschap zou willen zetten om de huidige 'gemeenschappelijke houding' (die de intensiteit van de relaties verbindt met het respect in Cuba voor politieke en mensenrechten) te wijzigen, pleit ze voor doeltreffendheid. Volgens de nieuwe Hoge Vertegenwoordiger zouden de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU, het huidige beleid moeten onderzoeken en nagaan of dit wel zo efficiënt is als het zou moeten of kunnen zijn. “Gedurende 13 jaar hebben we een bepaalde strategie gevolgd die we nu moeten evalueren om te zien of ze al dan niet functioneert. De problemen bestaan en we moeten ze durven aanpakken”, aldus Ashton. Ze zei ook nog zeer bezorgd te zijn over het gebrek aan vrijheden op het eiland en dat gelijk welke verandering in het beleid ten opzichte van Cuba de goedkeuring nodig heeft van alle 27 lidstaten.

Daarnaast valt het op hoe openlijk de nieuwe Hoge Vertegenwoordiger verder inzet op het idee van een 'holistisch veiligheidsbeleid'. In haar speech op de reeds vernoemde veiligheidsconferentie van Munchen pleitte ze heel duidelijk voor een opheffing van de traditionele scheiding tussen peacekeeping en ontwikkelingswerk, en tussen binnenlandse en buitenlandse politiek. Ze wil de 'soft' en 'hard power' van de Unie combineren, en wil dus alle hefbomen om mondiaal invloed uit te oefenen mobiliseren: politieke, economische, civiele en militaire crisisaanpak. Daarmee onderschrijft ze volop de huidige dominante politieke lijn die de nadruk doet verschuiven van defensie naar veiligheid, van ontwikkelingssamenwerking naar veiligheid, en die op de binnenlandse en buitenlandse veiligheidsuitdagingen een militair antwoord wil klaarstomen.

Rusland

Ashton werd naar verluidt uitgebreid aangesproken over de relaties met Rusland, dat volgens velen volop werkt om de oude invloedssfeer in Europa weer op te bouwen na de implosie van de Sovjet-Unie. Ashton bevestigde in haar antwoord dat verschillende conflicten inderdaad hiermee in verband staan: Georgië, bevroren conflicten in de Kaukasus, Moldavië. Ze wees erop dat Moldavië een Europese steun krijgt die overeenkomt met 16 euro per hoofd van de bevolking. De Europese Unie, zei ze nog, heeft belang bij goede relaties met Rusland, het grootste buurland en het EU-beleid moet gericht zijn op het oplossen van problemen zonder er nieuwe bij te creëren. Dat is des te meer noodzakelijk omwille van de energieveiligheid van de Unie. “Ik loop met een kaart van de pijplijnen rond”, zei ze “en de bevoorradingsproblemen hebben veel van doen met Oekraïne als doorvoerland voor het Russisch gas naar Europa”. De algemene strategie moet er volgens Ashton een zijn van diversificatie van de energiebronnen om zo een te sterke afhankelijkheid van Rusland te vermijden.

Kennelijk houdt Ashton geen rekening met het dossier van de 'Nord-Stream'-pijpleiding. Zopas kreeg dit project de zegen van de Finse diensten voor Ecologie zodat niets de aanleg ervan meer in de weg staat. 'Nord Stream' is een project van een consortium met het Russische Gazprom, het Duitse BASF SE/Wintershall Holding AG, EON Ruhrgas en NV Nederlandse Gasunie. Een eerste fase moet in 2011 klaar zijn, de tweede in 2012. De totale capaciteit komt neer op 55 miljard kubieke meter gas per jaar, wat overeen komt met het verbruik van 25 miljoen huisgezinnen. Het gaat om een rechtstreekse bevoorradingslijn naar Duitsland, zodat de gasaanvoer niet meer afhankelijk is van eventuele perikelen tussen Rusland en bepaalde Oost- of Midden-Europese staten. Eigenaardig dat iemand die belang hecht aan de energiebevoorrading van Europa hier niet over spreekt.


Concurrentie

In bepaalde parlementaire kringen leeft het gevoel dat de opdeling van de externe relaties van de EU in drie zuilen, met name Handel, Ontwikkelingssamenwerking en het Buitenlands en Defensiebeleid, de macht van de Commissievoorzitter moet veilig stellen. Althans zo reageerde Garnziska Brantner van de Groenen. Ashton zei hieromtrent dat het Verdrag van Lissabon, de Hoge Vertegenwoordiger de leiding geeft over internationale zaken zodat zij de strategie kan bepalen, maar dat ze zal samenwerken met de cluster van commissarissen om het werk te verdelen en dat ze de nadruk zal leggen op uitvoering. We verwezen, wat dit betreft, hierboven al even naar de spanning tussen Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken in het dossier Haïti.

Het Verdrag van Lissabon heeft de fundamentele institutionele spanning tussen Raad, Europese Commissie en Parlement niet opgelost. Zoveel is intussen wel al duidelijk. Als de Hoge Vertegenwoordiger nu niet naar voren komt met een duidelijke visie en een afgelijnd beleid, heeft dat wellicht ook te maken met dit institutioneel kluwen. Maar kennelijk zijn er ook een aantal politici en waarnemers die menen dat dit gebrek aan visie precies op die punten ligt waar Groot-Brittannië haar eigen invullingen heeft, die duidelijk verschillend zijn aan de andere zwaargewichten binnen Europa. De Commissie mag dan wel verantwoordelijk zijn voor de Unie als een geheel, het kan niet als een vaststaand feit worden aangenomen dat de commissarissen de nationale belangen volledig opzij schuiven.

In de gaten te houden.

Georges Spriet

°Het Instrument for Stability (IfS) is van kracht sinds januari 2007 en vervangt verschillende instrumenten op de onderwerpen drugs, mijnen, ontwortelde mensen, crisismanagement, herstel en wederopbouw. Het Instrument for Stability bevordert stabiliteit in de wereld. Dit doel wordt bewerkstelligd door middel van enerzijds kortlopende crisisresponsactiviteiten en anderzijds langeretermijnprogramma’s op bepaalde thema’s (de zogenaamde stabiele omstandigheden) zoals dreigingen (bijvoorbeeld terrorisme) en grensoverschrijdende criminaliteit, risico's van massavernietigingswapens, pre- en postcrisiscapaciteitsopbouw.


Bronnen:
Le Monde, 12 januari 2010
Summary of the hearing of Catherine Ashton – Foreign Affairs; EU press service
Report from Presidency to the European Council on EEAS, Limite 14930/09
Euractiv.com
elmundo.es, 12 januari 2010


Dit artikel staat ook in het maart-nummer van VREDE, tijdschrift voor internationale politiek

 

Thema
Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.