Vierenhalf jaar sinds het begin van de Russische invasie vertoont de situatie aan het front in Oekraïne gelijkenissen met die van de Eerste Wereldoorlog. Bittere gevechten met weinig terreinwinst kosten elke week het leven aan honderden soldaten aan beide kanten van het front. In deze uitputtingsoorlog viseren de twee legers niet alleen elkaars mankracht en materieel, maar proberen ze ook de logistieke aanvoerlijnen, energie-infrastructuur en economische en militaire productiecapaciteit van de tegenstander te verzwakken.
Opvallend is dat het karakter van de oorlog sterk is veranderd als gevolg van de massale inzet van drones die een groeiende impact hebben op het verloop van de vijandelijkheden. Eind juni kondigde de Oekraïense president Zelensky een 40-daagse campagne aan tegen Russische doelwitten om “de agressorstaat te dwingen de oorlog te beëindigen”. Sindsdien heeft Kiev de aanvallen tegen belangrijke bevoorradingslijnen in de door Rusland bezette gebieden in Oekraïne, en brandstoflocaties en andere strategische doelen in Rusland zelf opgevoerd. Daarbij worden ook Moskou en Sint-Petersburg niet gespaard. De Oekraïense president rekent erop dat hij zo de druk van de Russische bevolking op het Kremlin om de oorlog te beëindigen kan doen toenemen.
Nieuwe graanoorlog
Hoewel deze aanvallen in westerse media vaak worden voorgesteld als een groot succes voor Oekraïne en een mogelijk keerpunt in de oorlog, is er een duistere keerzijde die dat zogenaamde succes overklast. Rusland zag in de Oekraïense aanvallen een legitimatie om zijn aanvallen op de haven van Odessa en graantransporten te hervatten. De haven van Odessa is een belangrijke economische levensader voor Oekraïne. Kiev haalt 60% van zijn exportinkomsten uit de export van landbouwproducten en het gros van die export verloopt via de haven van Odessa. Die ligt nu nagenoeg stil. Omdat Oekraïne een belangrijke graanexporteur is, dreigt die nieuwe graanoorlog de voedselprijzen op de wereldmarkt op te drijven.
Dat is vooral nefast voor de armere landen die al een zware tol betalen voor de wereldwijde energiecrisis als gevolg van de vijandelijkheden tussen de VS en Iran, met een verlammend effect op het brandstofverkeer door de Straat van Hormuz. Bij het begin van de oorlog in Oekraïne was het vermijden van een hongersnood in de arme landen een belangrijke motivatie om een graandeal te sluiten met Rusland, waarbij voedseltransporten zouden worden ontzien van militaire aanvallen. Hoewel Rusland zich na een jaar terugtrok uit het akkoord, bleven grootschalige aanvallen op voedseltransporten grotendeels uit.
Rusland slaagt er ook steeds beter in om de Oekraïense transport- en energie-infrastructuur te beschadigen omdat Kiev niet meer kan rekenen op luchtverdedigingsraketten van de VS. De oorlog met Iran zorgde er immers voor dat de stocks aan patriotraketten sterk zijn geslonken.
Contraproductieve illusies
Ondertussen is duidelijk geworden dat de 40-dagencampagne van Zelensky niet het beoogde effect heeft en zelfs contraproductief is gebleken. In plaats van Rusland op de knieën te dwingen heeft ze het kamp van de hardliners in Rusland -dat nog steeds ijvert voor een totale overwinning op Oekraïne en de oorlog ziet als de ‘verdediging’ van de Russische beschaving- vocaler gemaakt. Hoewel het Kremlin de maximalistische piste (een nederlaag van Oekraïne, de val van Zelensky, "denazificatie" en demilitarisering van het land) al een tijdlang heeft verlaten, is het veel toleranter voor deze haviken dan het talrijkere kamp dat een einde wil aan de oorlog en waartegen de interne repressie sterk is opgevoerd.
De hardliners zijn nodig zolang het Kremlin zijn oorlogsdoelen niet heeft gerealiseerd. Een van deze doelen is de volledige controle over de Donbasregio in het oosten van Oekraïne, waarvan 11% nog steeds door Kiëv wordt gecontroleerd en die Rusland opeist als onderdeel van de prijs om tot vrede te komen. De hoge menselijke en economische tol voor een gebied van amper 2000 km² doet erg denken aan de veldslagen van de Somme, Verdun (1916) en Passendale (1917), waar beperkte territoriale winst de tol eiste van vele honderdduizenden levens. Volgens gelekte Russische gegevens zou van januari tot augustus 2025 alleen al in de strijd voor de verovering van de strategische stad Pokrovsk 43.700 Russische soldaten zijn gesneuveld.
Beide kampen koesteren Illusies. Rusland eist het bezette gebied op in ruil voor een vredesakkoord, maar zelfs in het groeiende kamp van Oekraïners dat bereid is om het af te staan aan Russische controle in ruil voor een einde aan de oorlog, is het politiek en moreel onaanvaardbaar om ook het resterende onbezette stuk van de Donbas op te geven. Oekraïne houdt officieel nog steeds vast aan de tien punten tellende ‘vredesformule’ van november 2022 die onder meer de volledige terugtrekking van Russische troepen eist en het herstel van de territoriale integriteit, met inbegrip van de in 2014 door Rusland geannexeerde Krim. Hoewel Kiev het internationaal recht aan zijn kant heeft, is het erg onwaarschijnlijk dat deze doelstellingen zullen worden bereikt via militaire dan wel politieke weg.
Oekraïne weet dat ook wel, maar gesterkt door de blijvende Europese steun lijkt het niet geneigd om hierin toe te geven. Dat Rusland van zijn kant zo hard blijft hameren op de annexatie van het laatste stukje van de Donbas, heeft vooral politieke redenen. Zonder die bijkomende annexatie zal Moskou moeilijker kunnen claimen dat het de oorlog heeft gewonnen en dat het alle inspanningen en het bloedvergieten waard was. Vandaar dat het belangrijk kan zijn om Rusland op andere terreinen over de streep te trekken, zoals rond de kwestie van het NAVO-lidmaatschap van Oekraïne, waar Moskou zich hard tegen verzet, maar dat sinds 2019 als een strategisch objectief in de grondwet van Oekraïne staat ingeschreven.
Om tot vrede te komen is dringend een sterk internationaal initiatief noodzakelijk dat zich baseert op een goed geïnformeerd overzicht van de politieke situatie en de standpunten in beide landen, waarbij de nadruk wordt gelegd op mogelijke stimulansen -bijvoorbeeld rond NAVO-lidmaatschap en gebiedsruil- die in de onderhandelingen kunnen worden gegooid. Veel tijd is verloren gegaan omdat er in de eerste oorlogsjaren een compleet taboe rustte op diplomatieke initiatieven voor een vredesregeling. In Europa blijft dat taboe nog steeds grotendeels overeind.
Pogingen tot een diplomatieke oplossing -in maart en april 2022, onder meer onder auspiciën van Turkije- werden aan het begin van de oorlog, toen Rusland had begrepen dat het Oekraïne niet onder de voet kon lopen, afgeschoten door de VS en het Verenigd Koninkrijk, die vonden dat Rusland zoveel mogelijk verzwakt moest worden. Oekraïne werd aangemoedigd om de strijd voort te zetten in ruil voor militaire steun.
Betekenisvolle internationale initiatieven voor onderhandelingen bleven uit tot Trump zijn tweede termijn begon met de belofte om gauw een eind te maken aan de vijandelijkheden. Hoewel zijn transactionele aanpak -hij leek vaak meer oog te hebben voor wat het Washington kon opleveren- weinig zoden aan de dijk bracht, kwam er wel opnieuw een beter zicht op de onderhandelingsposities van Kiev en Moskou, met enerzijds de bereidheid tot nieuwe toegevingen, maar anderzijds ook de rode lijnen. Trilaterale onderhandelingsrondes tussen de VS, Rusland en Oekraïne in Abu Dhabi en Genève begin dit jaar leverden weinig op, maar kregen ook niet alle kansen. De partijen waren het erover eens om de onderhandelingen voort te zetten, maar door de oorlog tegen Iran die veel aandacht van Washington opslorpt, zijn ze voor onbekende duur opgeschort.
Waar blijft Europa?
Het zou voor de Europeanen het uitgelezen moment kunnen zijn om het initiatief naar zich toe te trekken. Maar vooralsnog is de politieke wil om te onderhandelen niet erg groot. De Europese Unie blijft in eerste instantie inzetten op militaire steun in combinatie met het opdrijven van sancties tegen Rusland. Dit gebeurt niet zozeer meer vanuit de illusie dat de militaire optie voor een nederlaag van Rusland kan zorgen (waar lang naar werd gestreefd), maar wel als middel om Moskou aan de onderhandelingstafel te dwingen, zij het onder Europese voorwaarden. Dat zou wel eens een averechts effect kunnen hebben, omdat het de politieke kloof met Moskou -die de opgevoerde Europese druk als een uiting van primair vijandig gedrag ziet- alleen maar heeft verdiept.
Het merendeel van de Europese politieke protagonisten beweert daarbij dat Poetin niet bereid is om te onderhandelen of dat onderhandelingen met een niet te vertrouwen Poetin zinloos zijn. Dat Moskou niet wil onderhandelen strookt niet met de werkelijkheid. Washington en Moskou hebben er sinds midden 2025 al diverse onderhandelingsrondes opzitten. In die tijd heeft Moskou zijn onderhandelingspositie geleidelijk afgezwakt. Het gaf bijvoorbeeld aan dat het bereid was om zijn (wederrechtelijke) claim op de regio’s Zaporizja en Kherson, die in het najaar van 2022 nog formeel werden geannexeerd, te laten vallen. Het Kremlin bleek ook zijn goedkeuring te kunnen geven aan het recht van Oekraïne om tot de Europese Unie toe te treden. Dat is opvallend omdat betere handelsrelaties van Oekraïne met de Europese Unie de trigger vormden voor de pro-westerse machtswissel in Kiev in 2014. Onderhandelingen kunnen dus wel degelijk effect hebben op de Russische positie.
Als onderhandelingen zinloos zijn wegens de onbetrouwbaarheid van Poetin impliceert dit de facto dat vrede maar mogelijk is na zijn val of een betekenisvolle nederlaag van Rusland - dat is meer een wensdroom dan realiteit. Het vormt wel een alibi voor de hardliners binnen Europa om via Oekraïne de oorlog met Moskou voor te zetten tot deze ‘strategische rivaal’ (volgens de NAVO-terminologie) voldoende verzwakt of uitgeschakeld is. En dat komt erop neer dat de aanhoudende militaire steun aan Oekraïne in eerste instantie westerse strategische doelstellingen moet dienen, zelfs al gaat dat ten koste van een mogelijke vrede en vele duizenden dodelijke slachtoffers.
Het Europese verwijt aan Poetin dat hij niet wil onderhandelen is behoorlijk hypocriet, omdat de Europese machten zelf zwaar op de rem staan bij een vredesproces. Op 7 juni bepaalden de ‘E3’ (Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) vijf voorwaarden voor een “rechtvaardige en duurzame vrede” goed wetende dat een aantal daarvan een ‘no go’ zijn voor Moskou. Een van die eisen is een onmiddellijk staakt-het-vuren. Moskou verwerpt dit, omdat het vreest dat het om een ‘pauze’ gaat die Oekraïne in de gelegenheid stelt om zich te herbewapenen en zich militair voor te bereiden op een nieuw offensief. Rusland wil een herhaling van de Minsk-akkoorden die een einde beloofden te maken aan de oorlog (2014 en 2015), vermijden. De toenmalige Duitse bondskanselier Merkel en de Franse president Hollande gaven achteraf openlijk toe dat het diplomatiek initiatief Minsk II diende om tijd te kopen voor de Oekraïense troepen om zich militair te reorganiseren en versterken.
Moskou eist dat er voorafgaandelijk aan een staakt-het-vuren overeenstemming komt over een aantal politieke voorwaarden, zoals de erkenning van de realiteit op de grond (d.w.z. van het veroverde Oekraïense gebied als Russisch) en veiligheidsregelingen die ook rekening houden met Russische belangen, zoals de neutraliteit van Oekraïne.
Het E3-standpunt spreekt enkel over Europese veiligheidsbelangen, voorziet de ontplooiing van een multinationale troepenmacht en houdt de deur open voor het principe van NAVO-lidmaatschap. Oekraïne moet over het soevereine recht beschikken om zijn eigen veiligheidsregelingen en -allianties te kiezen. Rusland ziet een internationale troepenmacht aan zijn grens als een opstap naar de integratie van Oekraïne in westerse militaire structuren -wat het verwerpt- en ziet een Oekraïens NAVO-lidmaatschap als onverenigbaar met de eigen veiligheidsbelangen. Hoewel dit Russisch standpunt reeds lang gekend is en er amper een NAVO-lid bereid zal worden gevonden om Kiev op te nemen -nu niet en ook niet in de nabije toekomst- legt het Europese standpunt rond deze kwestie ook een onnodige hypotheek op succesvolle onderhandelingen.
Maar het belangrijkste probleem is dat de Europese Unie zelf nog niet eens overeenstemming heeft bereikt over een diplomatiek initiatief.
Europese verdeeldheid
Toen naar aanleiding van de Europese top in juni 2026, bekend geraakte dat Antonio Costa, de voorzitter van de Europese Raad, een initiatief had genomen voor ‘beperkte diplomatieke contacten’ met Rusland om een communicatielijn met Moskou te openen, kreeg hij de wind van voren van de Scandinavische en Baltische staten, maar ook van Frankrijk en Duitsland die vonden dat zijn initiatief “niet gecoördineerd” en “onprofessioneel” was. De critici van Costa vinden dat de EU (nog) meer moet focussen op het opvoeren van de druk op Rusland.
Na de Europese top verklaarde President Macron dat eventuele vredesgesprekken prioritair zouden moeten gaan over de militaire capaciteiten van Oekraïne en veiligheidsgaranties. De Duitse Bondskanselier Merz verwees dan weer naar de afspraken die gemaakt zijn met Zelensky over de voorwaarden voor vredesgesprekken in het kader van de E3-initiatief (met niet EU-lid het Verenigd Koninkrijk). Volgens de Letse premier Andris Kulbergs hebben diplomatieke kanalen geen zin zolang Rusland geen diplomatie wil. Costa verdedigde zijn initiatief met de woorden: “Wat ik via mijn ambt doe, is een diplomatiek kanaal tot stand brengen, omdat we niet alleen op anderen kunnen vertrouwen om Russische boodschappen te interpreteren en we in staat moeten zijn om onze eigen boodschappen aan Rusland over te brengen.”
Dit lijkt een logisch standpunt, dat ook gedeeld wordt door landen als Spanje, Ierland, Oostenrijk en België, maar het botst dus op Europese verdeeldheid. Binnen de Europese Unie blijft het politiek gewicht van zij die kiezen voor de strategie van maximale druk op Rusland, nog steeds heel groot, hoe onproductief die in de praktijk ook is gebleken.
De indruk wordt versterkt dat binnen Europa de politieke wil ontbreekt om zichzelf diplomatiek op de kaart te zetten rond een conflict waarbij het er alle belang bij heeft dat het niet verder escaleert. De Estse premier Kristen Michal belichaamt het Europese taboe dat op diplomatie rust bij veel Europese politici: “De suggesties dat er alternatieve kanalen of diplomatieke achterpoortjes nodig zijn, zijn misplaatst. Het doel blijft ongewijzigd: Poetin moet uiteindelijk de voorwaarden accepteren die door Volodymyr Zelensky en Oekraïne zijn gesteld”, aldus Michal.
Zolang dergelijke hardliners de koers bepalen, zal de EU in eigen voet blijven schieten. Het zorgt ervoor dat het diplomatiek initiatief bij een weinig betrouwbare regering-Trump komt te liggen, die niet liever wil dan dat de Europese Unie zwak voor de dag komt. Het dichthouden van de diplomatieke kanalen speelt ook de hardliners in Moskou in de hand omdat het hen alle argumenten geeft om de oorlogsinspanningen verder op te voeren.
Oekraïne is oorlogsmoe
De oorlogsmoeheid bij de bevolking in Oekraïne groeit en velen zijn niet meer bereid om hun leven op te offeren voor een hopeloze strijd. In tegenstelling tot het standpunt dat de Estse premier vertolkt, blijkt uit een peiling van vorig jaar dat twee derde van de Oekraïense bevolking zo vlug mogelijk een onderhandelde oplossing wil voor de oorlog tegenover 24% die wil doorvechten tot ‘de overwinning’.
Volgens gegevens van het Oekraïense ministerie van Defensie zijn er inmiddels al 2 miljoen dienstweigeraars en rond de 200.000 deserteurs. Lage geboortecijfers en migratie naar het buitenland hebben ervoor gezorgd dat de bevolking van Oekraïne gehalveerd is van 52 miljoen naar 22 tot 25 miljoen inwoners. Volgens data van de Oekraïense regering waren er in de eerste helft van dit jaar amper 73.292 geboortes, tegenover een veel hoger sterftecijfer van bijna 260.000 overlijdens. Elk bijkomend oorlogsjaar dreigt de demografische crisis te versterken, wat tevens ook de sociaaleconomische capaciteit voor een vlotte heropbouw van het land ondergraaft.