De Arabische Lente, de huidige protestbewegingen in Turkije, Brazilië en Egypte, ze komen hier allemaal uitgebreid in het nieuws. We voelen ons solidair met deze buitenlandse protestbewegingen omdat ze zich verzetten tegen tirannieke methoden, ondemocratische maatregelen, islamistische regeringen, enzovoort. Als ordehandhavers geweld, waterkanonnen, traangas en/of rubberen kogels inzetten tegen de protesterende menigtes, zijn hier terecht overal verontwaardigde stemmen te horen.
Het protest in de Westerse wereld dat voortsproot uit de economische crisis -de Occupy-bewegingen in de VS en Europa, de Indignados, de anti-bezuinigingsbetogingen in de Zuid-Europese landen (vooral in Spanje en Griekenland)- komt ook aan bod in het nieuws, op voorwaarde dat het massaal genoeg is uiteraard: grote tentenkampen, nationale betogingen en stakingen. We voelen wel mee met de demonstrerende mensen want ze hebben het moeilijk, maar aan de andere kant “moet er nu eenmaal bespaard worden”, volgens Europa de enige manier om uit de economische crisis te geraken. En dus heeft het niet veel zin om zich daartegen te verzetten. Indien protestacties uitdraaien op geweld en botsingen met ordehandhavers, is dat volgens de reguliere pers doorgaans te wijten aan de minder goede bedoelingen van (een deel) van de betogers. Buitensporig staatsgeweld komt hier, in het democratische Westen, immers niet voor. Indien de acties te lang duren, zoals de verschillende bezettingen van openbare pleinen door Occupy-activisten, krijgen ze in de pers alsmaar minder aandacht. De sympathie slaat over in verveling en irritatie (“Zitten die daar nu nog altijd? Zo zullen ze geen werk vinden hé!”). Uiteindelijk worden de openbare plekken 'schoongeveegd' door oproerpolitie in vol ornaat en met het gebruik van het nodige geweld tegenover iedereen die zich hiertegen verzet. De opkuisacties worden gerechtvaardigd door de activisten te criminaliseren. De burgemeester van New York, Bloomberg, zei over het verwijderen van de Occupy-activisten uit het Zuccotti-park in november 2011: “Jammer genoeg was het park een plaats geworden waar mensen niet samenkwamen om te protesteren, maar om de wet te overtreden, en in sommige gevallen anderen te kwetsen.” Er wordt ook vaak gewezen op het feit dat activisten zich openbare plaatsen toe-eigenen en het onmogelijk maken voor 'anderen' om gebruik te maken van deze publieke plekken. Dezelfde logica wordt gevolgd door autoriteiten in het buitenland. De Turkse premier Erdogan beschuldigt de menigte die tegen hem op straat komt van “vandalisme, terrorisme en geweld”. Hij wees er ook op dat de demonstranten de rest van de bevolking beletten om gebruik te maken van bepaalde openbare plaatsen. Vandaar dat de politie ingezet wordt. De EU riep Erdogan op om de vrijheid en de fundamentele rechten van het volk te eerbiedigen. De EU Commissaris voor Uitbreiding, Stefan Füle, stelde begin juni: “Vreedzame demonstraties vormen een legitieme manier voor groepen om hun mening te uiten in een democratische maatschappij. Het excessief gebruik van geweld door de politie tegen deze demonstraties hebben geen plaats in zo'n democratie”. De Turkse premier had niet geheel ongelijk toen hij hierop reageerde door te stellen dat Europa een dubbele standaard hanteert. Neem bijvoorbeeld de aanpak van de afgelopen G8-top in Noord-Ierland (17-18 juni 2013). Deze jaarlijkse ministeriële bijeenkomsten achter gesloten deuren van de 7 belangrijkste Westerse industriële staten plus Rusland, gaan doorgaans gepaard met protest van groepen (o.a. de andersglobalistische beweging) die graag op vreedzame wijze hun mening willen uiten. Dit wordt echter systematisch belet. Eerst en vooral wordt elk initiatief van activisten gewoon doodgezwegen. Hebt u in juni beelden gezien van anti-G8-acties in de reguliere pers? Ze waren er nochtans. Verder wordt alles in het werk gesteld om te verhinderen dat er überhaupt acties kunnen plaatsvinden. Dit gebeurt door de plaats van bijeenkomt hermetisch af te sluiten van de buitenwereld en alle demonstranten fysiek tegen te houden lang voor ze deze plek kunnen bereiken. De Vredesbeweging is zeer bekend met deze technieken. Zo trad de Franse politie bv. uitermate brutaal op tegen de vredesdemonstranten tijdens de NAVO-top in Straatsburg van 2009. Ze stuurde volledige bussen met betogers terug en onderschepte activisten in hun auto's en op het openbaar vervoer. Betogers werden ook preventief administratief aangehouden en werden daarbij soms hardhandig aangepakt. Indien activisten toch hun democratisch recht opeisen om te demonstreren wordt er niet zelden gechargeerd of worden er waterkanonnen en traangasgranaten ingezet. Activisten worden afgeschilderd als onruststokers, geweldenaars en criminelen. Voor de laatste G8-top werd er een speciale procedure gestemd zodat mensen betrokken bij 'oproer' versneld berecht konden worden. Bovendien werden er extra cellen vrijgemaakt om de toestroom aan opgepakte activisten te huisvesten. De demonstranten halen doorgaans alleen zendtijd indien er geweldsuitbarstingen zijn. De terechte kritiek en de legitieme eisen van vreedzame demonstranten halen de nieuwsreportages zelden. Dit is ook het geval in België. Het hele GAS-beleid, dat onlangs nog verstrengd werd door het parlement, maakt deel uit van de criminalisering van de georganiseerde contestatie. Kleine acties, burgerlijke ongehoorzaamheid en het verspreiden van affiches veroorzaken 'overlast' en kunnen bijgevolg bestraft worden. Ook Vrede vzw kreeg al twee GAS-boetes in de bus voor 'illegaal geplakte affiches'.
Dit artikel verscheen in ons tijdschrift 'VREDE - Tijdschrift voor internationale politiek' Blijf op de hoogte en abonneer u hier!