Image
Oekraïne

Shutterstock.com

Hoe zou echte vredesopbouw in Oekraïne eruit zien?
Artikel
9 minuten

We moeten de lessen van 21e-eeuwse vredesopbouw toepassen om een vredesproces te creëren dat mensgericht, door vrouwen geleid en op rechten gebaseerd is. 

Terwijl de situatie in Oekraïne de afgelopen maanden verder verhitte, heeft ook het debat tussen buitenlandse beleidsexperten een ongekend niveau bereikt qua volume en onvermurwbaarheid. 

Een van de standpunten is ‘liberaal internationalistisch’. De focus hier is dat Oekraïne het soevereine recht heeft om NAVO-lidmaatschap na te streven, geconfronteerd wordt met een ongerechtvaardigde militaire agressie door Rusland (omdat, zo wordt geargumenteerd, Rusland imperialistische doelen koestert en schrik heeft voor een bloeiende democratie naast de deur), een beschavingskeuze heeft gemaakt die gericht is op het Westen, en dat het Westen het land bijgevolg moet verdedigen (militair en via sancties) en Rusland in het algemeen uit heel Oost-Europa moet houden. 

Een andere positie, de ‘realistische terughoudendheid’, poneert dat de westerse regeringen niet bereid, noch in staat zijn om Oekraïne militair te beschermen tegen Rusland en dat ze geen vage beloftes over NAVO-lidmaatschap zouden mogen maken. Dit standpunt erkent dat Rusland (legitieme of op zijn minst onvermijdelijke) veiligheidsbezorgdheden heeft en dat conflicten zoals dat in het oosten van Oekraïne (Donbas-regio) het best opgelost worden via onderhandelingen. 

De ‘realistische terughoudendheid’ poneert dat conflicten zoals dat in het oosten van Oekraïne het best opgelost worden via onderhandelingen.

Het grootste deel van de periode na de Koude Oorlog werden voorstanders van deze theorie rond internationale betrekkingen verbannen naar obscure academische ruimtes en de excentrieke marge. Maar realistische terughoudendheid-ideeën zijn nu de mainstream getreden en naderen het centrum van de militaire- en beleidsbesluitvorming. Ze dagen de luie schijnheiligheid uit van de westerse beleidsvorming rond Oekraïne, evenals de dogma’s die kritische discussies over de hachelijke situatie van het land het zwijgen opleggen.

Realistische terughoudendheid-argumenten hebben een ongekende ruimte gecreëerd voor een eerlijkere en grondigere analyse rond de vraag waarom er in 2014 een gewapend conflict is uitgebroken in Oekraïne, waarom het aanhoudt en hoe het getransformeerd kan worden. 

Een geraamte van een vredesakkoord

De realistische terughoudenheid-argumenten vormen een doorbraak, maar ze volstaan niet. Sommige strategieën lijken wel rechtstreeks uit het begin van de 20ste eeuw te komen, toen vrede stichten gelijk stond aan besnorde mannen die zich in blinkende uniformen over landkaarten bogen in een Frans kasteel.

Een van de aanbevelingen is bijvoorbeeld om de Minsk II-akkoorden, het in 2015 ondertekende staakt-het-vuren en vredesakkoord, zo snel mogelijk door te duwen. Dit zou gedaan worden via grootmachten die -voor eens oprecht- druk uitoefenen op de Oekraïense regering.

Een dergelijke aanpak houdt geen rekening met goed-gedocumenteerde, zwaarbevochten lessen over het bouwen van vrede, een voorwaarde voor menselijke bloei. We moeten inderdaad beginnen bij het Minsk II-akkoord zoals de realistische terughoudendheid-argumenten beweren, maar als we het goed willen doen, mogen we daar niet stoppen. 

Minsk II is voor velen in Oekraïne een toxisch merk geworden, maar het volgt de onontkoombare logica van elk vredesakkoord: staakt-het-vuren, scheiding van de verschillende krachten, vertrouwenwekkende maatregelen, een graad van politieke autonomie of machtsdeling, en een (beperkte) amnestie. Afgezien van de totale nederlaag en onvoorwaardelijke overgave van één van de partijen, moeten beide zijden bereid zijn tot compromis en de rechten, belangen en relatieve macht van de andere zijde erkennen. Indien Minsk II heronderhandeld zou worden vandaag, zou de resulterende deal ongeveer dezelfde zijn. De militaire en politieke machtsbalans van beide zijden is grotendeels onveranderd gebleven sinds 2015. 

Zowat alle vredesakkoorden van de recentste decennia weerspiegelen dezelfde basislogica. Ze omvatten Colombia’s vredesakkoord van 2016, het Dayton-akkoord voor Bosnië en het Goede Vrijdagakkoord in Noord-Ierland. Zelfs waar conflicten grotendeels niet-militair bleven, zijn regionale autonomie en culturele rechten typische kenmerken van politieke overeenkomsten, bijvoorbeeld het Gruber-de Gasperi-overeenkomst dat de status van Zuid-Tirol regelt of de Catalaanse autonomie in Spanje. Zeker de Gruber–de Gasperi en Goede Vrijdagakkoorden zijn relevant hier, omdat ze beide een graad van soevereiniteit afstaan aan een buurstaat, iets dat Minsk II zogezegd onaanvaardbaar maakt voor Oekraïne.

Niet alle vredesovereenkomsten van de post-Koude Oorlogsperiode waren even succesvol. Succes in deze situatie betekent niet louter het beëindigen van gewapend geweld, maar ook het fundament leggen voor verzoende, toekomstgerichte, bloeiende nationale gemeenschappen.

Een succesvol vredesakkoord betekent niet louter het beëindigen van gewapend geweld.

Doorslaggevend voor hun succes is een brede, representatieve publieke participatie, zodat de stemmen van degenen die het meest getroffen worden door het conflict worden gehoord en dat er rekening mee wordt gehouden. Vredesakkoorden die herleid worden tot rudimentaire militaire en politieke machtsovereenkomsten, gesloten door buitenlanders in verre plaatsen en van bovenaf opgelegd, doen het veel slechter.

Minsk II mag dan onvermijdelijk zijn, in zijn huidige vorm is het ook gebrekkig - een skelet van een vredesakkoord. Haastig opgesteld door diplomaten in een buitenlandse hoofdstad verwijzen de akkoorden niet naar grieven, mensenrechten en menselijke veiligheid, negeren ze vertegenwoordiging en participatie in de onderhandelingen en de implementatie, en maken ze geen melding van reconciliatie en recuperatie, de terugkeer van ontheemde personen en de re-integratie of demobilisatie van paramilitaire eenheden. Als Minsk II doorgeduwd wordt in zijn huidige vorm, zal dit niet resulteren in duurzame vrede. 

De rol van vrouwen in vredesopbouw 

Vanaf 2014 adviseerde ik de 'Women’s International League for Peace and Freedom' (WILPF) rond Oekraïne, en in 2016-17 werkte ik voor WILPF’s Zweedse partnerorganisatie, Kvinna Till Kvinna. Ik reisde maanden door heel Oekraïne, met name in het oosten en het zuiden, naar grote steden, kleine dorpen en gemeenschappen aan de frontlinie, waar ik vrouwen ontmoette van allerlei achtergronden en luisterde naar hun oorlogservaringen en naar welke soort vrede zij verlangen. 

Ik probeerde open vragen te stellen zodat deze vrouwen hun eigen verhalen konden vertellen in hun eigen woorden. Ik wilde hun expertise en leiderschap aanmoedigen en iets nuttigs teruggeven in ruil voor hun tijd en vriendelijkheid. Ik ben in contact gebleven met tientallen activistische vrouwen in Oekraïne met verschillende politieke opvattingen en achtergronden.

Mijn benadering van vredesopbouw is gebaseerd op de Vrouwen, Vrede en Veiligheidsagenda die opgenomen is in de historische VN-Veiligheidsraadsresolutie 1325 (1990): luister naar vrouwen en laat hen leiden. WILPF, dat opgericht werd in 1915 door vrouwen die een einde probeerden te stellen aan de Eerste Wereldoorlog, deed dit al 75 jaar voordat de VN eraan toekwam. De opvattingen die hier neergeschreven staan, zijn echter volledig de mijne.  

De onmisbare rol van vrouwen in het opbouwen van duurzame vrede is geen feministische fantasie. Dit wordt ondersteund door tal van onafhankelijke vergelijkende studies van tientallen vredesakkoorden. Het centraal stellen van vrouwen in alle aspecten van vrede en veiligheid is het officieel buitenlands beleid aan het worden van een groeiend aantal staten en internationale organisaties. Het moet gezegd worden dat wat Oekraïne betreft sommige van hen hun eigen advies niet hebben opgevolgd. 

Een goed vredesproces begint bij het ontmantelen van een van de hoger vermelde dogma’s: dat Oekraïne een land is met verenigde burgers die de ‘beschavingskeuze’ hebben gemaakt om zich op het Westen te richten en verheugd een proces ingaan van cultureel-linguistieke homogenisering.

Oekraïne is een land met grote, intersectionele diversiteit en bijgevolg complexe breuklijnen. 

In plaats daarvan was Oekraïne in 2013-14 -en vandaag nog altijd- een land met grote, intersectionele diversiteit en bijgevolg complexe breuklijnen. Het zou simplistisch zijn om die louter te reduceren tot taal en geografische locatie. Het gaat ook om politieke voorkeuren, lokale economieën, geheugen en geschiedenis, migratiepatronen, verschillende concepten van burgerschap en zelfs leeftijd en gender. 

Meer dan in elk ander post-Sovjet-conflict, zijn deze breuklijnen fluïde, niet primordiaal. Het gaat om de keuzes van mensen. De oorlog, enorme communicatiecampagnes door verschillende binnenlandse en buitenlandse actoren, een nationalistisch beleid van staatsopbouw en de realiteiten van het leven onder de neoliberale hervormingen hebben nieuwe breuklijnen gecreëerd.   

De component over autonomie in Minsk II weerspiegelt deze realiteit, maar biedt een enge, inadequate weergave van de vele verschillende groepen - elk met hun belangen, noden en visies die beïnvloed worden door dit conflict. Vredesopbouw in de 21ste eeuw moet mensgericht zijn.

De standaardhandleiding voor vredesopbouw van ‘International Alert’ definieert het als volgt: “effectieve conflicttransformatie is alleen mogelijk met de goedkeuring en participatie van degenen die het meest getroffen zijn door het conflict”. Om een blijvende vrede op te bouwen moeten mensen veilig zijn en zich veilig voelen. Ze moeten zich gerespecteerd voelen als gelijken in hun land en erin vertrouwen dat de regering hun rechten respecteert, hun waardigheid waarborgt en hun belangen behartigt. De enige manier om dit te verwezenlijken, is door burgers te laten participeren en ervoor te zorgen dat ze gehoord worden. Wanneer grote groepen zich uitgesloten en genegeerd voelen, kan er geen basis zijn voor vrede. 

Bouwen aan een andere toekomst

Dit gevoel van uitsluiting wordt geïllustreerd door iets dat vrouwelijke leerkrachten die vluchtten uit de separatistische Donbas-territoria me vertelden. Niet lang nadat de oorlog uitbrak decreteerde de Oekraïense regering een wet waardoor de middelbare en hoge schooldiploma’s uitgevaardigd door de separatistische autoriteiten niet langer erkend worden. Dit betekent dat de getroffen jongeren in de Donbas zich niet meer kunnen inschrijven in universiteiten in de rest van Oekraïne en hun hoop op het opbouwen van een leven in een toekomstig herenigd land gekelderd wordt.

De uit de separatistische regio’s afkomstige leraressen besloten om hun vroegere leerlingen vanop afstand en clandestien les te geven, zodat ze Oekraïense correspondentiediploma’s kunnen behalen. Ze waren er getuige van hoe kinderen tot slachtoffer gemaakt werden en hoe een nog diepere wig geslagen werd in hun gemeenschap, vandaar dat ze besloten om de kinderrechten te beschermen en te pogen hun land bij elkaar te houden door actie te ondernemen, zelfs in deze precaire en stressvolle situatie. 

Wanneer grote maatschappelijke groepen zich uitgesloten en genegeerd voelen, kan er geen basis zijn voor vrede.

Als er bij een vredesovereenkomst geen rekening gehouden wordt met de belangen van deze groepen jongeren en hun problemen niet adequaat worden aangepakt, zullen de grieven eerder groeien dan verdwijnen. Vermoedelijk heeft niemand aan de onderhandelingstafel ooit al van dit probleem gehoord, noch kunnen ze het gevoel van urgentie en plicht van deze leerkrachten vervullen. 

Ik luisterde naar nog veel meer verhalen van vrouwen in de oorlog. Bijvoorbeeld over hoe artillerievuur de elektriciteit afsneed, wat leidde tot het verlies van de zomervoorraad fruit waarmee vrouwen hun kinderen voeden in de winter. Een vrouw uit Mariupol vertelde me dat haar moeder zo oud was dat ze zich de Tweede wereldoorlog nog kon herinneren. Bij het uitbreken van het geweld in de Donbas-regio ontvluchtte ze haar dorp, wat gezien haar ouderdom een zware tol eiste op haar geest. Van zodra ze een tank zag of artillerie hoorde werd ze bang en vroeg ze “welke zijn de Duitsers?”. Ze keerde nooit meer terug naar haar dorp en stierf in het derde jaar van de oorlog. 

Langs de frontlinie voelen vrouwen zich gevangen tussen twee totaal onverschillige partijen, die hun huizen en lichamen in het beste geval beschouwen als een obstakel in de vuurlinie. Ze worden geplaagd door de boosaardigheid van oorlog, hoe soldaten opzettelijk dingen beschadigen en kapotmaken die het leven gelukkig en betekenisvol maken, zoals een poppenkast, een broodmaker, een tuin, enz.  

Zonder een mensgericht vredesproces zullen patronen van uitsluiting en slachtofferschap niet geremedieerd worden. Herinneringen van pijn en onrechtvaardigheid zullen veranderen in chagrijn en vervreemding die generaties lang zullen aanslepen. Een brede waaier aan belanghebbenden kan gehoord en gevalideerd worden via beproefde vredesopbouw-praktijken, en kan verder gaan met de constructie van een andere toekomst voor hun land.

Als we de consensus van de internationale gemeenschap in de Vrouwen, Vrede en Veiligheidsagenda van de VN negeren, is er maar weinig hoop op echte vrede in Oekraïne. Maar als we ruimte creëren voor het opmerkelijke leiderschap, het harde werk en de expertise van Oekraïense vrouwen, dan is er hoop op een slimme, rechtvaardige en duurzame vrede. 

Dit artikel verscheen eerder op Opendemocracy.net
 


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Thema
Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.