Responsibility to arm?
Beeld: Jos van Zetten via wikipedia
Responsibility to arm?
Artikel
6 minuten

De term 'humanitaire interventie' behoort vandaag niet meer tot het politieke vocabularium om het interne en buitenlandse optreden te legitimeren. Men heeft een tijdlang dit concept gehanteerd om militaire interventies tijdens conflicten humanitair te verpakken met als argument dat het nodig was om erger te ...

De term 'humanitaire interventie' behoort vandaag niet meer tot het politieke vocabularium om het interne en buitenlandse optreden te legitimeren. Men heeft een tijdlang dit concept gehanteerd om militaire interventies tijdens conflicten humanitair te verpakken met als argument dat het nodig was om erger te voorkomen. Dit scenario werd tijdens de Kosovo-oorlog in 1999 door de VS en de NAVO in praktijk gebracht zonder mandaat van de VN-veiligheidsraad. 'Responsibility to protect' (R2P) vormt de nieuwe legitimatie voor interventie. Dit concept is mogelijks nog gevaarlijker dan de 'humanitaire interventie' omdat het tot omvangrijke en systematische militarisering van conflicten kan leiden.

Het paternalistisch gevoel

Het uitgangspunt van deze 'verantwoordelijkheid tot bescherming' is de bezorgdheid hoe de internationale gemeenschap op een dreigende genocide in een land moet reageren. De argumentatie steunt op de drie pijlers die VN-secretaris Ban Ki Moon beschreef, namelijk de vraag over de soevereiniteit van de staat, het aspect van de hulp bij de opleiding van de interne veiligheidstroepen en ten slotte de directe militaire interventie.

Om te beginnen krijgt de soevereiniteit van het land een nieuwe interpretatie.  Deze is in het 'R2P' debat niet langer de basis voor reële machtsuitoefening van de staat. Veel meer staat de verantwoordelijkheid van de overheid ten opzichte van zijn burgers op het voorplan om deze tegen grote misdaden te behoeden, namelijk genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid en etnische zuiveringen.

Op het eerste gezicht wijst dit concept erop dat de staat verantwoordelijk is voor het welzijn van zijn burgers. Bij een meer nauwkeurige lezing is het zeer twijfelachtig of deze nieuwe interpretatie van de staatssoevereiniteit überhaupt enigszins van doen heeft met het democratiseren van een staat. Ligt hier enerzijds niet veeleer een hiërarchische staatsvorm aan de grondslag, waarbij de heersende elite de ondergeschikten voor alle onheil moet behoeden? Het blijft anderzijds dan nog de vraag of de nu volop gepropageerde bescherming tegen massale misdaden, mensenrechten als bijvoorbeeld het recht op bescherming tegen staatsgeweld, nog ernstig neemt. De staat moet zelf instaan voor de bescherming van zijn burgers tegen bijvoorbeeld mogelijk staatsgeweld dat ze zelf uitoefent? De R2P-pleitbezorgers hopen eigenlijk dat geen moorddadige staatsleider zich nog achter de staatssoevereiniteit kan verstoppen, maar hun antwoord is niet de uitbouw van de democratie en respect voor mensenrechten maar een militarisering van de situatie.

Bewapening en opleiding

Het 'R2P'-concept vergt een grote internationale consensus om de verplichting aan staten op te kunnen leggen hun burgers te beschermen. Te vrezen valt dat conflicten hierdoor sneller de militaire toer zullen opgaan en van een politieke confrontatie snel zullen omslaan in een gewapende. Hoewel in de officiële documenten nog veel onduidelijk is over de opbouw van een relevante veiligheidscapaciteit voor het oplossen van conflicten, kan men zich toch wel sterk afvragen of diplomatieke middelen de voorrang zullen krijgen. In de realiteit gaat het vooral – zowel financieel als qua personeelsinzet - om het versterken van een gewapende veiligheidssector. Op deze wijze kan men politie en militairen naar de te ondersteunen landen sturen, of er de opleiding en uitrusting organiseren en financieren van de lokale veiligheidsactoren.

Afgezien van het feit dat een dergelijke militarisering zeer problematisch is, kan deze R2P-praktijk ook de westerse invulling van politie- en legertaken in vraag stellen, en dus meteen ook de universele aanspraak van dit concept van 'verantwoordelijkheid tot bescherming'. Want het alternatief voor de 'wrede heerser' is niet noodzakelijk een toonbeeld van democratie. Of kunnen we ons inbeelden dat deze pleitbezorgers voor de opbouw van een politiemacht in Libië ook een religieuze politie naar het model van Saoedi-Arabië gaan opleiden en financieren?


Interventie

De derde pijler van het concept is de directe militaire interventie, die ons door de pleitbezorgers als indamming van het willekeurig geweld tegen burgers verkocht wordt. Het is voor de westerse regeringsleiders van belang dat de media hierbij het nodige beeld voldoende inkleuren. Het is erg twijfelachtig of dit beschermingsconcept in de toekomst rigoureus het geldend volkenrecht en het VN-Handvest zal volgen. In Kosovo of Irak werd het internationaal recht vlotjes opzij geschoven. In Libië hadden onze leiders geen moeite met het overschrijden van het VN-mandaat.

Het blijkt geregeld dat de R2P-pleitbezorgers niet over voldoende capaciteit (zullen) beschikken om het zeer dure kostenplaatje in mankracht en financiën van deze militarisering, te bekostigen. Ze zullen meer en meer aangewezen zijn op de steun en medewerking van regionale organisaties. Dit is al merkbaar in Afrika en in het Midden-Oosten, waar men op ECOWAS (Economische Gemeenschap van West Afrikaanse Staten dat een militaire interventie plant in Mali), de Afrikaanse Unie of de Arabische Liga rekent om de klus mee te helpen klaren. Het Westen levert de wapens, waaraan de wapenfabrikanten een aardige stuiver verdienen, (leden van) de Afrikaanse Unie en Arabische Liga zullen het kanonnenvlees leveren.

In werkelijkheid ontstaat door deze handelswijze om grote misdaden tegen de burgers te voorkomen, een nieuwe bewapeningsdynamiek waarvan de gevolgen voor de betrekkingen tussen staten nog niet duidelijk zijn. Bij dergelijk scenario is het Westen voorlopig de winnaar. Het laat de oorlog voeren door de regionale vazallen, en hoeft dus geen soldaten naar het slagveld te zenden. Bijgevolg zijn er onder de dodelijke slachtoffers geen eigen militairen. Wanneer bevriende 'derden' de oorlog voeren is het makkelijker met de hulp van de mainstream media de wapenleveringen bij de eigen bevolking als humanitaire bijstand te verkopen. Inmiddels doen de westerse wapenconcerns goede zaken. Zo bedient R2P de wensen van de wapenindustrie en opent ze  toegang tot nieuwe afzetmarkten.

Doorslaggevend is ten slotte, dat met de nieuwe interpretatie van de soevereiniteit, de verantwoordelijkheid, rechtvaardiging en wettigheid van een buitenlands optreden worden veranderd. Moest men bij humanitaire interventie (het 'recht' om te interveniëren) nog de nodige rechtvaardiging voor een militair ingrijpen leveren, is deze morele en politieke verplichting bij de “verantwoordelijkheid tot bescherming” niet langer nodig. Het concept zelf zorgt voor de justificatie, want we dragen een verantwoordelijkheid ten aanzien van de slachtoffers.

'Responsibility to protect of responsibilty to plunder'

De 'R2P'-operaties uit het verleden werden al in talrijke commentaren bekritiseerd als een mislukking van deze strategie. De ervaring in Libië voor het tot stand brengen van een regimewissel draagt duidelijke aanwijzingen dat het buitenlands optreden de neokoloniale belangen van westerse machten moet dienen. De VS en de NAVO intervenieerden aan de zijde van de rebellen en vormden in feite de luchtmacht van de rebellen. Onder de vlag van 'responsibility to protect' werd het land tot puin gebombardeerd.  Vooraf had de NAVO de bemiddelingspogingen van de Afrikaanse Unie in deze Libische crisis zelfs niet in overweging genomen, omdat deze volop wilde inzetten op diplomatieke inspanningen. De oorlog in Libië vormde een openlijke overtreding van het VN-mandaat door de westerse militaire coalitie. Daarenboven mag men niet vergeten, dat de interventie de politieke situatie in Libië uiterst instabiel heeft gemaakt, met gevolgen voor buurlanden als Mali en Ivoorkust. Het concept “verantwoordelijkheid tot bescherming” heeft met Libië de hele regio gedestabiliseerd en daardoor zijn we nu getuige van een ernstig conflict in het noorden van Mali.

Met de VN-resolutie 2071 van 9 oktober 2012 wil men nu een interventie in Mali voorbereiden, en gaat de militarisering van Noord- en West-Afrika verder. Deze verwoestende destabilisatie past kennelijk in het kader en de geest van het 'R2P'-concept zoals dat door het Westen wordt bekeken.

Thema

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.