Image
Yezidi-vluchtelingen uit Shengal getuigen
Foto: Kaitlynn Hendricks
Yezidi-vluchtelingen uit Shengal getuigen
Artikel
14 minuten

Met mondjesmaat komen ze toe in het Koerdische zuiden van Turkije (Noord Koerdistan), de Yezidi-vluchtelingen die ontsnapt zijn aan de slachtpartijen die de Islamitische Staat (IS) heeft aangericht in Shengal, een stad in het noordwesten van Irak. Allen vertellen ze hetzelfde onthutsende verhaal: de Peshmerga (de strijdkrachten van de Koerdische Regering in Noord-Irak) hebben hen ongewapend aan hun lot overgelaten. De guerrilla’s van de Volksverdedigingsmacht HPG (de militaire tak van de Koerdische Arbeiderspartij in Turkije, PKK) en hun bondgenoten van de Volksbeschermingseenheden YPG uit Rojava (de Koerdische regio’s in Syrië) hebben hen gered.

De Yezidi behoren tot een oeroude, Koerdische geloofsgemeenschap die door IS als “duivelaanbidders” gezien worden omdat ze een “Pauw-engel” en de natuurelementen aanbidden. Shengal (of Sinjar), een stad waar veel Yezidi wonen, werd in de nacht van 2 op 3 augustus 2014 ingenomen door de Islamitische Staat. Eerst viel IS een aantal dorpen ten zuiden van Shengal aan -onder meer Girzerik, Til Benat, Til Kassab, Koço (Kocho) en Sibaşexidir (Siba Sheikh Khidir)- waarna de stad zelf volgde. De Peshmerga die Shengal zouden verdedigen, hadden zich de avond ervoor om onbekende reden teruggetrokken, zodat de inwoners nagenoeg weerloos achterbleven. Honderdduizenden Yezidi sloegen op de vlucht, net als andere bevolkingsgroepen die sinds jaren het doelwit vormen van soennitische extremisten, waaronder de Shabak en duizenden sjiitische Turkmenen, die vanuit de eerder door IS veroverde stad Tal Afar een veilig onderkomen hadden gezocht in Shengal. Een deel van de vluchtelingen -40.000 mensen volgens de meest conservatieve schattingen, 150.000 volgens andere bronnen- zocht zijn toevlucht in het Shengal-gebergte. Omdat IS het gebergte omsingeld had, kwamen zij vervolgens voor een gruwelijke keuze te staan: omkomen van de honger en dorst of terugkeren en het slachtoffer worden van de terreurbeweging.

Tussen 9 en 14 augustus trokken we met een Belgische delegatie naar het Koerdische Zuiden van Turkije waar we spraken met verschillende Yezidi die erin geslaagd waren aan het bloedbad van Shengal te ontsnappen. We ontmoetten hen in het Yezidische dorp Bacinê (Güven), net buiten Midyat, en in Nussaybin, aan de grens met Syrië. De Yezidi die we spraken behoren tot 'de gelukkigen' die een paspoort hadden en die de grens met Turkije konden oversteken in de luttele uren dat deze open is geweest. Verschillende tienduizenden anderen vonden een voorlopig onderkomen in vluchtelingenkampen in Rojava (in Syrië) en in Iraakse steden als Zakho en Duhok, waar ze veelal moeten kamperen in scholen, op pleinen, in leegstaande gebouwen en op bouwwerven. We ontmoetten vluchtelingen uit Shengal, Til Kassab, Bahadré, Xanik en Gobenl. Sommigen waren ternauwernood ontsnapt, anderen waren op de vlucht geslagen van zodra het zwarte leger in aantocht was.

Hido

Hido Xwedêda (uit Til Kassab, 6 km buiten Shengal) vertelt dat de Peshmerga aanvankelijk extra manschappen en zware wapens naar Shengal hadden gestuurd. Vervolgens had het Koerdische leger de Yezidi gevraagd hun wapens in te leveren. Hido vertelt wat er die noodlottige nacht van de inval gebeurd is: “We dachten dat we veilig waren. De avond voor de aanval zijn de Peshmerga rond 11 uur ’s avonds plots vertrokken. We zeiden: 'Jullie gingen ons verdedigen en nu vluchten jullie! Geef ons onze wapens terug!'” Toen de Yezidi hun wapens terugeisten en er een dispuut ontstond, schoten de Peshmerga volgens Hido drie mannen dood. Hido maakt zich kwaad: “Als de Peshmerga onze wapens niet hadden afgenomen, dan hadden we ons zeker nog drie maand kunnen verdedigen.” Iedereen vertelt hetzelfde verhaal: de Peshmerga hebben hen ontwapend en zijn vervolgens vertrokken. “De Peshmerga hadden zelfs de wapens van de politie afgenomen,” aldus een familie uit Bahadré. Rond 2 uur ’s nachts, amper drie uur later, viel ‘Daesh’ (de Arabische afkorting voor de Islamitische Staat) het dorp van Hido binnen. “Ik bevond me op dat ogenblik bij een vriend. Ik had al mijn wapens afgegeven, maar hij had nog één geweer achtergehouden met zes kogels. Hij heeft toen twee mannen van Daesh doodgeschoten en we hebben hun wapens afgenomen. We vochten tot al onze munitie op was, daarna zijn we moeten vluchten. We hebben mijn vrouw en een aantal kinderen kunnen redden, maar mijn broer en mijn zoon zijn gevangen genomen. Ik heb nog gezien dat Daesh hen geblinddoekt had. Ik weet niet wat er daarna gebeurd is, maar ik vrees dat ze dood zijn.” Hido en zijn gezelschap slaagden erin de bergen te bereiken. Onderweg zag hij hoe een IS-jihadist, gekleed als burger, enkele families bij zich riep. Toen hij een aantal families rond zich verzameld had, blies de man zichzelf op. “Toen we in de bergen toekwamen, zagen we van overal mensen de hellingen opkomen,” vervolgt Hido zijn verhaal. Hij verbleef verschillende dagen in de bergen, in een moordende hitte van rond de 44° Celsius. Zijn gezelschap had een paar flessen water en wat brood kunnen meenemen en ze wisten te overleven door de kinderen het water met kleine dopjes per keer te geven. Hido vertelt dat hij een 80-tal kinderen en oudere mensen heeft zien sterven van de dorst. Voedselhulp heeft hij niet gezien, hij heeft er later wel over gehoord.

Gruwelfilmpjes

Hido denkt dat er in zijn dorp zeker 500 doden zijn gevallen en hij is ervan overtuigd dat er in totaal zeker 3000 mensen vermoord zijn. De Yezidi vertelden ons allerlei horrorverhalen over onthoofdingen, afgekapte ledematen, afgesneden oren, uitgeholde ogen en organen, … Een vrouw vertelde dat de man van haar zus naar zijn dorp teruggekeerd was om water te halen voor zijn kinderen die dreigden te sterven van de dorst. De jihadisten hebben hem onthoofd -vermoedelijk omdat hij zich niet wou bekeren- en zijn hoofd, schouder en arm naar haar teruggestuurd met enkele andere mannen. In hoeverre het aantal doden en de gruwelijke verhalen correct zijn, valt onmogelijk te achterhalen. Misschien is niet elke vluchteling eerlijk en waarschijnlijk overschatte de getraumatiseerde Hido de aantallen. Maar doen de exacte cijfers er wel zoveel toe? Vast staat dat er ontelbare doden zijn gevallen en dat IS vele misdaden tegen de menselijkheid heeft gepleegd. De terreurgroep zorgt zelf voor het bewijsmateriaal. IS documenteert haar eigen misdaden en zet ze op het internet om angst te zaaien. Enkele Yezidi-jongeren toonden ons beeldmateriaal van de massamoord in Shengal op hun gsm: afgrijselijke foto’s en een filmpje dat moeilijk te vergeten valt. Daarin is te zien hoe IS-militanten met een auto door Shengal rijden en iedereen die ze tegenkomen lukraak doodschieten. Dat het IS lukt om angst te zaaien onder de burgerbevolking staat buiten kijf. De meeste Yezidi die we spraken waren gevlucht nog voor de IS-milities hun dorp bereikt hadden. Op die manier kan IS dorpen en steden innemen zonder veel weerstand, of hoe angst als een wapen gebruikt wordt.

Een veilige corridor

Hido werd, zoals iedereen die we spraken, na enkele dagen bevrijd door de YPG, de Koerdische milities uit Rojava (de Koerdische regio in Syrië). De YPG en de HPG uit Noord-Koerdistan (Turkije) werden ter hulp geroepen op het moment dat de Peshmerga van Iraaks Koerdistan de Yezidi in de steek lieten. De YPG zijn er als eerste in geslaagd zich al vechtend een weg te banen vanaf de door hen veroverde Syrische grenspost in Tel Kocer (Rabia) tot aan het Shengal-gebergte, een smalle 'veilige' corridor van een 90-tal km doorheen vijandig IS-gebied. Op die manier wisten de Koerdische milities tienduizenden Yezidi te evacueren (de cijfers variëren tussen 20.000 en 120.000). De mannen en vrouwen (!) van de YPG namen ook de training en bewapening van de Yezidi op zich en richtten de 'Shengal Verdedigingseenheid' op. IS-militanten zouden als wraak geprobeerd hebben om mensen uit de bergen naar beneden te lokken met foto’s van PKK-leider Öcalan, om hen vervolgens te vermoorden.

Hido vertelt dat de YPG de geredde mensen naar Rojava bracht. Net zoals duizenden andere Yezidi stapte hij daarna urenlang noordwaarts langs de Syrisch-Iraaks-grens tot ze ter hoogte van de Koerdische Regio van Irak (KRG) waren aangekomen, waar ze via de Semalka/Peshkabour-grensovergang naar de KRG zijn gegaan. Van daaruit is Hido verder getrokken naar Turkije.

Verraad?

Hido voelt zich, net als iedereen die we spraken, verraden door de Peshmerga: “Ze wisten goed genoeg dat Daesh op komst was en dat die de Yezidi zouden doden!” De aanval kwam inderdaad niet als een verrassing. Een week eerder had de IS aangekondigd dat ze van plan was Shengal voor het einde van de Ramadam, op maandag 28 juli, te veroveren. “We zullen het Suikerfeest in Shengal vieren”, luidde hun boodschap toen. Zowel de Yezidi, als de Peshmerga hadden zich toen in paraatheid gebracht om Shengal te verdedigen en een eerste aanval op het dorp Shilo werd succesvol afgeslagen. Het grote offensief van IS zou echter pas een week later plaatsvinden. Waarom de Peshmerga de Yezidi ontwapenden en zich vervolgens vlak voor die aanval terugtrokken, blijft een prangende vraag.

Tot nu toe hebben de jihadisten vrij eenvoudig terrein veroverd in Noordwest-Irak. Eerst liet het Iraakse leger de stad Mosul op 10 juni zonder slag of stoot over aan IS, waarbij de jihadisten een grote hoeveelheid zware wapens buitmaakten. En vervolgens trokken de Peshmerga zich bijna systematisch terug tijdens de opmars van het zwarte leger doorheen de vlakte van Nineveh. Daarbij wisten de jihadisten de levensbelangrijke Mosul-dam tijdelijk te veroveren, net als verschillende christelijk/Assyrische en Turkmeense dorpen en het (ondertussen heroverde) Koerdische vluchtelingenkamp Maxmur, dat in de jaren 1990 opgericht werd door de VN voor de Koerden die toen zwaar vervolgd werden in Turkije. Vele Yezidi zagen een complot in de terugtrekking van de Iraaks-Koerdische Peshmerga, een samenwerking met de IS. Maar het kan net zo goed om een fout, een paniekreactie of een (te betreuren) tactische terugtrekking gaan. Wat ook de motieven waren, vast staat dat de Peshmerga honderdduizenden mensen van verschillende origine weerloos hebben achtergelaten, goed wetende dat dit hun doodvonnis kon betekenen. De president van de Iraaks Koerdische regio, Massoud Barzani, verklaarde achteraf dat de Peshmerga niet op bevel van hogerhand zijn teruggeroepen en dat de verantwoordelijke militaire en politieke leiders voor een onderzoekscommissie zullen moeten verschijnen. Het hoofd van de Peshmerga schreef op zijn beurt aan een Koerdische krant dat “alle verantwoordelijke politieke, veiligheids- en militaire officieren uit hun functie ontheven zijn.”

Samen sterk!

Ondertussen lijkt het 'verraad' van de Peshmerga alweer vergeten te zijn. De Peshmerga en de Syrisch-Koerdische Volksbeschermingseenheden (YPG) vechten nu immers samen tegen IS. De onenigheden tussen twee van de belangrijkste Koerdische politieke families -de PKK en haar zusterpartijen en milities aan de ene kant en de machtige, noord-Iraakse clan van de Barzani’s aan de andere kant- zijn opnieuw begraven met het oog op de strijd tegen hun gemeenschappelijke vijand IS, die Rojava al ruim een jaar probeert te veroveren en die het nu ook op de Koerden in Irak gemunt heeft.

Tijdens ons bezoek aan het lokale bureau van de Koerdische Partij voor Vrede en Democratie (BDP) in Nussaybin (Turkije) heeft iedereen het erg druk met het inzamelen van hulpgoederen voor de vluchtelingen uit Shengal. De aanwezige BDP-militanten leggen uit dat ze zich zeer betrokken voelen bij wat de Yezidi in Irak wordt aangedaan. In de jaren 1990 brandde het toenmalige Turkse regime een 4000-tal Koerdische dorpen plat. De Koerden van Turkije weten dus maar al te goed hoe het voelt om vervolgd te worden. “Als we op tv beelden zien van verhongerende en zwaar gewonde kinderen, dan doet dat ons pijn. De mensen hier wenen om Shengal,” leggen de aanwezigen ons uit. “Met alles wat er gebeurt, eerst in Syrië en nu in Shengal, kunnen wij Koerden niet anders dan elkaar helpen. Welke fouten de Peshmerga ook gemaakt hebben, we kunnen niet anders dan samenwerken en ons verdedigen.” De aanwezigen menen dat de hele wereld, Turkije voorop, hen in de steek laat en dat ze daarom wel aangewezen zijn op elkaar. “Turkije zegt nooit dat IS terroristen zijn. Ze hebben de jihadisten juist gesteund en van wapens voorzien, maar zoiets komt nooit in het nieuws,” aldus de BDP-sympathisanten.

Ook Zıver Yalcin, een Yezidi uit Zweden die zijn vakantie in Nussaybin doorbrengt, probeert de vluchtelingen te helpen. Hij brengt drie families die net toegekomen zijn naar een leeggemaakt appartement van sympathiserende Yezidi. “Iedereen doet wat hij kan,” legt Zıver uit. “Mensen geven water en voedsel, maar ook matrassen, dekens, kleren,... We maken een lijst op met wat er nodig is en dat wordt ingezameld.” Wie een auto heeft, rijdt rond als chauffeur, niet enkel voor de vluchtelingen, maar ook voor de hulpverleners, dokters en journalisten. “Alles samen helpen we momenteel zo’n 500 families die we over de Koerdische steden proberen te verspreiden, maar er zijn nog mensen onderweg. Als je de onthoofding van familieleden hebt moeten aanschouwen, dan wordt je gek, vele vluchtelingen hebben zware psychologische problemen.” Zıver vertelt dat de coördinatie van de hulp door de 'dernek' (volkshuis) van de Yezidi gebeurt, maar ook de BDP helpt waar ze kan. “Maar de BDP heeft het al druk met de hulp aan de noodlijdende bevolking in Syrië en nu komen de vluchtelingen uit Shengal er nog bij. De BDP doet wat ze kan, maar ze krijgt zelf ook geen hulp, dus ze kan niet genoeg doen. Er komt iemand, we helpen hem en dan komt er alweer iemand anders. Waar blijft de buitenlandse hulp? We willen dat iedereen ons hoort, de EU, België, Duitsland, … want de Islamitische Staat wil ons allemaal dood!“

IS in Turkije

Georganiseerde hulp van de Turkse staat krijgen de Yezidi evenmin. Zıver zegt dat hij zelfs schrik heeft om de vluchtelingen te helpen. Turkije vangt weliswaar veel vluchtelingen uit Syrië op, maar dan vooral soennitische tegenstanders van het regime van Assad. Verschillende mensen vertelden ons dat er in het vluchtelingenkamp van Midyat ondertussen geen christenen of Koerden meer zijn, enkel nog soennieten. Meer zelfs, we hoorden van drie afzonderlijke personen dat er in het kamp strijders geronseld worden voor IS. Mannen zouden betaald worden om in Syrië te gaan strijden, terwijl hun vrouw en kinderen in het kamp achterblijven. We legden de vraag voor aan Ahmet Turk, de Koerdische burgemeester van de stad Mardin in het zuidoosten van Turkije. Hij zei dat het algemeen geweten is dat Turkije IS steunt en dat de jihadisten vanuit Turkije in Syrië kunnen opereren. Hoe het er in het vluchtelingenkamp aan toegaat, wist hij echter niet. “Er zijn geen vluchtelingenkampen voor de Koerden. De BDP heeft geen contacten met de kampen, we proberen er wel informatie over te krijgen, maar dat is moeilijk,” aldus de burgemeester.

Bloedige voorgeschiedenis

Eén van de vluchtelingen die we in Nussaybin spraken is Delxwaz, een vrouw met een jonge peuter op haar arm. Haar verhaal: IS heeft haar dorp midden in de nacht aangevallen, waarop de dorpelingen gevlucht zijn aangezien de Peshmerga hen ongewapend hadden achtergelaten. Ook Delxwaz dankt haar leven aan de reddingsoperatie van de YPG en de HPG. “God is één, PKK is twee,” zegt ze vol overtuiging. Delxwaz wil graag terug naar haar eigen gerieflijke huis, maar ze vraagt zich af of dat wel zin heeft. “Steeds opnieuw zijn de Yezidi het slachtoffer van vervolging”, zegt ze. De Yezidi hebben het over meer dan 70 genocides sinds de opkomst van de islam. Delxwaz vertelt over een aanslag in 2007. Op 14 augustus dat jaar bliezen vier zelfmoordcommando’s zichzelf op in enkele Yezidi-dorpen in het district Shengal. Volgens het Iraakse Rode Kruis vielen daarbij 796 doden en 1.562 gewonden. De aanslag werd toegeschreven aan de aan Al Qaeda gelieerde voorloper van IS. De groepering had toen haar aanhangers opgeroepen om alle Yezidi die ze konden vinden te vermoorden. In een rapport van Human Rights Watch staat een lange lijst van soortgelijke dodelijke aanslagen op Yezidi en andere minderheden in Nineveh, zoals Shabak en Assyrische christenen. De huidige situatie zorgt opnieuw voor een toename van de etnische spanningen. Enkele Yezidi-vrouwen vertelden ons dat een 60-tal van hun familieleden meegegaan is met “Arabieren” die hen zouden helpen ontsnappen aan IS. Ze hebben sindsdien niets meer van hen vernomen en vrezen het ergste. Ook andere vluchtelingen verdenken hun soennitische landgenoten van het doorspelen van informatie aan IS.

Seksslavinnen

De verhalen over ontvoerde vrouwen liggen eveneens op ieders lippen. Als ze een dorp veroveren, verdelen de IS-strijders de vrouwelijke gevangenen in groepen volgens leeftijd en schoonheid. Sommige vrouwen worden gedwongen om zich te bekeren en met IS-militanten te trouwen, anderen worden verkocht. “Sommige meisjes houden ze voor zichzelf, andere verkopen ze aan 'de Arabieren'”, zegt Delxwaz bitter. “Enkele meisjes moesten mee om de strijders van Daesh te wassen en onzedelijke dingen met hen te doen,” valt een andere vrouw bij. Ook Zıver windt zich erover op: “Het is toch niet normaal dat je iemands dochter of vrouw zomaar meeneemt om te verkopen!”

De Iraakse overheid en de VN hadden het in de eerste dagen over de ontvoering van een 1500-tal vrouwen met verschillende etnisch-religieuze achtergronden. “Gruwelijke verhalen over de ontvoering van Yezidi-, christelijke, Turkmeense en Shabak-vrouwen, meisjes en jongens, en getuigenissen van gewelddadige verkrachtingen, bereiken ons aan een alarmerend tempo”, liet de VN-Vluchtelingenorganisatie toen weten. Een christelijke priester uit de provincie Nineveh vertelde op Al Arabia TV dat de jihadisten “meer dan 700 vrouwen op de markt in Mosul verkocht hebben als concubines. Elke vrouw werd verkocht voor 150 dollar.” Een recenter cijfer komt van een woordvoerder van de Iraakse Yezidi-gemeenschap die het in het Iraaks parlement had over “2470 vrouwen en jonge meisjes die gevangen worden gehouden in de buurt van Mosul”. De ontvoeringen en verkrachtingen worden nog gruwelijker als men bedenkt hoe sterk de Yezidi - en de Iraakse Koerden in het algemeen- aan 'eer' hechten. Eremoorden zijn een veel voorkomend probleem in de Koerdische Regio van Irak. Dat wil zeggen dat verkrachte vrouwen, als ze al zouden kunnen ontsnappen, niet zomaar – onbevreesd en onbeschaamd – kunnen terugkeren naar hun familie. De vrouw van Yilmaz Güney, een bekende Yezidi uit Duitsland die we toevallig ontmoetten in Bacine, was diep geschokt over een verhaal dat de ronde deed onder de vluchtelingen. Een gevangen genomen meisje wist haar vader op te bellen met haar gsm en ze gaf door waar de vrouwen gevangen zaten. De vader belde vervolgens de coördinaten door aan de Peshmerga met de vraag de locatie te bombarderen. “Dan zijn ze meteen allemaal dood”, zo zou hij gezegd hebben. Het gaat om een gerucht, de meeste Yezidi zouden ongetwijfeld blij zijn om hun dochters terug te krijgen, maar het illustreert wel hoe de factor 'eer' het nog moeilijker maakt voor de vrouwen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er verhalen opduiken over Yezidi-vrouwen die zelfmoord plegen nadat ze door IS-strijders zijn verkracht.

Ondertussen hebben de centrale Iraakse regering in Bagdad, de regionale Koerdische Regering in Erbil en een lange lijst van civiele organisaties een dringende oproep gelanceerd aan de internationale gemeenschap om de ontvoerde vrouwen te helpen redden.

 

Kristel Cuvelier is stafmedewerker van het Koerdisch Instituut Brussel en eindredactrice van het tijdschrift De Koerden. Een jaarabonnement op dit tijdschrift kost 25 euro. Meer info op: www.kurdishinstitute.be

 

 


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.