Dossier
Ludo De Brabander
Printvriendelijke versie
NAVO ziet toekomst in vernieuwd koudeoorlogsdenken
NAVO-bijeenkomst in Brussel, 2010 (foto: U.S. Air Force/Sgt. Jerry Morrison)

NAVO ziet toekomst in vernieuwd koudeoorlogsdenken

Een groep van experten stelde in opdracht van NAVO-Secretaris-Generaal Stoltenberg een belangrijk rapport op over de toekomst van de NAVO ter voorbereiding van de NAVO-top die (vermoedelijk) eind volgend jaar zal plaatsvinden.

Begin december stond een net gepubliceerd belangrijk NAVO-rapport op de agenda van een bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten. Het rapport is van de hand van een 10-koppige groep van ‘experten’ die in april van dit jaar de opdracht kregen te reflecteren over de toekomst van de NAVO. Het rapport ‘NAVO 2030: United for a new Era’, komt er nadat de Franse president Macron aan de vooravond van de NAVO-top in Londen (3 en 4 december 2019), het militair bondgenootschap ‘hersendood’ noemde. De experten schuiven 138 voorstellen naar voor die de NAVO moeten aanpassen aan de zogenaamde uitdagingen van het komende decennium. Daaronder ook aanbevelingen om komaf te maken met de interne verdeeldheid en de verbetering van de besluitvorming. Het is in een taal geschreven die erg doet denken aan de periode van de Koude Oorlog doordrenkt met vijandbeelden in een erg bedreigende wereld.

"Vandaag heeft de NAVO te maken met twee systemische rivalen"

Rusland

Tijdens de Koude Oorlog zag de NAVO zich geplaatst tegenover een grote ‘dreiging’ (van het Warschaupact, nvdr.). Vandaag heeft de NAVO te maken met twee ‘systemische rivalen’, Rusland en China, de aanhoudende dreiging van terrorisme, instabiliteit langs de zuidelijke periferie van de NAVO, een dramatisch veranderend technologisch landschap, talrijke, vervelende niet-statelijke dreigingen en zowel door de mens veroorzaakte als natuurlijke risico's, zo valt in het inleidend gedeelte van het rapport te lezen.

Dat er veel inkt vloeit naar de dreiging die zou uitgaan van Rusland is weinig verrassend. Sinds 2014 wijden slotverklaringen van NAVO-bijeenkomsten hele pagina’s aan het Russische gevaar, alsof het weer volop Koude Oorlog is. Rusland is weliswaar een kernwapenmacht, maar moet het doen met een defensiebudget dat amper 7 procent bedraagt van dat van de NAVO-lidstaten. Toch wekt de NAVO de indruk dat we voortdurend te maken hebben met het gevaar dat Russische troepen zullen binnenvallen. Het NAVO-rapport is dan ook vooral een oefening in het formuleren van bestaansredenen essentieel gebaseerd op een opgeklopt ongenuanceerd vijandbeeld dat in eerste instantie niet diplomatiek maar militair moet worden afgewend. Het gaat om ‘selffulfilling prophecy’: je wapenen tegen een gepropageerde bedreiging zal zich door de reactie van de geviseerde ook effectief als bedreiging manifesteren. Dat weten het NAVO-establishment maar al te goed.

Het is het mechanisme achter de bewapeningswedloop tijdens de Koude Oorlog zoals we die vandaag opnieuw kennen. Voor een dergelijk ideologisch denkkader is er weinig ruimte voor kritiek op het eigen handelen, noch voor inzichten die proberen te begrijpen waarom een verklaarde tegenstander op een welbepaalde manier reageert. Dat geldt bijvoorbeeld voor de territoriale uitbreiding van de NAVO richting Russische grenzen, het openstellen voor NAVO-lidmaatschap van Oekraïne en Georgië (twee voormalige Sovjetstaten), de uitbouw van een raketschild, het ontplooien van NAVO-troepen in Polen en de Baltische staten,… om er enkele te noemen. M.a.w., terwijl het rapport geregeld expliciet waarschuwt voor desinformatiecampagnes van Rusland en China, geeft het – weinig verrassend – geen enkele duiding, noch brengt het begrip op voor het Russisch perspectief op de veiligheidscontext in Europa.

De Krim als alibi

De agressie die zou uitgaan van Rusland en China en waar de NAVO het slachtoffer van zou zijn, wordt al een aantal jaren gecultiveerd om een drastische stijging van de militaire budgetten te legitimeren. Een paar maanden nadat Rusland de Krim annexeerde in april 2014, spraken de NAVO-regerings- en staatsleiders op de top in Wales af om ernaar te streven de defensiebudgetten op te trekken tot 2% van het BBP.

De Krim vormde een kantelpunt in de relaties met Rusland.

De Krim vormde een kantelpunt in de relaties met Rusland. Op de Russische annexatie van de Krim volgden sancties. De taal aan het adres van Rusland verhardde met weinig begrip voor het Russisch perspectief en de toch wat complexere (historische) context van het Krim-verhaal. Toen een protestbeweging de Oekraïense regering Yanukovitch tot aftreden dwong, zorgde dat voor heel wat onrust bij de grote Russische minderheid in het zuidoosten van het land. In de Krim vormt ze zelfs veruit de grote meerderheid (bijna twee derde van de bevolking is Russisch) met minder dan een kwart van Oekraïense afkomst. Historisch hoorde de Krim ook lange tijd bij Rusland (tot in 1954) waarna het schiereiland bij Oekraïne werd ingedeeld, ook nadat de bevolking zich van Oekraïne wilde afscheiden in een referendum uit 1991. In 2014 sprak een grote meerderheid van de Krim-bevolking zich uit voor aansluiting bij Rusland, ook al waren de omstandigheden waaronder deze stemming plaatsvond niet volgens het boekje. Russische troepen waren even daarvoor trouwens al militair geïntervenieerd. Zelfs al kunnen er heel wat vragen worden gesteld over de rechtsgeldigheid van de daaropvolgende Russische annexatie en het militair optreden, neemt dat niet weg dat er behoorlijk wat parallellen te trekken vallen met de crisis in Kosovo, dat zich als gevolg van een NAVO-interventie afscheidde van Servië. Het NAVO-rapport benadrukt verschillende keren de ‘illegale’ en ‘illegitieme’ invasie van de Krim zonder de feitelijke nuance. Invasie is een begrip dat niet zal worden gehanteerd voor de oorlog die het bondgenootschap in 1999 voerde tegen Servië.

Volgens de opstellers van het NAVO-rapport zal Rusland “heel waarschijnlijk de belangrijkste bedreiging vormen voor de Alliantie”, en zo blijft het argument voor verdere militaire opbouw en stijgende defensie-uitgaven voor de komende jaren gehandhaafd.

China

Nieuw is de prominente plaats die China krijgt in de veiligheidsdoctrine van de NAVO. Hoewel China geen onmiddellijke militaire bedreiging vormt voor de Euro-Atlantische ruimte, zo stelt het rapport zelf, “breidt het zijn militaire bereik uit naar de Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee en het Noordpoolgebied, verdiept het de defensiebanden met Rusland en ontwikkelt het langeafstandsraketten en vliegtuigen, vliegdekschepen en nucleaire onderzeeërs met een wereldwijd bereik, uitgebreide ruimtecapaciteiten en een groter nucleair arsenaal.” Daarom is China een ‘full spectrum systemische rivaal’ geworden. Je kan de werkelijkheid en de aard van het Chinese buitenlands en militair beleid – opnieuw – genuanceerder lezen. Anders dan de VS is China op militair vlak helemaal geen wereldwijde speler. Het land beschikt over vier overzeese militaire basissen. De VS telt er honderden. De VS heeft 21 vliegdekschepen die wereldwijd patrouilleren met inbegrip van de Zuid-Chinese Zee. China telt er 2 (met net zoals in de VS 3 andere in constructie) die vooralsnog enkel opereren in de regionale omgeving van China. China is ook de eerste (sinds 1964) en tot nu toe enige kernwapenmacht die een duidelijk politiek van nucleaire ‘no first-use’ hanteert (dwz China zet onder geen enkele omstandigheid als eerste kernwapens in), anders dan de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk die niet uitsluiten om in bepaalde omstandigheden kernwapens als eerste in te zetten. De NAVO verwijt China dat het zijn kernwapenarsenaal vernieuwt, maar de VS heeft veruit het grootste nucleaire moderniseringsprogramma lopen (ter waarde van 1.200 miljard dollar over dertig jaar, of 1.700 miljard na inflatie). Het Chinese kernwapenarsenaal is 20 maal kleiner dan dat van de VS. Tegenover de VS is China een nucleaire dwerg: de VS telt rond de 6.000 kernwapens tegenover 300 voor China. Beijing heeft de jongste jaren fors geïnvesteerd om zijn militaire apparaat te moderniseren, maar dat geldt evenzeer voor de meeste NAVO-lidstaten. Het Chinese defensiebudget bedraagt een derde van de VS en minder dan een kwart van dat van de NAVO. China kende de afgelopen decennia een aantal grensconflicten, waarvan enkele met een militaire dimensie, maar lang niet op een geografische en intensiteitsschaal als de gewelddadige conflicten waar de VS en andere NAVO-lidstaten (en de NAVO zelf) bij betrokken waren. Het rapport portretteert China in termen van agressie, maar het gaat in eerste instantie om uitbreiding van economische en handelsactiviteiten, en anders dan wat we kennen van de NAVO-landen, niet om wereldwijde militaire interventies. De NAVO wil vooral vermijden dat China verder de dominante (economische en handels-) positie van de VS en Europa in de wereld aantast. China mag m.a.w. dus niet doen wat NAVO-lidstaten al decennia doen. Een Chinese krant spreekt smalend over ‘slachtofferparanoia’.

De NAVO wil vooral vermijden dat China verder de dominante (economische en handels-) positie van de VS en Europa in de wereld aantast.

Geen kernontwapening

Onder de titel ‘Wapenbeheersing en nucleaire afschrikking’ krijgen we opnieuw te lezen hoe Rusland en China zorgen voor “ernstige risico’s van de internationale veiligheid”. Zo wordt Rusland eenzijdig met de vinger gewezen voor het mislukken van het INF-akkoord na een lang dispuut over de Russische ontplooiing van 9M729 (de NAVO spreekt van SSC-8)-raketten. Volgens de VS zijn deze in strijd met het INF-akkoord (Intermediate-Range Nuclear Forces) uit 1987 dat korte en middellange afstandsraketten vanop land verbiedt. Volgens het Pentagon hebben de Russische 9M729-raketten een bereik van rond de 2500 km. Moskou ontkent en zegt dat het bereik ervan onder de toegestane 500 km zit. Het feit dat Moskou lang het bestaan van de raketten verborgen heeft gehouden pleit uiteraard niet voor de Russische geloofwaardigheid. Anderzijds wordt de andere kant van het verhaal in NAVO-kringen weggemoffeld. Zo beschuldigt Rusland de VS er op zijn beurt van het INF-akkoord te schenden met installaties voor het Aegis raketschild in Roemenië en Polen die volgens Rusland makkelijk kunnen gebruikt worden voor de lancering van Tomahawk kruisraketten. Nog volgens Rusland zijn ook andere Amerikaanse wapensystemen zoals langeafstandsdrones niet in regel met het INF. Kortom, er is boter op het hoofd van beide grootmachten, maar dat past niet in de propagandistische doelstellingen van het NAVO2030-rapport, dat aan de hand van duidelijke ongenuanceerde vijandbeelden, de militaristische koers van het bondgenootschap moet kunnen verantwoorden. Het INF-akkoord behoort tot een van de vele internationale verdragen die president Trump naar de prullenmand verwees (pas daarna zegde ook het Kremlin het INF-akkoord op). Dat zorgde voor groot ongenoegen in de diplomatieke wandelgangen van zijn Europese bondgenoten, omdat Rusland zo helemaal ontsnapt aan de opgelegde beperkingen. Trump gebruikte niet alle diplomatieke opties om het te redden, zo klonk het verwijt. De Amerikaanse president was er overigens op gebrand om het INF-akkoord te laten stranden. Voor Washington vormden de Russische raketten een goed voorwendsel om China te kunnen viseren dat geen partij was bij het INF-akkoord. "We zullen die wapens moeten ontwikkelen", aldus Trump, "tenzij Rusland naar ons komt en China naar ons komt en ze allemaal naar ons komen en zeggen: laat ons slim wezen en die wapens niet ontwikkelen.''

De Amerikaanse president was er op gebrand om het INF-akkoord te laten stranden.

Het rapport maakt ook komaf met de illusie dat de NAVO het ernstig meent met kernontwapening. We lezen weliswaar dat wapenbeheersing een belangrijke rol speelt in de huidige veiligheidsomgeving, “maar we onderstrepen ook dat de NAVO een cruciale rol blijft spelen bij het handhaven van zowel conventionele als nucleaire afschrikking en verdediging via geallieerde [kernwapen-]arsenalen en de Amerikaanse voorwaartse ontplooiing [van kernwapens] in Europa.” “Kernwapens zijn vanaf het begin een cruciale pijler van de collectieve verdediging van de NAVO geweest”, zo stelt het rapport nog.

Dat is de waarheid enigszins geweld aandoen. De nucleaire verantwoordelijk lag aanvankelijk bij de individuele kernwapenstaten van de NAVO. Geleidelijk aan evolueerde dat naar een collectieve verantwoordelijkheid. Pas in 2010 is er officieel sprake van een ‘nucleaire alliantie’. Vanaf dan werd de politieke verantwoordelijkheid over kernwapens officieel gedeeld met niet-kernwapenstaten van de alliantie als middel om het toenemend antinucleaire internationale sentiment te pareren en investeringen en nucleaire taakverdeling te verantwoorden als een vorm van solidariteit binnen de NAVO. Handig, want elk verzet tegen kernwapens kan zo worden afgedaan als het verzaken aan de NAVO-solidariteit.

Er is weliswaar lippendienst aan wapenbeheersing, maar van nucleaire ontwapening kan er de komende decennia geen sprake zijn.

Het standpunt over kernontwapening is traditioneel dubbelzinnig en contradictorisch. De jongste jaren spreken NAVO-lidstaten opvallend vaak hun steun uit voor het non-proliferatieverdrag. In het NAVO-rapport: “De NAVO-bondgenoten en -partners moeten hun volledige toewijding aan de bepalingen van het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens (NPV) bevestigen en de noodzaak benadrukken van volledige uitvoering van het verdrag in al zijn aspecten…”. Die ‘volledige uitvoering’ moet dan wel met een grote korrel zout worden genomen. Er is weliswaar lippendienst aan wapenbeheersing, maar van nucleaire ontwapening kan er de komende decennia geen sprake zijn: “Het is van cruciaal belang om nucleaire afschrikking en conventionele defensievermogens in stand te houden in de 21e eeuw als de basis van de NAVO-veiligheid.” Volgens artikel 6 van het NPV, dat inmiddels meer dan een halve eeuw oud is en door alle NAVO-leden is geratificeerd, verbinden de partijen zich er nochtans toe ‘vroegtijdig’ de nucleaire wapenwedloop te beëindigen en werk te maken van nucleaire ontwapening. In de praktijk zijn alle kernwapenstaten volop in de weer om hun kernwapenarsenalen te vernieuwen met miljardeninvesteringen.

In datzelfde artikel 6 van het NPV verbinden de partijen er zich ook toe, om te onderhandelen over de totstandkoming van “een verdrag inzake algemene en volledige ontwapening onder strikte en effectieve internationale controle.” Als een groep van landen (de ‘New Agenda Coalition’) in 2014 voorstelt om onderhandelingen op te starten over een verdrag om artikel 6 van het NPV in concrete daad om te zetten, stuit dat op zwaar verzet van de NAVO-kernwapenstaten. Wanneer het effectief tot onderhandelingen komt die resulteren in een ‘Verdrag voor een Verbod op Nucleaire Wapens’ (TPNW) in juli 2017, trekken de NAVO en nagenoeg alle lidstaten alle registers open om deze onderhandelingen en het uiteindelijke verdrag te boycotten, met het valse argument dat het ondermijnend zou zijn voor het NPV, hoewel  het net een uitvoering is van een bepaling van het NPV.

Het rapport is duidelijk beducht voor de gevolgen van het TPNW voor de nucleaire politiek van de NAVO. Als er ook maar een lidstaat zou toetreden tot het verdrag zou dit het einde kunnen betekenen van de zelfgeproclameerde nucleaire solidariteit van de alliantie en de legitimiteit van het bezit van kernwapens door de kernwapenstaten van de alliantie aantasten. In het rapport stellen de experten dat alle leden “hun standpunt over het Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens in herinnering (zouden moeten) brengen, namelijk dat het nooit zal bijdragen tot praktische ontwapening, noch het internationaal recht zal aantasten.”

Nucleaire taakverdeling

De aanbevelingen in het rapport laten aan nucleaire duidelijkheid niets te wensen over. Dat geldt ook voor de ‘nucleaire taakverdeling’ binnen de NAVO. Zoals bekend ontplooide de VS – als enige nucleaire macht in de wereld – kernbommen bij gastlanden in Europa. Op dit ogenblik liggen er naar schatting een 150-tal B61-atoombommen op militaire basissen in België, Duitsland, Italië, Nederland en Turkije. Met uitzondering van Turkije, zijn het gevechtsvliegtuigen van de betrokken gastlanden die de taak hebben om deze kernbommen in oorlogstijd te transporteren en desgevallend te droppen. Ook dat is in overtreding met het NPV waarvan het NAVO-rapport nochtans de ‘volledige uitvoering’ vraagt. Het NPV verbiedt de transfer van kernwapens naar niet-kernwapenstaten alsook de directe of indirecte controle over kernwapens door niet-kernwapenstaten.[1] In het rapport zijn de ‘experten’ het daar niet mee eens en zonder dat hard te maken en in weerwil van de NPV-verdragtekst stellen ze zonder meer: “nucleaire taakverdeling is in overeenstemming met het NPV”. Terwijl er lippendienst wordt geleverd aan het NPV en aan nucleaire wapenbeheersing stelt het rapport boudweg dat, de NAVO de regelingen voor de nucleaire taakverdeling, “die een cruciaal onderdeel vormen van het afschrikkingsbeleid van de NAVO”, moet “voortzetten en nieuw leven inblazen.” Nucleaire taakverdeling zorgt immers voor de “politieke cohesie van alle staten”: “De politieke waarde van dit engagement is even belangrijk als de militaire waarde die het oplevert”. Een duidelijke boodschap aan de gastlanden van Amerikaanse kernwapens, voor het geval ze op het idee zouden komen hun land kernwapenvrij te maken.

De NAVO is beducht voor de effecten van het Verdrag voor een Verbod Kernwapens op de nucleaire politiek van de alliantie.

De NAVO is zoals gezegd beducht voor de effecten die het Verdrag voor een Verbod Kernwapens kan hebben op de nucleaire politiek van de alliantie alsook voor de perceptie bij de bevolking over het vasthouden daaraan. Het rapport geeft daarom ook volgende aanbeveling: “De NAVO zou beter moeten communiceren over de sleutelrol van haar nucleaire afschrikkingsbeleid bij het waarborgen van de veiligheid van de Bondgenoten en hun bevolking (…) om zo vijandige pogingen om dit cruciale beleid te ondermijnen doeltreffend tegen te gaan.” En dus, zo luidt de aanbeveling, moet de NAVO “systematisch” contact opnemen met deskundigen en het maatschappelijk middenveld om hen beter te informeren over zaken als de nucleaire doctrine en capaciteiten van Rusland.

Er is bijgevolg geen enkele intentie om echt werk te maken van nucleaire ontwapening. Het zo vijandig mogelijk afschilderen van tegenstanders als Rusland, moet helpen de kernwapenpolitiek en de algemene militaire uitbouw van de alliantie te legitimeren.

NAVO propageert zichzelf als alliantie van democratische rechtsstaten

Tot slot wil de NAVO ook de besluitvorming en politieke cohesie van de alliantie verbeteren. Er wordt zeer vaag gedaan over de interne spanningen die de afgelopen jaren hoog zijn opgelopen, vooral met Turkije. De NAVO wil traditioneel vermijden de vuile was buiten te hangen. Dus gebeurt het onrechtstreeks. Volgens de experten kan een herbevestiging van de kernprincipes uit de preambule van het NAVO-verdrag door de lidstaten, namelijk de democratische rechtstaat en de individuele vrijheden, helpen om de politieke cohesie te versterken en zo “een duidelijk politiek en moreel onderscheid (te) maken tussen democratische en autocratische regeringsvormen die kenmerkend zijn voor de systemische rivalen van de NAVO.” In de geschiedenis van de NAVO is dat nu net een van de zaken waar het altijd grondig scheef zat. Denken we maar aan het kolonelsregime in Griekenland (1967-1974), de verschillende militaire staatsgrepen in Turkije (in 1960, 1971, 1980, 1997), de Portugese militaire dictatuur onder Salazar en zijn opvolgers (1926-1974). De staatsgreep in Turkije van 1980 werd bovendien ondersteund door de VS, een constante praktijk in het Amerikaans buitenlands beleid tijdens de Koude Oorlog. Tot op vandaag is het behoorlijk moeilijk om de autoritaire regeerstijl in landen als Hongarije, Polen, Turkije en ja ook in de VS van president Trump te onderscheiden van dat van zogenaamde ‘systemische rivalen’.




[1] Artikel 1: “Elke kernwapenstaat die partij is bij het Verdrag, verbindt zich ertoe om geen kernwapens of andere nucleaire explosieven of controle over dergelijke wapens of explosieven rechtstreeks of onrechtstreeks over te dragen aan een ontvanger; en op geen enkele manier om te helpen, aan te moedigen, of een niet-kernwapenstaat ertoe aan te zetten kernwapens of andere nucleaire explosieven te vervaardigen of anderszins te verwerven, of controle te hebben over dergelijke wapens of explosieven.”

steun ons

© 2021 vrede vzw - website by