Artikel
Ludo De Brabander
Printvriendelijke versie
Turkse invasie schudt kaarten in Syrië door elkaar

Turkse invasie schudt kaarten in Syrië door elkaar

De jongste Turkse invasie in Noord-Syrië heeft de geopolitieke kaarten in de regio grondig door elkaar geschud.

De Amerikaanse steun aan de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) is al jaren een doorn in het oog van Ankara. Turkije beschouwt de belangrijkste fractie van de SDF, de Koerdische Volksbeschermingseenheden (YPG), als een tak van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), waartegen het in eigen land al vier decennia een bloedige strijd voert.

Met instemming van het Witte Huis gaat het om de derde Turkse invasie van Syrië op een aantal jaren tijd. Het Turkse leger veroverde en bezette eerder al de grensregio’s Jarablus-Azaz (2016) en Afrin (2018). Daarmee lijkt president Trump, tegen de wil van het Pentagon en een groot deel van zijn eigen politiek establishment in, finaal gekozen te hebben voor het kamp van NAVO-bondgenoot Turkije.

President Trump had eind vorig jaar, via een tweet en na een telefoontje met zijn Turkse ambtgenoot, al eens aangekondigd dat hij zijn troepen uit Noord-Syrië zou terugtrekken. Dat zou het gebied wijd openlaten voor Turkije, waarvan geweten was dat het gebrand was op een invasie. De VS-terugtrekking ging toen uiteindelijk niet door, maar op 6 oktober 2019 beval Trump zijn troepen alsnog om het noordoosten van Syrië te verlaten. Officieel heette het dat ze er niet meer nodig waren omdat de Islamitische Staat (IS) verslagen was. Maar het contract van het Amerikaans wapenbedrijf Raytheon voor de levering van Patriot grond-luchtdoelraketten aan Turkije ter waarde van 3,5 miljard dollar dat in de balans hing, zal zeker meegespeeld hebben bij Trumps beslissing. De keuze voor de aanschaf van een NAVO-compatibel systeem zou ten koste gaan van het concurrerende Russische S-400-raketsysteem. Ankara hield evenwel vast aan een aankoop bij de Russen, waarop het er bovenarms opzat met de VS. Niet alleen werd de geplande verkoop van de Patriot-raketten in de koelkast gestopt, maar schrapte het Witte Huis Turkije ook uit het F-35-programma. De beelden van een schijnbaar hartelijke ontmoeting in Moskou tussen de Turkse president Erdoğan en zijn Russische ambtsgenoot Poetin eind augustus 2019, zorgden voor groeiende onrust in de VS. Naast de zakelijke belangen vreesde het Witte Huis dat de Turkse toenadering tot Moskou te veel schade zou berokkenen aan de zuidelijke NAVO-flank in Europa, middenin een belangrijk oliegebied. Midden september gaf Washington alsnog de toestemming voor de verkoop van het Patriot-systeem aan Turkije. Een goede maand later, opnieuw na een telefoongesprek met president Erdoğan, gaf Trump uiteindelijk groen licht voor een nieuwe lang aangekondigde Turkse invasie -die cynisch ‘Operatie Vredeslente’ werd gedoopt- en trok hij zijn troepen terug uit de Syrische grensstreek.

 

Amerikaans-Russisch machtsspel

Sinds 2015 zag Turkije de Koerdische opmars tegen IS -die het al die tijd aan zijn grenzen getolereerd had- met lede ogen aan. Ankara was daarbij niet te spreken over de Amerikaanse militaire steun aan de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF). De groeiende onvrede over de belabberde economische toestand in eigen land en de aanwezigheid van 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen, verhoogden de druk op Erdoğan om te focussen op de ‘terroristische vijand’ aan de Turkse grens. Onder het mom van veiligheidsdreigingen, pleitte de Turkse autoritaire leider maandenlang openlijk voor de installatie van een veiligheidszone van 30 km langsheen de hele grenszone met Syrië, een plan dat op instemming kon rekenen van de VS, maar op weerstand botste bij diens Koerdische bondgenoten.

Na Trumps zegen, lanceerden Turkse troepen en het door de Turkse regering zwaar bewapende Syrische Nationale Leger (SNA) – zoals de huurlingen van de Syrische islamistische gewapende oppositie zich omdoopten- op 9 oktober Operatie Vredeslente. Bloedige gevechten en hevige bombardementen maakten tientallen burgerdoden. De aanvallers slaagden erin een 160 km lange grenszone te veroveren tussen de steden Tel Abyad (Girespi in het Koerdisch) en Ras al Ayn (Serekanye). In die zone had de SDF/YPG reeds zijn stellingen ontmanteld als deel van een eerder akkoord tussen Turkije en de VS om tegemoet te komen aan de zogenaamde Turkse veiligheidsbekommernissen. Wat volgde is een ingewikkeld strategisch spel tussen de diverse machten en strijdkrachten in de regio.

Op het ogenblik dat de Amerikaanse troepen zich terugtrokken uit de Turkse grensstreek, sloten de Koerdische Volksbeschermingseenheden (YPG) op 14 oktober een akkoord met het Syrische regime waarin overeengekomen werd dat een beperkt contingent Syrische soldaten zich zou ontplooien aan de grens als verdediging tegen de Turkse invasie. Het ging om een militair akkoord dat zich niet uitspreekt over de politieke toekomst van het Autonoom Bestuur van Noord-en Oost-Syrië (Rojava).

Onder zware druk van het politieke establishment in Washington veranderde Trump vervolgens plots van koers en riep hij Turkije op om zijn inval te stoppen. Hij kondigde sancties aan en dreigde er zelfs mee om de Turkse economie “te vernietigen”. Een paar dagen later, op 17 oktober, sloot de Amerikaanse vicepresident Mike Pence een 13-puntenakkoord met de Turkse regering. Turkije zou een wapenbestand in acht nemen van 120 uur, waarbinnen de YPG zich met zijn zware wapens zou terugtrekken. Nog voor het aflopen van dit Turks-Amerikaans staakt-het-vuren, verraste president Erdoğan vriend en vijand door een nieuw akkoord af te sluiten, ditmaal in Sochi met de Russische president Poetin. Het was eveneens een staakt-het-vuren-akkoord maar ditmaal met Moskou als borgsteller. De eerdere afspraken met de VS werden bijgevolg grotendeels naar de prullenmand verwezen.

Volgens het Turks-Russisch akkoord zouden Russische troepen voortaan langs het niet bezette deel van de Syrische grens patrouilleren samen met Turkse militairen. Grensposten zouden bewaakt worden door Syrische troepen. Nagenoeg op hetzelfde ogenblik kondigde Washington aan dat het alsnog enkele honderden troepen in het noordoosten van Syrië zou behouden om er de olie- en gasinstallaties te beschermen “tegen de Islamitische Staat”. Trump zou begin november openlijk stellen dat hij de soldaten ter plaatse laat om beslag te leggen op de petroleum met de woorden: “Ik hou van olie. We houden de olie”.

 

Rusland vergroot invloed

Met het Sochi-akkoord doet vooral Rusland een gouden zaak. Het vergroot de Russische invloed in Syrië ten koste van Amerika, dat zijn militair actieterrein heeft beperkt tot de regio met olie-installaties. Ook Turkije haalt een aantal strategische doelen binnen, ten koste van de YPG. Samen met de eerder bezette zones heeft Turkije nu de controle over ongeveer de helft van de Turks-Syrische grens. Anderzijds is Turkije er vooralsnog niet in geslaagd om over de hele grens een ‘veilige’ zone te installeren. De YPG heeft dan wel een nederlaag moeten incasseren, maar het is verre van vernietigd. De toekomst van het Autonoom Bestuur van Noord- en Oost-Syrië dat de Koerdische beweging en hun Arabische bondgenoten er hebben geïnstalleerd, is onduidelijk, maar het blijft nog steeds intact. De Koerden hebben wel aan den lijve moeten ondervinden dat zowel Rusland als de VS goede relaties met Turkije belangrijker vinden dan de YPG.

Het Syrisch regime heeft gedeeltelijk geprofiteerd van de Turkse invasie. Het heeft namelijk troepen kunnen ontplooien in Noord-Syrië, maar dat vertaalt zich niet in politieke controle. Damascus riep de SDF op om zich te integreren in het Syrische leger om de Turkse agressie af te weren en maakte duidelijk dat het einddoel de terugkeer naar de situatie van voor 2011 moet zijn, volledige staatscontrole dus over het noorden van het land. De SDF/YPG van zijn kant verwelkomde de aanwezigheid van Syrische troepen om de grensstreek te verdedigen, maar benadrukte dat ze niet zullen toegelaten worden in de Koerdische steden. De SDF heeft zich bij monde van commandant Mazloum Abdi, zelfs bereid verklaard om zich te integreren in het Syrische leger, maar dan wel als een eenheid met behoud van commando over zijn troepen. Vermits de SDF/YPG nog controle heeft over olie- en gasvelden kan de Syrische Democratische Raad, de politieke vleugel van de SDF, de inkomsten uit de verkoop van olie en gas gebruiken om het Autonoom Bestuur van Noord en Oost-Syrië en de strijdkrachten te financieren. De olie- en gasvelden zorgen ervoor dat het Autonoom Bestuur over belangrijke politieke pasmunt beschikt bij toekomstige onderhandelingen met het Syrische regime.

 

Politiek proces in impasse

Op het diplomatieke front zijn er weinig hoopvolle signalen voor een politieke oplossing -op korte of middellange termijn- van het complexe conflict in Syrië. De vredesgesprekken die onder auspiciën van de VN in Genève doorgaan, boeken weinig vooruitgang. Er is weliswaar een Syrisch Grondwettelijk Comité gevormd met 150 vertegenwoordigers van de Syrische regering, de oppositie en het maatschappelijk middenveld, maar door een Turks veto is het Autonoom Bestuur er niet in vertegenwoordigd. Bovendien heeft de Syrische president Assad eind oktober 2019 openlijk afstand genomen van zijn eigen vertegenwoordigers in het Grondwettelijk Comité door te stellen dat het regime er wettelijk niet in vertegenwoordigd is en de regering geen van de andere partijen erin erkent. De deelname van regeringsvertegenwoordigers mag volgens hem niet gezien worden als een teken dat Damascus zich inschrijft in de VN-onderhandelingen. Hij ziet enkel het parallelle proces dat Rusland opstartte als legitiem. De prioriteit van het regime gaat naar de “strijd tegen de terreur” in Idlib, het oppositiegebied dat grotendeels onder controle staat van de extremistisch islamistische Hayat Tahrir al Sham. Het regime ziet alleen een militaire oplossing voor de verdrijving van deze militante groep. De oppositie in het Grondwettelijk Comité is gefragmenteerd en beschikt over weinig macht op het terrein. Dat geldt ook voor het maatschappelijk middenveld dat er door onderlinge meningsverschillen een jaar over deed om een delegatie samen te stellen.

 

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by