6de Vredesconferentie kleurt Brits. Oorlog uw beste belegging.
3 minuten

De grote landen binnen de EU, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië, slagen erin om hun visie op globale veiligheid over de rest van de lidstaten te verspreiden.

Vredesconferentie

13 maart. De Markten, Brussel

In het ochtendebat legt Ben Hayes van de Britse NGO Statewatch de groeiende invloed uit van de veiligheidsindustrie binnen de Europese Unie. In het slotplenum heeft Yasmin Khan van War on Want het over de oorlogsprofiteurs. 

De grote landen binnen de EU, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië, slagen erin om hun visie op globale veiligheid over de rest van de lidstaten te verspreiden. Die visie wordt gekenmerkt door een brede invulling van defensie die een snelle toenadering tussen binnen- en buitenlandse 'veiligheid' behelst.

Vóór 2001 was de term 'home land security' (letterlijk: thuisland veiligheid) zo goed als onbekend. De Europese wapen-industriëlen waren bijzonder goedleers in het volgen van hun Amerikaanse collega's in die richting. Hetzelfde geldt voor de industrie in Israël, dat uiteraard al langer over een 'home land security'-markt beschikt. Israëlische ondernemingen participeren in 10 van de 46 eerste EU-veiligheidsprojecten, en hebben de leiding over vier ervan.
Dit hele 'homeland security'-concept vertrekt van het idee dat de westerse naties en hun manier van leven onder een nooit geziene bedreiging staan. Of het nu ziektes zijn, politiek geweld of protest, elk 'probleem' wordt als een ernstig gevaar gezien en de oplossing wordt gezocht in de verschuiving van de burgerlijke en gerechtelijke aanpak naar de militaire aanpak. Dit alles wordt gestuurd door een stel 'securocraten' en het Europees militair-industrieel complex met een angstaanjagend discours dat mensen voortdurend inpepert dat we in staat moeten zijn om onze 'way of life' te beschermen en te verdedigen. Deze veiligheidslogica wordt kennelijk de nieuwe politieke consensus.
De omschakeling van de klassieke defensie naar het nieuwe concept 'veiligheid' is duidelijk terug te vinden in de beleidsnota's van de grote EU-landen, die wonderwel heel veel gelijkenissen vertonen.

Tijdens het slotplenum geven we het woord aan Yasmin Khan van de Britse derdewereldngo War on Want.
Zij stelt dat oorlog een belangrijke oorzaak van armoede is. Oorlog vernietigt scholen en hospitalen, de landbouw valt stil.
Meer dan 80% van de 20 armste landen hebben een oorlog moeten doorstaan in de laatste 15 jaar. Negen op de tien landen met de hoogse kindersterfte kenden de laatste jaren een gewapend conflict.
Maar niet iedereen wordt armer van oorlog. Multinationale ondernemingen zijn medeplichtig aan vele oorlogen in de wereld, ze legitimeren of geven voeding aan conflicten: winsten zijn belangrijker dan mensen. Heel wat ondernemingen boeren goed dank zij conflicten, hetzij door militaire hardware aan het leger te leveren, of door huurlingenlegers in naam van de strijdende staten in te zetten. Anderen voeden het conflict door activiteiten in oorlogszones zoals de olie-ondernemingen in conflictlanden als Colombia of Irak, of door handel in goederen zoals bloeddiamanten. Anderen maken winst door de oorlog te financieren.
Niet iedereen legt zich bij deze situatie neer. Heel wat basisorganisaties in Azië, Latijns-Amerika en Afrika komen hiertegen in verzet. Deze groepen hebben onze solidariteit nodig.

6de vredesconferentie
zaterdag 13 maart 10u-17u30
De Markten Brussel

zie ook:
Nationale veiligheid, een rekbaar begrip

oorlog uw beste belegging

Thema

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.