Image
libië

Vluchtelingen in Tripoli; Foto: Doctors without borders

Denk je te weten wat er aan de grenzen van Europa gebeurt? De realiteit is erger.
Artikel
6 minuten

Er zijn berichten over massagraven. Er zijn duidelijke bewijzen van misdaden tegen de menselijkheid. Toch werden sinds 2017 meer dan 90.000 mannen, vrouwen en kinderen gedwongen teruggestuurd naar Libië, een land dat gerund wordt door milities, zonder functionerende regering. 

De Europese Unie surveilleert de Centrale Middellandse Zee -de zeestrook tussen Noord-Afrika en Italië- met behulp van drones, helikopters en vliegtuigen. Als er vluchtelingenboten gespot worden, wordt die informatie doorgegeven aan de Libische Kustwacht, een los collectief van mensen dat soms militieleden omvat en zelfs gesanctioneerde mensensmokkelaars. 

De afgelopen vijf jaren heeft de EU tevens tientallen miljoenen euro’s in de Libische Kustwacht gepompt in ruil voor het onderscheppen van boten op wat bekend staat als ‘de dodelijkste migratieroute ter wereld’. De meeste vluchtelingen en migranten die gesnapt worden terwijl ze Europa trachten te bereiken, worden opgesloten in detentiecentra in Libië, die onder meer door paus Fransiscus vergeleken worden met “concentratiekampen”. De gedetineerden maken geen deel uit van een juridisch proces. Ze hebben niet het recht om hun opsluiting te contesteren. 

Mijn nieuwe boek, ‘My Fourth Time, We Drowned’, schreef ik omdat ik de verschrikking wilde vastleggen waar wij in de rijke wereld verantwoordelijk voor zijn. In het bijzonder de afgelopen 10 jaar overzagen onze regeringen de toegenomen securisatie van de grenzen en het bewust opsluiten of het zwijgen opleggen van mensen die op zoek zijn naar veiligheid. Zeventig jaar nadat het mondiaal vluchtelingensysteem geïnitieerd werd, brokkelt het weer af.  

Zeventig jaar nadat het mondiaal vluchtelingensysteem geïnitieerd werd, brokkelt het weer af. 

Lezers denken misschien dat ze al weten wat er aan de Europese buitengrenzen gebeurt, maar ik kan u verzekeren dat de informatie die ik de laatste vijf jaar verzamelde, moeilijk te bekomen was. Zo werd ik een jaar lang strafrechtelijk onderzocht door Duitse aanklagers en kreeg ik doodsbedreigingen en veiligheidswaarschuwingen van overheidsinlichtingendiensten.

Mijn boek omvat verslaggeving uit Rwanda -het land dat nu berucht is voor het ondertekenen van een deal van 120 miljoen Britse pond om asielzoekers over te nemen van het Verenigd Koninkrijk (VK)- alsook uit Sierra Leone, Ethiopië, Soedan, uit heel Europa en vanaf een reddingschip voor de Libische kust. 

Vorige maand publiceerde een onafhankelijke onderzoeksmissie aangesteld door de VN Mensenrechtenraad haar tweede rapport. In een eerste rapport werd geconcludeerd dat de schendingen tegen vluchtelingen en migranten in Libië kunnen neerkomen op misdaden tegen de menselijkheid, die tevens overzien worden door de Libische autoriteiten.

Het laatste rapport vermeldt dat de missie-experten berichten aan het onderzoeken zijn over een massagraf in Bani Walid, een bolwerk van mensenhandel waar ik een hoofdstuk aan wijd in mijn boek. Het rapport benadrukt dat de Europese staten blijven samenwerken met de Libische autoriteiten en Kustwacht. “Sinds oktober 2021 gaat de missie door met het documenteren van gevallen van moord, marteling, onmenselijke daden, vervolging en slavernij van migranten door sommige staatsautoriteiten, milities, gewapende groepen en mensenhandelaars, die allen een consistent gedragspatroon hanteren”.   

Er zijn een aantal ontwikkelingen geweest. Zo kondigde Duitsland in maart aan dat het zou stoppen met het opleiden van de Libische Kustwacht. “[We] kunnen de training van de Libische Kustwacht door Duitse soldaten momenteel niet verantwoorden gezien het herhaaldelijk onaanvaardbaar gedrag van individuele eenheden van de Libische Kustwacht tegenover vluchtelingen en migranten, en ook tegenover niet-gouvernementele organisaties”, stelde woordvoerster van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Andrea Sasse. “We hebben informatie dat de kustwacht in ten minste twee gevallen op volstrekt onaanvaardbare en illegale manier gehandeld heeft.”

De financiering houdt echter aan – niet alleen van de Kustwacht zelf, maar ook van een reeks organisaties en VN-organen in Libië zelf die ogenschijnlijk belast zijn met het verbeteren van de omstandigheden voor vluchtelingen en migranten, maar opereren in een context waar milities aanzienlijke winsten uit slaan. 

Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie zijn er tussen begin dit jaar en 18 april al 4013 vluchtelingen en migranten onderschept in de Centraal Middellandse Zee – 169 van hen waren minderjarig. 

De teruggestuurden zijn echter zeer wanhopig om te ontsnappen. Sommigen slagen erin om zich een weg uit detentie te kopen en hun geluk opnieuw te beproeven. Ondertussen blijven er doden vallen. Vorige week alleen, werden er 53 mensen geregistreerd als dood of vermist voor de Libische kust. 

Vorige week alleen werden er 53 mensen geregistreerd als dood of vermist voor de Libische kust.

De gewapende strijdkrachten van het VK waren tot voor kort ook betrokken bij het trainen van de Libische Kustwacht. De toenmalige minister van Defensie Michael Fallon zei in 2016 dat “het bestrijden van de smokkel van mensen en wapens Groot-Brittannië veiliger” zou maken. Het VK steunde ook de militaire NAVO-interventie van 2011 in Libië, die de verdrijving van Muammar Gaddafi verzekerde. “Willen we een situatie waarbij een gefaalde paria-staat ettert aan de zuidelijke grens van Europa, potentieel onze veiligheid bedreigt, mensen over de Middellandse Zee stuwt, en een gevaarlijkere en meer onzekere wereld creëert voor Groot-Brittannië en voor al onze bondgenoten, evenals voor het Libische volk?”, vroeg toenmalig premier David Cameron. Dit komt natuurlijk in de buurt van wat er effectief gebeurd is. 

Ondanks alles wat ze hebben moeten doorstaan tegen de tijd dat ze Brits grondgebied bereikt hebben, plant het VK nu om asielzoekers naar Rwanda te sturen. Nu wordt al een klein deel van de evacuées van Libië naar daar gestuurd via een door de EU gefinancierd programma dat werd opgesteld door de Afrikaanse Unie en de VN Vluchtelingenorganisatie. Dit programma gebruikt Rwanda als een soort transitcentrum. De meerderheid van de vluchtelingen die naar daar gebracht worden, zullen uiteindelijk opgenomen worden door derde landen in het Westen en veel van mijn bronnen die ik in dit kader in Rwanda ontmoette, bevinden zich nu al in Zweden, Noorwegen of Canada. 

Veel van de mensen die naar Rwanda gestuurd zullen worden vanuit het Verenigd Koninkrijk zijn waarschijnlijk vluchtelingen die al langs Libië gepasseerd zijn – een land waar courant naar verwezen wordt door vluchtelingen als “de hel”. Maar in tegenstelling tot het programma dat door de EU gefinancierd wordt, is Rwanda in de deal met het VK de eindbestemming van de vluchtelingen – ondanks het feit dat het een dictatuur is met een gebrek aan vrijheid van meningsuiting en waar een groot deel van de bevolking nog steeds zwaar getraumatiseerd is door de genocide van 1994. De meest recente data van de Wereldbank tonen aan dat bijna 40% van de Rwandezen onder de armoedegrens leefde in 2016. Het is ook een van de meest dichtbevolkte landen ter wereld. 

Vluchtelingen en asielzoekers worden vaak gebruikt als politieke speelbal, en er wordt zelden rechtstreeks naar hen geluisterd. Ik schreef mijn boek omdat ik wilde dat de mensen in het Westen hun monddood gemaakte stemmen zouden horen. 

Vluchtelingen die vastzitten in Libië beginnen meer manieren te vinden om hun stem te laten horen en terug te vechten. Vorig jaar organiseerden honderden van hen een historische, maandenlange protestactie voor de kantoren van het VN-Vluchtelingenagentschap in de Libische hoofdstad Tripoli. Uiteindelijk werd het protest echter met geweld uiteengedreven en veel deelnemers werden opgesloten. 

Er werd een Twitter-account opgezet voor en door vluchtelingen in Libië, waarop zo’n tienduizenden mensen die vastzitten in het land het relaas doen van wat ze doormaken. Vluchtelingen hebben ook persconferenties georganiseerd op YouTube en Zoom. “Ik wil de wereld eraan herinneren dat wij mensen zijn. We spreken hier niet gewoon van getallen”, zei de Zuid-Soedanese asielzoeker, David Oliver Yambio, tijdens een recent evenement. “We spreken over personen die een naam hebben. Mensen die een familie hebben. Een vader; een moeder; een kind, een zus van iemand”. De rest van ons heeft de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat er geluisterd wordt naar deze mensen. 

Dit artikel verscheen eerder op Opendemocracy.
 


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.