democracy
Foto: stopisds.org.uk; Creative Commons
Eén stap vooruit, twee achteruit in de strijd tegen antidemocratische handelsregels
Artikel
6 minuten

Pakistan is het meest recente land dat het systeem van investeerder-staatsarbitrage (ISDS) afwijst. Dat is een mechanisme waarbij private investeerders regeringen kunnen aanklagen in speciale tribunalen. Ecuador keert echter op zijn stappen terug. De rechtszaken blijven zich ondertussen vermenigvuldigen. 

In 1959 ondertekenden Pakistan en Duitsland 's werelds eerste bilaterale investeringsverdrag (BIT), dat private bedrijven ongekende macht gaf om deze landen aan te klagen voor een lange lijst aan vermeende schendingen van de 'investeerdersbescherming'. 

In de decennia die volgden verspreidde dergelijke investeringsarbitrage zich via duizenden gelijkaardige bilaterale verdragen en via de bepalingen over investeringen in handelsverdragen. Beleidsmakers, in het bijzonder in ontwikkelende landen, kwamen vast te zitten in een verstikkend web van regels en instituties gewijd aan het bevorderen en beschermen van rijke buitenlandse investeerders, met weinig oog voor de kost op het vlak van democratie, milieu en algemeen welzijn.

Vooral ontwikkelingslanden zitten vast in een verstikkend web van regels en instituties gewijd aan het bevorderen en beschermen van rijke buitenlandse investeerders.

Pakistan kondigde recent plannen aan om zich los te rukken van dit web van buitensporige bedrijfsmacht. Dit is een belangrijke mijlpaal. Maar vooruitgang op dit gebied is onevenwichtig. Ecuador, ooit een voorvechter tegen het systeem voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (ISDS), krabbelt terug. En de Verenigde Staten staat voor de grootste rechtszaak in zijn geschiedenis, aangespannen door een Canadees pijpleidingbedrijf. 

De aanleiding voor de beslissing van de Pakistaanse regering was een proces dat aangespannen werd door het Australisch mijnbouwbedrijf Tethyan Copper in het meest gebruikte tribunaal voor dit soort zaken, het Internationaal Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen (ICSID). Dit rekenschap-vrij, supranationaal tribunaal verbonden aan de Wereldbank beval Pakistan om het bedrijf 4 miljard dollar compensatie te betalen voor het weigeren van een mijnbouwvergunning. 

De Pakistaanse premier Imran Khan heeft een nieuw ontwerp-investeringsverdrag goedgekeurd, waarbij elk dispuut nu beslecht zal worden via plaatselijke arbitrage. Volgens Fareena Mazhar van de Pakistaanse Raad van Investeringen werd “het nieuwe BIT-ontwerp ontwikkeld in consultatie met alle stakeholders en met de actieve assistentie van het ministerie van Justitie en de procureur-generaal van Pakistan”. Ze legt uit dat “alle nieuwe bilaterale investeringsverdragen onderhandeld zouden moeten worden in overeenstemming met het nieuw ontwerp om het risico op internationale arbitrage te minimaliseren, en om beleidsruimte te bieden aan de regering om economisch beleid te kunnen opleggen dat in het publiek belang is”.  

Ecuador

Ondertussen heeft de nieuwe neoliberale regering van Guillermo Lasso in Ecuador zich net opnieuw aangesloten bij de ICSID conventie, de internationale overeenkomst die het systeem voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten regelt. 

Ecuador, ooit een voorvechter tegen het ISDS-systeem, krabbelt terug.

De voormalige Ecuadoraanse president Rafael Correa trok zijn land meer dan een decennium geleden terug uit deze conventie. Lasso beweert ten onrechte dat zijn beslissing om deze beslissing ongedaan te maken niet goedgekeurd moet worden door de Nationale Vergadering (Ecuadoraans parlement). 
De Correa-regering richtte ook een commissie op om de impact van investeringsbeschermingsverdragen en het internationale arbitragesysteem te onderzoeken.

Alberto Arroyo Picard, een gepensioneerde professor van de UAM-Iztapalapa universiteit (Mexico) die zetelde in deze commissie, wijst erop dat de data aantonen dat bilaterale investeringsverdragen voor Ecuador geen significante rol speelden in het aantrekken van buitenlandse investeringen. Bovendien hadden buitenlandse investeringen -in tegenstelling tot wat werd beloofd- maar weinig effect op de creatie en kwaliteit van banen, of op de economische groei. 

Arroyo omschrijft Correa als enigszins inconsequent wat handelskwesties betreft. Zo steunde de president de opname van Ecuador in het vrijhandelsakkoord van Colombia en Peru met de Europese Unie in 2016 en stelde hij de publicatie van het eindrapport van de commissie uit tot het einde van zijn ambtstermijn. Maar Correa zegde ook 16 bilaterale investeringsverdragen op tijdens zijn termijn.

Correa zegde 16 bilaterale investeringsverdragen op tijdens zijn termijn als president van Ecuador. 

Nadat Guillermo Lasso met een nipte meerderheid verkozen werd tot president van Ecuador in 2021, kondigde hij zijn plannen aan om het land opnieuw bloot te stellen aan het systeem van investeerders-staatsarbitrage. 

Lasso stuwt het land terug in de richting van een neoliberaal model, en intensiveert momenteel de onderhandelingen voor een handelsovereenkomst met de Verenigde Staten met als doel het aantrekken van meer investeringen in de oliesector. Hij negeert daarbij volledig dat Amerikaanse bedrijven als Occidental Petroleum, Chevron en Burlington de milieurechten van inheemse volkeren in het verleden al volledig met de voeten hebben getreden en investeringsrechtszaken hebben gewonnen tegen Ecuador die het land meer dan 2 miljard dollar kostten. 

Peru lijkt daarentegen klaar om een ander pad te volgen. In de afgelopen jaren zijn de rechtszaken van bedrijven tegen het land toegenomen, in het bijzonder van mijnbouwbedrijven. Velen hopen dat de pas tot president verkozen Pedro Castillo het land -zoals beloofd in zijn verkiezingscampagne- zal terugtrekken uit het arbitragetribunaal van de Wereldbank en de investeringsverdragen van Peru zal intrekken. 

Het is moeilijk om de volledige monetaire impact van investeerders-staatsprocessen te meten, vooral omdat een groot aantal ervan wordt afgewikkeld achter gesloten deuren. Uit gegevens van de Wereldbank blijkt echter dat het aantal zaken dat wordt aangespannen door bedrijven tegen staten stijgt. 

De eisers citeren doorgaans schendingen van de bescherming tegen “onrechtstreekse onteigening”, wat hen in staat stelt om compensatie te vragen voor de invoering van overheidsbeleid dat hun verwachte toekomstige winsten aantast. 

Latijns-Amerika is de regio waar landen het meest geconfronteerd worden met dit soort van rechtszaken, gevolgd door Oost-Europa en Centraal-Azië. Rijkere landen vormen eveneens een doelwit voor dergelijke rechtszaken. Op 2 juli kondigde de in Canada gevestigde pijpleidingbeheerder TC Energy aan dat het van plan is om de Verenigde Staten voor een tweede maal aan te klagen, voor een bedrag van meer dan 15 miljard dollar. 

Landen in Latijns-Amerika worden het meest geconfronteerd met ISDS-rechtszaken.

Deze zaak komt er als vergeldingsactie voor de beslissing van president Joe Biden om de vergunning voor het Keystone XL-project (de aanleg van een oliepijplijn tussen de VS en Canada) in te trekken. Hij achtte het project onverenigbaar met de inspanningen om de klimaatverandering aan te pakken en willigde met zijn intrekking de eis van inheemse gemeenschappen in. 

Het Canadese bedrijf klaagde de VS voor het eerst aan nadat de Obama-regering de vergunning voor het project had ingetrokken, maar liet het proces vallen toen Trump de beslissing van zijn voorganger ongedaan maakte. 

Toen Biden nog presidentskandidaat was, sprak hij zich uit tegen rechtszaken tussen investeerders en staten en beloofde hij het ISDS-mechanisme niet op te nemen in toekomstige handelsverdragen. Als president zou hij nu concrete maatregelen moeten nemen om deze clausules te verwijderen door de bestaande verdragen te amenderen. 

Mexico is een van de vele landen die baat zouden hebben bij een beëindiging van het systeem. Onder de huidige president Andrés Manuel López Obrador, heeft de regering al verschillende maatregelen aangenomen die internationale rechtszaken van bedrijven zouden kunnen uitlokken. Het land wordt reeds bedreigd met claims voor meer dan 4 miljard dollar – en er zijn nog meer claims voor bedragen die niet openbaar gemaakt werden. De meeste rechtszaken tegen de Mexicaanse staat zijn ingediend door mijnbouwbedrijven.

De meeste ISDS-rechtszaken tegen de Mexicaanse staat zijn ingediend door transnationale mijnbouwbedrijven.

Een voortzetting van het systeem voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten is ook in strijd met de verklaarde doelen van López Obrador om een halt toe te roepen aan het neoliberalisme en om de energiebronnen van het land te verdedigen.

Meer landen zouden het voorbeeld van Pakistan moeten volgen. Het wordt tijd om een einde te stellen aan ISDS en de buitensporige bedrijfsmacht die het faciliteert. 

Dit artikel verscheen eerder in het Engels op Inequality.org


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!