Op de vooravond van de Clustermunitie Conferentie in Genève (16 tot 19 september), stelde de ‘Cluster Munition Coalition’ (CMC) zijn ‘Cluster Munition Monitor 2025’ voor, waarin verslag wordt uitgebracht over het vastgesteld gebruik van clustermunitie en de gevolgen ervan. Het jaarlijks rapport, uitgebracht met de steun van de ‘International Campaign to Ban Landmines’ (ICBL), houdt eveneens de productie, de handel, de bestaande voorraden en de transfers van clustermunitie in de gaten.
De ICBL en de CMC zijn twee aparte maar sterk verweven NGO-coalities met een gezamenlijk secretariaat, die dankzij hun jarenlange sensibiliserings- en lobbycampagnes respectievelijk een internationaal verbod op anti-persoonsmijnen (het Verdrag van Ottawa) en een internationaal verbod op clustermunitie afdwongen.
België speelde een pioniersrol bij de totstandkoming van beide belangrijke ontwapeningsverdragen. In 1995 was ons land het eerste in de wereld dat een nationaal verbod op anti-persoonsmijnen invoerde. Dit inspireerde andere landen en hielp momentum te creëren binnen de ICBL. België ondersteunde het diplomatieke proces in de aanloop naar het Verdrag van Ottawa actief en behoorde tot de eerste ondertekenaars. Ook voor clustermunitie was België in 2006 het eerste land ter wereld dat een nationaal verbod invoerde. In samenwerking met de CMC en een aantal andere landen, had Brussel een groot aandeel in het internationale diplomatieke proces om tot de Conventie inzake Clustermunitie te komen. (De vredesbeweging betreurt dat België deze belangrijke diplomatieke traditie in mondiale ontwapening weigert op te nemen voor kernwapens, nochtans massavernietigingswapens.)
Vandaag zijn 165 staten partij bij het Verdrag van Ottawa, dat in 1999 van kracht ging. De Conventie inzake Clustermunitie trad in 2010 in werking. In 2024 -het jaar waarover de nieuwste Cluster Munition Monitor rapporteert- waren er 112 landen partij bij het internationaal clustermunitieverbod, maar op 6 maart 2025 trok Litouwen zich eruit terug. Het is de eerste keer sinds het in werking trad dat het verdrag een staat verliest - een verontrustend gegeven. Begin deze maand trad Vanuatu toe tot de conventie, wat het totaal aantal partijen sinds kort opnieuw op 112 brengt.
De ICBL en de CMC blijven campagnevoeren voor universele toetreding tot de verbodsverdragen, en monitoren of de landen die reeds partij zijn, zich aan de bepalingen houden. Bij de voorstelling van het clustermunitie-rapport op maandag 15 september stelde Mark Hiznay van Human Rights Watch: “Regeringen moeten nu actie ondernemen om het stigma op deze willekeurige wapens te versterken en het aanhoudend gebruik ervan te veroordelen".
Clustermunitie
Clustermunities zijn net als anti-persoonsmijnen arbitraire wapens, d.w.z. dat ze geen onderscheid maken tussen burgers en militaire doelen. Het gaat om bommen of artilleriegranaten die zo ontwikkeld zijn dat ze in de lucht open spatten en tientallen tot honderden kleinere submunities verspreiden over een uitgestrekt gebied.
Deze kleinere explosieven hebben bovendien een grote falingsgraad – zo’n 10 tot 40% van de submunitie ontploft niet bij impact. Eenmaal gedropt veranderen de onontplofte submunities in de facto landmijnen. Zo kunnen ze tot vele jaren, zelfs decennia, nadat het conflict waarin ze werden ingezet voorbij is, nog ontploffen en willekeurig mensen verminken en doden.
Wat clustermunitie extra gruwelijk maakt is dat de onontplofte bommetjes er vaak uitzien als kleurrijke ballen of andere voor kinderen aantrekkelijke vormen hebben. Uit de Cluster Munition Monitor 2025 blijkt dan ook dat 42% van alle slachtoffers van niet ontplofte clustermunitie vorig jaar kinderen waren.
De onontplofte explosieven vormen eveneens een ernstige belemmering voor de sociaaleconomische ontwikkeling. Indien ze uitgestort werden in landbouwgebieden durven boeren hun akkers niet meer te bewerken of willen ze er hun vee niet meer laten grazen. Dit heeft een impact op de landbouwproductie, de voedselzekerheid en de bestaansmiddelen van de boeren zelf. De aanwezigheid van submunities in dichtbevolkt gebied leidt ook tot vertraging van de wederopbouw na een conflict. Ze moeten immers eerst worden geruimd en zorgen ervoor dat bepaalde infrastructuurwerken onuitvoerbaar worden. Daarnaast belemmeren ze economische ontwikkeling en handel omdat bedrijven niet durven investeren in gebieden die vol liggen met explosieven.
Bevindingen
Vorig jaar werd in verschillende landen nieuw gebruik van clustermunities geregistreerd. In 2024 en in de eerste helft van 2025 werden deze wapens ingezet door zowel het Russische als het Oekraïense leger in Oekraïne. Er waren ook meldingen van het gebruik van clusterbommen in Rusland door Oekraïense troepen, maar dit kon niet worden geverifieerd. De VS gaf te kennen dat het tussen juli 2023 en oktober 2024 minstens zeven keer clusterbommen aan Oekraïne heeft geleverd. Duitsland -nochtans partij bij de Conventie inzake Clustermunitie- fungeerde bij een deel van deze leveringen als transitland.
Met 193 doden en gewonden door rechtstreekse aanvallen met clustermunitie en 15 door onontplofte submunitie, was Oekraïne in 2024 al voor het derde jaar op rij het land met het hoogste aantal slachtoffers door clustermunitie ter wereld. Vanwege de onbetrouwbare rapportage over militaire slachtoffers, werden deze niet opgenomen in het rapport. Alle slachtoffers vermeld in de Cluster Munition Monitor 2025, waren dus burgers. Sinds februari 2022 zijn er in Oekraïne al meer dan 1.200 doden en gewonden als gevolg van clustermunitie opgetekend.
Wereldwijd werden in 2024, 314 mensen gedood of verwond door clustermunitie (zowel in rechtstreekse aanvallen als bij ontploffingen van overgebleven submunities). Sinds het midden van de jaren 1960, toen men deze data begon bij te houden, zijn er naar schatting meer dan 56.800 mensen gedood of verwond door clustermunitie. Laos, Syrië, Irak, Vietnam en Oekraïne blijven de zwaarst getroffen landen. Het werkelijke aantal slachtoffers ligt waarschijnlijk veel hoger, aangezien velen van hen niet werden geregistreerd. Dat geldt ook voor 2024. Alleen al in Oekraïne werden vorig jaar ongeveer 40 aanvallen met clustermunitie gemeld waarvan het aantal slachtoffers niet gekend is.
Andere landen waar vorig jaar slachtoffers vielen bij clustermunitie-aanvallen zijn Myanmar en Syrië. Thailand lijkt zelf toe te geven clustermunitie te hebben gebruikt bij zijn grensconflict met Cambodja in juli 2025.
Onontplofte submunitie was in 2024 verantwoordelijk voor 57 geregistreerde slachtoffers in Afghanistan (7), Irak (11), Laos (2), Libanon (2), Mauritanië (2) -allen partij bij de Clustermunitie Conventie- en Syrië (17), Oekraïne (15) en Jemen (1), die geen partij zijn bij het verdrag.
Dat er in 2024 opnieuw zoveel burgerslachtoffers vielen ten gevolge van onontplofte submunitie “toont aan dat er meer verontreinigde grond moet worden gesaneerd en dat er meer hulp aan slachtoffers moet worden geboden”, aldus Human Rights Watch, mede-oprichter van CMC. In maar liefst 27 landen in de wereld, plus de Westelijke Sahara en Kosovo, liggen vandaag onontplofte resten van clustermunitiegebruik.
Het rapport merkt op dat bezuinigingen door donorlanden ertoe hebben geleid dat veel getroffen staten moeite hebben om overlevenden van clustermunitie adequaat op te vangen. Met name de VS, heeft onder de nieuwe Trump-regering fel bezuinigd op de hulpfinanciering voor het opruimen van landmijnen en clusterbommen, en op hulpverlening aan overlevenden.
Vooral kinderen hebben extra nood aan dergelijke hulpverlening omdat ze kwetsbaarder zijn voor verwondingen - dikwijls gaat het om afgerukte ledematen. Vaak hebben ze meerdere operaties nodig en hun protheses moeten vervangen worden naarmate ze groeien. Daarnaast hebben ze, net als alle verminkte overlevers, langdurige toegang tot fysieke revalidatie en psychologische ondersteuning nodig. “Zonder adequate zorg voor kinderen kunnen complicaties verergeren, wat invloed heeft op hun schoolprestaties, sociale interacties, geestelijke gezondheid en algehele welzijn”, aldus Anne Héry van CMC.