Vriend noch vijand: het driehoeksgeval VS, Vietnam, China
Artikel
12 minuten

Sedert de Verenigde Staten van Amerika en Vietnam opnieuw diplomatieke betrekkingen aanknoopten in 1995 zijn de wereldverhoudingen behoorlijk opgeschoven in het voordeel van de Aziatische regio. De VS doet in dit kader z'n uiterste best om een verdere toenadering tot Vietnam te kunnen bewerkstelligen. Vietnam is aan een evenwichtsoefening bezig om zijn assertiviteit te tonen tegenover China en tegelijkertijd toch on speaking terms te blijven met Bejing.

De relaties tussen Vietnam en de VS zijn van heel specifieke aard. Nadat de Franse kolonisator door Vietnam militair werd verslagen in Dien Bien Phu in 1954, namen de Amerikanen in de volgende jaren gradueel de plaats in als Westerse, anti-communistische 'beschermheer' van het zuiden van het land. Afgesproken verkiezingen werden niet gehouden, omdat gevreesd werd dat de communisten die glansrijk zouden winnen. VS President Kennedy begon met militaire adviseurs in te zetten en gestaag groeide de militaire aanwezigheid uit, om op z'n hoogtepunt het aantal van een half miljoen VS soldaten te bereiken. De oorlog was bijzonder wreed en meedogenloos: massale bombardementen, chemische wapens, massaslachtingen, enorm veel doden en verwoestingen. Het land kreeg meer dan tweemaal het aantal bommen te verwerken dan wat de VS in de Tweede Wereldoorlog had gebruikt. 2,5 tot 3,5 miljoen Vietnamezen werden door deze oorlog gedood. Aan Amerikaanse zijde vielen naar schatting 60.000 slachtoffers. De opstand van het volk, georganiseerd door de Viet Cong, en gesteund door enorme opofferingen en inzet van de Noord-Koreanen, joeg de laatste VS soldaten weg uit Zuid-Vietnam in 1975. De VS hadden geen oren naar herstelbetalingen, ook niet voor compensaties van Vietnamese slachtoffers van het gebruik van giftige chemische stoffen (agent orange). De diplomatieke betrekkingen hervatten pas twintig jaar later.

China

Vandaag draait voor Vietnam alles rond de perceptie dat China zijn groeiende economische macht ook om wil zetten in grotere politieke macht over de regionale ontwikkelingen. Zo vreest Hanoi dat China zijn aanspraken op betwiste wateren en eilanden in de Zuid-Chinese Zee zal versterken. Laat ons niet vergeten dat China met Vietnam een korte maar bloedige oorlog uitvocht in 1979. Meer dan 30.000 soldaten sneuvelden in deze militaire confrontatie. China viel Vietnam binnen als represaille voor de Vietnamese inval in Cambodja van eind 1978 en de daaropvolgende bezetting van dat land waardoor het Cambodjaanse Rode Khmer regime, dat de steun had van Peking, er werd verdreven. Het geschil tussen China en een reeks landen rond de Zuid-Chinese Zee – Vietnam, de Filipijnen, Indonesië, Maleisië, Singapore, Brunei - over verschillende eilanden is al jarenlang aan de gang.

Sedert 2005 slagen Vietnam en China er wel in gezamenlijke te patrouilleren in de Tonkin Golf, maar voorlopig blijft het bij dit ene voorbeeld van samenwerking onder de marines van beide landen. De twist over de Paracel Eilanden bijvoorbeeld blijft aanslepen en blijft wegen op de relaties. Vietnam stuurt boeddhistische monniken naar de eilanden om er pagodes te bouwen, laat in de buurt z'n zeemacht manoeuvres houden, zet er een standbeeld neer van een nationale Vietnamese oorlogsheld. China van zijn kant stimuleert de toeristische ontwikkeling van de eilanden. In de laatste weken klaagde Vietnam tweemaal publiekelijk aan dat Chinese schepen de inspectieboten van de Vietnam Oil & Gas Group lastig vielen. Waarop Bejing repliceerde dat Chinese vissersboten werden weggejaagd door bewapende Vietnamese schepen. Het feit dat kennelijk iedereen het erover eens is dat China zijn militaire uitgaven sterk optrekt en onder meer zijn zeemacht uitbreidt is niet van aard om Hanoi te kalmeren.

Economie

De recente uitdieping van de Vietnamese relaties met de VS hebben een economische grondslag. De Verenigde Staten vormen Vietnams grootste exportmarkt en een van de belangrijkste bronnen van directe buitenlandse investeringen. De bilaterale handel is in 10 jaar vertienvoudigd en zou tegen het eind van het jaar 2012 boven de 20 miljard dollar uitkomen. Niet alles is echter rozengeur en maneschijn. De VS dreigen met maatregelen tegen de invoer van Vietnamees staal op basis van zogenaamde dumpingpraktijken. Het betreft meer bepaald de import in de States vanwege de Vietnam Steel Association die zowat de helft van de uitvoer van z'n aluminiumbuizen naar de VS ziet gaan. Deze onderneming zou, volgens het Ministerie van Handel in Washington, staatssubsidies ontvangen, en dat kan niet in een vrijhandelssysteem is de redenering.

Een stevige en groeiende export is van belang voor de gezondheid van de Vietnamese economie. De laatste jaren is het groeiritme gezakt nadat het van 1987 tot 2007 jaarlijks gemiddeld 7% was gestegen. In 2011 kwam er echter een opvallende stijging in de economische relaties tussen Vietnam en China. Dit ondanks de wereldcrisis en de eigen interne problemen in Vietnam. In 2011 groeide het PNB van Vietnam met 5,9% dankzij een stijging van de export en van de binnenlandse vraag, voornamelijk van landbouwproducten, textiel en petroleum. Vietnam wil een verdere industrialisering doorvoeren en de economische groei omzetten in welzijn voor de bevolking, heet het in de officiële mededelingen, die ook aangeven dat het inflatieprobleem nog niet is opgelost.

VS belang in Azië

Tegen bovenstaande achtergrond zien we de reële pogingen van Washington om de banden met Vietnam aan te halen. Niet uit grootmoedigheid, niet uit een late compensatie voor de oorlogsschade, maar uit puur eigen belang tegen de steeds verder groeiende supermacht China. Enerzijds kan de open economische politiek van Vietnam de zakenbelangen van VS ondernemingen rechtstreeks ten goede komen. Anderzijds vormt een uitdieping van de samenwerking met een dichtbevolkt land – Vietnam telt meer dan 90 miljoen inwoners – dat een ambivalente relatie heeft met China, een interessant perspectief voor de Noord-Amerikaanse regering.

Geruime tijd al is Washington aan het proberen om nauwer in het Aziatische ontwikkelingsproces verweven te geraken. De huidige VS president, Barack Obama, zette de politiek van zijn voorganger voort "met het doel een kwalitatieve regionale overeenkomst te realiseren met leden uit verschillende landen en continenten”. Het gaat om het opzetten van de Trans-Pacific Partnership (TPP) die een regionale vrijhandelszone wil creëren met negen landen uit Azië, Amerika en de Stille Zuidzee: Australië, Brunei, Chili, Maleisië, Nieuw-Zeeland, Peru, Singapore, de VS en Vietnam. Deze overeenkomst moet de economische banden aanhalen tussen de leden door de handel te stimuleren in goederen en diensten, door de investeringsstromen te verbeteren, en de samenhang te verbeteren tussen economisch beleid en een reeks handelsregels.

Maar de Verenigde Staten hebben het kennelijk moeilijk met de toestand van de mensenrechten in Vietnam. De senatoren Joseph Lieberman en John McCain bijvoorbeeld willen de vooruitgang in de relaties laten afhangen van de score op het vlak van de mensenrechten. Ze verwierpen enige maanden geleden de Vietnamese vraag voor defensie-apparatuur, om deze reden. Volgens de studiedienst van het Congres is Vietnam een autoritaire eenpartijstaat onder leiding van de Communistische Partij, die een strategie lijkt te volgen die bepaalde vormen van persoonlijke en religieuze uitingen toestaat en tegelijkertijd op selectieve wijze individuen en organisaties onderdrukt die een bedreiging zouden kunnen vormen voor het partijmonopolie op de macht. Deze toestand die reeds in 2007 verslechterde zou sedert begin 2011 een nieuwe intensivering hebben gekend met aanhoudingen van bloggers die anti-Chinese artikels plaatsten. Maar kennelijk heeft dit geschil tussen Washington en Hanoi over de mensenrechten niet belet dat beide partijen verder willen gaan op de weg van uitbreiding van de relaties, hoewel het waarschijnlijk wel weegt op het ritme en de omvang ervan. Aldus nog de Congressional Research Service.

Militair

Dergelijk vrijhandelsakkoord moet de VS een sterkere positie geven tegenover andere machten in de regio, en in de eerste plaats tegenover China. Maar het betreft niet alleen een economisch initiatief, de VS wil zijn positie ook militair onderbouwen. Het Pentagon heeft zijn militair concept aangepast, wat een grotere militaire aanwezigheid in het Aziatisch gedeelte van de Stille Zuidzee regio tot gevolg zal hebben. Maar deze plannen voor een verdere Amerikaanse militaire opbouw in de Stille Oceaan botsen uiteraard op heel wat weerstand van China dat zich bedreigd voelt. De doctrine van de 'vreedzame verrijzenis', ingevoerd door president Hu Jintao in 2002, is in de praktijk al op een zijspoor geraakt. Tussen 2005 en 2010 verdubbelde het militair budget van China. Tegelijkertijd zien we dat verschillende Aziatische landen als Japan, India, Indonesië, Vietnam, en Zuid-Korea bezig zijn met omvangrijke militaire moderniseringsprogramma's en tegelijkertijd hun relatie met de VS versterken.

De Verenigde Staten verplaatst een deel van z'n zeemacht naar Azië, de Stille Zuidzee en de Indische oceaan. Besparingen op defensie zouden geen weerslag hebben op de ontplooiing in Azië en er zullen 2500 mariniers geïnstalleerd worden op een nieuwe basis in Australië. Het bezoek van Hillary Clinton aan Myanmar van enige tijd geleden had maar een bedoeling: het land losweken uit de Chinese invloedssfeer.

De Amerikaanse militaire relaties met Vietnam worden gekenmerkt door hun zeer voorzichtige aanpak. Er is een langzame evolutie bezig sedert het VS oorlogsschip USS Vandergrift in 2003 als eerste Amerikaans oorlogsschip na de Vietnam oorlog een Vietnamese haven binnen vaarde. Sedertdien hebben meer dan 20 Amerikaanse schepen het land aangedaan. In april hebben leden van de zeemacht van beide landen gezamenlijk oefeningen gehouden in navigatie, duikersactiviteiten, hulp- en reddingsoperaties. Dit staat nog ver af van de intense gezamenlijke militaire manoeuvres die de VS met de Filipijnen toen ook hielden. Er is echter een langzame maar gestage upgrading van de militaire contacten. De oefeningen blijven op niet-gevechtsniveau maar de VS schepen bijvoorbeeld zijn nu van een hogere klasse, bijvoorbeeld een commandoschip, een destroyer met geleide raketten, reddingsschepen. Begin juni 2012 deed de VS minister van defensie, Leon Panetta, Vietnam aan tijdens zijn Azië rondreis: hij bezocht de Cam Ranh baai waar de VS een militaire basis had tijdens de Vietnamoorlog. Hij pleitte er voor een versteviging van de militaire banden tussen de VS en Vietnam.

Geopolitiek

Het lijkt vrij duidelijk dat het Pentagon ervan overtuigd is dat de militaire relaties met Europa niet meer de absolute prioriteit moeten vormen: de structurele samenwerking binnen NAVO en het nieuwe rakettenschild moeten de Europese veiligheid en de 'VS bescherming' ervan voldoende kunnen garanderen. Tevens werden heel wat bakens uitgezet omheen Rusland. Daarnaast komt de vaststelling dat nation building in Irak en Afghanistan geen zaak is voor Amerikaanse militairen. Daar blijven op inzetten terwijl concurrent China zijn invloed tracht uit te bouwen is niet de juiste keuze, menen de strategen. Want door een te overdreven aandacht van de VS voor het Midden-Oosten en Centraal-Azië zou men wel 's te laat kunnen komen om nog een tegengewicht te kunnen vormen voor het steeds actievere China. De perceptie in Washington en kennelijk bij een reeks regionale spelers is inderdaad dat de groeiende macht van Bejing moet worden ingedamd.

De machtskringen in de VS vrezen inderdaad voor een Chinese invloedssfeer die zou gelijken op de eigen positie van de VS in het Westen. Daarbij zou Bejing de buren in een positie kunnen dirigeren die de VS niet zo leuk vindt. Een dergelijke invloedssfeer zou de Volksrepubliek een nationale veiligheid kunnen garanderen die van die aard is dat ze makkelijker geneigd zou zijn om haar macht ook naar verder afgelegen gebieden te projecteren. China zal zijn handelsnetwerk verder uitbreiden over de wereld, dat staat als een paal boven water, en het geraakt met de dag steeds meer afhankelijk van het nabije of verre buitenland om zijn energiebehoeften te kunnen dekken. Het is dus niet ondenkbaar dat Chinese strategen de vitale bevoorradingslijnen over zee willen veilig stellen. Dat het daarbij nodig zou kunnen zijn om politieke ontwikkelingen in die gebieden vorm te helpen geven in functie van het Chinese eigenbelang is niet vreemd aan de wereldpolitiek. Het zal voor Bejing makkelijker zijn om dit te kunnen realiseren in zeg maar de Perzische Golf of een andere belangrijke regio, indien zijn onmiddellijke omgeving dusdanig onder zijn invloed staat dat een buitenstaander – en zeker de VS – op afstand kan worden gehouden, op zijn minst wat veiligheidsengagementen en militaire aanwezigheid betreft. Dat is althans de lezing die in Washington overheerst de laatste jaren.

De stap naar een verdere uitbouw van nauwe politieke relaties tussen China en westerse landen die nu al tientallen jaren onder de VS paraplu hebben gezeten, is maar een voortzetting van de bovenstaande redenering. Dit zou willen zeggen dat de VS voor het eerst zou kunnen geconfronteerd worden met het vooruitzicht dat een grote rivaliserende macht een belangrijke militaire aanwezigheid in haar eigen, westerse, invloedssfeer zou kunnen verwerven. Het is best om dergelijke eventualiteit reeds in de beginfase te fnuiken. De beslissing om de militaire uitbouw prioritair naar Azië te richten is dus de logica zelve voor de leiders van het Pentagon.

De laatste jaren is de VS erin geslaagd om leden van de ASEAN (Association of Southeastt Asian Nations) als Cambodja, Laos, Myanmar en Vietnam in zijn politiek-militair netwerk op te nemen, en heeft de relaties met Maleisië en Singapore versterkt. Deze laatste twee hebben ook troepen in Afhganistan. Het grootste deel van de regio wordt bij het Pentagon gedekt door het PACOM (US Pacific Command) waar de Derde Vloot met thuisbasis in Californië en de Zevende Vloot die opereert vanuit Japan een belangrijke rol spelen. De Zevende telt 50 tot 60 oorlogsschepen, 350 vliegtuigen en 60.000 soldaten. Er zijn luchtmacht-vloten en landmachttroepen in Japan, Zuid-Korea, Alaska en Hawaï.

Vrije scheepvaart

De Zuid-Chinese Zee is heel belangrijk als doorvoerroute van Amerikaanse handelswaren. Ze is van heel groot belang voor de bevoorrading in grondstoffen van China. In deze geglobaliseerde economie gaat een groot deel van de internationale handel van het ene continent naar het andere. Volgens de cijfers gaat bijna de helft van de mondiale tonnenmaat en zowat een derde van de geldwaarde voor de wereldhandel door deze Zee. Daarenboven blijkt ze rijk aan mineralen, visreserves, aardgas en olie. Op het eerste gezicht is het niet de bedoeling van de VS om deze rijkdommen direct zelf te willen exploiteren, maar ze worden wel als van vitaal belang beschouwd door een aantal strategische partners en bondgenoten van de VS in de regio.

De militaire relaties met voormalige vijand Vietnam is voor de VS een nieuwe stap in de versterking van hun eis voor de vrijheid van scheepvaart in de Zuid-Chinese Zee. In juni 2010, tijdens een ASEAN forum in Hanoi verklaarde Hillary Clinton dat de Zuid-Chinese Zee van 'nationaal belang' is voor de Verenigde Staten. Later zijn ze tijdens een reis aan de Filipijnen dat “de VS niet direct een positie inneemt rond de verschillende territoriale eisen in dit gebied, want elke eiser heeft het recht zich te verdedigen. Dit kan echter niet gebeuren op basis van intimidatie of dwang. Iedereen moet het internationaal recht volgen, uitspraken van rechtbanken en de VN Conventie over het Zeerecht .” China is inderdaad ondertekenaar van deze VN Conventie en moet zich dus houden aan wat deze overeenkomst voorschrijft. De VS daarentegen heeft deze Conventie nooit onderschreven. Een erg sterke argumentatie is het dan natuurlijk niet. En Bejing bestempelt deze redenering van Washington rond de VN Conventie over het Zeerecht dan ook gewoonweg als pure hypocrisie.

Besluit

Zoveel is duidelijk, de herijking van de Amerikaanse militaire aandacht richting Azië zal de militaire machine in de VS volop laten verder draaien. De hogere middens in de financieel-economische wereld en het militair-industrieel complex zullen er wel bij varen. Vietnam hoopt z'n eigen positie van vriend-noch-vijand met de VS én met China te kunnen handhaven. De vraag is of dat in de groeiende spanning tussen Washington en Bejing of bij eventuele escalaties – een clash over bepaalde eilanden tussen de Filipijnen en China bijvoorbeeld - zal mogelijk blijven.

 

Georges Spriet


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.