Bijna een jaar geleden, op 8 december 2024, valt het Assad-regime in Syrië als een kaartenhuisje in elkaar, na meer dan tien jaar burgeroorlog en geweld. De vroegere Al Qaeda-leider Ahmed al-Sharaa wordt interim-president.
Een dikke maand later, eind januari 2025, vieren de Koerden in het noorden van het land de 10e verjaardag van de succesvolle weerstand van Kobane tegen de Islamitische Staat (IS). Deze grensstad werd in 2015 maandenlang omsingeld door de extremistische terroristische groepering. De overwinning in januari van dat jaar bleek een ommekeer in de strijd tegen IS en dus van cruciaal belang voor de toekomst van de autonome regio die de Koerden en hun bondgenoten reeds in 2012 hadden uitgeroepen. Die autonome regio belichaamt een totaal ander maatschappijproject dan dat van Ahmed al-Sharaa. Wat betekent dit voor de toekomst van het etnisch-culturele lappendeken Syrië?
De Koerden en de Autonome Administratie
De autonome regio in het noorden en noordoosten van Syrië, die Koerden samen met andere bevolkingsgroepen, zoals Assyrische en Arabische, maar ook Armeense en Turkmeense gemeenschappen, trachten uit te bouwen, staat vandaag sterk.
Aanvankelijk werd naar de autonome regio verwezen als Rojava (West-Koerdistan in de Koerdische taal Kurmanji), aangezien de zogenaamde Rojava-revolutie startte in drie overwegend Koerdische provincies in het noorden van Syrië. De wieg stond in Kobane. Sindsdien bouwen de Koerden samen met hun bondgenoten aan een democratische en multi-etnische samenleving, met veel nadruk op macht van onderop (gemeenten en basisorganisaties) en gelijkheid tussen vrouwen en mannen.
Dit emanciperend maatschappijproject was een doorn in het oog van de fundamentalistische IS, die na de start van de burgeroorlog vanuit Irak en het grensgebied snel wist op te rukken in Syrië. De oostelijke stad Raqqa werd in 2014 zelfs door IS uitgeroepen tot hoofdstad van hun zelfverklaarde kalifaat. Later dat jaar trachtte IS -aanvankelijk met succes- Kobane in te nemen, om zo een corridor te creëren tot aan de grens met Turkije en het Koerdische project te fnuiken.
Er vond een maandenlange, bikkelharde strijd plaats tussen IS en de Koerdische milities, YPG en YPJ, waarbij vele duizenden jonge Koerden, zowel vrouwen als mannen, het leven lieten. De Koerdische milities werden daarbij vanuit de lucht gesteund door een internationale coalitie onder leiding van de VS. Het ging om een tactische alliantie, met als belangrijkste doel de opmars van IS tegen te gaan. In oktober 2015 werden mede daartoe ook de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) opgericht in de autonome regio - een multi-etnische militaire alliantie, waarvan de Koerdische Volksbeschermingseenheden (YPG en YPJ), de grootste component vormen.
Van Rojava naar AANES
De bevrijding van Kobane eind januari 2015 betekende een ommekeer in de strijd tegen IS. Drie jaar later zou ook Raqqa worden bevrijd. Het vormde de zwanenzang van IS, al zitten er tot op vandaag nog vele duizenden IS-strijders -én hun families- opgesloten in gevangenissen in het noordoosten van Syrië, en bestaan er nog steeds ‘slapende’ IS-cellen. (Zelfs jaren nadat de groep zijn territoriale bolwerken heeft verloren, blijft IS de breuklijnen tussen rivaliserende autoriteiten uitbuiten. Ze tracht strijders in te planten in rurale enclaves, organiseert hinderlagen en maakt gebruik van ongecontroleerd gebied om drone- en sabotageaanvallen uit te voeren.)
Nadat Raqqa en delen van de provincie Deir ez-Zor in 2018 ook deel gingen uitmaken van de autonome regio, werd er niet langer gesproken over Rojava maar over de Autonome Administratie van Noord- en Oost-Syrië (AANES). Het democratisch project werd versterkt in het oosten, maar tegelijkertijd namen jihadisten gesteund door Turkije belangrijke delen in het noordwesten in, waaronder vanaf 2018 de stad en het bredere district Afrin. Dit deel van Syrië staat nog steeds voor een groot stuk onder controle van Ankara en lokale aan Turkije gelieerde jihadistische milities.
De Autonome Administratie pleit steevast voor een gedecentraliseerde en democratische toekomst voor heel Syrië.
De Autonome Administratie heeft vandaag haar hoofdkwartier in Raqqa. Het pleitte de afgelopen jaren steevast voor een gedecentraliseerde en democratische toekomst voor heel Syrië en ziet zichzelf als deel van dat project. Er is dus geen wens tot afscheiding of tot het vormen van een eigen, onafhankelijke staat. Integendeel, de autonome regio wordt er gezien als een deel van het Syrië van morgen, en het politieke project erachter als een mogelijke inspiratiebron voor heel Syrië en de bredere regio van het Midden-Oosten. De Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) in de autonome regio worden vandaag beschouwd als de sterkste troepenmacht in Syrië. Na de regimewissel kan ook de nieuwe sterke man in Damascus, Ahmed al-Sharaa, daar niet aan voorbij.
Enter Ahmed al-Sharaa
De bijzonder snelle en redelijk geruisloze omverwerping van het regime van Assad leek erop te wijzen dat ze minstens gevalideerd werd op een hoger niveau. Sinds 2015 kon Assad rekenen op de actieve militaire steun van Rusland. Maar die steun leidde nooit tot een echte, hernieuwde controle van zijn regime over het Syrische grondgebied. Met de vastgelopen oorlog in Oekraïne kan men ervan uitgaan dat de toestand in Syrië te uitzichtloos was geworden voor het Kremlin om die militaire steun nog verder te zetten. De Verenigde Staten en bondgenoot Israël kwam het -zeker na de nederlaag van IS- goed uit om het Assad-regime, een medestander van de sjiitische regionale vijand Iran, mee ten val te brengen.
Wat er ook van zij, de steun voor Assad was weg. Het vermolmde, dictatoriale regime implodeerde en Assad en zijn gezin kregen humanitair asiel in Moskou, iets wat weken, zo niet maanden voordien al werd bedisseld.
Exit Bashar al-Assad, enter Ahmed al-Sharaa. Zijn islamistische beweging Hayat Tahrir al-Sham (HTS) kon via een bliksemoffensief op een week tijd oprukken naar Damascus en er de macht overnemen. Al-Sharaa’s achtergrond wekte aanvankelijk weinig vertrouwen op het internationale toneel. Hij was actief bij de fundamentalistische terreurgroep Al Qaeda in Irak en richtte in Syrië mee de Al Qaeda-vertakking, het Al-Nusra Front, op.
Al-Sharaa is een islamist op wiens hoofd ooit een beloning van 10 miljoen dollar werd geplaatst door de VS. Een man ook met bestuurservaring in de noordwestelijke Syrische provincie Idlib, waar hij met steun van Turkije een kapitalistisch liberaliseringsbeleid combineerde met een repressief islamistisch regime.
Maar al-Sharaa doet nu zijn best om een gematigde toon aan te slaan. Hij ruilde quasi meteen zijn strijdersoutfit voor een pak met das, én vormde een overgangsregering met vertegenwoordiging van minderheidsgroepen.
Moordpartijen op Alawieten en Druzen
Enkele schokkende incidenten maken echter duidelijk dat Syrië, ook na de val van Assad, een explosief kruitvat blijft en dat al-Sharaa zijn eigen troepen niet helemaal onder controle heeft. In het voorjaar van 2025 vonden er in de westelijke provincie Latakia zware moordpartijen plaats op Alawieten, niet toevallig de religieus-culturele minderheid waartoe ook de familie Assad behoort. Er was sprake van honderden standrechtelijke executies van burgers. In de zomer liepen de spanningen dan weer op in het zuidelijke Suwayda, waar de Druzen (een etnische minderheid in Syrië, maar de overgrote meerderheid in deze provincie) in conflict kwamen met zowel regeringstroepen van Al-Sharaa als soennitische bedoeïenen die zich gesterkt voelen door het nieuwe regime.
Israël, dat tijdens de burgeroorlog al honderden bombardementen uitvoerde op Syrisch grondgebied, bleef dat ook na de val van Assad doen, om zo naast zijn historische bezetting van de Syrische Golanhoogte, zijn greep op het zuiden van het land te versterken (al bombardeerde het zelfs basissen tot in het noorden van Syrië).
Broos akkoord met Mazloum Abdi (SDF)
Als je vandaag enkel naar de interne Syrische machtsverhoudingen kijkt, blijkt dat er twee hoofdrolspelers overblijven: aan de ene kant de nieuwe sterke man in Damascus, die minstens formeel minderheidsgroepen opneemt in zijn overgangsregering, en aan de andere kant de Autonome Administratie van Noord- en Oost-Syrië. Dat er wel degelijk toenadering is tussen beide, blijkt uit het akkoord dat op 10 maart 2025 gesloten werd tussen Al-Sharaa en de Koerdische leider van de Syrische Democratische Strijdkrachten, Mazloum Abdi. Dat akkoord -dat de ‘eenheid van Syrië’ benadrukt en afscheiding verwerpt- zou op papier moeten leiden tot een integratie van de SDF in het Syrische leger, en tot de toekenning van burgerrechten aan de Koerden en hun bondgenoten uit de autonome regio.
Het akkoord was een belangrijke stap en doorbrak het totale isolement waarin de autonome regio was terechtgekomen. Universiteiten in de regio, zoals de Universiteit van Rojava in Qamishlo, werden erkend, alsook de diploma’s die er behaald worden. Er kwamen ook terug meer mogelijkheden tot internationale handel en de Syrische Minister van Energie en Waterbevoorrading kondigde recent aan dat hij er samen met het Internationale Rode Kruis en UNICEF alles aan wil doen om de drinkwaterbevoorrading van noordoostelijke stad en provincie Hassake terug te herstellen. Eerder werd de provincie Deir ez-Zor al beter voorzien van drinkwater. Het gebrek aan drinkbaar water is zonder twijfel één van de grootste humanitaire problemen waar de autonome regio mee te kampen heeft. Stappen vooruit op dat vlak maken hoe dan ook een groot verschil voor vele honderdduizenden mensen.
Belangrijke punten van het akkoord tussen Al-Sharaa en Abdi blijven voorlopig dode letter.
Op het terrein leidde het akkoord dus in zekere mate tot positieve evoluties, maar belangrijke punten ervan blijven voorlopig dode letter. De verdere implementering van het akkoord is vastgelopen door meningsverschillen over decentralisatie. Zo wil de SDF wel integreren in het Syrische leger, maar slechts op voorwaarde dat er sprake is van een soort militaire autonomie, waarbij alles ten oosten van de Eufraat, beheerd blijft door ex-SDF-brigades binnen het Syrische leger. Op bestuurlijk vlak houdt de AANES vol dat elke toekomstige Syrische staat aan de regio's moet toestaan om hun eigen zaken te regelen, terwijl Damascus federale modellen afwijst en vasthoudt aan een gecentraliseerd bestuur. Het water tussen beide partijen blijkt dus nog diep.
De dialoog blijft open, maar in de aanloop naar de deadline eind dit jaar voor de uitvoering van het integratieakkoord van 10 maart, neemt het wantrouwen en de spanning tussen Damascus en de SDF toch toe. In het noordoosten van Syrië kwam deze maand zelfs tot verschillende gewelddadige incidenten tussen SDF- en regeringstroepen, waarbij aan beide zijden enkele doden vielen. Vrijdag 21 november werd een staakt-het-vuren ingesteld.
De rol van Turkije
Daarnaast blijft Syrië ook een speelbal van internationale belangen en invloedssferen. Het feit dat Ahmed al-Sharaa zowel ontvangen werd in het Kremlin (15 oktober), als in het Witte Huis (10 november) -en dat laatste als eerste Syrische president ooit- toont hoezeer hijzelf een pion blijft op het internationale schaakbord. Rusland, Iran en hun bondgenoten trekken hierbij duidelijk niet aan het langste eind.
Wie op de achtergrond wel een bijzonder grote rol speelt in de transitie die gaande is in Syrië, is buurland Turkije. Ankara herstelde al snel na de val van Assad de diplomatieke betrekkingen met Damascus en spreekt zijn duidelijke steun uit voor het nieuwe leiderschap. Al-Sharaa werd eind mei al voor de tweede keer ontvangen door de Turkse president Erdoğan om te praten over de relaties tussen beide landen en de toekomst van Syrië. Daarbij wordt door Ankara vooral gehamerd op territoriale integriteit met een gecentraliseerd bestuur.
Turkije wil absoluut geen sterke militaire en politieke Koerdische gordel aan zijn zuidelijke grens, aangezien het in eigen land al decennia de eisen van de eigen Koerdische minderheid voor culturele rechten en autonomie onderdrukt, en tot voor kort een gewapende strijd voerde tegen de militante Koerdische Arbeiderspartij (PKK), die zich voornamelijk schuilhoudt in de bergachtige noordelijke regio van Irak.
Het feit dat de PKK in mei 2025 aankondigde zich als gewapende beweging te ontbinden, had enerzijds te maken met de behoorlijk uitzichtloze situatie van de strijders in de bergen, maar leek anderzijds toch ook bedoeld om een akkoord tussen Damascus en de AANES betere kansen te bieden.
Turkije blijft op de korte termijn de grootste bedreiging voor een stabiele en enigszins gedecentraliseerde toekomst voor Syrië, met respect voor de verschillende etnisch-religieuze en ook seculiere gemeenschappen.
Op studiereis naar Noord- en Oost Syrië
Van 17 tot 23 maart organiseren Vrede vzw, het Koerdisch Instituut en Semalka vzw een studiereis naar Noord- en Oost-Syrië om een beter zicht te krijgen op de actuele evoluties. Interesse om deel te nemen? Meer info vind je in onze kalender.