Zweedse wapenhandel
11 minuten

In februari 2009 ging ik naar Aero India 2009, Azië's grootste beurs voor straaljagers. India is van plan om dit jaar in totaal 126 nieuwe straaljagers aan te kopen. Ze noemen het zelf 'de wapendeal van de eeuw'. Het Zweedse bedrijf Saab (vooral bekend voor haar auto's) is een van de bedrijven die staat te springen om haar straaljager de 'Jas 39 Gripen' aan India te verkopen. Dit gevechtsvliegtuig is het paradepaardje van de Zweedse wapenindustrie.

 “50 miljoen euro, de prijs van een Gripen straaljager, is een gigantisch bedrag”, zegt Fredrik Gustafsson, een van de medewerkers van Saab op de Aero show in India. “Maar het is de helft goedkoper dan de prijzen van onze concurrenten”, voegt hij eraan toe. Maar Zweden staat in deze wereld niet bepaald bekent om de goedkope prijzen van haar wapens. Wel om de kwaliteit en de betrouwbaarheid ervan. Zweeds militair materiaal was een hele tijd verbannen van India omwille van een omkoopschandaal uit de jaren 1980 waarbij de toen grootste wapenproducent van Zweden (Bofors) betrokken was. Maar de Indische generaals legden hun gewicht in de schaal om opnieuw een handelsopening te creëren omdat ze zo tevreden waren van de Zweedse Haubits kanonnen, gebruikt in het Kasjmir-conflict.

Zweedse politici pochen graag met hun land van de Vrede, maar vergeten erbij te vertellen dat Zweden al decennialang een van de grootste wapenleveranciers ter wereld is. De laatste jaren is de wapenexport fel gestegen. In de periode van 2001 tot 2008 is ze zelfs verviervoudigd. In Zweden geproduceerde wapens worden elk jaar geëxporteerd naar ongeveer 60 landen. De Zweedse politici zijn ook fier op de strikte richtlijnen voor wapenhandel, maar het probleem is dat ze keer op keer genegeerd worden. Er zijn ten minste vier grote problemen met de  wapenhandel: Zweedse wapens verergeren oorlogen en conflicten, ze worden gebruikt voor mensenrechtenschendingen, ze bestendigen of verergeren de armoede en ze versterken dictaturen.

Verergeren van oorlogen

“Er zal op geen inspanning gekeken worden om onze volkeren te bevrijden van het juk van de oorlogen, zowel binnen als tussen staten, die het laatste decennium meer dan 5 miljoen levens geëist hebben”. Deze verklaring werd aangenomen op de VN Millennium Top in 2000. Als de landen van de wereld menen wat ze zeggen, moeten er dringend resultaten voorgelegd worden. Delen van de wereld worden geplaagd door diepgewortelde en complexe conflicten, die vaak leiden tot oorlog en zware mensenrechtenschendingen. De internationale wapenhandel is een van de belangrijkste drijvende krachten achter militaire escalaties, en draagt zo bij tot het verergeren van oorlogen en gewapende conflicten. Zweden zou daarom moeten ijveren voor een radicaal en globaal ontwapeningsproces. De middelen die vandaag gebruikt worden om militair paraat te zijn, zouden moeten gebruikt worden om oorlogen en conflicten te proberen voorkomen. Voorstellen die momenteel op tafel liggen in Zweden lijken het land jammer genoeg de tegengestelde richting uit te sturen. Zo zouden de restricties op wapenexporten naar landen in oorlog verminderd worden. Deze voorstellen hebben vooral tot doel de export van militair materiaal te vergemakkelijken naar een aantal strategisch belangrijke landen, waar Zweden een uitgebreide militaire samenwerking mee heeft, zoals de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Zweden blijft ook volop exporteren naar zowel India als Pakistan, ondanks hun lange geschiedenis van onderlinge conflicten. Deze houding is onaanvaardbaar. Sinds de eerste wereldoorlog verbiedt de Zweedse wetgeving de export van oorlogsmateriaal. Het moet nu verduidelijkt worden in de wetgeving dat wapenleveringen werkelijk verboden zijn en dat uitzonderingen alleen maar kunnen worden toegestaan in gevallen waar dit de internationale veiligheid ten goede komt en consistent is met het Zweedse buitenlandse beleid. Wapenhandel mag geen doel op zich worden. Zweden zou ook het internationaal initiatief moeten ondersteunen die de globale wapenhandel aan banden wil leggen via een wettelijk bindende internationale wapenhandel conventie, het zogenaamde Wapenhandel Verdrag.

Een voorbeeld van een Zweeds wapen dat zeer courant gebruikt wordt in oorlogen is het Carl Gustaf-geweer, geproduceerd door Saab Bofors Dynamics. Dit wapen werd verkocht aan meer dan 40 landen en werd gebruikt in vele oorlogen, bvb in Birma, Cambodja, Sri Lanka, Vietnam, India en Irak. Een andere Zweedse bestseller gebruikt in conflicten is de anti-projectielen rakettenlanceerder AT4. Sinds 1985 werd dit wapen verkocht aan onder andere Brazilië, Denemarken, Nederland, Frankrijk en Venezuela. Daarbovenop kreeg de Verenigde staten de licentie om zelf honderden AT4's te maken. Washington gebruikte ze bij de invasie van Panama in 1989, net zoals bij de invasie van Afghanistan en Irak. De grond-lucht raket van Zweedse makelij 'Robot 70' kan men vandaag terugvinden in ten minste 18 landen, waaronder Argentinië, Bahrain, Brazilië, de Verenigde Arabische Emiraten, Indonesië, Iran, Pakistan, Singapore, en Tunesië. In 1999 werd de Robot 70 gebruikt in de Kargil-oorlog tussen India en Pakistan in Kasjmir.

Mensenrechtenschendingen

Een enquête afgenomen in november 2009 toonde het interessante resultaat dat 55% van de Zweedse bevolking 'neen' antwoordt op de vraag: “Moet we wapenleveringen toestaan naar andere landen?”. Slecht 37% antwoordde 'ja'. Een overweldigende 92% antwoordde 'neen' op de vraag: “Moet Zweden wapenleveringen toelaten naar landen waar zich zware mensenrechtenschendingen voordoen?”

Een van de belangrijkste richtlijnen voor het al dan niet toelaten van Zweedse wapenleveringen, is een parlementaire beslissing uit 1971 die stelt dat ontvangende landen de internationale mensenrechten moeten respecteren. De realiteit is echter dat er sindsdien regelmatig geëxporteerd is naar verschillende landen die de mensenrechten schenden of geschonden hebben. Het verbod om wapens niet te exporteren naar landen die zich bezondigen aan mensenrechtenschendingen, is trouwens niet louter ingegeven door humanitaire bezorgdheden, maar ook door belangrijke nationale veiligheidsoverwegingen. Het is een al lang erkend feit dat er een connectie is tussen respect voor de mensenrechten en een vreedzame sociale ontwikkeling. Substantiële en flagrante schendingen van de mensenrechten kunnen een bedreiging vormen voor zowel de nationale als de internationale stabiliteit. De richtlijnen voor wapenhandel stellen dat de afwezigheid van menserechtenschendingen een “noodzakelijke voorwaarde” is om exporten te kunnen toelaten. Volgens de richtlijnen is het irrelevant of de wapens zelf rechtstreeks zullen bijdragen tot de schendingen of niet, het is genoeg dat zulke schendingen “voorkomen” in een land, om wapenleveringen illegitiem te maken. Zowel het Zweeds parlement als de regering hebben herhaaldelijk het belang benadrukt van het buitenlands beleid dat het respect voor de mensenrechten steunt. Maar ondanks de strikte richtlijnen, verschilt de realiteit van het Zweeds buitenlands beleid aanzienlijk van de retoriek. Zweden exporteert grote hoeveelheden oorlogsmateriaal naar verschillende landen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen, waardoor de legitimiteit van deze regimes verhoogd wordt en waardoor hun militaire capaciteiten opgekrikt worden.  

Tussen 2000 en 2005 kregen verschillende landen, die beschuldigd worden van het schenden van de mensenrechten, de toestemming om Zweeds oorlogsmateriaal aan te kopen. Zo kocht Bahrein, dat bekend staat om haar wrede en onmenselijke strafmethodes, Zweedse anti-tank wapens ter waarde van meer dan 32 miljoen kronen (4 miljoen VS-dollar). Pakistan bezondigt zich aan ernstige en systematische mensenrechtenschendingen (buitenrechtelijke executies, moord en andere misbruiken gericht tegen minderheidsgroepen, marteling en andere wrede behandeling van gevangenen, arbitraire aanhoudingen in de 'oorlog tegen het terrorisme', enzovoort), maar kreeg toch de kans om voor 84 miljoen kronen (10 miljoen VS-dollar) torpedo's en bommen aan te kopen in Zweden. Ook Thailand, waar buitenrechtelijke executies plaatsvinden, de doodstraf uitgevoerd wordt, etnische minoriteiten systematisch gediscrimineerd worden, enzovoort, ontving voor maar liefst 324 miljoen Zweedse kronen (38 miljoen VS-dollar) aan militair materiaal (raketten, anti-tank wapens, torpedo's en veel meer).

Verergert armoede

Zweedse wapens worden verkocht aan landen die wijdverspreide armoede kennen. De wapens kunnen er een contraproductief effect hebben op inspanningen om die armoede tegen te gaan. Dat de wereld ervoor kiest om militaire uitgaven voorrang te geven op het bestrijden van armoede is een ernstig probleem. Voor elke dollar die uitgegeven wordt aan allerlei noodmaatregelen, worden er 15 gespendeerd aan militair materiaal. Het uitroeien van armoede is de grootste morele, politieke en economische uitdaging en een noodzakelijke voorwaarde voor vrede, stabiliteit en duurzame ontwikkeling. De uitdaging wordt nog groter als we kijken naar de problemen waar de wereld mee geconfronteerd wordt. Meer dan een miljard mensen leven in extreme armoede en alle dagen sterven tienduizenden kinderen aan geneesbare ziektes. Elke dag worden duizenden mensen besmet met HIV/AIDS, malaria en andere ziektes. In december 2003 verklaarde het Zweeds parlement dat de ontwikkeling van globale beleidslijnen, unaniem en consistent moet gebeuren: “hoe Zweden zich gedraagt en wat het zegt in één beleidstak moet corresponderen met haar acties en beweringen in de andere beleidstakken”. Als de Zweedse daden zouden corresponderen met de retoriek, zouden alle wapenleveringen voorafgegaan moeten worden door een sceptische evaluatie om te zien of de export de duurzame ontwikkeling in de ontvangende landen dreigen te ondermijnen. Hierbij zou het voorzichtigheidsprincipe gehanteerd moeten worden. Van zodra er enig risico bestaat dat er tegenstrijdige belangen opduiken, zou de doelstelling van armoedebestrijding voorrang moeten krijgen.   

In een rapport van het globale ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP) uit 2006 wordt benadrukt dat militaire investeringen in arme landen vaak ten koste gaan van levensbesparende investeringen zoals proper water en afvalverwerking. De aandacht wordt specifiek gevestigd op Pakistan omdat het 47 maal meer spendeert aan haar leger dan aan proper water en het ophalen van afval. 118.000 mensen per jaar sterven er aan diarree. Toch ging in 2006 een van Zwedens grootste militaire leveringen ooit, richting Pakistan. De deal was 8,3 miljard Zweedse kronen (10 miljard VS-dollar) waard, een bedrag dat gelijk was aan 12 maal Pakistans jaarbudget voor proper water en afvalverwerking. In 1999 kocht Zuid-Afrika oorlogsmateriaal voor ongeveer 6 miljard dollar. De aankoop omvatte oorlogsschepen, onderzeeërs, helikopters en 28 Zweedse Gripenstraaljagers. Met het geld dat toen gespendeerd werd, had men 2 jaar lang een behandeling voor alle door AIDS besmette patiënten in het land kunnen betalen. 

Versterkt dictaturen

Via hulp en politieke inspanningen probeert Zweden op verschillende manieren democratische krachten en vooruitgang te versterken overal in de wereld. Democratie is een hoeksteen van het Zweeds beleid voor globale ontwikkeling (PGU). Dit beleid is gebaseerd op het rechtvaardigheidsperspectief. Zowel democratie als respect voor de mensenrechten zijn een onderdeel van dit perspectief: ”ze versterken elkaar en zijn elkaars voorwaarden”, schrijft de regering in haar plannen. Toch worden er wapenleveringen toegestaan aan verschillende ondemocratische landen. In 2004 overschreden de inkomsten van wapenleveringen aan autoritaire regimes of dictaturen voor het eerst de 100 miljoen (Verenigde Arabische Emiraten, Oman, Pakistan, Saoedi-Arabië, Tunesië,...). De richtlijn van democratiebevordering wordt dus niet echt serieus genomen. Het spreekt vanzelf dat wapens niet geëxporteerd zouden mogen worden naar landen waarvan de volkeren niets in de pap te brokken hebben en zelfs riskeren gearresteerd te worden als ze hun stem laten horen. Het exporteren van oorlogsmateriaal naar dictaturen, legitimeert deze regimes en ondermijnt de inspanningen om democratische vooruitgang te boeken.

Een voorbeeld van militaire samenwerking tussen Zweden met een dictatuur, is de relatie met Saoedi-Arabië. Op een officieel staatsbezoek, op 15 november 2005, ondertekende Zweden een akkoord voor een militaire samenwerking op lange termijn. Het verdrag stelt dat beide landen: “met grote tevredenheid wensen om hun sterke en vriendschappelijke relaties te versterken, via directe militaire samenwerking”. Het verdrag opende deuren voor de Zweedse wapenindustrie. Saab ontmoette alvast een Saoedische delegatie om toekomstige wapendeals te bespreken. Tegelijkertijd wordt Saoedi-Arabië in een rapport van het Zweeds ministerie van Buitenlandse Zaken fel bekritiseerd voor een gebrek aan respect voor de mensenrechten. Kritiek op de islam en de koninklijke familie is er niet toegestaan, politieke partijen zijn er verboden en demonstraties illegaal. Er worden op basis van de Sharia, zweepslagen uitgedeeld en amputaties uitgevoerd, bij wijze van straf. Ook de doodstraf wordt er gepraktiseerd, vaak in de vorm van onthoofding voor mannen en dood door een vuurpeleton voor vrouwen.

Besluit

De restrictieve Zweeds wetgeving voor wapenhandel wordt bedreigd. Uiterlijk, voor het grote publiek, blijft de doctrine restrictief, maar in de praktijk is de kijk op de export van militair materiaal echter drastisch veranderd. Een meer exportvriendelijke variant is nu de norm geworden. Deze verwijdering tussen theorie en praktijk is te opvallend om nog lang te kunnen aanhouden. Het kan twee kanten op gaan. Of we geven toe aan de druk van de bedrijven en de commerciële argumenten, en staan toe dat de regels voor wapenhandel aangepast worden aan de huidige realiteit en aan de wensen van de nieuwe Europese en Noord-Amerikaanse partners. Of we kiezen voor morele consistentie in ons buitenlands beleid en veranderen dus de huidige realiteit van de wapenhandel om ze compatibel te maken met de verkondigde beleidsdoelen van ontwapening, democratie en globale ontwikkeling.

Hoewel de informatie over Zweedse wapenexporten voor iedereen toegankelijk is en hoewel de exporten dramatisch gestegen zijn, wordt er maar weinig over gesproken in de Zweedse maatschappij. De Zweedse vredesbeweging probeert al decennialang de wapenleveringen aan de kaak te stellen. Het antimilitaristische netwerk Ofog lanceerde in september 2008 een campagne genaamd 'Disarm'. De campagne had een duidelijk vooropgesteld doel: het vreedzaam protest tegen Zwedens wapenexport-politiek opvoeren. Op 16 oktober 2008 werden twee gecoördineerde acties georganiseerd tegen belangrijke wapenfabrikanten in twee verschillende Zweedse steden. Geëquipeerd met hamers en tangen verschaften activisten zich de toegang tot de productiehallen waar ze wapens vonden die hoogstwaarschijnlijk bestemd waren voor de Verenigde Staten en oorlogsmateriaal met als eindbestemming India. De goederen werden symbolisch onklaar gemaakt. Op 22 maart 2009 werd een gelijkaardige ontwapeningsactie georganiseerd. Deze keer waren de Hangars van Saab in Linköping het doelwit van de activisten, meer bepaald de Jas 39 Gripen straaljagers die daar klaarstonden.

Via deze acties probeerden vredesactivisten een hoogdringende discussie uit te lokken over de illegaliteit van bepaalde wapenleveringen en over de wapenexport in het algemeen. Maar net zoals in vele landen blijft dit een aartsmoeilijke taak.

Martin Smedjeback is een Zweedse vredesactivist. Hij werd veroordeeld voor acties in vier verschillende wapenfabrieken in Zweden en zat in de zomer van 2009, 100 dagen in de gevangenis