Image
AI

Shutterstock.com

Artificiële intelligentie (AI) en het militair-industrieel academisch complex (MIAC)
Dossier
21 minuten

Deel 3: AI in België

In deel 1 en deel 2 van dit dossier werd duidelijk hoe artificiële intelligentie (AI) steeds meer wordt toegepast in de moderne oorlogsvoering en wapenontwikkeling in de Verenigde Staten (VS) en Europa. Hierdoor graven de grote internationale technologiebedrijven (Big Tech) -gedreven door hun kolossale winsthonger- zich steeds dieper en definitiever in, in het militair-industrieel complex (MIC). Dit gebeurt op een moment waarop de militarisering wereldwijd toeneemt binnen een geopolitiek steeds conflictueuzere context. Op het vlak van AI-ontwikkeling en -toepassing speelt ook de academische wereld een toenemend dubbelzinnige rol. Enerzijds ontwikkelt en past zij AI op ethisch verantwoorde wijze toe in dienst van het menselijk welzijn, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg. Anderzijds verkoopt zij AI voor militaire toepassingen (zowel specifiek militair als ‘dual use’). In dit derde deel zoomen we in op AI en de militarisering in België.

Militarisering in België

Alhoewel België een relatief klein land is, speelt het een niet onbelangrijke militaire rol. België huisvest de hoofdzetel van de NAVO en geldt als een trouw lid van het trans-Atlantisch bondgenootschap. Getuige daarvan is de gekende aanwezigheid van VS-kernwapens op de luchtmachtbasis van Kleine-Brogel (Limburg). Het blijft een dieptepunt dat, terwijl in 1983 in Brussel de grootste betoging tegen kernwapens plaatsvond, de beslissing om VS-kruisraketten op Belgische bodem te stationeren als het ware over de hoofden van 400.000 demonstranten werd genomen – zonder enig parlementair debat. 

België doet met een uitgesproken pro-Atlantische trekker als minister van Defensie, Theo Francken (N-VA), duchtig mee met de huidige militarisering die op Europees niveau is ingezet. Na de aankoop van de eerste peperdure F-35-gevechtsvliegtuigen, die met kernwapens kunnen worden uitgerust, hebben vorige regeringen en de huidige de kraan opengezet om opnieuw fors te investeren in bewapening en het leger. Daarmee volgt België, onder druk van Trump, de stijgende NAVO-norm voor het militair budget: van 2% van het bruto binnenlands product (BBP) in 2025, naar 2,5% in 2034, naar 3,5% in 2035. Daar moeten bovendien nog eens 1,5% zogenaamde defensiegerelateerde uitgaven bijgeteld worden zoals op de NAVO-top in Den Haag is afgesproken om de NAVO-norm van 5% te halen. De teller stond in de begroting van 2025 op bijna 13 miljard euro, een verhoging van 4,8 miljard in één jaar tijd. Tegen 2029 zou het defensiebudget oplopen tot een recordhoogte van 14,4 miljard euro. Om de 5%-norm te halen in 2035 moet daar voor België nog eens rond de 28 miljard euro bovenop komen! (3,5% of 29,8 miljard euro + 1,5% defensiegerelateerde uitgaven of 12,7 miljard euro is samen een budget van 42,5 miljard euro!) 

Het blijven voor België adembenemende bedragen die niet alleen de begroting diep in het rood duwen, maar het land ook richting een virtueel bankroet stuwen. Dit alles terwijl voor 2025 een begrotingstekort van 26,2 miljard euro werd opgetekend!

Vlaamse militaire bedrijven

Het MIC in België laat zich niet zo gemakkelijk in kaart brengen. Veel militaire bedrijven houden hun werkzaamheden liever verborgen. In november 2025 slaagde het Vlaams Vredesinstituut er toch in om een aantal interessante overzichtslijsten samen te stellen van de militaire industrie in België.

Tabel 1: Domein AI, data & digitale besluitvorming. Belangrijk hierbij is dat dit domein qua beleidsrelevantie de snelst groeiende en minst zichtbare defensielaag is.

Image
tabel1

Tabel 2: Domein ruimtevaart, observatie & geodata

Image
tabel2

Tabel 3: Domein sensoren, elektronica & systemen

Image
tabel3

Tabel 4: Domein luchtvaart, motoren & structurele componenten

Image
tabel4

Tabel 5: Domein bescherming, textiel & infrastructuur

Image
tabel5

De nieuwe spelers (sinds 2022) bevinden zich bijna uitsluitend binnen de domeinen van AI, software, ruimtevaart en robotica. Ze zijn klein qua personeelsaantal, maar strategisch belangrijk. Het ontbreekt deze bedrijven volledig aan klassieke defensie-indicatoren, zoals wapens en munitie. Epic Blue, Crosslang, Xenomatix en Sol.one zijn typische voorbeelden van deze ‘onzichtbare’ defensielaag. De militaire industrie in Vlaanderen verschuift op die manier van productie van wapencomponenten naar kennis-, data- en AI-inbedding in militaire systemen.

Waalse militaire bedrijven

Traditioneel is de militaire industrie in Wallonië, met spelers als FN Herstal en John Cockerill, groter dan in Vlaanderen en dat is nog steeds zo.

Image
tabel6

Er zijn geen personeelscijfers per bedrijf beschikbaar, maar volgens het Skywin/MecaTech-rapport telt de Waalse militaire industrie ongeveer 3.500 directe en 3.000 indirecte arbeidsplaatsen. In heel België is de militaire industrie qua totale werkgelegenheid te vergelijken met bijvoorbeeld Volvo Gent (6.500 werknemers).

In de hardwaresector ligt de focus vooral op de productie van componenten die worden geleverd aan integratoren (bedrijven die losse componenten en subsystemen samenbrengen tot één volledig werkend wapensysteem) en de munitiesector. In de softwaresector zijn er kleinere, nieuwe spelers die AI integreren in militaire toepassingen. Momenteel zijn bijna alle Belgische militaire bedrijven vooral toeleveranciers voor andere bedrijven. FN Herstal is de uitzondering door met geweren en pistolen afgewerkte producten te leveren die onmiddellijk door defensie kan worden ingezet.

Vandaag is de Belgische militaire industrie goed voor een jaarlijkse omzet van ongeveer 2 miljard euro. Als men daar de omzet bijtelt van dual use-bedrijven, komt het totaal op 5 miljard euro. Als de militaire sector de wereldwijde groeitrend volgt, zou die de komende acht jaar in omvang kunnen verdubbelen, aldus een rapport van Agoria.

Het vernieuwd MIC in België 

In de huidige internationale context, rekening houdend met de door de NAVO goedgekeurde militaire plannen en de bovenstaande cijfers, stelden Belgische regeringen vast dat de opgedreven financiële doelstellingen voor defensie niet haalbaar waren, ook al beloofde Europa een oogje dicht te knijpen voor de gevolgen van de militaire uitgaven voor de nationale begrotingen. De federale regering besloot daarom om tegen 1 juli 2025 bij haar investeringsfonds, de Federale Participatie en Investeringsmaatschappij (SFPIM), een nieuwe dochtervennootschap op te richten, gespecialiseerd in investeringen in defensie: SFPIM Defence.

De doelstelling van SFPIM Defence -die momenteel ressorteert onder vicepremier en minister van Financiën Jan Jambon (N-VA)- is zowel de investeringen in de militaire sector als de militaire productie de hoogte in te jagen. Op die manier wordt deze holding het kernplatform van een vernieuwd MIC in België. Hoewel België met FN Herstal, het gedeeltelijk Belgisch verankerde John Cockerill Defence, en Barco (visualisatiesystemen in ‘command-and-control’-centra’) gekende wapenproducenten met internationale afzet heeft, is het uitdrukkelijk de bedoeling om alle Belgische bedrijven die actief zijn in de militaire sector te helpen opschalen.

Tegen een achtergrond van geplande verhogingen van de militaire uitgaven op nationaal, Europees en NAVO-niveau hopen Belgische bedrijven via de investeringen van SFPIM Defence beter te kunnen concurreren met belangrijke marktleiders als het Amerikaanse Boeing, het Duitse Rheinmetall en het Franse Dassault. Dat meent ook Pascal Acket, directeur defensie bij de bedrijvenkoepel Agoria: “Die opschaling is nodig, zodat de Belgische defensiebedrijven, die vaak toeleverancier zijn van andere bedrijven, zich kunnen positioneren tegenover de grote spelers”.

Ook Vlaanderen zet via zijn overheidsfonds, Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV), mee de schouders onder de opschaling van de defensiesector. Begin april 2025 gaf de Vlaamse regering groen licht voor de oprichting van een Vlaams Defensiefonds. Dat fonds zou tot 1 miljard euro aan kapitaal moeten bundelen -waarbij de overheid en de privésector elk ongeveer de helft participeren- om bedrijven die inzetten op militaire of dual-use-technologieën (zowel voor militair als civiel gebruik) op te starten of te versterken. Hoe meer bedrijven militair materieel produceren, hoe hoger het rendement voor de Vlaamse overheid. Van ethische bekommernissen is hier geen sprake, eerder van twee handen op één buik.

Dat blijkt ook uit het feit dat de richtlijn-Muyters meteen naar de vuilbak werd verwezen. Die richtlijn stelde dat overheidssteun voor onderzoek en ontwikkeling in de defensiesector alleen was toegestaan als de technologieën naast een militaire ook een civiele toepassing hadden. Een richtlijn die dus al behoorlijk halfslachtig was, is nu helemaal afgeschaft. Vorig jaar besloot de Vlaamse regering bovendien ook nog eens om het vergunningsbeleid voor de wapenexport te versoepelen. (In België is de toekenning van wapenexportvergunningen gewestelijke materie.) Op 19 december 2025 keurde de Vlaamse regering een nieuw ontwerpdecreet Wapenhandel goed, dat Vlaanderen aantrekkelijker moet maken voor de militaire industrie. 

Het mag duidelijk zijn dat SFPIM Defence en het Vlaamse Defensiefonds een ferme boost willen geven aan de militaire industrie in België en aan de samenwerking tussen de traditionele partners van het MIC: de staat, het financieel kapitaal, de wapenproducenten en het leger. 

De vernieuwde stimulering en investeringen in het Belgische MIC gebeuren overigens allesbehalve transparant. Eind oktober eiste Groen terecht een parlementair debat over de rol van SFPIM Defence, met als uitgangspunt dat het de bevolking moet beschermen, niet de winsten van de oorlogsindustrie moet maximaliseren.

Tussen 2016 en 2024 sloot de aankoopdienst van het Belgisch leger contracten ter waarde van 20,1 miljard euro met Europese bedrijven. In dezelfde periode besteedde het ‘slechts’ 6,5 miljard euro aan aankopen van militair materieel uit de VS.

Grote aankoopcontracten zijn afgesloten met Frankrijk (Griffon- en Jaguar-gevechtsvoertuigen en mijnenbestrijders), Luxemburg (tankvliegtuigen en lichte helikopters) en Nederland. Het meeste geld, precies 9.776.663.897 euro, ging echter naar Belgische bedrijven. Bijna de helft van de 3.176 Belgische contracten ging naar Vlaanderen, ter waarde van 4,62 miljard euro; 2,8 miljard euro aan contracten ging naar Wallonië, waarvan 2,5 miljard euro naar bedrijven in de provincie Luik (waar wapenproducent FN Herstal is gevestigd); en iets meer dan 2,3 miljard euro aan contracten ging naar wapenbedrijven in Brussel, zo blijkt uit de cijfers opgevraagd door Axel Weydts (Vooruit) bij minister Francken. De grootste binnenlandse dossiers zijn de constructie van het nieuwe defensiehoofdkwartier in Evere, de infrastructuur in Kleine-Brogel en Florennes voor de aangekochte F-35’s, en het langlopend munitiecontract met FN Herstal.

Voor de Belgische militaire aankoopcontracten van 2025 is voorlopig 41% voor de Europese markt en 7% voor de VS – al kan dit laatste percentage nog oplopen, want voor 52% is nog niet geweten of er een Europees alternatief is. De relatie tussen de Europese NAVO-landen en de VS op het vlak van wapentransfers is bovendien diepgeworteld. Hoewel de huidige bewapeningsdrang het Europese MIC absoluut voedt, blijft de militaire industrie van de Verenigde Staten de grootste begunstigde van de Europese militarisering. De VS was in de periode 2020-2024 goed voor 64% van de wapenimport door Europese NAVO-lidstaten – een aanzienlijk groter aandeel dan in de periode 2015-2019 (52%). De volgende vier grootste wapenleveranciers aan Europese NAVO-lidstaten waren Frankrijk (ook de belangrijkste Europese wapenleverancier van België) en Zuid-Korea (elk goed voor 6,5%), Duitsland (4,7%) en Israël (3,9%).

Van de 34 miljard euro aan militaire investeringen die ons land de komende tien jaar plant, leent België 8,34 miljard euro uit het SAFE-pakket, een EU-programma waarbij in totaal 150 miljard euro door de Europese Commissie wordt toegekend aan lidstaten in de vorm van goedkope leningen om de militaire capaciteiten te vergroten, kritieke tekorten op te vangen en gezamenlijke aankopen van militair materieel mogelijk te maken. (De Europese Commissie bakende in dit verband trouwens zeven prioritaire militaire domeinen af, waarop lidstaten hun nationale aankooplijsten moeten afstemmen: luchtverdediging, artilleriesystemen, raketten en munitie, drones en antidronesystemen, bescherming van kritische infrastructuur, militaire mobiliteit en ten slotte het trio cyber, AI en elektronische oorlogsvoering.)

Aan de SAFE-leningen zijn wel voorwaarden verbonden. Ze moeten worden besteed tussen 2026 en 2030 en het moet gaan om gezamenlijke aankopen die minstens 65% Europees zijn. Lidstaten die deelnemen, moesten uiterlijk eind november 2025 hun nationale investeringsplannen indienen. De krant De Standaard lijstte de projecten op de Belgische aankooplijst die in aanmerking komen voor het SAFE-programma op: verschillende types raketten en munitie, lichte Serval-voertuigen (die deel uitmaken van het Frans-Belgische Camo-project) en reserveonderdelen van voertuigen. Minister Francken heeft de komende jaren ook 4 miljard euro ingepland voor luchtafweer. Op de verlanglijst staan bijvoorbeeld de Noorse geïntegreerde luchtverdedigingssystemen NASAMS, het Duitse Skyrangers-luchtafweersysteem van het bedrijf Rheinmetall, en draagbare Poolse Piorun-luchtafweerraketten (die vanop de schouder kunnen worden afgevuurd). Op de lijst staan ook een aantal antidronesystemen, zoals de Blaze interceptor-kamikazedrones uit Letland.

Projecten ter ondersteuning van Oekraïne komen eveneens in aanmerking voor SAFE. Het Duitse Stark Defence zou in België bijvoorbeeld een productielijn opzetten voor kamikazedrones - wapensystemen die momenteel al volop door het Oekraïense leger worden ingezet. In een eerste fase is België van plan om 200 van deze drones naar Oekraïne te sturen. Stark Defence wordt financieel ondersteund door miljardair Peter Thiel, die tevens voorzitter is van het omstreden militaire techbedrijf Palantir. Met hun militaire aankooplijsten creëren België en andere EU-lidstaten in ieder geval rooskleurige vooruitzichten voor hun militaire industrieën en het Europese MIC.

In de militaire sector speelt het principe van de markt veel minder, aangezien er slechts een handvol ‘klanten’ -namelijk overheden- zijn. Door de hoge druk op deze landen om op korte tijd veel geld uit te geven (wegens de 5%-norm van de NAVO), zullen wapenbedrijven hogere prijzen kunnen vragen aan de Europese overheden die staan te trappelen om hun defensie-uitgaven snel op te voeren. Omdat het over zoveel geld gaat, is er altijd de dreiging dat corruptie het aankoopproces beïnvloedt. Het is daarom absoluut noodzakelijk dat de commissie Defensie in volle transparantie werkt. 

Daarnaast evolueren de noden van defensie snel. Zo wordt een peperdure Leopard-tank van 30 miljoen euro nu op het slagveld in Oekraïne vernietigd door enkele FPV-drones met een kostprijs van 400 euro per stuk. De vraag is of Duitse generaals en politici met goede connecties met Rheinmetall hierdoor plots zullen afzien van de aankoop van Leopard-tanks.

De verschuiving van de noden hangt samen met de razendsnelle evolutie van de militaire technologie. Dit geldt zeker voor drones in de lucht, te land, op zee en onder water, die ook steeds meer AI-capaciteiten hebben. De kans is daardoor reëel dat wapensystemen die nu worden besteld, verouderd zijn op het moment dat ze worden afgeleverd aan Defensie. Zwaardere en dure wapensystemen (schepen, tanks, vliegtuigen) worden niet alleen alsmaar kwetsbaarder voor veel goedkopere wapens als drones, die -zeker indien ze in overvloed worden ingezet- zeer doeltreffend blijken op het terrein, maar kunnen er ook door worden vervangen.

De nieuwe generatie Geran-2-drones van Rusland zijn bijvoorbeeld geherconfigureerd om luchtraketten te dragen, waardoor ze ingezet kunnen worden voor aanvallen op helikopters en vliegtuigen. De kamikazedrone werd zo omgevormd tot een goedkope lucht-luchtinterceptor.

België heeft een prioriteit gemaakt van de aankoop van F-35 gevechtsvliegtuigen die meer dan 100 miljoen dollar per stuk kosten. Lucht-lucht interceptie, het afvuren van raketten en het afwerpen van bommen zijn taken van deze offensieve wapensystemen uitgerust met stealth-technologie (die de toestellen minder detecteerbaar maakt voor vijandige luchtafweer of vliegtuigen). In de zeer nabije toekomst zouden veel goedkopere drones echter een groot deel van de taken van F35’s kunnen overnemen – wat op zijn minst vragen oproept over kostenefficiëntie en strategische rationaliteit. (Al besloot België voornamelijk tot de aankoop van de F-35’s omdat ze over de capaciteit beschikken om de VS-kernwapens gestationeerd in Kleine-Brogel te vervoeren en af te werpen – een taak binnen het gevaarlijke ‘nuclear sharing’-beleid van de NAVO.)

De verankering van drones in de militaire industrie

Tal van Belgische en Vlaamse ministers die worden gedwongen om pijnlijke bezuinigingen door te voeren, zullen jaloers zijn op het budget en het lange boodschappenlijstje van Defensieminister Theo Francken. De commotie in België rond de mysterieuze drones die in oktober en november 2025 gespot werden boven militaire domeinen en luchthavens gaf nog een extra boost aan de politieke versnelling van de bewapening en leidde tot gerichte investeringen in luchtverdediging en antidronetechnologie. (De niet-uitgeklaarde incidenten kregen trouwens veel meer media-aandacht dan de factcheck van de VRT die op 10 november 2025 meldde dat de vermeende drones boven Brussels Airport en militaire domeinen een politiehelikopter en vrachtvliegtuig van DHL bleken te zijn.)

Legerchef Frederik Vansina reageerde onmiddellijk op de geheimzinnige drone-activiteit: “We gaan versneld dronedetectie en -bewapening kopen”. Luitenant-generaal Michel Van Strythem verklaarde openlijk: “Door de drone-incidenten hebben we een jaar gewonnen”. Van Strythem leidt als “dronegeneraal” (dixit Francken) de taskforce innovatie in het leger. Hij kreeg groen licht om onmiddellijk 50 miljoen uit te geven van de aangekondigde 500 miljoen euro bestemd voor het grote droneplan voor de komende jaren. Normaal zou dat omvangrijke dronedossier ten vroegste in januari 2026 op de agenda van de ministerraad komen. Pas in de tweede helft van 2026 zouden de opdrachten binnen dit plan kunnen worden gegund, waardoor alles doorgaans pas midden 2027 operationeel zou zijn. Nu zijn er reeds Letse Blaze-kamikazedrones aangekocht bij Origin Robotics en nieuwe radars bij SAAB. Bij de voorstelling van deze nieuwe wapensystemen door het Special Operations Regiment in de kazerne van Heverlee op 23 december 2025 werden ook nog nieuwe shotguns, jammers en Pioruns (luchtafweerraketten die afvuurbaar zijn vanop de schouder) gepresenteerd.

Wat drones betreft staat België niet bepaald aan de zijlijn. Er zijn in ons land ongeveer 18.000 dronepiloten geregistreerd en bijna 500.000 drones verkocht. Het aantal niet-geregistreerde en dus mogelijk illegale piloten en drones is onbekend. Verschillende Belgische bedrijven ontwikkelen of produceren drones, drone-onderdelen en dronegerelateerde software of diensten.

Een van de ontwikkelings- en testlocaties voor drones in België is de voormalige militaire luchthaven in Brustem (Sint-Truiden), die werd omgedoopt tot ‘DronePort’. Er verzamelden zich start-ups die werken aan dronetechnologie, elektrische vliegtuigen en robotica. In de zomer van 2025 werd op de site ook een nationaal test- en expertisecentrum geopend voor dronedetectie en antidronesystemen. De Brustemse DronePort, die nota bene vlak naast een opleidingscentrum voor onderofficieren ligt, is een samenwerking van de Limburgse Reconversiemaatschappij LRM, Brussels Airport Company, de stad Sint-Truiden en JK Invest, die de voormalige luchtmachtbasis overnamen. Er zijn reeds een tiental bedrijven gevestigd, zoals Senhive (dronedetectie), Citymesh (‘first responder drones’), ZSE Technology (micro- en nanodrones) en BSS (militaire training). Het gaat om een combinatie van bedrijven die zich richten op civiele, militaire en dual use-dronemarkten.

FN Herstal en Belgische dronebedrijven die zich voornamelijk bezighouden met dual use-technologie hebben zich sinds 2012 verenigd in de Belgian Drone Federation, die onder meer de participatie ondersteunt in EU- en NAVO-programma’s waar defensie en beveiliging centraal staan. Ze doen niet alleen gouden zaken op korte termijn, Europa hamert ook op meerjarenprogramma’s voor militaire aankopen waarop de industrie zich kan richten.

De sterke opkomst van de dronesector in België is onder meer gelinkt aan de Belgische beslissing van juni 2016 om MALE-drones (‘Medium Altitude Long Endurance’) aan te schaffen. Er werd lang gediscussieerd over de eventuele bewapening van deze drones. In 2022 bevestigde de regering dat die bewapening niet werd weerhouden. In de Strategische Visie Defensie 2025 is de investering in drones en antidrones een belangrijk onderdeel van de technologische modernisering. Bewapende drones werden niet opgenomen, maar ook niet expliciet uitgesloten. Het dronedebat over ethische implicaties van geautomatiseerde wapensystemen lijkt vandaag spijtig genoeg volledig verstild.

In delen 1 en 2 van dit dossier hadden we het al over hoe AI steeds vaker wordt geïntegreerd in militaire drones, en hoe de oorlog in Oekraïne en de genocide in Gaza fungeren als praktijklaboratoria op dat vlak. De bezorgdheid na de ongeïdentificeerde dronevluchten boven België in de herfst van 2025 leidde dan ook tot intensief overleg met het Oekraïens leger, dat intussen uitgebreide ervaring heeft opgebouwd met zowel het detecteren, bestrijden als het inzetten van dergelijke systemen. Daarbij wordt AI steeds vaker toegepast in de volledige operationele keten: van vroegtijdige detectie, patroonherkenning en identificatie tot routeplanning, doelherkenning en uiteindelijk de uitvoering van een aanval - een evolutie die het geweld verder automatiseert en ontmenselijkt.

Doordat militaire drones zowel offensief als defensief kunnen worden ingezet, en daarbij zowel door mensen kunnen worden geleid als autonoom kunnen opereren, wordt de ethische problematiek rond verantwoordelijkheid en besluitvorming nog prangender.

Men kan zich afvragen hoe de enige drone-opleiding in Vlaanderen, aan Hogeschool VIVES in Oostende, omgaat met de ethische dimensie van de dual use-capaciteit van drones. Hetzelfde geldt voor de Hogeschool West-Vlaanderen (HOWEST), die met haar unieke opleiding Cybersecurity samenwerkt met het Belgisch leger. (Het Wereld Economisch Forum rekent AI-fraude en cyberdreigingen terecht tot de grootste mondiale risico’s voor 2026, zeker in combinatie met de huidige geopolitieke spanningen.)

De militarisering van het AI-ecosysteem 

De vraag naar de ethische implicaties van dual use kan en moet uiteraard worden gesteld aan de hele AI-sector, en in het bijzonder aan de academische wereld die er een belangrijk aandeel in heeft. Net als in de meeste Europese landen, en zoals bij de doorbraak van elke nieuwe technologie, bestaat de AI-sector in België vooral uit onderzoek en toepassingen in het hoger onderwijs en in een resem opstartende kleine bedrijven.

België telt 744 start-ups die na 2010 werden opgericht en diensten of goederen aanbieden op basis van AI. Naast de DronePort in Sint-Truiden is vooral Gent een AI-hotspot. Volgens het Planbureau, dat samen met de Universiteit Gent (Ugent) het ontluikende AI-landschap in kaart bracht, zijn er in Gent 108 start-ups. Enkel in Brussel zijn er meer gevestigd, namelijk 124 - zij het verspreid over alle Brusselse gemeenten. Leuven is de vierde stad met meer dan 50 AI-bedrijfjes.

De meeste startende bedrijven in de AI-sector leggen zich toe op de automatisering van de workflow, ondersteuning bij besluitvorming en/of machinaal leren voor gegevensanalyse, maar lijden de eerste vier jaren verlies. De meerderheid van de klanten komt uit de detailhandel, gevolgd door de gezondheidszorg en de transportsector. De Nederlands-Belgische techinvesteerder Duco Sickinghe, voormalig CEO van Telenet en huidig CEO van het durfkapitaalfonds Fortino, situeert de toekomst van de Europese AI-sector vooral in zogenaamde plug-bedrijven. Dat zijn ondernemingen die zich niet richten op de ontwikkeling van algemene AI-modellen, maar AI toepassen binnen een duidelijk afgebakend domein. Hun sterkte ligt in hun toegang tot unieke, moeilijk reproduceerbare procesdata, of in het feit dat hun onderliggende applicatie zelf data genereert, bijvoorbeeld via ‘reinforcement learning’.

Dat er een concentratie van AI-start-ups is in Brussel, Gent en Leuven hoeft niet te verwonderen, want de grootste AI-speler van Vlaanderen, het onderzoeks- en innovatiecentrum Imec, is een samenwerking tussen alle Vlaamse universiteiten, de Vlaamse overheid en technologiebedrijven. Imec ontstond in 1984 als onafhankelijk onderzoekscentrum voor micro-elekronica en later nano-elektronica, met als doel alle kennis rond chiptechnologie in Vlaanderen te bundelen. Sinds 2016 is ook iMinds, het Vlaams strategisch onderzoekscentrum op het gebied van digitale innovatie, deel van Imec. Momenteel telt Imec meer dan 6.500 medewerkers uit meer dan 100 landen en heeft het een netwerk van meer dan 600 internationale partners uit de academische en bedrijfswereld. Uit een onafhankelijke impactstudie blijkt dat Imec tussen 2014 en 2023 6,98 miljard euro aan toegevoegde waarde realiseerde in Vlaanderen, 3,9 miljard euro aan fiscale opbrengsten genereerde en 960 miljoen euro aan subsidies binnenhaalde. Het onderzoeks- en innovatiecentrum ondersteunt Vlaamse bedrijven bij de ontwikkeling van digitale toepassingen in domeinen als industrie, mobiliteit, gezondheidszorg en energie.

Via zijn accelerator-programma zagen al meer dan 300 techstart-ups en meer dan 120 spin-offs het levenslicht. Hoewel Imec jarenlang ver van defensie stond, was Patrick Vandenameele -die vanaf april 2026 CEO wordt van Imec- zonneklaar toen hij in september 2025 in een interview zei dat de technologie van het onderzoekscentrum “overduidelijk een grote rol kan spelen” op het vlak van defensie. Uit bovenstaande tabellen blijkt dat op dit moment slechts een handvol Vlaamse techbedrijven meedraait in de militaire industrie, maar dit kan natuurlijk snel veranderen, onder meer via de vele mogelijke AI-toepassingen.

De evolutie naar geautomatiseerde data-analyse en identificatie van doelwitten past volledig in de nieuwe Europese en NAVO-visie op de toekomstige oorlog. In de lente van 2025 zetten 3.000 Britse soldaten een onzichtbaar, geautomatiseerd inlichtingennetwerk op, ‘digital targeting web’ genoemd, als onderdeel van de NAVO-oefening ‘Hedgehog’ (egel) in de bossen van Oost-Estland. De netwerkstructuur werd in een recordtijd van amper vier maanden uitgerold met de bedoeling alles wat als een doelwit beschouwd kan worden en alles wat daarop zou kunnen schieten, te verzamelen in één gedeeld draadloos elektronisch brein om beslissingen over doelidentificatie en inzet sneller te ondersteunen. 

Minister van Defensie Francken wil de techno-militaire logica ook graag structureel verankeren in België. Dat hij zich daarbij gretig toont om in zee te gaan met het controversiële techbedrijf uit de VS Palantir Technologies Inc. is niets minder dan alarmerend. De oprichters, ceo Alex Karp en voorzitter Peter Thiel, zijn techvrienden van Trump en vooral van vicepresident J.D. Vance. Het data-analysebedrijf dat sterk inzet op AI, is onmisbaar voor het agressieve deportatiebeleid van de VS en ondersteunt daarnaast volop het Israëlisch leger. Een belangrijk product van Palantir kan met behulp van artificiële intelligentie militaire doelen selecteren zonder menselijke tussenkomst en is reeds aangekocht door het VS-leger. Eind juli 2025 raakte bekend dat het Pentagon de komende tien jaar 10 miljard dollar aan Palantir zal betalen voor verschillende software-opdrachten. De producten van Palantir brengen een enorm hoog risico op machtsmisbruik, privacyschendingen en ethische problemen met zich mee. Het bedrijf heeft bovendien geen scrupules over het feit dat zijn missie angst aanjagen, vervolgen en doden is.

Toen hij in oktober 2025 op handelsmissie was in de VS -met in zijn kielzog generaal Frederik Vansina, verschillende andere topmilitairen en vertegenwoordigers van de Belgische militaire industrie- drukte Francken op X zijn adoratie uit na een bedrijfsbezoek aan Palantir: “Fascinerend. Data-integratie is cruciaal voor moderne defensie – de innovatie gaat snel, en we moeten bijblijven. De recente dronedreigingen boven België herinneren ons eraan hoe belangrijk het is om de bovenhand te halen qua informatie. Let’s work together.”

De structurele verankering van de techno-militaire koers voltrekt zich niet alleen via industriële partners. De recente beleidskeuzes en internationale ontwikkelingen zetten ook de academische wereld onder druk om hun steentje bij te dragen.

Hoewel het hoger onderwijs in België vooralsnog geen uitgesproken militaire rol speelt binnen het AI-ecosysteem, zijn alle Belgische universiteiten en hogescholen wel op een of andere manier bezig met AI. Aan de universiteiten gaat het zowel over fundamenteel onderzoek naar de verdere ontwikkeling van AI op zich, als over de ontwikkeling van AI-toepassingen in uiteenlopende domeinen. De hogescholen richten zich vanuit hun toegepast onderzoek en met hun stagemogelijkheden vooral op AI-implementaties en AI-gebruik in specifieke bedrijven en in organisaties uit de socialprofitsector, zoals ziekenhuizen en onderwijsinstellingen. Uit het dual use-risico van al deze ontwikkelingen stelt zich echter wel zeer scherp de vraag naar begrenzing of afwijzing. (Zie deel 4 van dit dossier.) 

Temeer daar de hogeronderwijsinstellingen enerzijds steeds meer door de regeringen worden ingeschakeld bij de militariseringsdoelstellingen en anderzijds minder algemene overheidsfinanciering ontvangen. Daardoor wordt de aangeboden militaire wortel wel zeer aantrekkelijk.

Die grotere betrokkenheid van het hoger onderwijs bij de militarisering blijft niet beperkt tot politieke retoriek of institutionele verwachtingen, maar gaat bovendien gepaard met pogingen om bestaande wettelijke en ethische beperkingen op militair onderzoek af te bouwen. Net zoals het Europees onderzoeksfonds ‘Horizon’ nu alle wettelijke belemmeringen voor louter militair onderzoek wil wegwerken, heeft de Vlaamse regering aan de universiteiten gevraagd om de ethische kaders inzake militair onderzoek te herschrijven. En het blijft niet bij de militarisering van onderzoek & ontwikkeling. Ook de opleidingen en de onderwijscurricula ondervinden dezelfde militariseringsdruk. Zo contacteerden de Belgische ministeries van Defensie en Volksgezondheid bijvoorbeeld alle universiteitsdecanen van het land met de vraag om lessen Oorlogsgeneeskunde op te nemen. Een verzoek dat vanaf dit academiejaar wordt ingewilligd.

In Wallonië staat men al een stap verder. Daar financierde ‘Wallonie Entreprendre’ (de publieke investerings- en financieringsmaatschappij van het Waalse Gewest) samen met John Cockerill en FN Herstal in 2024 een leerstoel aan de Universiteit Luik.

Hoog tijd dus om de analyse en de dringende waarschuwing van acht Vlaamse academici, waaronder hoofddocent aan de Ugent Koen Bogaert, ter harte te nemen. Zij benadrukken terecht dat universiteiten hun infrastructuur, personeel en reputatie in toenemende mate in dienst stellen van industrieën die rechtstreeks bijdragen tot geweld en onderdrukking, en op die manier de maatschappelijke opdracht van het hoger onderwijs ondermijnen.

In het volgende, laatste deel van dit dossier behandelen we de internationale pogingen om ethische en juridische grenzen te stellen aan het gebruik van AI in het militair-industrieel-academisch complex (MIAC), evenals de noodzakelijke regulering en het verbod op autonome wapens.


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.