De eerste Belgische defensiebeurs vond van 12 tot 14 maart plaats op de Heizel. Het initiatief past in het streven van Defensie om een “oorlogscultuur” te bevorderen in een context van toenemende militarisering van de samenleving, met de federale overheid als drijvende kracht. Verschillende Belgische vredesorganisaties verzamelden vrijdagochtend 13 maart in de gietende regen op de Heizel om hun ongenoegen te uiten over dit propagandasalon voor oorlogsprofiteurs.
Tijdens een persconferentie op 3 februari 2026 wordt de organisatie van de allereerste Belgische defensiebeurs, de 'Brussels European Defense Exhibition' (BEDEX) aangekondigd, evenals de deelname eraan van minister van Defensie Theo Francken (N-VA). Het gaat om een initiatief van Joan Condijts, CEO van de Deficom-groep, en Yassine Rafik, voormalig woordvoerder van David Leisterth (MR). Het evenement, dat plaatsvindt van 12 tot 14 maart 2026 en 20.000 vierkante meter aan tentoonstellingsruimte beslaat, kan rekenen op de steun van grote Belgische (zoals FN Herstal en John Cockerill) en buitenlandse (zoals General Atomics, Lockheed Martin en RTX) wapenbedrijven. De organisatoren benadrukken dat er ook ruimte is voorzien voor kleine en middelgrote ondernemingen die actief zijn in de wapensector.
De eerste dag, voorbehouden voor professionals, wordt de beurs geopend met toespraken van premier Bart De Wever (N-VA), de respectievelijke minister-presidenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Vlaanderen, Boris Dilliès (MR) en Matthias Diependaele (N-VA), de Waalse vicepresident Pierre-Yves Jeholet (MR) en vicepremier David Clarinval (MR), evenals secretaris-generaal van de NAVO, Mark Rutte. Deze laatste neemt vervolgens deel aan een "sofa talk” met Theo Francken, minister van Defensie, die zoals werd verwacht ook aanwezig is op de beurs.
Defensie krijgt er een stand van 550 vierkante meter waar de verschillende componenten van de Belgische strijdkrachten zullen vertegenwoordigd zijn. Tien start-ups van de Koninklijke Militaire School en medewerkers van de personeelsdienst van Defensie zijn eveneens van de partij. Volgens bronnen kunnen de organisatoren op de steun rekenen van regionale exportagentschappen, waaronder het Waals Agentschap voor Export en Buitenlandse Investeringen (AWEX). BEDEX lijkt van meet af aan een instrument te zijn dat bedoeld is om bewustzijn te creëren rond de noodzaak om wapens te kopen en te verkopen en zich voor te bereiden op oorlog.
Zich profileren op het internationale toneel
Voor de organisatoren van BEDEX is een van de uitdagingen “Brussel op de wereldkaart van defensie te zetten”. Ze geven bovendien aan dat ze hopen om van “BEDEX een blijvend evenement te maken”. Met de organisatie van deze wapenbeurs, zorgt België zeker niet voor een primeur. Al decennialang worden wereldwijd talrijke beurzen van dit type georganiseerd. Sinds de jaren 1960 vindt in Frankrijk om de twee jaar een Eurosatory-beurs plaats. In Londen wordt vanaf de jaren 1990 eveneens een tweejaarlijkse wapenbeurs georganiseerd, de Defence and Security Equipment International (DSEi). Over het algemeen bieden deze beurzen, in gesloten ruimtes, een overzicht van de wereldwijde wapenindustrie, wat ook het doel van BEDEX lijkt te zijn. Samengevat normaliseren dergelijke beurzen het bestaan van de wereldwijde wapenmarkt.
Wat zijn de doelstellingen van deze beurzen? Het doel van deze evenementen is niet alleen om wapens te verkopen. Ze bieden professionals uit de wapenindustrie ook de kans om zich in de kijker te zetten bij hun collega’s, bij militairen en bij beleidsmakers op het gebied van defensie. Deze evenementen zijn dus een soort van rituele bijeenkomsten die de banden versterken binnen een kring van mensen die zich bezighoudt met het voorbereiden van oorlogen. Bovendien zijn deze beurzen een uitgelezen kans om erkenning te krijgen, met name door de media-aandacht die ze genereren. Opvallend is dat de organisatoren van de Brusselse beurs ook toonaangevende internationale bedrijven hebben uitgenodigd, waaronder General Dynamics en Lockheed Martin.
Via hun aanwezigheid en hun presentaties hoopt de Belgische industrie wellicht op een vorm van internationale erkenning. Dat zou kunnen resulteren in een versterking van haar prestige op nationaal niveau, waardoor zij mogelijk in een positie komt om meer gunsten te vragen aan de beleidsverantwoordelijken binnen internationale instellingen. Laten we ons er wel van bewust zijn dat het Belgische Ministerie van Defensie dure drones heeft gekocht bij General Atomics en jachtbommenwerpers bij Lockheed Martin. Men kan zich dus afvragen of de zegen die deze fabrikanten aan de Belgische industrie toekennen, niet vooraf met overheidsgeld is gefinancierd.
Instrument voor de legitimering van het leger
Bovendien is het interessant om op te merken dat de beurs in Brussel een “open dag” voor het grote publiek organiseert – wat niet het geval is bij DSEi en Eurosatory. Ook valt op dat de inkomprijs voor deze dag lager is dan die voor de andere dagen (die voorbehouden zijn aan vakmensen), wat de toegang laagdrempelig maakt.
De organisatoren kondigen aan dat het publiek toegang heeft tot de tentoonstellingsruimtes, de demonstraties en interactieve workshops, evenals tot activiteiten gericht op "beroepen, opleidingen en carrières". De organisatoren verbergen de achterliggende bedoelingen niet. Volgens Stéphane Burton, hoofd van het BSDI-platform (Belgian Security & Defense Industry, de vertegenwoordiger van de wapenindustrie bij Agoria), is er de wens om “een signaal mee te geven aan het grote publiek”. Met andere woorden, deze beurs is voor de sector, die al jarenlang het voorwerp is van felle kritiek, een middel om zichzelf te legitimeren.
Ten slotte biedt BEDEX aan zowel industrie als het militair apparaat een nieuwe kans om hun verhaal over wapens en militaire uitgaven aan de media op te dringen. Tijdens de persconferentie ter aankondiging van de beurs verklaarde de minister van Defensie onder meer: “Investeren in defensie staat niet gelijk aan investeren in oorlog, het is investeren in onze waarden, onze vrijheid, onze levenswijze, onze veiligheid”. Stéphane Burton verklaarde op zijn beurt: “Vandaag zijn we cool geworden, we zijn de good guys geworden”.
Internationaal recht en mensenrechten ontbreken
Deze lofzang op wapens en hun fabrikanten gaat voorbij aan het feit dat veel bedrijven in de sector hun uitrusting verkopen aan staten die het internationaal recht en de mensenrechten niet respecteren. Zo vinden we onder de exposanten John Cokerill, een bedrijf dat geschutskoepels voor gepantserde voertuigen heeft geleverd aan Saoedi-Arabië, een bijzonder autoritaire staat die een wrede oorlog heeft gevoerd in Jemen. Ook Leonardo is aanwezig. Dit Italiaanse luchtvaartbedrijf heeft helikopters verkocht aan de Nigeriaanse strijdkrachten, hoewel het land verantwoordelijk is voor luchtaanvallen die burgers doden. Daarnaast staat de wapengigant Thales op de deelnemerslijst. Raketten die door zijn dochteronderneming in Luik worden geproduceerd, zijn onder meer ingezet tegen dorpelingen in West-Papoea.
Safran Aero Booster, een andere exposant, wordt ervan beschuldigd onderdelen te produceren voor de straalmotoren van F-15-jachtbommenwerpers van de VS, toestellen die momenteel door de Israëlische strijdkrachten worden gebruikt. Ook FN Herstal neemt deel aan de beurs. Deze Belgische specialist in lichte wapens heeft de afgelopen jaren onder meer aanvalsgeweren verkocht aan de militaire politie van de staat São Paulo, die bekendstaat om haar wreedheid. Op de lijst van beursexposanten vinden we ook het Scandinavische bedrijf Nammo, wiens Amerikaanse dochteronderneming onder meer raketten verkocht aan de Israëlische strijdkrachten, die deze in Gaza inzetten. RTX produceert dan weer de motoren voor de Lockheed Martin F-35-toestellen, die onder meer door de Israëlische strijdkrachten worden ingezet in de context van de genocide in Palestina. Deze twee bedrijven zijn eveneens aanwezig op de wapenbeurs in Brussel.
Dat dergelijke informatie amper wordt verspreid terwijl deze beurs plaatsvindt is op zich niet verwonderlijk. Het toont aan dat de beurs een plek is waar onwetendheid over wapens en de gevolgen daarvan wordt gecultiveerd. En het is door middel van deze onwetendheid dat men de sector opnieuw probeert te legitimeren en aan te zetten tot meer wapenaankopen en -export.
Dit vertaalde artikel verscheen eerder op 'Politique'.