nuclear-bomb-explosion
België en NAVO verspreiden valse beweringen over nucleair Verbodsverdrag
Opinie
6 minuten

Op 22 januari treedt het VN-verdrag voor een Verbod op Kernwapens (TPNW) of kortweg het Verbodsverdrag in werking, drie maanden nadat 50 landen het hebben geratificeerd. Ons land weigert het vooralsnog te steunen. De NAVO zet veel druk op haar lidstaten om niet aan de ‘nucleaire verplichtingen’ te verzaken.

Toen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 7 december 2020 een resolutie werd voorgelegd om het verdrag te verwelkomen en landen aan te sporen om toe te treden stemde ons land dan ook tegen. Nochtans engageerde de huidige regering zich in het regeerakkoord van 30 september ertoe om te onderzoeken hoe het "Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Verbod op Kernwapens een nieuwe impuls kan geven aan multilaterale nucleaire ontwapening". In een persmededeling met talrijke verwijzingen naar de NAVO, beweert het ministerie van Buitenlandse Zaken dat het TPNW niet het juiste instrument is om de doelstelling van wereldwijde kernontwapening te bereiken. Dat is wat makkelijk. Opeenvolgende Belgische regeringen hebben immers net zoals alle andere NAVO-lidstaten - op Nederland na - geweigerd om deel te nemen aan de onderhandelingen over het verdrag. Ze hebben zo de kans laten schieten om er wel het ‘juiste instrument’ van te maken.

Nu het Verdrag deel gaat uitmaken van het internationaal recht voert de NAVO openlijk campagne tegen het TPNW waarbij valse argumenten en zelfs leugens niet worden geschuwd. Midden december 2020 stuurde de NAVO een verklaring de wereld in, die meteen ook kan geïnterpreteerd worden als een waarschuwing aan het adres van lidstaten die mogelijks zouden overwegen om tot het Verbodsverdrag toe te treden. “Nu de inwerkingtreding van het Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens nadert”, zo klinkt het “herhalen we collectief onze oppositie tegen dit verdrag, aangezien het (verdrag) de steeds uitdagender wordende internationale veiligheidsomgeving niet weerspiegelt en in strijd is met de bestaande non-proliferatie- en ontwapeningsarchitectuur.”

De NAVO is bevreesd dat het Verbodsverdrag deel gaat uitmaken van het internationaal gewoonterecht met gevolgen bijvoorbeeld voor investeringen in kernwapenproductie (banken!). Bovenal wil de NAVO absoluut vermijden dat de politieke cohesie over het nucleair beleid van het bondgenootschap een deuk krijgt als een of meerdere lidstaten zouden toetreden. Door zichzelf een ‘nucleaire alliantie’ te noemen, heeft de NAVO van de kernwapenpolitiek meteen een wezenskenmerk van haar identiteit gemaakt. En dus haalt het militair bondgenootschap alles uit de kast om het TPNW te discrediteren en foutief voor te stellen.

De argumenten die de NAVO aanhaalt tegen het Verbodsverdrag snijden alvast geen hout. Even de drie belangrijkste op een rijtje:

Het TPNW is helemaal niet strijdig met het NPV

De NAVO beweert dat het TPNW “haaks staat op de mondiale non-proliferatie en ontwapeningsarchitectuur en het Non-Proliferatieverdrag dreigt te ondermijnen”. Het Non-Proliferatieverdrag uit 1970 kwam tot stand om de verdere verspreiding van kernwapens te vermijden. Het maakt een onderscheid tussen kernwapenstaten (de 5 staten die inmiddels al kernwapens verworven hadden en die ook de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad zijn) en niet-kernwapenstaten. Die laatste verplichtten zich ertoe geen kernwapens te verwerven, terwijl de kernwapenstaten werk zouden maken van kernontwapening. Dat het TPNW het NPV zou ondergraven is de waarheid geweld aan doen. In artikel 6 van het NPV staat dat de partijen naar onderhandelingen moeten streven die leiden tot een “verdrag voor algemene en volledige (nucleaire) ontwapening onder strikte en effectieve internationale controle”. Weigeren om aan deze onderhandelingen deel te nemen (zoals België) is dus niet in overeenstemming met het NPV.

Een halve eeuw na de inwerkingtreding van het NPV was die aanvulling met het Verbodsverdrag hoogstnoodzakelijk omdat de kernwapenstaten het NPV meer en meer gingen beschouwen als een instrument voor de nucleaire status quo.

In elk geval voorziet het NPV dat het einddoel een verdrag moet zijn dat leidt tot volledige nucleaire ontwapening. Dat is exact wat het nucleaire Verbodsverdrag van de VN doet. Het TPNW is m.a.w. een uitvoering van het NPV. Een halve eeuw na de inwerkingtreding van het NPV was die aanvulling met het Verbodsverdrag hoogstnoodzakelijk omdat de kernwapenstaten het NPV meer en meer gingen beschouwen als een instrument voor de nucleaire status quo. Terwijl de niet-kernwapenstaten aan een streng controleregime werden onderworpen, weigerden de nucleaire staten hun deel van het NPV uit te voeren en werk te maken van effectieve en volledige nucleaire ontwapening. Meer nog, de jongste jaren investeren ze miljarden in de vernieuwing van hun kernwapenarsenalen.

Het TPNW bevat wel degelijk controlemechanismen

Het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken neemt de NAVO-bewering over dat “het TPNW geen mechanisme (bevat) om de verbintenissen van de landen die er partij bij zijn uit te voeren of te controleren.” Nochtans stelt het TPNW uitdrukkelijk dat ‘op zijn minst’ de bestaande ‘safeguards’-verplichtingen met het Internationaal Atoom Energieagentschap behouden blijven. ‘Safeguards’ zijn maatregelen die moeten verzekeren dat staten hun nucleaire installaties enkel voor vreedzame doeleinden gebruiken en niet voor een kernwapenprogramma. Daar verandert het TPNW niets aan. Dus, alles wat daar bovenop komt is winst. Het NPV bevat overigens evenmin de technische details voor een verificatiemechanisme. Het TPNW bepaalt bovendien dat de partijen bij het verdrag ook werk moeten maken van een controlesysteem voor kernwapenstaten die beslist hebben om te ontwapenen en tot het VN-Verbodsverdrag toe te treden. Daarmee is alvast een lacune binnen het NPV opgevuld dat niets voorziet voor de kernwapenstaten die willen ontwapenen.

Het NAVO-lidmaatschap staat niet boven het internationaal recht

Volgens de NAVO zal het Verbodsverdrag “de wettelijke verplichtingen van onze landen in verband met nucleaire wapens niet veranderen”. De impliciete boodschap van de NAVO luidt dat het NAVO-lidmaatschap kernwapenverplichtingen met zich meebrengt en dat lidstaten die tot het TPNW toetreden indruisen tegen de NAVO-verplichtingen. In het NAVO-verdrag van 1949 staat evenwel niets over kernwapens. Het is pas in het strategisch concept van 2010 (Lissabon) dat de NAVO zichzelf definieert als een ‘nucleaire alliantie’. Maar dat is een louter politiek document, geen verdrag waaruit wettelijke verplichtingen voortvloeien. Verschillende NAVO-lidstaten hebben overigens in het verleden beslist dat ze geen kernwapens op het grondgebied toelaten (Denemarken, IJsland, Litouwen, Noorwegen en Spanje). Kernwapenmacht Frankrijk voert zelfs een onafhankelijke kernwapenpolitiek en was nooit lid van de Nucleaire Planning Group (NPG) van de NAVO. De NPG is het hoogste orgaan van de NAVO voor nucleaire aangelegenheden van de militaire alliantie en stippelt het beleid uit van de nucleaire strijdkrachten. Het is wel zo dat landen die VS-kernwapens op het grondgebied hebben (België, Duitsland, Italië, Nederland en Turkije) in het kader van de nucleaire taakverdeling van de NAVO, deze zullen moeten ontmantelen als ze toetreden tot het TPNW. Daarmee zouden ze wel tegemoetkomen aan effectieve wettelijk verplichtingen die voortvloeien uit het Non-proliferatieverdrag dat de overdracht en controle over kernwapens aan niet kernwapenstaten verbiedt en dat ook vraagt dat landen ‘effectieve maatregelen’ nemen tot ontwapening. In elk geval betekent de toetreding tot het Verbodsverdrag niet dat ze zich daarmee buiten de NAVO plaatsen. M.a.w. het is niet zo dat het lidmaatschap van de NAVO onverenigbaar is met de toetreding tot het Verbodsverdrag.

Het TPNW zal onvermijdelijk een norm creëren die staten die weigeren toe te treden zal stigmatiseren.

Het TPNW zal onvermijdelijk een norm creëren die staten die weigeren toe te treden zal stigmatiseren. België kan best de politieke moed en wil opbrengen om partij te worden van het Verbodsverdrag en heeft, wat de NAVO ook beweert, het (internationale) recht aan zijn kant. Dan pas zal België geloofwaardig zijn in zijn bewering dat ons land zich “sterk inzet” voor een kernwapenvrije wereld.

Thema
Land

Campagne

De NAVO vormt een voortdurende motor voor militarisering. De wereld heeft echter nood aan niet-militaire oplossingen en een versterking van competente internationale platforms voor conflictoplossing, gemeenschappelijke veiligheid en duurzame ontwikkeling.

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.